English

Jurisprudentie

Redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (sub c)

HR 5.12.1997 NJ 1998 nrs. 400, 401 en 402 met noot Hijma onder nr. 402, VR 1998 nrs. 28, 29 en 30 met noot Bouman onder nr. 30

Ook regreszoekende verzekeraar kan buitengerechtelijke incassokosten vorderen.

HR 31.5.2002 NJ 2004 nr. 161 met noot Hijma, VR 2002 nr. 216 (Bijlsma/ABP)

Buitengerechtelijke kosten ABP zijn verhaalbaar, niet op grond van de VOA maar op grond van HR 5.12.1997 NJ 1998 nr. 400 met noot Hijma onder nr. 402 waaruit volgt dat dergelijke kosten krachtens art. 6:96 lid 2 aanhef en sub c BW voor vergoeding in aanmerking komen.

HR 11.7.2003 NJ 2003 nr. 566

Werkzaamheden die ter incasso van vordering aan procedure zijn voorafgegaan (herhaalde toezending van een enkele eenvoudige brief waarin tot nakoming wordt aangemaand) dienden ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van zaak. Proceskostenveroordeling pleegt vergoeding voor dergelijke werkzaamheden in te houden.

HR 27.4.2012 NJ 2012 nr. 277

Hof wijst vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af omdat deze onvoldoende gespecificeerd zijn en omvang daarvan in geen verhouding staat tot werkzaamheden van advocaat. Rapport Voorwerk II bindt rechter niet en ontslaat hem niet van beoordeling of op basis van aanbeveling forfaitair berekende bedrag in gegeven omstandigheden redelijk is. Hof hoefde niet over te gaan tot begroting en toewijzing van bedrag dat het wel redelijk achtte.

LJN BY9086

HR 5.4.2013 LJN BY9086, RvdW 2013 nr. 535

Hof heeft gevorderde buitengerechtelijke kosten onterecht afgewezen op grond dat desbetreffende incassowerkzaamheden waren gericht op invordering van veel hoger bedrag dan is toegewezen. Deze omstandigheid brengt echter niet mee dat alle gevorderde kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte niet redelijk zijn geweest in zin van art. 6:96 lid 2 sub c BW.

ECLI:NL:HR:2013:40

HR 28.6.2013 ECLI:NL:HR:2013:40, NJ 2013 nr. 368

Buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 sub c BW) dienen te worden vermeerderd met wettelijke rente van art. 6:119 BW en niet met wettelijke handelsrente van art. 6:119a BW, zoals Hof oordeelde. Art. 6:119a BW ziet niet op verplichting tot vergoeding van schade.

ECLI:NL:HR:2015:1868

HR 10.7.2015 ECLI:NL:HR:2015:1868, NJ 2016 nr. 126 met noot Lindenbergh

Prejudiciële vragen over vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten naar aanleiding van niet (tijdig) betaalde facturen. Buitengerechtelijke kosten van art. 6:96 lid 2 sub c BW vallen onder begrip kosten in art. 6:44 lid 1 BW. Dat betekent dat, in geval van gedeeltelijke betaling van openstaande schuld, betaling eerst in mindering strekt op (buitengerechtelijke en andere) kosten, dan op over hoofdsom verschenen rente en ten slotte op hoofdsom. Schuldeiser heeft aldus aanspraak op rente over openstaand gedeelte van hoofdsom totdat dit deel volledig is voldaan. Rechter kan op grond van art. 242 lid 1 Rv bedongen buitengerechtelijke kosten ambtshalve matigen tot bedrag van redelijke schadeloosstelling. Dit geldt ook in business to business-relaties (B2B-relaties), waar geen van beide partijen zijn te beschouwen als natuurlijk persoon die niet handelt in uitoefening van beroep of bedrijf.