English

Uitspraken

HR 30.3.2018 ECLI:NL:HR:2018:470

Vervolg op HR 17.12.2010 ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011 nr. 8. Hoge Raad zet maatstaf voor externe bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW uiteen. Voor aannemen van aansprakelijkheid van bestuurder naast vennootschap gelden hogere eisen dan in algemeen geval is. Dit geldt ook als trustmaatschappij als bestuurder optreedt (HR 8.7.2011 ECLI:NL:HR:2011:BP8686). Behoudens bij toepassing van art. 2:11 BW, moet voor aannemen van aansprakelijkheid voor iedere bestuurder afzonderlijk worden vastgesteld dat hij in zijn hoedanigheid onrechtmatig heeft gehandeld en dat dit handelen (waaronder is begrepen nalaten) aan hem kan worden toegerekend. Schending door vennootschap van wettelijke voorschriften ter bescherming van beleggend publiek brengt niet mee dat aansprakelijkheid van bestuurder ex art. 6:162 BW kan worden aangenomen zonder dat sprake is van persoonlijk ernstig verwijt of dat die aansprakelijkheid wordt aangenomen op grond van vermoeden van persoonlijk ernstig verwijt. Ook houden van onvoldoende toezicht op uitoefening van taak door medebestuurder kan onder omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder meebrengen. Hof heeft dit niet miskend.

ECLI:NL:HR:2018:470