English

Jurisprudentie

HR 24.3.2017 ECLI:NL:HR:2017:494

Mesothelioomslachtoffer (later erfgename) stelt 40 jaar na dienstverband rechtsopvolger van oorspronkelijke werkgever (Maersk) aansprakelijk. Maersk beroept zich op verjaring, welk verweer door Hof wordt gehonoreerd. Hoge Raad besteedt ruim aandacht aan verjaring in asbestzaken. In HR 28.4.2000 ECLI:NL:HR:2000:AA5634, NJ 2000 nr. 430 (Van Hese/De Schelde) aanvaarde stelsel houdt beperking van recht op toegang tot rechter in, die verenigbaar is met art. 6 lid 1 EVRM. EHRM 11.3.2014 NJ 2016 nr. 88 (Howald Moor c.s./Zwitserland) verandert dat oordeel niet. Hoewel twee klachten over beoordeling van gezichtspunten door Hof gegrond zijn, leiden deze niet tot cassatie omdat deze niet tot andere beslissing zullen kunnen leiden. Er zijn geen aanwijzingen dat Maersk, die als rechtsopvolger in geding is betrokken, beschikking heeft over informatie waarmee zij zich tegen vordering kan verweren, noch dat haar daarvan verwijt kan worden gemaakt. Ook zijn er onvoldoende aanwijzingen dat Maersk ernstig verwijt van ontstaan van schade kan worden gemaakt. Onder deze omstandigheden komt aan gezichtspunten (c) en (e) in dit geval zoveel meer gewicht toe dan aan overige gezichtspunten, dat beroep op art. 6:2 lid 2 BW niet kan slagen. Vordering is verjaard.

ECLI:NL:HR:2017:494