English

Jurisprudentie

Causale verdeling/ billijkheidscorrectie

HR 31.12.1993 NJ 1994 nr. 275

Aansprakelijkheid notaris voor schade bank aan wie eveneens eigen schuld kan worden tegengeworpen. Beoordeling door rechter van mate van wederzijdse schuld berust veelal op intuïtief inzicht en behoeft slechts in beperkte mate te worden gemotiveerd.

HR 9.11.2001 NJ 2002 nr. 79 met noot Stein, VR 2003 nr. 110

Apothekersassistente zet in apotheek lade vast waardoor die niet automatisch dichtvalt maar open blijft staan. Collega-apothekersassistente komt ten val en loopt ernstig letsel op. Mede omdat in het verleden iemand zich ook al eens aan een la heeft gestoten, is het vastzetten van lade door assistente een onrechtmatige daad jegens slachtoffer. Daarvoor is apotheker als werkgever aansprakelijk ex art. 6:170 BW. Geen beroep op eigen schuld wegens onoplettendheid slachtoffer zelf. Nu schade binnen dienstverband wordt geleden en het de werkgever is die in eerste instantie werkomstandigheden bepaalt, eist billijkheid ex art. 6:101 BW dat schade voor 100% door werkgever wordt vergoed, behoudens opzet of bewuste roekeloosheid slachtoffer.

HR 26.9.2003 NJ 2004 nr. 460 met noot Vranken onder nr. 461

Rechter mag wettelijke verplichting tot schadevergoeding niet ambtshalve verminderen wanneer naar zijn oordeel sprake is van eigen schuld bij benadeelde aan schade. Wel wordt schadevergoedingsplicht van rechtswege verminderd wanneer vaststaat dat aan vereisten van art. 6:101 BW is voldaan. Rechter mag eigen schuldvraag onder omstandigheden wel ambtshalve aan orde stellen, maar dient partijen alsdan in gelegenheid te stellen processuele debat dienaangaande aan te gaan. Indien partijen daarvan geen gebruik wensen te maken, mag rechter daarover geen beslissing geven. Vraag wanneer rechter vrij staat eigen schuldvraag aan orde te stellen, kan niet in zijn algemeenheid worden beantwoord.

HR 2.12.2005 NJ 2006 nr. 444 met noot Vranken

Schade lelieteler doordat leverancier onjuiste bestrijdingsmiddelen levert die gecertificeerd spuiter in opdracht lelieteler toepast. Lelieteler spreekt leverancier en spuiter aan. Vergoedingsplicht leverancier wordt verminderd met 50%. Art. 6:101 lid 1 BW is niet alleen van toepassing indien gedragingen benadeelde hebben bijgedragen aan schade, maar ook indien sprake is van omstandigheden die in zijn risicosfeer liggen, zoals aansprakelijkheid jegens derden voor hulppersoon ex art. 6:76 BW (zie HR 27.4.2001 NJ 2002 nr. 54 met noot Brunner). Leverancier kan niet, maar spuiter kan wel als onderdeel bedrijfsvoering lelieteler worden gezien.

HR 13.1.2006 NJ 2006 nr. 59

Bij vaststelling mate van eigen schuld ex art. 6:101 BW dient rechter inzicht te geven in zijn gedachtengang omtrent causaliteits- en billijkheidsafweging. Hij zal moeten aangeven tot welk resultaat causaliteitsafweging leidt en of, en zo ja op welke grond, dat resultaat correctie behoeft op grond van billijkheid.

HR 5.6.2009 RvdW 2009 nr. 683, JA 2009 nr. 117 met noot Van Boom onder nr. 118, RAV 2009 nr. 77

Proefprocedure over bijzondere zorgplicht van bank als aanbieder van effectenlease-producten jegens particuliere afnemers. Zie ook RvdW 2009 nrs. 684 en 685. Zeer uitgebreid arrest waarin Hoge Raad in algemene beschouwing ingaat op zorgplicht en schadevergoeding bij schending zorgplicht. Ook dwaling, misleidende reclame, misbruik van omstandigheden en Wet op het consumentenkrediet komen aan de orde.
Bijzondere zorgplicht van bank als professionele dienstverlener strekt ertoe particulieren te beschermen tegen gevaren van eigen lichtzinnigheid of gebrek aan inzicht. Dexia heeft deze zorgplicht geschonden (1) door niet indringend te waarschuwen voor bijzondere gevaar van restschuld bij tussentijdse beëindiging van effectenlease-overeenkomst en (2) door geen onderzoek te doen naar inkomens- en vermogenspositie van klant. Dexia had klant aangaan van overeenkomst moeten ontraden. Aangaan van overeenkomst kan aan bank worden toegerekend ex art. 6:98 BW, zodat bank in beginsel schade dient te vergoeden. Bij toepassing van art. 6:101 BW wegen fouten van klant in beginsel minder zwaar dan fouten aan zijde van bank. Daarbij kan in HR 5.6.2009 RvdW 2009 nr. 684 toegepaste verdeling dat klant 40% van schade draagt en bank 60% ook in andere, soortgelijke geschillen tot uitgangspunt worden genomen.

HR 5.6.2009 RvdW 2009 nr. 684, JA 2009 nr. 116 met noot Van Boom onder nr. 118

Proefprocedure over bijzondere zorgplicht van bank als aanbieder van effectenlease-producten jegens particuliere afnemers. Vergelijkbare beslissing als HR 5.6.2009 RvdW 2009 nr. 683 voor wat betreft zorgplicht en schadevergoeding bij schending zorgplicht. Bank is tekortgeschoten in verplichting (1) klant indringend te waarschuwen voor risico dat aan einde van looptijd effectenlease-overeenkomsten nog schuld zou kunnen resteren en (2) onderzoek te doen naar inkomens- en vermogenspositie van klant. Zorgplicht rust ook op bank in geval geen sprake is van advies- of vermogensbeheerrelatie, maar van 'kant-en-klaar' financieel product zonder persoonlijk contact. Privaatrechtelijke zorgplicht kan verdere reikwijdte hebben dan zorgplichten in publiekrechtelijke regelgeving. Oordeel Hof dat klant 40% eigen schuld heeft, is toereikend gemotiveerd.

HR 2.10.2009 NJ 2010 nr. 95 met noot Du Perron, JA 2009 nr. 164

Staat is aansprakelijk voor bij strafvorderlijk optreden aan huurwoningen van sociale verhuurder toegebrachte schade. Schade behoort niet tot normale maatschappelijke risico of normale bedrijfsrisico van verhuurder. Dit is onvoldoende om beroep op eigen schuld ex art. 6:101 lid 1 BW af te wijzen. Hof heeft ook beroep op art. 6:101 lid 2 BW op onjuiste grond afgewezen. Ratio van deze bepaling is dat voor aansprakelijke niet moet uitmaken of beschadigde zaak toebehoort aan medeschuldige die deze in zijn macht had of dat deze zaak voor ander onder zich had.

HR 23.12.2011 NJ 2012 nr. 377 met noot Van Schilfgaarde

Bestuurders van kredietinstelling worden ontslagen na aanwijzingen van DNB en AFM, die door College van Beroep voor bedrijfsleven worden herroepen. Bestuurders zijn strafrechtelijk veroordeeld voor handelen met voorwetenschap. Zij vorderen schadevergoeding van DNB en AFM omdat gegeven aanwijzingen onrechtmatig waren. Als zich na schadeveroorzakende gebeurtenis waarvoor iemand jegens benadeelde aansprakelijk is latere gebeurtenis voordoet die dezelfde schade zou hebben veroorzaakt als die schade niet al was ontstaan, doet dat niet af aan reeds gevestigde aansprakelijkheid, tenzij het gaat om voortdurende schade en latere gebeurtenis voor risico van benadeelde komt (vgl. HR 7.12.2001 NJ 2002 nr. 576 met noot Vranken). Strafvonnissen moeten als dergelijke voor risico van bestuurders komende latere gebeurtenis worden aangemerkt, zodat DNB en AFM niet aansprakelijk zijn voor na strafvonnissen geleden schade. Oordeel Hof dat bestuurders 60% eigen schuld hebben aan daarvoor geleden schade is onbegrijpelijk. Zonder strafbare handelingen van bestuurders zou geen sprake van aanwijzingen en ontslag zijn geweest. Gelet hierop zijn aan DNB en AFM toe te rekenen omstandigheden die tot schade hebben bijgedragen te verwaarlozen ten opzichte van die welke aan bestuurders zijn toe te rekenen. Schade dient geheel voor rekening van bestuurders te blijven.

HR 24.2.2012 NJ 2012 nr. 144

Opdrachtgevers hebben informatieplicht geschonden door makelaar niet te informeren dat over levering van melkquota omzetbelasting moest worden afgedragen. Makelaar is tekortgeschoten door belastbaarheid van quota niet te onderzoeken. Hof had niet zonder meer volledige door opdrachtgevers geleden schade aan opdrachtgevers mogen toerekenen, maar had wederzijdse fouten in aanmerking moeten nemen en schade naar evenredigheid van ieders bijdrage daaraan moeten verdelen.

LJN BX8349

HR 14.12.2012 LJN BX8349, NJ 2013 nr. 236 met noot Lindenbergh onder nr. 237, JA 2013 nr. 67 met noot Cox

Zwangere vrouw wordt als passagier van auto aangereden door personenauto. Vlak na geboorte ontstaan bij kind ademhalingsproblemen. Enige maanden later wordt bij kind hersenbeschadiging geconstateerd, waaraan hij blijvend letsel overhoudt. Moeder en kind vorderen schadevergoeding van WAM-verzekeraar personenauto. Onzeker is of letsel kind is veroorzaakt door verkeersongeval tijdens zwangerschap of door ademhalingsproblemen na geboorte (dan wel door combinatie daarvan). Proportionele aansprakelijkheid is op haar plaats. Bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid bestaat geen ruimte om, nadat rechter in percentage uitgedrukte kans heeft vastgesteld dat normschending schade heeft veroorzaakt, daarop nog billijkheidscorrectie toe te passen. Art. 6:101 lid 1 BW kan onder specifieke omstandigheden wel leiden tot vermindering van vergoedingsplicht en billijkheidscorrectie. Daarvoor moet sprake zijn van causale omstandigheden aan zijde van benadeelde die niet reeds verdisconteerd (konden) zijn in proportionele aansprakelijkheid zelf. Op basis van proportionele aansprakelijkheid vastgestelde vergoedingsplicht zou nog verminderd kunnen worden in overeenstemming met bijvoorbeeld mate waarin ieders verkeersfout tot ongeval heeft bijgedragen. Vervolgens zou met billijkheidscorrectie ook tot andere verdeling van schade besloten kunnen worden, maar niet kan groter deel van schade voor rekening van aansprakelijke persoon worden gebracht dan op basis van proportionele aansprakelijkheid was vastgesteld.

ECLI:NL:HR:2013:CA1725

HR 6.9.2013 ECLI:NL:HR:2013:CA1725, RvdW 2013 nr. 1035

Cliënten hebben financieel adviseur benaderd omdat zij hypothecaire lening wilden oversluiten om maandlasten te verlagen. Zij is jegens cliënten tekortgeschoten in bijzondere zorgplicht door zeer risicovolle constructie van twee effectenleaseovereenkomsten met beleggingsdepot te adviseren. In HR 5.6.2009 NJ 2012 nr. 182 (Dexia) gegeven vuistregel voor verdeling van schade is hier niet van toepassing. Adviesrelatie verschilt wezenlijk van standaard effectenlease-relatie waarop arrest Dexia ziet. Indien financieel dienstverlener wordt benaderd voor op specifieke situatie van cliënt toegesneden advies rust op haar bijzondere zorgplicht. Die zorgplicht behelst onder meer dat zij naar behoren onderzoek doet naar financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van cliënt en dat zij hem dient te waarschuwen voor eventuele risico's die aan voorgenomen of toegepaste beleggingsvorm zijn verbonden, als ook voor feit dat door hem beoogde of toegepaste constructie niet past bij zijn financiële mogelijkheden of doelstellingen, zijn risicobereidheid of zijn deskundigheid. Gelet op verschil in deskundigheid mag cliënt in beginsel ervan uitgaan dat dienstverlener die zorgplicht jegens hem naleeft (vgl. HR 8.2.2013 LJN BY4600). Hieruit volgt dat cliënt bij door die dienstverlener geadviseerde constructie minder snel bedacht hoeft te zijn op en zich minder snel uit eigen beweging behoeft te verdiepen in niet vermelde risico's dan degene die zich wendt tot aanbieder van effectenlease-product. Dit is ook van belang bij causaliteitsafweging ex art. 6:101 BW. Hof is ten onrechte uitgegaan van 40% eigen schuld.

ECLI:NL:HR:2013:CA3751

HR 4.10.2013 ECLI:NL:HR:2013:CA3751, NJ 2013 nr. 477, JA 2014 nr. 7 met noot De Jong

Door 13-jarige jongen bestuurde waterscooter komt in aanvaring met snorkelaar aan zuidkust van Curaçao. Ouders zijn aansprakelijk. Gemeenschappelijk Hof neemt 50% eigen schuld aan omdat van snorkelaar verwacht had mogen worden dat hij buiten baai zijn zichtbaarheid had vergroot door gebruik van herkenningsteken. Hof had echter moeten onderzoeken of gronden bestonden voor toepassing van billijkheidscorrectie. Vastgestelde omstandigheden – waaronder ernst van gevaarzetting door waterscooter, waarschijnlijkheid dat ter plaatse zwemmers, snorkelaars en duikers zouden worden aangetroffen, hun bijzondere kwetsbaarheid ten opzichte van waterscooter, betrekkelijke eenvoudige wijze waarop bestuurder van waterscooter dat gevaar had kunnen voorkomen en ernstige gevolgen van ongeval voor snorkelaar – kunnen meebrengen dat billijkheid vereist dat andere verdeling van schade plaatsvindt.

ECLI:NL:HR:2016:2012

HR 2.9.2016 ECLI:NL:HR:2016:2012

Proefprocedure over schadeverdeling op voet van art. 6:101 BW in effectenleasezaken en rol van cliëntenremisier (bijzonder soort effectenbemiddelaar) daarbij. Na voortijdige beëindiging van door tussenkomst van SpaarSelect met Dexia gesloten effectenleaseovereenkomst resteert schuld. Dexia vordert van afnemer op basis van eerdere rechtspraak derde van resterende schuld. Vaststaat dat zij als aanbieder zorgplicht jegens afnemer niet is nagekomen. Indien cliëntenremisier zich niet beperkt tot aanbrengen van potentiële belegger bij beleggings- of effecteninstelling, maar hij die belegger tevens in uitoefening van zijn beroep of bedrijf adviseert, dient hij op basis van Wet toezicht effectenverkeer 1995 over vergunning te beschikken. Dexia heeft in strijd gehandeld met art. 41 Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 en daarmee jegens afnemer onrechtmatig, indien SpaarSelect jegens afnemer als financieel adviseur is opgetreden en Dexia dit wist of behoorde te weten. Bewijs hiervan moet nog worden geleverd. Na samenvatting van eerdere rechtspraak inzake effectenleaseproducten beoordeelt Hoge Raad eigen schuld van afnemer. Uitgangspunt is dat vergoedingsplicht van aanbieder dient te worden verminderd door deze over vergoedingsplichtige en benadeelde te verdelen naar maatstaf 1 (particuliere belegger) staat tot 2 (aanbieder). Als bewijs daarvan wordt geleverd, moet Dexia zwaar worden aangerekend dat zij overeenkomst heeft gesloten terwijl zij wist of behoorde te weten dat SpaarSelect, zonder te beschikken over daarvoor benodigde vergunning, afnemer had geadviseerd om bij Dexia effectenleaseproduct te kopen. Gelet op uiteenlopende ernst van gemaakte fouten en overige omstandigheden van geval, waaronder wijze waarop product aan beleggend publiek is aangeboden (dat wil zeggen: mede door tussenkomst en op advies van cliëntenremisier, SpaarSelect, die deze werkzaamheden niet had mogen verrichten zolang zij niet over vergunning beschikte), eist billijkheid in beginsel dat vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft, zowel wat betreft eventuele restschuld als wat door particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat. Dit geldt ook als mogelijke financiële gevolgen van leaseovereenkomst geen onaanvaardbaar zware last voor afnemer vormden.
Zie voor gelijkluidend oordeel ook HR 2.9.2016 ECL:NL:HR:2016:2015.

ECLI:NL:HR:2016:2884

HR 16.12.2016 ECLI:NL:HR:2016:2884

Kopers van woning worden geconfronteerd met agrarische bestemming daarvan, die hen niet is gemeld en spreken verkopers aan tot vergoeding. Hof heeft verweer verkopers dat sprake is van eigen schuld van kopers ten onrechte verworpen. Indien verkoper voor totstandkoming van overeenkomst aan koper bepaalde inlichtingen had behoren te geven om te voorkomen dat koper zich over desbetreffende punt onjuiste voorstelling zou maken, verzetten redelijkheid en billijkheid zich in algemeen ertegen dat verkoper ter afwering van beroep op dwaling of non-conformiteit aanvoert dat koper ontstaan van onjuiste voorstelling mede aan zichzelf heeft te wijten. Dat neemt echter niet weg dat eventueel uit schending van mededelingsplicht voortvloeiende verplichting van verkoper tot schadevergoeding op voet van art. 6:101 lid 1 BW kan worden verminderd indien onjuiste voorstelling van zaken mede is te wijten aan koper, bijvoorbeeld door gebrek aan onderzoek aan zijn zijde.

ECLI:NL:HR:2017:2774

HR 27.10.2017 ECLI:NL:HR:2017:2774

Financieel adviseur is tekortgeschoten in nakoming van zorgplicht jegens studente bij verkrijging van financiering voor aankoop van woonrecht. Over beroep van financieel adviseur op eigen schuld van studente wordt al in hoofdzaak beslist, terwijl schadevergoeding bij staat is gevorderd (en toegewezen). Hof kon in hoofdprocedure beslissen over beroep op eigen schuld voor zover dit losstond van concrete schadeposten. Eventueel eigenschuldverweer met betrekking tot concrete schadeposten kan in schadestaatprocedure aan orde komen. Voor oordeel Hof was (afgerond) partijdebat over afzonderlijke schadeposten niet noodzakelijk.

lagere rechters

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6.5.2003 VR 2003 nr. 113

A huurt samen met B een loods en slaat daarin goederen op. Personeel van B verduistert, onder meer met vrachtauto van B en ten dele tijdens weekends, goederen van A.

Gerechtshof Arnhem 7.6.2005 NJF 2005 nr. 327

Twee kinderen van 10 en 12 jaar gaan naar bouwterrein om vuurtje te stoken. Broek van 10-jarige vliegt in brand die daardoor derdegraads brandwonden oploopt. Zijn ouders spreken moeder van 12-jarige aan tot schadevergoeding. Bij beoordeling gedragingen kind moet worden geabstraheerd van diens jeugdige leeftijd (vgl. HR 12.11.2004 NJ 2005 nr. 138 met noot Brunner). Moeder ex art. 6:169 BW risicoaansprakelijk voor onrechtmatige daad 12-jarige die actief betrokken was bij vuurtje stoken. Eigen schuld 10-jarige die eveneens actief betrokken was in beginsel 50%. Bij beoordeling eigen schuld kind wordt niet geabstraheerd van diens jeugdige leeftijd. Billijkheid eist dat vergoedingsplicht aangesprokene geheel in stand blijft.

Gerechtshof Arnhem 19.12.2006 JA 2007 nr. 72, VR 2007 nr. 84

Bij vrouw die samen met echtgenoot onderneming drijft, ontstaat na medische operatiefout deels blijvende invaliditeit. Nadien daalt omzet van onderneming door zowel arbeidsongeschiktheid van vrouw als door economische recessie. Gevolgen economische recessie worden ex art. 6:101 lid 1 BW aan vrouw toegerekend en leveren 2/3 eigen schuld op, waarbij relevant wordt geacht dat sprake was van stelselmatig teruglopende omzetten, diverse pogingen zijn ondernomen tot verkoop van onderneming en huurovereenkomst binnen afzienbare tijd zou eindigen. Geen billijkheidscorrectie nu vrouw daarop geen beroep heeft gedaan.

Gerechtshof Amsterdam 4.10.2007 VR 2008 nr. 132

Door technisch mankement komt auto bij uitgang tunnel stil te staan, waar deze van achteren wordt aangereden en over kop slaat. Bestuurder loopt ernstig letsel op. Achteroprijder was onoplettend, wat noodzakelijke voorwaarde voor intreden schade is geweest. Eigen schuld slachtoffer aanwezig, nu technisch mankement naar verkeersopvatting voor rekening van bestuurder komt. Verdeling 70/30, maar billijkheid eist andere verdeling. Slachtoffer treft geen verwijt, heeft ernstig letsel opgelopen en groot deel schade wordt niet gedekt door eigen verzekering. Achteroprijder voor 50% aansprakelijk.

Rechtbank Zwolle-Lelystad 7.11.2007 JA 2008 nr. 119

Aanvaarden door passagier van meer dan normale risico’s verbonden aan rijgedrag van onder invloed van alcohol verkerende bestuurder heft aansprakelijkheid WAM-verzekeraar voertuig niet op. Passagier, die geen gordel droeg, kan niet zijn ontgaan dat bestuurder onder invloed was. Uit getuigenverklaringen volgt dat zij tegen roekeloos en gevaarlijk rijgedrag van bestuurder gaan enkel bezwaar had en dit zelfs ondersteunde. Passagier heeft 2/3 eigen schuld.

Gerechtshof 's-Gravenhage 19.6.2008 L&S 2009 nr. 19

Geen eigen schuld van passagier vanwege niet dragen van gordel, omdat door ruimte tussen zitting en rugleuning achterbank aannemelijk is dat gordel weg kon zakken en daarmee niet kenbaar was voor passagier. Passagier heeft wel 10% eigen schuld door mee te rijden met bestuurder die te veel alcohol had gedronken. Nu bestuurder groot verwijt kan worden gemaakt, passagier op jeugdige leeftijd ernstig blijvend letsel heeft opgelopen en schade gedekt is onder verzekering, brengt billijkheid mee dat WAM-verzekeraar bestuurder 100% van schade dient te vergoeden.

Rechtbank Rotterdam 18.2.2009 JA 2009 nr. 90, VR 2009 nr. 95

Manege en vennoten daarvan zijn hoofdelijk aansprakelijk voor letsel van meisje dat tijdens paardrijles van paard is gevallen. Inhoud van paardrijlesovereenkomst biedt geen aanknopingspunten voor schadeverdeling ex art. 6:101 BW. Men dient te kijken naar omstandigheden van geval. Meisje heeft causale bijdrage aan schade, nu zij vrijwillig heeft deelgenomen aan rijles. Ongeval is gebeurd door eigen energie van paard en geen van partijen kan verwijt worden gemaakt. Voor billijkheidscorrectie aan zijde meisje is relevant dat zij niet verzekerd is tegen schade en haar jonge leeftijd. Daartegenover staat dat manege verzekerd is tegen dit risico en mogelijkheid had verzekeringspremies door te berekenen in vergoeding voor les. Verdeling komt uit op 70:30 in nadeel van manege.

Gerechtshof Arnhem 12.5.2009 NJF 2009 nr. 297, JA 2009 nr. 112, RAV 2009 nr. 82

Ziektekostenverzekeraar scooterrijder neemt regres op WAM-verzekeraar tractor voor schade als gevolg van aanrijding. Bestuurder tractor heeft onrechtmatig gehandeld, maar scooterrijder treft eigen schuld. Ziektekostenverzekeraar komt beroep op billijkheidscorrectie toe (zie HR 2.6.1995 NJ 1997 nr. 700 en HR 5.12.1997 NJ 1998 nr. 400) en mag zich aansluiten bij ten gunste van scooterrijder toegepaste billijkheidscorrectie in procedure tussen scooterrijder en WAM-verzekeraar tractor. Subrogatie is in geval als dit niet beperkt tot objectieve causale afweging. Billijkheidscorrectie wordt ook op buitengerechtelijke kosten toegepast.

Rechtbank Haarlem 2.2.2011 JA 2011 nr. 47

Werkgever is aansprakelijk voor werknemer overkomen ongeval. Werknemer heeft zich aan medische behandeling in ziekenhuis onttrokken. Gelet op oordeel van deskundige over verwachtingen omtrent herstel, heeft deze aan werknemer toe te rekenen omstandigheid 45% aan schade bijgedragen. Voor billijkheidscorrectie is geen aanleiding. Werknemer heeft werkgever pas bijna vijf jaar na ongeval aansprakelijk gesteld, waardoor vanwege inmiddels ontbreken van dekking onder aansprakelijkheidsverzekering gevolgen van aansprakelijkstelling voor werkgever zeer ingrijpend zijn.