English

Jurisprudentie

Algemeen

HR 31.10.1997 NJ 1998 nr. 131

Eindarrest na beantwoording prejudiciële vragen door Benelux Gerechtshof 26.6.1996 NJ 1997 nr. 526 met noot Mendel. Vraag of WAM-verzekeraar buitengerechtelijke kosten van slachtoffer ook boven verzekerde som moet vergoeden, hangt af van nationale recht. Naar Nederlands recht moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. Verplichting van verzekeraar tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten staat los van verbintenis jegens verzekerde uit hoofde van verzekeringsovereenkomst.

HR 20.2.1998 NJ 1998 nr. 475

Ook in administratiefrechtelijke zaken geldt regel dat kosten van juridische bijstand van te vergoeden schade deel kunnen uitmaken. Rechtzoekende die voor toevoeging in aanmerking komt of over toevoeging beschikt, is niet gehouden van die mogelijkheid gebruik te maken. Ongebruikt laten van toevoeging betekent niet dat rechtsbijstand en daarmee samenhangende kosten niet meer als redelijk kunnen worden beschouwd. Dit strookt ook met art. 31 Wet op de Rechtsbijstand dat bepaalt dat kosten van rechtsbijstand niet op voet van die wet behoren te worden vergoed indien kosten op wederpartij kunnen worden verhaald.

HR 15.7.2007 NJ 2008 nr. 153 met noot Snijders

Vordering in kort geding tot verbod van hinder en veroordeling in buitengerechtelijke kosten. Bij toewijzing van geldvordering in kort geding is terughoudendheid op zijn plaats (HR 14.4.2000 NJ 2000 nr. 489 met noot Verkade, niet opgenomen). Als hoofdvordering voldoende spoedeisend is, is proceseconomie ermee gebaat dat in hetzelfde geding over daarmee nauw verwante nevenvordering als die ter zake van buitengerechtelijke kosten kan worden beslist. Als nevenvordering niet of onvoldoende wordt betwist en hoofdvordering voldoende spoedeisend is, mag in beginsel worden aangenomen dat ook toewijzing van nevenvordering geboden is.

HR 21.9.2007 NJ 2008 nr. 241 met noot Vranken, RAV 2007 nr. 47, VR 2008 nr. 45, JA 2007 nr. 175 met noot Wildeboer

Letselschadeslachtoffer erkent 50% eigen schuld, maar vordert vergoeding van alle buitengerechtelijke kosten. Indien schadevergoeding ex art. 6:101 BW wordt verminderd, worden buitengerechtelijke kosten in dezelfde mate verminderd, tenzij billijkheidscorrectie iets anders meebrengt. Dat buitengerechtelijke kosten op zichzelf redelijk zijn, brengt daarin geen verandering.

HR 10.6.2011 NJ 2011 nr. 271

Op 23 november 1991 vindt verkeersongeval plaats, waarvoor in 1998 in rechte schadevergoeding wordt gevorderd. Bij gevorderde buitengerechtelijke kosten gaat het om schade die voortspruit uit zelfde gebeurtenis (ongeval in 1991) als eerdere door benadeelde geleden (inkomens)schade. Nu ingevolge art. 73 Overgangswet Nieuw BW op eerdere schade oude recht van toepassing is, geldt dit ook voor buitengerechtelijke kosten en daarover verschuldigde wettelijke rente. Dat deze kosten pas na inwerkingtreding van huidige recht (1 januari 1992) zijn gemaakt, brengt niet mee dat op kosten en wettelijke rente huidige recht van toepassing is.

ECLI:NL:HR:2014:2797

HR 26.9.2014 ECLI:NL:HR:2014:2797

Benadeelde vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten die hij op basis van no-cure-no-pay-overeenkomst aan belangenbehartiger is verschuldigd. Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte komen ex art. 6:96 lid 2 sub b en c BW in aanmerking voor vergoeding door aansprakelijke partij, behoudens voor zover regels betreffende proceskosten van toepassing zijn (art. 6:96 lid 3 BW). Vraag in hoeverre door benadeelde gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking komen, dient aan hand van die maatstaf te worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van geval. Niet is beoogd kosten die op basis van no-cure-no-pay-overeenkomst zijn gemaakt uit te sluiten van vergoeding. Hof kon niet oordelen dat art. 6:96 lid 2 BW geen grondslag biedt voor op die basis berekende kosten. Het had in moeten gaan op door benadeelde gestelde omstandigheden van geval.

ECLI:NL:HR:2017:2366

HR 15.9.2017 ECLI:NL:HR:2017:2366

Makelaar handelt onrechtmatig bij totstandbrenging van koopovereenkomst tussen verkopers van percelen en koper door na te laten verkopers ervan op hoogte te stellen dat hij (indirect) was betrokken bij en financieel belang had in koper. Verkopers vorderen van makelaar vergoeding van volledige proceskosten gemaakt in procedure tegen koper over vernietiging van koopovereenkomst. Hof wijst vordering toe onder verwijzing naar maatstaf uit HR 6.4.2012 ECLI:NL:HR:2012:BV7828, NJ 2012 nr. 233 (Duka/Achmea). Hof heeft ten onrechte getoetst aan strikte maatstaf uit arrest Duka/Achmea. Deze maatstaf voor verhaal van volledige proceskosten strekt ter bescherming van procespartijen in geding waarop kostenvergoeding betrekking heeft en niet ter bescherming van derden zoals makelaar. Voor verhaal op derden gelden algemene regels van aansprakelijkheid en schadevergoeding, met name art. 6:98 BW en dubbele redelijkheidstoets van art. 6:96 lid 2 BW zijn van belang. Hof kon in licht van die algemene regels tot volledige proceskostenveroordeling komen. Schade van verkopers staat in zodanig verband met onrechtmatig gedrag van makelaar dat deze schade hem als gevolg daarvan kan worden toegerekend.

lagere rechters

Rechtbank Haarlem 23.7.2002 TvGR 2003 nr. 4

Gelaedeerde laat belangen behartigen door zowel advocaat als schade-expert. Substantieel deel werkzaamheden bestaat uit contacten tussen belangenbehartigers onderling. Nu groot deel werkzaamheden door een van hen had kunnen worden verricht, kunnen extra kosten niet ex art. 6:96 lid 2 BW op aansprakelijke partij worden verhaald.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5.8.2003 NJF 2003 nr. 39

Indien partij zelf tracht buiten rechte tot inning van vordering te komen en deze niet uitbesteedt aan anderen, komen kosten daarvan in beginsel voor vergoeding in aanmerking, maar dan dient toelichting te worden verschaft waarom deze kosten tot een schadepost hebben geleid en hoe het terzake gevorderde bedrag tot stand is gekomen. Vordering wordt in onderhavige geval als onvoldoende onderbouwd afgewezen.