English

Uitspraken

HR 22.3.2019 ECLI:NL:HR:2019:412

 Parkeergarage stelt Vereniging van Eigenaars van naastgelegen flatgebouw aansprakelijk voor in 2015 geconstateerde schade door gebrekkige oprit van flatgebouw die naast afscheidingsmuur van parkeergarage is aangelegd. Gebeurtenis waardoor schade is veroorzaakt, is sinds 1974 voortdurende aanwezigheid van oprit zonder grondkerende voorziening en gronddruk die gewicht van oprit, al dan niet in combinatie met dat van voertuigen op oprit, sinds aanleg is blijven uitoefenen op muur. Vraag is wanneer verjaring van art. 3:310 BW is gaan lopen. Opstalaansprakelijkheid is niet verbonden aan schadeveroorzakende gedraging, maar aan schadeveroorzakende toestand waarop art. 6:174 BW ziet. Er is geen reden om gedraging – in dit geval aanleg van oprit zonder grondkerende constructie – aan te merken als schadeveroorzakende gebeurtenis waardoor verjaringstermijn van twintig jaren gaat lopen. Hoge Raad maakt nog opmerking over aanvangsmoment van twintigjarige termijn. Voortdurende karakter van schadeveroorzakende gebeurtenis in deze zaak brengt mee dat die gebeurtenis niet tot één moment kan worden herleid. Aangenomen moet worden dat termijn van twintig jaren begint te lopen zodra gebeurtenis waardoor schade is veroorzaakt, is opgehouden te bestaan. Dit strookt met wat in art. 3:310 lid 3 BW is geregeld voor in art. 3:310 lid 2 BW genoemde gevallen. Bepaalde in art. 3:310 lid 3 BW geldt nu algemeen.

ECLI:NL:HR:2019:412