English

Jurisprudentie

Medeschuld/hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 6:102 BW)

art. 6:102 BW


HR 13.1.1967 NJ 1967 nr. 60 met noot Scholten

Ongevallenwet 1921. Aanrijding tussen twee automobilisten waaraan beide partijen schuld hebben. Een van de automobilisten is werkgever, wiens verzekeraar schade uitkeert. Regres op eigen werkgever niet mogelijk. Regres op mededader daarom ook beperkt. Mededader kan beroep doen op medeschuld werkgever, hoewel een ander dan werkgever verhaalsvordering heeft ingesteld.

HR 20.5.1983 NJ 1984 nr. 649 met noot Mijnssen, VR 1984 nr. 7

Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Militairen. Aanrijding tussen twee automobilisten waaraan beide partijen schuld hebben. Een van de automobilisten is militair, wiens bedrijfsvereniging schade uitkeert. Regres op militair beperkt. Regres op mededader daarom ook beperkt. Mededader kan beroep doen op ontbreken van verhaal op militair.

HR 7.12.2001 NJ 2002 nr. 576 met noot Vranken

Huurder maakt jegens verhuurder aanspraak op schadevergoeding wegens beëindiging huurovereenkomst. Verhuurder voert aan dat hij ten gevolge van een nadien opgetreden brand huurovereenkomst toch zou hebben doen eindigen zodat huurder vanaf dat moment geen aanspraak op schadevergoeding meer heeft. Een na schadeveroorzakende gebeurtenis waarvoor iemand jegens benadeelde aansprakelijk is, ingetreden tweede gebeurtenis die dezelfde schade zou hebben veroorzaakt als schade niet reeds was ontstaan, doet niet af aan reeds bestaande verplichting van degene die voor eerste gebeurtenis aansprakelijk is, om schade te vergoeden. Dit geldt ook wanneer tweede schade is veroorzaakt door handeling van derde. Ook dan moet benadeelde overeenkomstig art. 6:102 BW veroorzaker van die eerste gebeurtenis kunnen aanspreken.

HR 18.12.2009 NJ 2012 nr. 614, JA 2010 nr. 81

Financiële afwikkeling tussen twee WAM-verzekeraars van twee in tijd na elkaar plaatsgevonden hebbende verkeersongevallen. Verzekeraars zijn tegenover slachtoffer ex art. 6:99 BW hoofdelijk aansprakelijk voor schade, die zowel gevolg kan zijn van eerste als van tweede ongeval en die tenminste van een van deze ongevallen gevolg is ('mengschade'). In interne verhouding tussen beide verzekeraars valt niet vast te stellen in welke mate gebeurtenis waarvoor zij aansprakelijk zijn tot ontstaan van gehele schade heeft bijgedragen. In zodanig geval bestaat, behoudens bijzondere – door tot bijdrage aangesproken partij te stellen en zo nodig te bewijzen – omstandigheden (zoals uiteenlopende ernst van gemaakte fouten), draagplicht voor gelijke delen.

HR 8.7.2011 NJ 2011 nr. 308

In akte van levering opgenomen verplichting voor kopers om bomen niet dan na nadere afspraak met verkoper te verwijderen komt niet hoofdelijk op beide kopers te rusten. Van hoofdelijke verbintenis is sprake als hoofdelijk verbonden schuldenaren zich tegenover schuldeiser hebben verbonden zelfde prestatie te verrichten. Ex art. 6:7 lid 2 BW bevrijdt nakoming door een van hen ook medeschuldenaren jegens schuldeiser Daaruit volgt dat verbintenis tot niet-doen geen hoofdelijke verbintenis in zin van art. 6:6 BW is. Omstandigheid dat ene schuldenaar zich overeenkomstig zijn verbintenis gedraagt jegens schuldeiser bevrijdt niet zijn medeschuldenaren.

HR 23.12.2011 NJ 2012 nr. 377 met noot Van Schilfgaarde

Bestuurders van kredietinstelling worden ontslagen na aanwijzingen van DNB en AFM, die door College van Beroep voor bedrijfsleven worden herroepen. Bestuurders zijn strafrechtelijk veroordeeld voor handelen met voorwetenschap. Zij vorderen schadevergoeding van DNB en AFM omdat gegeven aanwijzingen onrechtmatig waren. Als zich na schadeveroorzakende gebeurtenis waarvoor iemand jegens benadeelde aansprakelijk is latere gebeurtenis voordoet die dezelfde schade zou hebben veroorzaakt als die schade niet al was ontstaan, doet dat niet af aan reeds gevestigde aansprakelijkheid, tenzij het gaat om voortdurende schade en latere gebeurtenis voor risico van benadeelde komt (vgl. HR 7.12.2001 NJ 2002 nr. 576 met noot Vranken). Strafvonnissen moeten als dergelijke voor risico van bestuurders komende latere gebeurtenis worden aangemerkt, zodat DNB en AFM niet aansprakelijk zijn voor na strafvonnissen geleden schade. Oordeel Hof dat bestuurders 60% eigen schuld hebben aan daarvoor geleden schade is onbegrijpelijk. Zonder strafbare handelingen van bestuurders zou geen sprake van aanwijzingen en ontslag zijn geweest. Gelet hierop zijn aan DNB en AFM toe te rekenen omstandigheden die tot schade hebben bijgedragen te verwaarlozen ten opzichte van die welke aan bestuurders zijn toe te rekenen. Schade dient geheel voor rekening van bestuurders te blijven.

ECLI:NL:HR:2015:3637

HR 18.12.2015 ECLI:NL:HR:2015:3637

Weduwe schakelt advocatenmaatschap in voor verlijden notariële akte door Franse notaris. Verlijden van akte blijft uit en weduwe verbeurt dwangsommen, van welk bedrag zij betaling van haar advocaten vordert. Advocaat die zaak van weduwe heeft behandeld is ten tijde van dagvaarden reeds uitgetreden uit maatschap. Advocaten zijn tekortgeschoten in nakoming van overeenkomst van opdracht en worden in eerste aanleg hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. Advocatenmaatschap gaat in hoger beroep, gewezen maat niet. Maatschap wordt vanwege eigen schuld van weduwe tot lager bedrag veroordeeld. Door geen hoger beroep in te stellen is in eerste aanleg uitgesproken veroordeling ten opzichte van gewezen maat onherroepelijk geworden. Dit ontneemt aan andere hoofdelijk veroordeelde schuldenaren (maatschap) niet bevoegdheid of belang om omvang van hoofdelijke verbintenis in hun eigen relatie tot schuldeiser (weduwe) in hoger beroep te betwisten. Door Hof uitgesproken vernietiging van veroordeling in eerste aanleg omvat mede gelet op daaraan ten grondslag liggende overwegingen niet relatie tussen weduwe en gewezen maat. Hof is buiten grenzen van rechtsstrijd getreden door eigen schuld van weduwe aan te nemen, zodat vernietiging volgt.

ECLI:NL:HR:2017:694

HR 14.4.2017 ECLI:NL:HR:2017:694

Oostenrijks transportbedrijf heeft in Nederland schade veroorzaakt met oplegger. Diens rechtstreeks aangesproken verzekeraar heeft schade van benadeelde vergoed en neemt regres op in België gevestigde producent van oplegger. Bij koop van opleggers is tussen producent en transportbedrijf forumkeuzebeding ten gunste van Belgische rechter overeengekomen. Producent beroept zich op onbevoegdheid van Nederlandse rechter. Rechtsmacht mag niet worden bepaald op basis van enkel door eiser gekozen grondslag van vordering. Met strekking van art. 6 WAM strookt om WAM-verzekeraars ten opzichte van derden eenzelfde positie toe te kennen als die van schadeverzekeraars in algemeen. Voor zover schade betreft waarvoor zowel verzekerde als derde jegens benadeelde aansprakelijk is, brengt dit mee dat verzekeraar bij wijze van subrogatie alleen treedt in rechten van verzekerde jegens die derde (art. 7:962 BW) en niet (tevens) door subrogatie treedt in rechten van benadeelde jegens die derde (art. 6:12 jo. artt. 6:102 en 6:10 BW). Dit betekent dat verzekeraar slechts wordt gesubrogeerd in rechten van benadeelde tegen producent voor zover transportbedrijf deze rechten zou hebben verkregen en zou hebben kunnen uitoefenen indien transportbedrijf zelf aan benadeelde zou hebben betaald. In verhouding van verzekeraar tot producent heeft speciale verzekeraarssubrogratie van art. 7:962 BW voorrang op algemene regels van art. 6:10 en 6:12 BW. Producent kan forumkeuzebeding dan ook inroepen jegens verzekeraar.

lagere rechters

Gerechtshof Arnhem 25.3.2003 VR 2003 nr. 137

16-jarige bromfietser en 13-jarige fietser veroorzaken samen verkeersongeval waardoor derde letsel oploopt. Ziekenfonds van derde (dat ex art. 6:197 BW geen aanspraak heeft op ouders van 13-jarige fietser) spreekt WAM-verzekeraar van bromfietser aan voor 100%. Aan bestaan van hoofdelijke aansprakelijkheid van WAM-verzekeraar doet niet af dat WAM-verzekeraar op grond van art. 6:197 BW niet naar rato regres kan nemen op 13-jarige fietser.

Gerechtshof 's-Gravenhage 4.10.2006 Nieuwsbrief Personenschade december 2006

Overtreding vliegerverbod door 10-jarige als gevolg waarvan wandelaar door vlieger wordt geraakt. Moeder is ex art. 6:169 BW voor ongeval aansprakelijk hoewel zij tijdens ongeval thuis was; feitelijk toezichthouder aansprakelijk op grond van art. 6:162 BW. Interne aansprakelijkheidsverdeling: toezichthouder valt schuldverwijt te maken, terwijl moeder slechts risicoaansprakelijke is, maar vanwege billijkheidsfactoren wordt verdeling op 25% (moeder)/75% (toezichthouder) vastgesteld.

Rechtbank 's-Gravenhage 3.1.2007 NJF 2007 nr. 74, JA 2007 nr. 24

Bij werkzaamheden door Ballast Nedam wordt leiding Nuon beschadigd, waardoor grond Provincie verontreinigd wordt. Nuon saneert grond en spreekt Ballast Nedam aan voor saneringskosten. Ballast Nedam en Nuon zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens Provincie; Nuon is risicoaansprakelijk ex art. 6:174 BW en Ballast Nedam is schuldaansprakelijk ex art. 6:162 BW. Nuon kan geen causale bijdrage aan ontstaan schade worden toegerekend, waardoor in onderlinge verhouding Ballast Nedam gehele schade dient te dragen.