English

Jurisprudentie

Huishoudelijke hulp/ mantelzorg

HR 28.5.1999 NJ 1999 nr. 564 met noot Bloembergen, VR 1999, nr. 166 (Kruidhof/Losser)

Wanneer iemand ten gevolge van gebeurtenis waarvoor ander aansprakelijk is ernstig letsel oploopt, waarvan herstel niet alleen ziekenhuisopname en medische ingrepen vergt, maar ook intensieve en langdurige verpleging en verzorging thuis, is aansprakelijke van aanvang af verplicht slachtoffer in staat te stellen zich van die noodzakelijke verpleging en verzorging te voorzien. Indien het dan gaat om gewond kind, waarvan ouders op redelijke gronden zelf verpleging en verzorging op zich nemen in plaats van deze taken aan professionele hulpverleners toe te vertrouwen, voldoen ouders aan plicht die primair rust op aansprakelijke. Redelijkheid brengt dan mee te abstraheren van feit dat die taken niet door hulpverleners worden vervuld, dat ouders jegens kind geen aanspraak op betaling hebben en dat zij die taken vervullen zonder inkomen te derven. Hieraan doet niet af dat kind jegens zijn ouders aanspraak kan maken op verpleging en verzorging tijdens ziekte. Rechter zal bij deze schadebegroting geen hoger bedrag mogen toewijzen dan geschatte bedrag van bespaarde kosten van professionele hulp. Verlies van vakantiedagen als gevolg van bezoeken in ziekenhuis kan niet met bovenstaande op één lijn worden gesteld, nu niet aannemelijk is dat professionele hulpverleners worden ingeschakeld voor ziekenhuisbezoek wanneer ouders niet in gelegenheid zijn zelf kind te bezoeken. Verlies van vakantiedagen kan derhalve niet worden aangemerkt als door kind geleden schade.

HR 6.6.2003 NJ 2003 nr. 504 met noot Vranken, VR 2003 nr. 152

Vrouw heeft haar echtgenoot gedurende laatste zes weken van zijn leven thuis verzorgd en vordert hiervoor financiële vergoeding. Vordering afgewezen omdat hier geen sprake is van geval waarin verzorging eigenlijk door professionele hulpverleners diende te geschieden en waarbij er vanwege bijzondere omstandigheden voor is gekozen dergelijke professionele hulp niet in te schakelen en taak door partner te laten verrichten. Vgl. HR 28.5.1999 NJ 1999 nr. 564 met noot Bloembergen (Kruidhof/Losser).

HR 5.12.2008 NJ 2009 nr. 387 met noot Vranken, JA 2009 nr. 13 met noot Bouman, VR 2009 nr. 27

Schade moet in beginsel concreet worden berekend, behoudens zowel op praktische gronden als om billijkheidsredenen aanvaarde uitzonderingen. In lijn van HR 28.5.1999 NJ 1999 nr. 564 met noot Brunner en HR 6.6.2003 NJ 2003 nr. 504 met noot Vranken moeten in geval van letselschade kosten van huishoudelijke hulp worden vergoed indien slachtoffer door letsel die werkzaamheden niet langer zelf kan verrichten, voor zover het gaat om werkzaamheden waarvan het in situatie van slachtoffer normaal en gebruikelijk is dat zij worden verricht door professionele, betaalde hulpverleners. Dit is niet anders als werkzaamheden in feite worden verricht door personen die daarvoor geen kosten in rekening (kunnen) brengen. Dat art. 6:107 BW in sommige gevallen aan derden eigen recht op schadevergoeding toekent, doet niet af aan bevoegdheid slachtoffer zelf vergoeding van deze schade te vorderen.