English

Jurisprudentie

Verlies van arbeidsvermogen

HR 15.5.1998 NJ 1998 nr. 624, VR 1998 nr. 121 (Vehof/Helvetia)

Vraag naar verlies arbeidsvermogen moet worden beantwoord door vergelijking van feitelijke inkomenssituatie na ongeval met hypothetische situatie bij wegdenken ongeval. Daarbij komt het aan op redelijke verwachting van rechter omtrent toekomstige ontwikkelingen. Zie over vraag of naar Nederlands recht bij verlies van een kans proportionele schadevergoeding bestaat conclusie van A-G Hartkamp, alinea 14.

HR 14.1.2000 NJ 2000 nr. 437 met noot Brunner, VR 2000 nr. 85 (Van Sas/Interpolis)

Berekening verlies arbeidsvermogen. Discussie over vraag of verkeersslachtoffer - het ongeval weggedacht – na haar 58ste levensjaar inderdaad 20 uur per week zou hebben doorgewerkt tot bereiken van 65-jarige leeftijd. Bij beoordeling van in dit verband van belang zijnde omstandigheden kan rechter met verlies van keuzemogelijkheid weliswaar zoveel mogelijk in voordeel benadeelde rekening houden, maar dit brengt niet mee dat van mogelijkheid voor lerares om tot het bereiken van leeftijd van 65 jaar te blijven werken, moet worden uitgegaan, tenzij in haar persoonlijke omstandigheden reden wordt gevonden het tegendeel aan te nemen. Het is aan feitenrechter voorbehouden goede en kwade kansen als bedoeld in art. 6:105 BW te schatten.

HR 24.11.2000 NJ 2001 nr. 195 met noot Bloembergen, VR 2001 nr. 97

Arbeidsongeval. Schadevergoeding voor gemist overwerk bij zijn werkgever en gemiste nevenwerkzaamheden, beide "zwart" uitbetaald. In toekomst te lijden schade moet worden begroot na afweging van goede en kwade kansen. Schade is gelijk aan zwarte inkomsten na aftrek van belasting en premie zoals die verschuldigd zouden zijn. Schade is slechts dan gelijk aan hoogte van bedrag van weggevallen "zwarte" inkomen indien (gelaedeerde aannemelijk maakt dat) "zwarte" werkgever bereid was c.q. zou zijn geweest om (alsnog) verschuldigde belasting en premie volledig voor zijn rekening te nemen.

HR 6.10.2006 JA 2006 nr. 53 met noot Van Dort

Zelfstandig ondernemer loopt als gevolg ongeval letsel op, kan daardoor zijn oorspronkelijke capaciteiten niet meer ten volle benutten, maar zet deel onderneming wel met succes voort. Hij ontvangt geen arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar wel vergoeding wegens verlies arbeidsvermogen. Fiscus en Hof menen dat deze vergoeding belast is. Hoge Raad casseert. Onderzocht moet worden of toegekende vergoeding (deels) betrekking heeft op ondernemersactiviteiten die betrokkene als gevolg van ongeval niet meer kan verrichten, in welk geval vergoeding onbelast is.

HR 24.11.2006 NJ 2007 nr. 239 met noot Van Schilfgaarde

Tijdens toepassing schuldsanering ontvangt schuldenaar op grond van vaststellingsovereenkomst letselschade-uitkering. Gelet op aard schuldsanering valt geldsom die strekt tot vergoeding toekomstige kosten en schade ten gevolge van gemis aan arbeidscapaciteit in boedel. Dat geldt niet voor smartengeld (vgl. HR 22.11.2002 NJ 2003 nr. 32 met noot Van Schilfgaarde).

HR 5.6.2009 NJ 2009 nr. 257, RAV 2009 nr. 78

Omvang van verlies arbeidsvermogen als gevolg van ongeval. Dat in procedure vaststaat dat slachtoffer voor toepassing van sociale wetgeving geheel arbeidsongeschikt is verklaard, is niet beslissend voor beoordeling van verweer dat slachtoffer voor bepaling schadeomvang niet als arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Oordeel Hof dat bewijslast van omvang schade op slachtoffer rust, is juist en miskent niet art. 6:97 BW, dat rechter vrijheid en geen verplichting geeft om bij schadebegroting van gewone regels van stelplicht en bewijslast af te wijken.

HR 11.6.2010 NJ 2010 nr. 332

WAM-verzekeraar heeft aansprakelijkheid van diens verzekerde erkend voor aanrijding met automobilist, die daarbij postwhiplashletsel heeft opgelopen. Slachtoffer raakt arbeidsongeschikt in zin van WAO en na mislukte re-integratiepogingen wordt hij ontslagen. Hij vordert vergoeding van inkomensschade. Bij onrechtmatige daad bestaande uit schending van verkeersnorm door verzekerde van verzekeraar moet daaruit voortvloeiende inkomensschade van slachtoffer worden toegerekend aan (verzekeraar van) dader en het kan voor diens rekening en risico komen indien slachtoffer door ongeval moeilijker werk kan vinden.

ECLI:NL:HR:2013:2138

HR 20.12.2013 ECLI:NL:HR:2013:2138, RvdW 2014 nr. 66

Benadeelde is door aanrijding gedeeltelijk arbeidsongeschikt geworden. In hoofdzaak is overwogen dat benadeelde niet meer dan halve dagen als buschauffeur kan werken en niet tot andere arbeid in staat is. In schadestaatprocedure is Hof naar aanleiding van stelling van verzekeraar en daarop gevolgd deskundigenbericht bij berekening van schade wegens verlies verdienvermogen ervan uitgegaan dat benadeelde 75% arbeidsgeschikt is. Hof mocht aannemen dat oordeel in hoofdzaak (50% arbeidsongeschikt) slechts betrekking had op periode tot en met datum arrest. Nu in schadebegroting over deze periode ook is gerekend met 25% arbeidsongeschiktheid, wordt arrest in zoverre vernietigd. HR doet zaak zelf af door schade te begroten. Vervolg op HR 8.6.2001 NJ 2001 nr. 433 (Zwolsche Algemeene/De Greef).

ECLI:NL:HR:2015:3397

HR 27.11.2015 ECLI:NL:HR:2015:3397, NJ 2016 nr. 138 met noot Lindenbergh

 Werknemer overkomt tweemaal arbeidsongeval, waarna hij geen loonvormende arbeid meer verricht. Werknemer vordert van werkgever schadevergoeding wegens verlies verdienvermogen. Hof beperkt looptijd van schade tot 55-jarige leeftijd, omdat omstandigheid dat werknemer op relatief gering letsel heeft gereageerd met ernstige psychische reactie aannemelijk maakt dat werknemer in ieder geval uiterlijk omstreeks 55-jarige leeftijd op eenzelfde wijze zou hebben gereageerd op al dan niet ernstig life-event. Dit oordeel is onvoldoende gemotiveerd. Omstandigheid dat volgens geraadpleegde deskundigen ook bij andersoortig letsel of andere stressvolle omstandigheden dergelijke reactie 'niet is uit te sluiten' volstaat daartoe niet. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:273

HR 17.2.2017 ECLI:NL:HR:2017:273

Benadeelde met whiplashachtige klachten door aanrijding vordert vergoeding van verlies arbeidsvermogen. Aansprakelijke verzekeraar laat bedrijfseconomisch onderzoek verrichten naar watermolen die benadeelde ten tijde van aanrijding exploiteerde. Expert concludeert dat molen niet rendabel was. Volgens rechtbank is arbeidsvermogensschade nihil vanwege lage inkomsten uit molen. In hoger beroep wijzigt benadeelde zijn eis en stelt dat hij molen drie jaar zou hebben geëxploiteerd en daarna beter betaalde baan elders zou hebben gezocht en gevonden. Hof oordeelt dat benadeelde voor wijziging van standpunt na ruim 23,5 jaar onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft gegeven en wijst vordering af. Hoge Raad stelt beoordelingskader voor vaststellen van schade door verminderd arbeidsvermogen voorop. Hoewel afweging van goede en kwade kans in cassatie beperkt toetsbaar is, dient oordeel van rechter wel consistent en begrijpelijk te zijn. Oordeel Hof is dat niet. Benadeelde heeft concreet aanknopingspunt gegeven voor wijziging standpunt, namelijk dat in hypothetische situatie zonder ongeval zou zijn gebleken dat molen niet rendabel gemaakt kon worden. Benadeelde mag in beginsel in hoger beroep grondslag van vordering wijzigen zonder daarvoor verklaring te hoeven geven.

ECLI:NL:HR:2017:273

HR 17.2.2017 ECLI:NL:HR:2017:273

Benadeelde met whiplashachtige klachten door aanrijding vordert vergoeding van verlies arbeidsvermogen. Aansprakelijke verzekeraar laat bedrijfseconomisch onderzoek verrichten naar watermolen die benadeelde ten tijde van aanrijding exploiteerde. Expert concludeert dat molen niet rendabel was. Volgens rechtbank is arbeidsvermogensschade nihil vanwege lage inkomsten uit molen. In hoger beroep wijzigt benadeelde zijn eis en stelt dat hij molen drie jaar zou hebben geëxploiteerd en daarna beter betaalde baan elders zou hebben gezocht en gevonden. Hof oordeelt dat benadeelde voor wijziging van standpunt na ruim 23,5 jaar onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft gegeven en wijst vordering af. Hoge Raad stelt beoordelingskader voor vaststellen van schade door verminderd arbeidsvermogen voorop. Hoewel afweging van goede en kwade kans in cassatie beperkt toetsbaar is, dient oordeel van rechter wel consistent en begrijpelijk te zijn. Oordeel Hof is dat niet. Benadeelde heeft concreet aanknopingspunt gegeven voor wijziging standpunt, namelijk dat in hypothetische situatie zonder ongeval zou zijn gebleken dat molen niet rendabel gemaakt kon worden. Benadeelde mag in beginsel in hoger beroep grondslag van vordering wijzigen zonder daarvoor verklaring te hoeven geven.

lagere rechters

Gerechtshof Amsterdam 9.7.1998 VR 1999 nr. 64

Bij bepaling schade verlies arbeidsvermogen van directeur/grootaandeelhouder is maatstaf niet het verminderd salaris en evenmin verlies van B.V. Waarde arbeidscapaciteit slachtoffer kan op twee manieren worden begroot: ofwel door te begroten in welke mate slachtoffer aan winst onderneming heeft bijgedragen, ofwel door deze waarde uit te drukken in kosten van vervangende arbeidskrachten.

Bindend Advies J.G. Teeuwissen 16.3.1999 VR 2001 nr. 99

In dit bindend advies betreffende schade die jongen van negen jaar zal gaan lijden als gevolg van feit dat hij algeheel en blijvend invalide zal zijn, komen alle belangrijke elementen met betrekking tot begroting van die schade aan de orde.

Rechtbank Breda 21.1.2004 en 20.10.2004 Nieuwsbrief Personenschade december 2004

Vrijwilligster vordert van "werkgever" schade verlies verdienvermogen als gevolg van ongeval dat haar in uitoefening vrijwilligerswerk is overkomen. Zij werkte ten tijde van ongeval – niet in loondienst - mee in garagebedrijf echtgenoot. Berekening schade verlies verdienvermogen naar aantal uren waarvoor vervangende arbeidskracht is ingeschakeld. Dat niet noodzakelijk was van buiten bedrijf komende vervangende arbeidskracht in te huren omdat werkzaamheden slachtoffer konden worden overgenomen door reeds binnen bedrijf werkzame personen, betekent niet dat geen sprake is van vervanging van arbeid.

Gerechtshof Amsterdam 22.2.2007 VR 2008 nr. 88

Letselschadeslachtoffer verhuist na ongeval naar Frankrijk en gaat daar werken. Aannemelijk is dat slachtoffer zonder ongeval in Nederland was gebleven. Loonniveau ligt in Frankrijk lager dan in Nederland. Om slachtoffer niet te bevoordelen moet bij vaststelling van verlies arbeidsvermogen worden geabstraheerd van feitelijke situatie slachtoffer in Frankrijk. Huidige en toekomstige verdiencapaciteit in Nederland (alsof deze hier wordt benut) moet worden vergeleken met verdiencapaciteit in Nederland zonder ongeval.

Gerechtshof 's-Gravenhage 11.6.2008 JA 2008 nr. 138

Vrouw die als gevolg van verkeersongeval letsel oploopt, ontvangt voor ingangsdatum van huwelijk schadevergoeding terzake verlies arbeidsvermogen en smartengeld. Bij echtscheiding dient deze vergoeding buiten verdeling van huwelijksgemeenschap te blijven wegens verknochtheid ex art. 1:94 lid 3 BW omdat vergoeding uitsluitend is afgestemd op aan persoon van vrouw verbonden nadelige gevolgen van ongeval.

Gerechtshof Arnhem 4.11.2008 JA 2009 nr. 71

Verkeersongeval waardoor directeur van aannemingsbedrijf hoge dwarslaesie oploopt. Discussie over schadeomvang. Periodieke uitkering uit levensverzekering dient te worden aangemerkt als vergoeding voor inkomensschade en dus is het redelijk deze in mindering te laten strekken op door aansprakelijke partij te betalen schadevergoeding, waarbij in het midden kan blijven of sprake is van schade- of sommenverzekering. Op basis van standpunt in jaarstukken en tegenover fiscus moet worden aangenomen dat directeur op 60-jarige leeftijd zou zijn gestopt met werken.