English

Uitspraken

HR 19.10.2018 ECLI:NL:HR:2018:1973

Bedrijven uit energiebesparingsbranche stellen Staat aansprakelijk voor te laat of onjuist implementeren van Europese richtlijnen betreffende energieprestatie van gebouwen (EPB-richtlijnen). Zowel Unierecht als Nederlandse recht stelt eis dat komt vast te staan dat niet-tijdig of onjuist omgezette EU-richtlijn mede strekt tot bescherming van individuele vermogensbelangen van gedupeerden, althans dat laatstgenoemde belangen zodanig nauw samenhangen met door richtlijn nagestreefde doelstellingen dat schade die is ontstaan door niet niet-tijdige of onjuiste omzetting, valt onder beschermingsbereik van richtlijn. Met EPB-richtlijnen is beoogd te komen tot positieve milieueffecten als gevolg van verbeterde energieprestaties van gebouwen. Dat voor verwezenlijking van die doelstelling betrokkenheid van met opstellen van energiecertificaten belaste deskundigen vereist is, betekent niet dat economische en financiƫle belangen van deze deskundigen worden beschermd door EPB-richtlijnen, en evenmin dat die belangen zodanig nauw samenhangen met door die richtlijnen nagestreefde doelstellingen dat zij op die grond onder beschermingsbereik van die richtlijnen vallen (vgl. HvJEU 14.3.2013 ECLI:EU:C:2013:166). Aan Unierechtelijk relativiteitsvereiste noch relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW is voldaan, zodat vorderingen worden afgewezen.

ECLI:NL:HR:2018:1973