English

Jurisprudentie

Begroting van geleden en nog te lijden schade

artt. 6:97 en 6:105 BW


HR 1.7.1993 NJ 1995 nr. 43 met noot Brunner

Eigenaar van aantal als gevolg van bouwactiviteiten verzakte panden vordert schadevergoeding van gemeente in wier opdracht activiteiten hebben plaatsgevonden. Gemeente is bereid waardevermindering panden te vergoeden, maar eigenaar vordert herstelkosten die het drievoudige bedragen. Eigenaar zaak die wordt beschadigd, lijdt een nadeel gelijk aan waardevermindering die zaak heeft ondergaan. Indien herstel zaak mogelijk en verantwoord is, kan waardevermindering worden gelijkgesteld aan naar objectieve maatstaven berekende herstelkosten (vgl. HR 16.6.1961 NJ 1961 nr. 444 en HR 12.4.1985 NJ 1985 nr. 625 met noot Van der Grinten, beide niet opgenomen). Herstel onroerend goed kan ook verantwoord zijn indien daarmee gemoeide kosten bedrag van opgetreden waardevermindering overtreffen. Of zulks geval zal zijn, is afhankelijk van omstandigheden van geval waaronder functie zaak voor eigenaar, mogelijkheid om elders zaak te verwerven die voor wat betreft gebruiksmogelijkheden, ligging, prijs en andere relevante factoren als gelijkwaardig aan zaak in onbeschadigde toestand kan worden beschouwd, alsmede mate waarin kosten herstel waardevermindering overtreffen. Die omstandigheden kunnen meebrengen dat van getroffen eigenaar in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zijn aanspraak beperkt tot bedrag waardevermindering. In casu worden herstelkosten toegewezen.

HR 28.4.2000 NJ 2000 nr. 690 met noot Bloembergen

Schade door waardevermindering van woningen op grond die, naar later blijkt, verontreinigd is. Bij begroting schade mag rechter van die bijzondere situatie abstraheren. Als echter nadien waardevermindering ongedaan wordt gemaakt door van overheidswege uitgevoerde bodemsanering, hangt dat niet samen met individuele situatie woningeigenaar. Met het waardeherstel moet dan wel rekening worden gehouden om te voorkomen dat meer dan werkelijke schade wordt vergoed. Sanering in gegeven omstandigheden geen ongerechtvaardigde verrijking.

HR 18.1.2002 NJ 2002 nr. 168

Houder van tweetal kwekersrechten vordert schadevergoeding wegens inbreuk op die rechten. Hof heeft vordering terecht afgewezen omdat houder als gevolg van die inbreuk geen concrete schade heeft geleden. Rozen die in strijd met kwekersrechten zijn geoculeerd, zijn immers vernietigd. Bij bepaling van omvang schadevergoeding terzake van onrechtmatige daad als de onderhavige moet uitgegaan worden van vergelijking van situatie waarin benadeelde als gevolg van onrechtmatige daad verkeert met situatie waarin hij zonder onrechtmatige daad zou hebben verkeerd.

HR 26.4.2002 NJ 2004 nr. 210 met noot Hijma

Verkoper huis heeft zich tegen betaling jegens kopers van dat huis verbonden tot strikte nakoming van aannemingsovereenkomst ten behoeve van restauratie van dat huis. Aannemingsovereenkomst wordt niet nagekomen. Kopers hebben huis doorverkocht voor verkoopprijs die aanzienlijk hoger was dan bedrag dat zij er zelf voor hadden betaald. In dergelijk geval moet schade worden begroot op basis van vermogensvermindering die ten tijde van niet-nakoming is geleden ten opzichte van situatie waarin kopers zouden zijn geraakt bij behoorlijke nakoming verbintenis. Latere verkoop huis is omstandigheid waaraan in kader van vordering tot vervangende schadevergoeding als onderhavige geen betekenis toekomt.

HR 25.10.2002 NJ 2003 nr. 171 met noot Scheltema

Het staat feitenrechter vrij om, indien hij van oordeel is dat de schadeomvang niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, deze te schatten, maar ook ten aanzien van dergelijke schatting geldt grondbeginsel van behoorlijke rechtspleging dat elke rechterlijke beslissing ten minste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om beslissing controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Dit oordeel is herhaald in HR 13.7.2007 NJ 2007 nr. 407, JA 2007 nr. 154.

HR 11.7.2003 NJ 2003 nr. 603, VR 2004 nr. 101

Indien rechter onder oud recht inkomensschade begroot op gekapitaliseerd bedrag ineens terzake van toekomstige schade, wordt schade geacht te zijn geleden op peildatum berekening. Indien rechter schade begroot op peildatum die ligt op later tijdstip dan ongeval, wordt vordering rentedragend door aanzegging, ongeacht of die gedaan is voor of na peildatum. Indien rechter schade begroot op periodieke bedragen zal telkens na opeisbaar worden daarvan opnieuw rente moeten worden aangezegd.

HR 7.5.2004 NJ 2005 nr. 76 met noot Brunner

Door spel kinderen brandt landbouwschuur af. Eigenaar laat schuur niet herbouwen, maar vordert van ouders van kinderen wel herbouwkosten. Ook als gebouw volledig verloren is gegaan, heeft eigenaar aanspraak op herstelkosten. Onder omstandigheden kan zulk herstel ook verantwoord zijn indien kosten waardevermindering overtreffen (vgl. HR 1.7.1993 NJ 1995 nr. 43 met noot Brunner).

HR 18.2.2005 NJ 2005 nr. 216

Proceskostenveroordeling berust niet op door verliezer gepleegde onrechtmatige daad. Voeren procedure waarin men in ongelijk wordt gesteld, kan op zichzelf niet worden aangemerkt als onrechtmatige daad (vgl. HR 27.6.1997 NJ 1997 nr. 651, niet opgenomen). Buitengerechtelijke kosten kunnen ook worden gevorderd door degene die kosten heeft gemaakt om zich tegen vordering te verweren, mits gegrond op wanprestatie of onrechtmatige daad.

HR 27.6.2008 NJ 2010 nr. 83 met noot Hijma

Koper van pootaardappelen, tevens doorleverancier, vordert schadevergoeding van verkoper omdat aardappelen na poot onvoldoende kiemen, waardoor opbrengst tegenvalt. Bij bepaling omvang schadeplichtigheid verkoper is van belang in hoeverre koper jegens (afnemers van) zijn kopers schadeplichtig was en daadwerkelijk voor deze schade is opgekomen, alsmede of koper en zijn kopers jegens afnemers beroep toekomt op exoneratie in algemene voorwaarden.

HR 5.12.2008 NJ 2010 nr. 579, JA 2009 nr. 37 met noot Van Kooten

Koper van plezierjacht met gebreken vordert van verkoper schadevergoeding wegens missen onstoffelijk voordeel nu hij jacht periode niet heeft kunnen gebruiken en daarmee minder snel en ver heeft kunnen varen. In zo'n geval geldt bij begroting van geleden vermogensschade niet zonder meer als uitgangspunt dat waarde van gemiste voordeel totaal is van uitgaven die koper heeft gedaan om beoogde onstoffelijke voordeel te verkrijgen, zie HR 28.1.2005 NJ 2008 nr. 55 (niet opgenomen). Als gekochte zaak niet dadelijk onberispelijk functioneert, is afhankelijk van bijzondere omstandigheden van geval of uitgaven ter verkrijging van met die zaak beoogde onstoffelijke voordeel, voor vergoeding in aanmerking komen. In casu is verminderd genot van jacht zo gering dat daardoor geleden onstoffelijke schade niet voor vergoeding in aanmerking komt.

HR 23.4.2010 RAV 2010 nr. 73

Werkgever vordert schadevergoeding van pensioenverzekeraar die heeft geweigerd verplichting tot bijbetaling bij waardeoverdracht na te komen. Bedrag dat werkgever aan nieuwe verzekeraar heeft betaald is lager dan bedrag dat door oorspronkelijke verzekeraar als voorziening had moeten worden gevormd. Hof heeft schade vastgesteld op daadwerkelijk aan nieuwe verzekeraar betaalde bedrag, maar volgens werkgever bestaat schade naar objectieve maatstaven uit tekort in voorziening. Rechter heeft vrijheid bij begroten van schade. Werkgever kan niet meer schade vorderen dan op basis van werkelijk door hem geleden schade is gerechtvaardigd. Dat schadetoebrenger aldus ongerechtvaardigd voordeel zou verkrijgen, is in het algemeen niet juist.

HR 18.6.2010 RvdW 2010 nr. 771

Verhuurder vordert schadevergoeding van huurder wegens illegale onderverhuur van woning. Art. 6:104 BW, dat uitwerking is van art. 6:97 BW, geeft rechter discretionaire bevoegdheid om schade te begroten op door onrechtmatig handelen of wanprestatie genoten winst of gedeelte daarvan. Het is niet nodig dat concreet nadeel door benadeelde wordt aangetoond; voldoende is dat aanwezigheid van enige schade aannemelijk is. Deze wijze van schadebegroting heeft niet punitief karakter. Voor toewijzing gelden zelfde vereisten als voor schadevergoeding ex art. 6:162 of 6:74 BW. In het algemeen is niet vereist dat schadevergoeding ex art. 6:104 BW in reële verhouding staat tot daadwerkelijk geleden schade. Als behaald financieel voordeel vermoedelijke omvang van schade aanmerkelijk te boven gaat, dient rechter terughoudend te zijn bij begroting. Met onderverhuur behaald voordeel als schadevergoeding toegewezen.

HR 18.6.2010 RvdW 2010 nr. 772

Exploitant van telefoonnet vordert schadevergoeding van andere exploitant wegens onrechtmatige tariefdifferentiatie. Omvang schade kan niet worden vastgesteld, waarna deze ex art. 6:104 BW op gedeelte van behaald voordeel wordt begroot. Uitgangspunten uit HR 18.6.2010 RvdW 2010 nr. 771 worden herhaald. Winst in zin van art. 6:104 BW is ieder financieel voordeel dat schuldenaar door onrechtmatig handelen of tekortkoming heeft genoten. Daarbij moet worden uitgegaan van voordeel dat resteert na aftrek van kosten en lasten die aan verkrijgen daarvan verbonden zijn geweest (netto-voordeel). Of ook andere – indirecte – kosten worden afgetrokken, is ter beoordeling van rechter. Winst behoeft niet ten koste van benadeelde te zijn gemaakt.

HR 8.7.2011 NJ 2011 nr. 309

Als gevolg van onrechtmatig op aandelenpakket gelegd beslag verschuldigde schadevergoeding moet worden berekend door situatie waarin beslagene door beslaglegging daadwerkelijk verkeert te vergelijken met die waarin hij zou hebben verkeerd als beslag niet was gelegd en gehandhaafd. Voor berekenen van schade op voet van wettelijke rente over koopprijs van aandelen is, gezien uitzonderlijke aard van art. 6:119 BW, geen aanleiding.

HR 9.12.2011 NJ 2011 nr. 601

Man verkoopt onrechtmatig auto van vrouw aan derde. Hof heeft schadevergoedingsvordering van vrouw afgewezen; nu partijen niet eens waren over wijze van schadevaststelling, heeft vrouw onvoldoende gesteld om hoogte van schade te kunnen vaststellen. Hiermee heeft Hof te hoge eisen gesteld aan stelplicht omtrent schade. Vrouw hoefde slechts feiten te stellen waaruit kon worden afgeleid dat zij schade heeft geleden. Nu zij dat heeft gedaan, had Hof hetzij zaak naar rol moeten verwijzen voor uitlating over omvang schade, hetzij partijen naar schadestaatprocedure moeten verwijzen, hetzij omvang van schade op voet van art. 6:97 BW moeten schatten.

LJN BX0357

HR 26.10.2012 LJN BX0357, NJ 2013 nr. 219

Leasemaatschappij vordert van WAM-verzekeraar vergoeding van schade aan leaseauto. Schade is berekend volgens Audatax-systeem met gestandaardiseerde uurtarieven. Leasemaatschappij krijgt daarop van schadeherstelbedrijf korting van 15%. Verzekeraar wil korting in mindering brengen op schadevergoeding. Aard van schade rechtvaardigt dat rechter bij begroting van zaaksbeschadiging in beginsel abstraheert van omstandigheden die bijzondere situatie van benadeelde eigenaar betreffen. Terughoudendheid dient te worden betracht met aanvaarden van uitzonderingen op dit uitgangspunt. Door verzekeraar bepleite nuancering wordt van hand gewezen.

LJN BX9830

HR 11.1.2013 LJN BX9830, NJ 2013 nr. 48

Onder dreiging van tenuitvoerlegging van veroordelend vonnis verricht grondeigenaar werkzaamheden op perceel grasland. Vonnis wordt vernietigd. Grondeigenaar vordert vergoeding van kosten gemaakt om werkzaamheden uit te laten voeren en van kosten van herstel grond in oude toestand. Eerste post is grotendeel toewijsbaar, tweede voor klein deel. Werkzaamheden hebben waarde of exploitatiemogelijkheid van grond niet aangetast. Als vergelijking van huidige toestand met toestand zonder schadeveroorzakende gebeurtenis aan licht brengt dat nieuwe toestand voor eisende partij geen achteruitgang inhoudt ten opzichte van oude, en die partij geen rechtens te respecteren belang heeft bij herstel van oude toestand, kan rechter oordelen dat geen vermogensschade is geleden en vordering tot vergoeding van herstelkosten afwijzen. Omstandigheden die zich na lijden van schade voordoen, kunnen van belang zijn bij schadebegroting naar objectieve maatstaven en meebrengen dat van getroffen eigenaar in redelijkheid kan worden verlangd dat hij aanspraak beperkt.

LJN BY1071

HR 25.1.2013 LJN BY1071, NJ 2013 nr. 69, JA 2013 nr. 47 met noot Franke, RAV 2013 nr. 40

Na ontstaan van schimmelvorming in 1998 stelt gerberateler leverancier van ondeugdelijke ontsmettingsunit met succes aansprakelijk. In schadestaatprocedure vordert teler ook schade door tekortkoming aan unit in periode 1995-1998. In deze procedure kunnen slechts die schadeposten aan orde komen die zijn veroorzaakt door in bodemprocedure vastgestelde tekortkoming. Daarbij is blijkens art. 615 Rv onverschillig of schadeposten reeds in hoofdprocedure waren gesteld, zodat (behoudens in bepaling vermelde uitzondering) ook nieuwe posten in schadestaat opgenomen kunnen worden. In licht van partijdebat en rechterlijke uitspraken in hoofdprocedure is door Hof gemaakte onderscheid tussen tekortkomingen in 1995 en 1998 onbegrijpelijk. Gestelde schade over jaren 1995-1998 vloeit voort uit dezelfde tekortkoming als schade van 1998. Dit betekent dat instellen van hoofdprocedure verjaring van vordering ook heeft gestuit voor zover het schade over jaren 1995-1998 betreft. Deze vordering is dus niet verjaard.

LJN BY8096

HR 5.4.2013 LJN BY8096, RvdW 2013 nr. 537

Koper heeft loods gekocht, waarvan dak gebreken vertoonde. Hij vordert van aansprakelijke verkoper vergoeding van herstelkosten en kosten van huur van vervangende bedrijfsruimte. Huurschuld is grotendeels verrekend met schuld ter zake van geleverde goederen en is verder contant betaald. Op grond van overgelegde producties is bestaan van reële huurovereenkomst aangetoond en in verlengde daarvan moet worden aangenomen dat ook van reële huurschuld en dus van daadwerkelijke schade sprake is geweest. Verschuldigde huur komt voor vergoeding in aanmerking.

ECLI:NL:HR:2016:1276

HR 24.6.2016 ECLI:NL:HR:2016:1276

Bij brand zijn in naastgelegen loods opgeslagen landbouwmachines verloren gegaan. Eigenaar machines vordert niet door brandverzekeraar vergoede schade (eigen risico van verzekering) van bedrijf waar brand is ontstaan. Diens aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad wordt veronderstellenderwijs aangenomen. Bij beoordeling van schadeomvang in verhouding tussen eigenaar machines en naastgelegen bedrijf is Hof niet gebonden aan schadeomvang volgens verzekeringsovereenkomst, waarbij bedrijf geen partij is. Niet verkoopwaarde van goederen is bepalend bij begroting van schade, maar inkoopwaarde. Door verzekeraar is (op basis van verkoopwaarde) hoger bedrag uitgekeerd dan hier begroot, zodat er geen aan eigenaar machines te vergoeden schade resteert. Hof heeft niet onbegrijpelijk verzekeringsuitkering aangemerkt als strekkend tot vergoeding van door eigenaar machines geleden schade en deze daarop in mindering mogen brengen.

ECLI:NL:HR:2016:1309

HR 24.6.2016 ECLI:NL:HR:2016:1309

In hoofdprocedure is onrechtmatig handelen van Provincie jegens voetbalclub Vitesse aangenomen (zie HR 22.6.2010 NJ 2010 nr. 371). Hof had zaak al naar schadestaat verwezen. Vitesse vordert hierna in schadestaatprocedure schadevergoeding van Provincie, te begroten op voet van art. 6:97 en 6:104 BW. Naar oordeel Rechtbank en Hof bestaat tussen gevorderde schadeposten en onrechtmatig handelen van Provincie geen causaal verband. Aan begroting van schade op grond van art. 6:104 BW kan niet worden toegekomen. Voor toekenning van vergoeding van winstafdracht is geen plaats indien ten gevolge van onrechtmatige daad geen schade is geleden (HR 18.6.2010 RvdW 2010 nr. 771). Vordering terecht afgewezen.

ECLI:NL:HR:2017:208

HR 10.2.2017 ECLI:NL:HR:2017:208

Auto die op Aruba als taxi werd geëxploiteerd wordt na aanrijding total loss verklaard. Gemeenschappelijk Hof van Justitie stelt schade vast aan hand van door verzekeraar gehanteerde afschrijvingsmethode en verwijst daarbij naar HR 26.10.2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0357 (Reaal/Athlon). HR overweegt dat wanneer zaak geheel en al verloren gaat voor rechthebbende doordat herstel niet mogelijk is of economisch onverantwoord, deze door dit verlies nadeel in zijn vermogen lijdt gelijk aan waarde van zaak. Bij zaak van soort waarvoor voor publiek toegankelijke markt ontstaat, zal rechthebbende door dit verlies nadeel in zijn vermogen lijden dat in algemeen kan worden gesteld op waarde in economisch verkeer van zaak ten tijde van verlies (marktwaarde, vgl. HR 7.5.2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2786). Behoudens bijzondere door rechthebbende te stellen omstandigheden wordt daarmee recht gedaan aan uitgangspunt dat hij als benadeelde zoveel mogelijk in positie moet worden gebracht waarin hij zonder schadeveroorzakende gebeurtenis zou hebben verkeerd. Taxichauffeur kan aanspraak maken op vergoeding van marktwaarde van auto ten tijde van verlies. Hof heeft ten onrechte niet vastgesteld dat gehanteerde afschrijvingsmethode daartoe leidt. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:208

HR 10.2.2017 ECLI:NL:HR:2017:208

Verzekeraar hanteert voor vaststelling van schade bij total loss-verklaarde auto in Aruba algemeen gangbare afschrijvingsmethode. Eigenaar acht uitkering te laag en beroept zich op in Verenigde Staten uitgegeven catalogus. Uitgangspunt bij vaststelling van omvang van wettelijke verplichting tot schadevergoeding is dat benadeelde zoveel mogelijk in toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. Wanneer zaak verloren gaat doordat herstel niet mogelijk of niet economisch verantwoord is, is vermogensschade rechthebbende gelijk aan waarde van verloren gegane zaak. Als die zaak exemplaar is zonder eigen, individueel bepaalde kenmerken, van soort waarvoor voor publiek toegankelijke markt bestaat (zoals hier), zal rechthebbende door dit verlies nadeel in zijn vermogen lijden dat in algemeen kan worden gesteld op marktwaarde ten tijde van verlies. Hof heeft bij betwisting van afschrijvingsmethode niet vastgesteld dat eigenaar met deze methode marktwaarde vergoed krijgt. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:1053

HR 9.6.2017 ECLI:NL:HR:2017:1053

Koper handelt onrechtmatig door na levering van assurantieportefeuille koopprijs niet te betalen maar vennootschap leeg te halen, waardoor deze failliet gaat en schuldeiser met oninbare vordering achterblijft. Hof oordeelt dat causaal verband ontbreekt, maar baseert dit uitsluitend op hypothese dat onduidelijk was of vennootschap, bij achterwege blijven van onrechtmatige daad, voldoende winst zou hebben gemaakt om vordering van schuldeiser te voldoen. Voor dat oordeel is echter ook van belang in hoeverre schuldeiser verhaal had kunnen nemen op assurantieportefeuille, of, indien koopsom daarvan wel zou zijn voldaan, op koopsom. Door deze verhaalsmogelijkheid niet in beoordeling te betrekken kan arrest Hof niet in stand blijven.

ECLI:NL:HR:2017:3145

HR 15.12.2017 ECLI:NL:HR:2017:3145

Bij beschadiging van boom die niet noodzaakt tot vervanging komen kosten van maatregelen tot ondersteuning en bevordering van zelfherstel van boom en andere specifieke kosten die directe gevolg van beschadiging zijn, voor vergoeding in aanmerking. Vraag is of ander nadeel moet worden vergoed. Begroting hiervan kan niet op voet van HR 28.1.2005 ECLI:NL:HR:2005:AR6460, NJ 2008 nr. 55 worden gestoeld op uitgangspunt dat kosten die in verleden zijn gemaakt om genot van boom te verkrijgen en behouden, geacht moeten worden hun doel te hebben gemist. Uitgangspunt is dat rechter zoveel als redelijkerwijs mogelijk werkelijk te lijden schade begroot, ook als begroting ex art. 6:105 BW na afweging van goede en kwade kansen bij voorbaat geschiedt. Vaak zal onzekerheid bestaan over enerzijds ontwikkeling van zelfherstel van beschadigde boom en anderzijds ontwikkeling in hypothetische geval zonder beschadiging. In zodanige gevallen kan afweging van goede en kwade kansen op bezwaren stuiten die aan directe algehele begroting op basis van schatting in weg staan. Klachten tegen door Hof gehanteerde uitgangspunten voor vergoeding van schade slagen.

ECLI:NL:HR:2018:1435

HR 7.9.2018 ECLI:NL:HR:2018:1435

Koper van administratiekantoor vordert terugbetaling van teveel betaalde bedragen. Verkoper beroept zich onder meer op klachtplicht en verjaring van art. 7:23 BW. Hof oordeelt dat verkoper jegens koper toerekenbaar is tekortgeschoten in nakoming van overnameovereenkomst. Hof acht bestaan van schade kennelijk aannemelijk, maar kan omvang hiervan niet nauwkeurig vaststellen en wijst vorderingen af. Bij die stand van zaken had Hof echter omvang van schade, al dan niet na nadere instructie, op voet van art. 6:97 BW moeten schatten, dan wel partijen naar schadestaatprocedure moeten verwijzen, ook zonder dat dit uitdrukkelijk was gevorderd (vgl. HR 9.12.2011 ECLI:NL:HR:2011:BR5211). Vorderingen van koper zijn uitsluitend erop gegrond dat koopprijs en managementvergoeding onjuist zijn berekend alsmede dat koper na overname omzet is misgelopen door onjuist handelen van verkoper in jaar na overname en dat afboekingen op grond van overnameovereenkomst voor rekening van verkoper komen. Van non-conformiteit als bedoeld in art. 7:23 BW is daarmee geen sprake. Beroep op klachtplicht en verjaring is terecht verworpen.

ECLI:NL:HR:2019:96

HR 25.1.2019 ECLI:NL:HR:2019:96

 Eigenaren van pad stellen vorderingen in tegen eigenaar van aangrenzende percelen, ten behoeve waarvan erfdienstbaarheid van uitweg is gevestigd. Door in opdracht van buurman uitgevoerde werkzaamheden is schade aan pad ontstaan. Buurman had bezwaren tegen beslissing over bewijskracht van akte naar voren moeten brengen in hoger beroep tegen tussenvonnis-gedeelte van eerste deelvonnis, en niet in hoger beroep van tweede deelvonnis. Hof heeft begroting van te vergoeden schade voor herstel van pad doen steunen op feitelijke gegevens die het niet aan procesdossier heeft ontleend, maar uit eigen beweging op internet heeft gevonden. Door die gegevens aan beslissing ten grondslag te leggen zonder partijen gelegenheid te geven van die gegevens kennis te nemen en daarop desgewenst te reageren, heeft Hof gehandeld in strijd met beginsel van hoor en wederhoor (zie onder meer HR 9.9.2011 ECLI:NL:HR:2011:BR1654). Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2019:269

HR 22.2.2019 ECLI:NL:HR:2019:269

 Kopers van woning spreken makelaar aan voor onjuiste informatie over woonoppervlakte. Makelaar heeft onrechtmatig gehandeld door niet voor hem als verkopend NVM-makelaar geldende meetinstructie (NEN 2580) na te leven. Omvang van schade die kopers hebben geleden dient te worden bepaald door vergelijking van situatie waarin zij verkeren, met situatie waarin zij zouden hebben verkeerd wanneer onrechtmatige gedraging van makelaar achterwege zou zijn gebleven. Dat is situatie waarin makelaar zich wel aan NVM-meetinstructie zou hebben gehouden en verkoopinformatie woonoppervlakte van 124 m2 zou hebben vermeld. Oordeel Hof dat schade dient te worden bepaald door waardeverminderende aspect als gevolg van feit dat woning slecht woonoppervlakte van 124 m2 heeft in plaats van 150 m2 is onjuist. Na verwijzing zal rechter omvang van schade moeten bepalen op basis van hypothetische situatie dat kopers woning niet hadden gekocht bij vermelding van juiste aantal vierkante meters, gemeten op basis van NVM-meetinstructie. Van belang daarbij is dat rechter schade begroot op wijze die meest met aard ervan in overeenstemming is en dat omvang van schade wordt geschat als omvang niet nauwkeurig kan worden vastgesteld (art. 6:97 BW). Rechter heeft daarbij grote mate van vrijheid.

lagere rechters

Gerechtshof Arnhem 18.9.2001 NJ 2002 nr. 304

Stelsel van ingebrekestelling bij contractuele tekortkoming is gebaseerd op evenwichtige belangenafweging van debiteur en crediteur. In dit geval is ingebrekestelling ten onrechte achterwege gebleven. Daardoor is aan aansprakelijke persoon mogelijkheid ontnomen gebrek op eigen kosten te herstellen. Herstelkosten die leverancier/monteur zelf zou hebben gemaakt indien deze wel in gebreke zou zijn gesteld, komen voor vergoeding in aanmerking.

Gerechtshof Arnhem 30.11.2004 en 21.12.2004 Nieuwsbrief Personenschade januari 2005

Slachtoffer ongeval spreekt WAM-verzekeraar aan tot vergoeding schade verlies arbeidsvermogen en materiële schade, waaronder toekomstige schade. Rechter kan ex art. 6:105 lid 1 BW juncto art. 3:296 lid 2 BW reeds bij veroordeling vooraf voorwaarde stellen dat benadeelde recht heeft op aanvullende schadevergoeding indien een met name aangeduide kwade kans als gewijzigde wetgeving op gebied van sociale zekerheid, inclusief gezondheidszorg, zich realiseert.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7.3.2006 NJ 2008 nr. 56

Aan Dakarrally deelnemende motorrijder spreekt verhuurder motor aan tot schadevergoeding in verband met uitvallen door gebrek motor. Er is onvoldoende gesteld om aan te nemen dat motorrijder zonder gebrek rally niet uitgereden zou hebben. Schade bestaat onder meer uit vergeefs gemaakte kosten. Voor begroting hiervan is geschikte maatstaf aantal verreden kilometers ten opzichte van totale afstand. Nu rally ongeveer 10.000 km lang was en motorrijder 1.500 km heeft kunnen afleggen, moet op deze kosten 15% verrekend worden (welk deel voor rekening motorrijder blijft). Dit geldt niet voor kosten die gevolg zijn van voortijdig afbreken rally. Beide kosten kunnen ex art. 6:98 BW aan verhuurder worden toegerekend. Vervolg van HR 28.1.2005 NJ 2008 nr. 55 met noot Hijma.

Rechtbank 's-Hertogenbosch 11.10.2006 JA 2006 nr. 155

Slachtoffer vordert dat bij toe te kennen schade wegens verlies van arbeidsvermogen voorbehoud wordt gemaakt voor voortbestaan WAO-uitkering. Die vordering wordt afgewezen omdat slachtoffer ervoor heeft gekozen bedrag ineens te vorderen. Daarin zijn goede en kwade kansen reeds verdisconteerd, zodat het niet juist is voorbehoud te maken terzake van voor benadeelde mogelijke kwade kans.

Rechtbank Arnhem 19.12.2007 NJF 2008 nr. 70

Door leasemaatschappij bij schadeherstelbedrijf bedongen korting op herstelkosten leaseauto behoeft niet in mindering te worden gebracht op door aansprakelijke WAM-verzekeraar te vergoeden schade. Volgens vaste rechtspraak (HR 7.5.2004 NJ 2005 nr. 76 met noot Brunner en HR 16.6.1961 NJ 1961 nr. 444, niet opgenomen) is bij abstracte schadeberekening (ex art. 6:97 BW) niet vermindering vermogen van gelaedeerde uitgangspunt, maar waardevermindering van zaak zelf. Persoonlijke omstandigheden zoals bedongen korting behoren geen invloed op abstracte schadeberekening te hebben. Verzekeraar moet volledige herstelkosten vergoeden.