English

Jurisprudentie

HR 20.6.2014 ECLI:NL:HR:2014:1492, NJ 2014 nr. 335

Dochter verwijt vader dat hij als voogd aan haar toekomende vermogensbestanddelen heeft verzwegen. Vordering is ex art. 1:377 BW verjaard. Hof had echter op beroep op verlengingsgrond van art. 3:321 lid 1 sub f BW moeten beslissen. Toepassing van objectieve verjaringstermijn kan slechts in uitzonderlijke gevallen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Alle omstandigheden van het concrete geval dienen daarbij in acht te worden genomen. Enkele omstandigheid dat huidige stelsel van verjaring betrekkelijk kort geleden, na zorgvuldige en herhaalde afweging van voor- en nadelen daarvan tot stand is gekomen, is onvoldoende om betoog dat redelijkheid en billijkheid aan beroep op verjaring in weg staan, te verwerpen. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2014:1492