English

Jurisprudentie

Voordeelsverrekening

art. 6:100 BW


HR 29.9.2000 NJ 2001 nr. 105 met noot Bloembergen

Voor het op te betalen schadevergoeding in mindering brengen van aan schuldeiser toekomend voordeel is conditio sine qua non verband tussen dat voordeel en schadegebeurtenis vereist.

HR 1.2.2002 NJ 2002 nr. 122, VR 2002 nr. 131

Na ernstig verkeersongeval verblijft gewond geraakt echtpaar achtereenvolgens in verpleegtehuis en verzorgingstehuis. De vóór ongeval door echtpaar bewoonde flatwoning is in die periode aangehouden en niet verkocht of verhuurd. Geen grond om op omvang schadevergoeding die aansprakelijke partij moet betalen, een besparing voor echtpaar van geschatte huurwaarde van NLG 1.000,00 per maand in mindering te brengen. Van voordeelstoerekening kan slechts sprake zijn indien voordeel daadwerkelijk is genoten of naar redelijke verwachtingen daadwerkelijk genoten zal worden. Gewonde echtpaar heeft in werkelijkheid te dezer zake geen voordeel genoten.

HR 11.7.2008 NJ 2008 nr. 401, RAV 2008 nr. 91

Werknemer valt tijdens werk en loopt ernstig letsel op. Werkgever is aansprakelijk wegens schenden van zorgplicht. Ook is werkgever CAO-verplichting om ongevallenverzekering af te sluiten, niet nagekomen. Dat Hof hiermee verband houdende uitkering in mindering heeft gebracht op aan werknemer toegekende immateriële schadevergoeding, behoeft nadere motivering nu sprake is van sommenverzekering.

HR 10.7.2009 NJ 2011 nr. 43 met noot Hijma, RAV 2009 nr. 93

Opdrachtgever zegt duurovereenkomst voortijdig op. Wederpartij vordert schadevergoeding. Omvang schade moet worden vastgesteld door vergelijking tussen hypothetische situatie dat overeenkomst onberispelijk was nagekomen en feitelijke situatie waarin partij na ontbinding verkeert. Geen verrekening van door wederpartij gerealiseerde winst uit vervangende omzet; voor voordeelstoerekening is alleen plaats indien zelfde gebeurtenis voor benadeelde naast schade ook voordeel heeft opgeleverd. In casu is voordeel behaald door middels eigen inspanningen van wederpartij gesloten overeenkomsten met derden. Op schuldenaar die beroep op voordeelstoerekening doet, rusten in beginsel stelplicht en bewijslast.

HR 1.10.2010 NJ 2013 nr. 81 met noot Hartlief, JA 2010 nr. 155

Werkgever is aansprakelijk voor letselschade van werknemer. Vraag of uitkering uit onverplicht door werkgever gesloten ongevallenverzekering, waarvan premie is betaald door werkgever, als voordeel ex art. 6:100 BW op schadevergoeding in mindering strekt. Bij verrekening in geval van letselschade gelden volgende gezichtspunten:
a) in het algemeen alleen verrekening mogelijk als uitkering ertoe strekt dezelfde schade te vergoeden als die waarvoor partij die zich op voordeelstoerekening beroept aansprakelijk is;
b) als sprake is van uitkering uit schadeverzekering zal - als voldaan is aan a) - verrekening in beginsel op zijn plaats zijn;
c) bij uitkering uit door ander dan aansprakelijke persoon gesloten en betaalde sommenverzekering in het algemeen geen verrekening; indien rechter verrekening wel redelijk acht, dient hij te bezien of deze wordt beperkt met oog op betaalde premies;
d) als aansprakelijke persoon premie voor sommenverzekering betaalt, zeker als dit onverplicht is, kan dit aanleiding zijn voor verrekening; daarbij is mede van betekenis met welk oogmerk aansprakelijke persoon dit doet;
e) is aansprakelijkheid gedekt door verzekering, dan zal verrekening van uitkering uit sommenverzekering in het algemeen niet redelijk zijn;
f) voor verrekening is eerder aanleiding in geval van risicoaansprakelijkheid; ook kan rechter aan mate van verwijtbaarheid betekenis toekennen.

HR 29.4.2011 NJ 2013 nr. 40 met noot Vranken onder nr. 41

Afnemer die na eindigen van effectenlease-overeenkomsten met restschuld achterblijft, heeft met drie eerdere effectenlease-overeenkomsten winst behaald. Door Hof toegepaste voordeelstoerekening blijft in stand. Het gaat in feite om zodanig samenhangend geheel van telkens soortgelijke transacties in bepaalde periode waarbij Dexia telkens is tekortgeschoten in nakoming van haar bijzondere zorgplichten, dat zulks in verhouding tot dezelfde afnemer aangemerkt kan worden als 'zelfde gebeurtenis' in zin van art. 6:100 BW die zowel schade (bij verliesgevende transacties) als voordeel (bij winstgevende transacties) teweegbrengt. Dit brengt mee dat genoten voordelen, voor zover redelijk, mede in aanmerking behoren te worden genomen bij begroting van omvang schade.

ECLI:NL:HR:2016:1483

HR 8.7.2016 ECLI:NL:HR:2016:1483

Netbeheerder vordert van leverancier schadevergoeding in verband met voor geleverde installatie te hoge betaalde prijs. Leverancier voert doorberekeningsverweer, inhoudende dat omvang van recht netbeheerder op schadevergoeding als gevolg van inbreuk op mededingingsrecht is verminderd naar gelang benadeelde schade aan derden (afnemers) heeft doorberekend (in elektriciteitsprijs). Doorberekeningsverweer mag zowel worden beoordeeld als onderdeel van schadebegrip (door vermogensvergelijking) als vraag van voordeelstoerekening (art. 6:100 BW). Voor beroep op voordeelsverrekening is vereist dat tussen normschending en gestelde voordelen condicio sine qua non-verband bestaat, in die zin dat in omstandigheden van geval sprake is van voordeel dat zonder normschending niet zou zijn opgekomen. Voorts dient met inachtneming van in art. 6:98 BW besloten maatstaf redelijk te zijn dat die voordelen in rekening worden gebracht bij vaststelling van te vergoeden schade. Waar in eerdere uitspraken van Hoge Raad meer of andere eisen zijn gesteld aan "eenzelfde gebeurtenis" bij voordeelstoerekening met toepassing van art. 6:100 BW, komt Hoge Raad daarvan terug.

ECLI:NL:HR:2017:164

HR 3.2.2017 ECLI:NL:HR:2017:164

Particuliere belegger heeft meerdere effectenlease-overeenkomsten gesloten met (rechtsvoorgangers van) Dexia waarbij schade is geleden in vorm van betaalde termijnen en restschuld, maar ook voordeel is genoten. Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over in aanmerking nemen van voordelen uit effectenlease-overeenkomsten in schadebegroting. Hij zet in vijf stappen essentie uiteen hoe voordeelstoerekening (art. 6:100 BW) in dit soort zaken dient plaats te vinden. Toerekening van som van alle voordelen dient in eerste plaats te geschieden op nadeel bestaande in termijnen, in volgorde waarin nadeel is ontstaan, en daarna op eventuele restschuld. Aanspraak op wettelijke rente over gedeelte van termijnen en restschuld dat bij voordeelstoerekening wegvalt tegen voordelen, wordt geacht niet te zijn ontstaan. Indien zowel beroep op voordeelstoerekening als op eigen schuld (art. 6:101 BW) is gedaan, behoort eerst beroep op voordeelstoerekening te worden beoordeeld en daarna beroep op eigen schuld. Daarmee komt Hoge Raad terug van oordeel in HR 29.4.2011 ECLI:NL:HR:2011:BP4012, NJ 2013 nr. 40. Voor effectenlease-overeenkomsten waar bij aangaan ervan sprake was van 'onaanvaardbaar zware financiële last' hebben overwegingen ook betekenis. Voor vraag of bedrag van betalingsverplichting als schade in aanmerking moet worden genomen, is niet relevant of betalingsverplichting is voldaan door middel van betaling, verrekening of anderszins.

ECLI:NL:HR:2018:1027

HR 29.6.2018 ECLI:NL:HR:2018:1027

Tweede koper koopt en krijgt geleverd perceel, waarvan hij weet dat verkoper dit eerder aan eerste kopers had verkocht. Eerste kopers spreken tweede koper aan uit onrechtmatige daad. Tweede koper wenst door hem te betalen schadevergoeding te verrekenen met door eerste kopers van verkoper ontvangen contractuele boete. Bij beoordeling van beroep op voordeelstoerekening (art. 6:100 BW) gaat erom dat genoten voordelen, voor zover dat redelijk is, mede in aanmerking behoren te worden genomen bij vaststelling van te vergoeden schade. Daarvoor is allereerst vereist dat tussen normschending en voordelen condicio sine qua non-verband bestaat. Voorts dient met inachtneming van in art. 6:98 BW besloten maatstaf redelijk te zijn dat die voordelen in rekening worden gebracht bij vaststelling van te vergoeden schade (zie HR 8.7.2016 ECLI:NL:HR:2016:1483). Ook van derden ontvangen voordelen komen, indien aan uit maatstaf voortvloeiende eisen is voldaan, voor toerekening in aanmerking. Oordeel Hof dat geen rechtsgrond voor verrekening bestaat, kan geen stand houden.

lagere rechters

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12.12.2002 VR 2002 nr. 200

Geen voordeelstoerekening van periodieke uitkering krachtens arbeidsongeschiktheidsverzekering met schadevergoeding, nu bestaan van dergelijke sommenverzekering aangelegenheid is die pleger onrechtmatige daad niet aangaat.

Gerechtshof Arnhem 4.11.2008 JA 2009 nr. 71

Verkeersongeval waardoor directeur van aannemingsbedrijf hoge dwarslaesie oploopt. Discussie over schadeomvang. Periodieke uitkering uit levensverzekering dient te worden aangemerkt als vergoeding voor inkomensschade en dus is het redelijk deze in mindering te laten strekken op door aansprakelijke partij te betalen schadevergoeding, waarbij in het midden kan blijven of sprake is van schade- of sommenverzekering.