English

Jurisprudentie

Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (sub b)

HR 16.10.1998 NJ 1999 nr. 196 met noot Bloembergen, VR 1999 nr. 61, S&S 1999 nr. 59 (AMEV/Staat)

Administratiekosten van Bureau Schadeafwikkeling van Ministerie van Financiën in verband met verhaal bij eenvoudige zaken te stellen op 50% van forfaitaire kosten bij ingewikkelde zaken.

HR 11.7.2003 NJ 2005 nr. 50 met noot Vranken, VR 2003 nr.181, L&S 2003 nr. 181 (Bravenboer/London)

Slachtoffer van verkeersongeval heeft kosten gemaakt in verband met onderzoek door medisch adviseur teneinde omvang van zijn schade vast te stellen. Deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking krachtens art. 6:96 lid 2 sub b BW want die bepaling veronderstelt dat wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat. Bedoelde kosten kunnen wel voor vergoeding in aanmerking komen krachtens art. 6:98 BW. Laedens is aansprakelijk voor alle schade die benadeelde heeft geleden, waartoe ook kunnen worden gerekend (redelijke) kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, ook wanneer uiteindelijk niet komt vast te staan dat schade is geleden. Wel moeten die kosten als gevolg van aanrijding zijn gemaakt en dienen zij tevens in zodanig verband met aanrijding te staan dat zij aan aansprakelijke persoon kunnen worden toegerekend.

HR 26.9.2003 NJ 2003 nr. 645, VR 2004 nr. 7 (Sterpolis/Amicon)

Verplichting tot voldoening van regresvordering door Ziekenfonds kan niet worden aangemerkt als wettelijke verplichting tot schadevergoeding. Strekking verhaalsrecht brengt evenwel mee dat art. 6:96 lid 2 sub b BW van overeenkomstige toepassing is. Kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid komen voor vergoeding in aanmerking, indien deze door benadeelde zelf zijn gemaakt. Zijn kosten gemaakt door verzekeraar, dan zijn kosten voor vergoeding vatbaar indien zij door benadeelde zouden zijn gemaakt.

HR 9.7.2004 NJ 2004 nr. 572, VR 2005 nr. 60

WAM-verzekeraar vergoedt schade werkgever terzake van doorbetaald loon aan werknemer die door verkeersongeval arbeidsongeschikt is geraakt, maar weigert buitengerechtelijke kosten te vergoeden. Analoge toepassing HR 26.9.2003 NJ 2003 nr. 645 (Sterpolis/Amicon). Strekking verhaalsrecht werkgever ex art. 6:107a BW brengt mee dat art. 6:96 lid 2 sub b BW van overeenkomstige toepassing is, zodat ook kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking komen indien en voorzover deze door werknemer zijn gemaakt of, zo deze zijn gemaakt door werkgever, zij onder deze bepaling zouden vallen indien zij door werknemer zouden zijn gemaakt.

HR 13.10.2006 NJ 2008 nrs. 527, 528 en 529 met noot Van Dam onder nr. 529

Collectieve actie jegens Verzekeringskamer, accountants en actuaris terzake van schade polishouders als gevolg van faillissement levensverzekeraar Vie d'Or. Redelijke uitleg art. 3:305a BW juncto art. 6:96 lid 2 sub b BW brengt mee dat indien in dergelijke procedure rechtspersoon verklaring voor recht vordert en uit toewijzing vordering volgt dat betrokkene aansprakelijk is voor schade van personen wier belangen worden behartigd, (redelijke) kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Kosten tuchtrechtelijke procedure kunnen niet als dergelijke kosten worden aangemerkt.

LJN BY5333

HR 8.1.2013 LJN BY5333, RvdW 2012 nr. 148

Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij in strafprocedure. Ex art. 51a lid 1 Wetboek van Strafvordering komt alleen die schade voor vergoeding in aanmerking die rechtstreeks is geleden door strafbare feit. Indien daarvan sprake is, komen ex art. 6:96 lid 2 sub b BW als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Door benadeelde partij gemaakte kosten voor onderzoek door extern bedrijfsrecherchebureau en in dit verband gemaakte personeelskosten dienen te worden vergoed.

ECLI:NL:HR:2013:2102

HR 20.12.2013 ECLI:NL:HR:2013:2102, NJ 2014 nr. 35

Man vordert schadevergoeding van UWV wegens onrechtmatige intrekking van AAW/WAO-uitkering waardoor hij vele jaren in bijstandbehoevende situatie heeft verkeerd. Degene die aansprakelijk is voor schadelijke gevolgen van door hem gepleegde onrechtmatige daad, is in beginsel binnen grenzen van art. 6:98 BW aansprakelijk voor alle schade die benadeelde heeft geleden. Ook redelijke kosten ter vaststelling van schade in zin van art. 6:96 lid 2 sub b BW kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Doordat immateriële schadevergoeding door Hof toewijsbaar is geacht, zijn gevorderde kosten van psychologisch onderzoek, die kunnen worden aangemerkt als kosten in zin van art. 6:96 lid 2 sub b BW en verder niet door UWV zijn weersproken, toewijsbaar. Anders dan Hof heeft overwogen, is voor toewijzing niet vereist dat kosten rechtstreeks gevolg zijn van onrechtmatig handelen van UWV.

ECLI:NL:HR:2015:586

HR 13.3.2015 ECLI:NL:HR:2015:586

Hof heeft vordering tot schadevergoeding naar aanleiding van afgebroken onderhandelingen, inclusief gevorderde buitengerechtelijke kosten afgewezen vanwege ontbreken van schade in vorm van gemiste winst. Voor buitengerechtelijke kosten is Hof van onjuiste rechtsopvatting uitgegaan.
Voor vergoeding van kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:96 lid 2 sub b BW is vereist dat:
a) condicio sine qua non-verband bestaat tussen aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis en kosten;
b) kosten in zodanig verband staan met die gebeurtenis dat zij, mede gezien aard van aansprakelijkheid en van schade, aan aansprakelijke persoon kunnen worden toegerekend;
c) het redelijk was om in verband met onderzoek naar mogelijke gevolgen van die gebeurtenis deskundige bijstand in te roepen; en
d) daartoe gemaakte kosten redelijk zijn.
Voor vergoeding is echter niet vereist dat uiteindelijk komt vast te staan dat schade is geleden (vgl. HR 11.7.2003 NJ 2005 nr. 50 met noot Vranken).

lagere rechters

Gerechtshof Amsterdam 20.9.2001 Prg 2002 nr. 5965 met noot Hendrikse

Arbeidsongeschiktheidsverzekeraar stelt bij onderzoek vast dat verzekerde fraudeert omdat hij zakelijke activiteiten verricht ondanks zijn gestelde arbeidsongeschiktheid. Verzekeraar stopt uitkeringen, vordert terugbetaling van hetgeen is uitgekeerd en vergoeding van onderzoekskosten. Vordering wordt toegewezen omdat het redelijk was kosten te maken en kosten voorts niet in onredelijke verhouding tot verrichte werkzaamheden staan.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3.10.2006 JA 2006 nr. 154

Uit onderzoek door werkgever blijkt van wangedrag werknemer. Onderzoekskosten zijn verhaalbaar op werknemer omdat maken daarvan in omstandigheden zonder meer redelijk was. Discrepantie tussen uiteindelijk toe te wijzen schade als gevolg van wangedrag en hoogte kosten brengt op zich niet mee dat kosten niet of tot lager bedrag toewijsbaar zijn (vgl. HR 11.7.2003 NJ 2005 nr. 50 met noot Vranken).