English

Jurisprudentie

Algemeen

HR 11.7.2003 NJ 2005 nr. 103 met noot Du Perron

Zoals voortvloeit uit HR 26.6.1998 NJ 1998 nr. 660 met noot Van Zeben, niet opgenomen, rust op bank die van haar particuliere cliënten opdrachten tot uitvoeren van optietransacties ontvangt, als professionele en op dit terrein bij uitstek deskundig te achten dienstverlener een bijzondere zorgplicht. Die zorgplicht dient er toe cliënt te beschermen tegen gevaar van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Deskundigheid bij cliënt op gebied van optiehandel kan van invloed zijn op omvang zorgplicht bank. Niet voldoende daarvoor is dat cliënt enkel maar bekend is met risico's van optiehandel.

HR 23.12.2005 NJ 2006 nr. 289 met noot Mok

Bank opent bankrekening op naam van B.V. in oprichting. Directeur daarvan sluit met 40 beleggers adviseringsovereenkomst, waarvoor zij grote bedragen overmaken naar die rekening. Groot deel van dit geld is verloren gegaan. Beleggers, inmiddels verenigd in Stichting, spreken bank aan tot schadevergoeding omdat B.V. niet beschikte over vereiste vergunning. Bank heeft bijzondere zorgplicht. Toen bank zich realiseerde dat activiteiten B.V. mogelijk in strijd waren met Wet Toezicht Effectenverkeer heeft bank ten onrechte nagelaten daarnaar onderzoek te doen. Zorgplicht bank gaat evenwel niet zover dat zij beleggers toen had moeten waarschuwen.

HR 27.11.2009 RvdW 2009 nr. 1403

In collectieve actie vordert Vereniging van Effectenbezitters (VEB) verklaring voor recht dat World Online (WOL) en banken die betrokken waren bij beursintroductie WOL onrechtmatig hebben gehandeld jegens beleggers door in periode rond beursintroductie onjuiste of onvolledige informatie te geven of anderszins misleidend te handelen. Prospectus is op aantal punten misleidend. Daarnaast is WOL aansprakelijk voor mededelingen buiten prospectus.

HR 4.12.2009 NJ 2010 nr. 67 met noot Mok

In perioden van tekorten zijn in opdracht van cliënt, met wie bank adviesrelatie had, door bank aandelentransacties verricht waarop cliënt grote verliezen heeft geleden. Cliënt verwijt bank zorgplicht van art. 28 leden 2-4 Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 (margin- en kredietbewakingsplicht) te hebben geschonden. Hoewel cliënt in betreffende perioden grote verliezen heeft geleden, heeft hij per saldo positief beleggingsresultaat behaald. In art. 28 leden 2-4 NR besloten normen strekken wel tot bescherming van cliënt tegen relatief te grote financiële risico's, maar niet tot zo selectieve bescherming tegen elk (koers)verlies dat belegger op transactie lijdt. Bank is niet schadeplichtig.

HR 10.9.2010 NJ 2010 nr. 486

Stichting en echtpaar sluiten vermogensbeheerovereenkomsten met bank. Doel is vermogensgroei voor lange termijn, waarbij in risicoprofiel ruimte is voor tussentijdse waardeschommelingen. Echtpaar en stichting stellen dat beleggingen volgens stramien weergegeven in overeenkomsten (80-100% in aandelen) niet stroken met conservatief en behoudend beleggingsbeleid. Geen sprake van ervaringsregel of feit van algemene bekendheid dat volledige of overwegende belegging van vermogen in aandelen niet in overeenstemming is met zo'n beleid, als groot gedeelte van aandelen bestaat uit ICT-waarden. Antwoord op vraag welke 'asset allocation' strijdig is met overeengekomen beleggingsbeleid is afhankelijk van tal van factoren (als beschreven in conclusie A-G), voor beoordeling waarvan in cassatie geen plaats is. Vordering jegens bank afgewezen.

HR 24.12.2010 NJ 2011 nr. 251 met noot Tjong Tjin Tai

Cliënt houdt bank als zijn vermogensbeheerder aansprakelijk voor schade door koersdaling van aandelen. Op vermogensbeheerder rust naar aard van gesloten beheerovereenkomst bijzondere, op eisen van redelijkheid en billijkheid gebaseerde, zorgplicht. Deze kan meebrengen dat hij cliënt uitdrukkelijk en in niet voor misverstand vatbare bewoordingen dient te waarschuwen voor risico's die hij loopt met betrekking tot samenstelling van aandelenportefeuille. Dat cliënt eigenzinnig is en persoonlijk betrokken is bij onderneming waarin naar objectieve maatstaven onwenselijk groot gedeelte van vermogen is belegd, doet hier niet aan af. Bij beantwoording van vraag of waarschuwingsplicht in concreet geval echt bestaat en hoever deze strekt, dienen alle terzake doende omstandigheden van geval, waaronder mate van deskundigheid en relevante ervaring van cliënt, te worden meegewogen. Nu Hof dit heeft verzuimd, is door Hof aangenomen waarschuwingsplicht onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd. Ook kon Hof niet met toepassing van regel uit arrest Nefalit/Karamus (HR 31.3.2006 NJ 2011 nr. 250 met noot Tjong Tjin Tai) causaal verband aannemen.

HR 8.4.2011 NJ 2012 nr. 361 met noot Van Solinge

Particuliere beleggers hebben als stille vennoten vermogen in commanditaire vennootschappen ingebracht om dit door stichting als beherend vennoot te laten beleggen en beheren. Stichting gaat failliet en beleggers zien slechts deel van geld terug. Zij stellen banken waar stichting en commanditaire vennootschappen (effecten)rekeningen hadden en toezichthouder AFM aansprakelijk voor schade. Optreden van stichting en commanditaire vennootschappen valt niet onder financiële toezichtswetgeving. Bij commanditaire vennootschappen die beleggingsactiviteiten verrichten met eigen, door stille vennoten ingebrachte, vermogen is geen sprake van vermogensbeheer en effectenbemiddeling in zin van Wet toezicht effectenverkeer 1995. Bij gebreke van vergunningplicht kan niet met overtreding van art. 7 lid 1 Wte 1995 verband houdende bijzondere zorgplicht voor banken worden aangenomen. Vorderingen worden afgewezen.

HR 8.7.2011 RvdW 2011 nr. 847, RAV 2011 nr. 97

Prijs van op beurs geïntroduceerd aandeel zakt kort na eerste handelsdag in. Stichting vordert in kader van collectieve actie (art. 3:305a BW) namens partijen die na emissie aandelen hebben gekocht schadevergoeding van bij emissie betrokken bank en Euronext. Emissieadvertentie en prospectus zouden misleidend zijn, omdat geen sprake bleek te zijn van gelijktijdige notering aan AEX en Nasdaq en niet werd vermeld dat bank deel van aandelen achterhield ('free retention'). Vorderingen worden afgewezen. Hof heeft kunnen oordelen dat door bank op markt brengen van achtergehouden aandelen tegen hogere koers (in plaats van deze tegen uitgiftekoers aan inschrijvers toe te wijzen) niet onrechtmatig is. Stichting heeft onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat bank zich aan koersmanipulatie schuldig heeft gemaakt, zodat daarop betrekking hebbend bewijsaanbod kon worden gepasseerd.

HR 3.2.2012 NJ 2012 nr. 95

Cliënt lijdt fors verlies op effectenportefeuille als gevolg van door bank voor rekening en risico van cliënt uitgevoerde risicovolle transacties. Cliënt spreekt bank hiervoor aan. Bijzondere zorgplicht van bank jegens particuliere belegger brengt mee dat bank vooraf financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van cliënt behoorlijk moet onderzoeken en hem dient te waarschuwen voor bijzondere risico's van handel in opties en futures en feit dat voorgenomen beleggingsstrategie niet bij cliënt past. Door cliënt verklaring te laten tekenen dat hij zich van risico's ten volle bewust is en met enkele advies zich niet in betrokken handel te begeven heeft bank niet aan waarschuwingsplicht voldaan. Dat cliënt eerder in opties en futures had belegd met groot verlies en dus bekend was met risico's doet daar niet aan af. Causaal verband tussen schending zorgplicht door bank en schade van cliënt is voldoende aannemelijk. Door Hof vastgesteld schadebedrag is echter onvoldoende gemotiveerd, zodat vernietiging volgt.

HR 20.4.2012 RvdW 2012 nr. 619, RAV 2012 nr. 71

In kader van convenant en daarbij behorende financieringsregeling leent bank groot bedrag aan middellijk bestuurder van in financiële problemen verkerende vennootschappen in privé, welk bedrag gebruikt dient te worden om tekorten bij vennootschappen aan te vullen. Nadat bank kredietruimte verlaagt, failleren aantal vennootschappen. Bank vordert van bestuurder privé betaling van geleend bedrag. In reconventie vordert bestuurder van bank schadevergoeding. Nu bank convenant niet heeft nageleefd en niet tot inperking van krediet en niet-uitvoering van betalingsopdrachten mocht overgaan, is bank tekortgeschoten en schadeplichtig. Ook is in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat bank geleend bedrag van bestuurder privé kan terugvorderen. Vordering bank wordt vanwege eigen schuld bestuurder aan kredietstop voor 30% toegewezen.

LJN BY4440

HR 8.2.2013 LJN BY4440, NJ 2013 nr. 105, RAV 2013 nr. 41

Cliënt spreekt bank aan voor verliezen op effectenportefeuille omdat bank te risicovol beleggingsbeleid heeft gevoerd. Volgens Hof is niet komen vast te staan dat bank bij aangaan van vermogensbeheerovereenkomst dan wel tijdens looptijd daarvan, wist of heeft moeten weten dat vermogen van cliënt (pre)pensioenbestemming had. Hof had niet voorbij mogen gaan aan stellingen dat (i) cliënt vermogensgroei op lange termijn beoogde, waarbij jaarlijks bedrag kon worden onttrokken zonder in te teren op vermogen, (ii) risicobereidheid van cliënt beperkt was en hij zich vanwege zijn beleggingsdoelstelling ook geen grote risico's kon veroorloven en (iii) bank van deze feiten op hoogte was. Deze stellingen kunnen verwijt dat bank is tekortgeschoten zelfstandig dragen. Hof had moeten nagaan of bank tevoren naar behoren financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van cliënt heeft onderzocht (zoals 'ken-uw-cliënt-beginsel' van art. 28 lid 1 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 voorschrijft). Ten overvloede merkt Hoge Raad op dat effecteninstelling die opdracht krijgt tot overboeking van effectenportefeuille deze opdracht met bekwame spoed dient uit te voeren, tenzij opdracht anders inhoudt of meebrengt, dan wel sprake is van bijzondere omstandigheden.

LJN BY6313

HR 8.2.2013 LJN BY6313, NJ 2013 nr. 104

Bank voert voor cliënt die beleggingsadviseur is beleggingstransacties uit op basis van 'execution only' en bevoorschot portefeuille. Er ontstaat dekkingstekort waarover partijen afspraken maken. Cliënt ondertekent vrijwaringsverklaring. Cliënt vordert schadevergoeding van bank, die op basis van vrijwaringsverklaring wordt afgewezen. Klacht dat verklaring nietig is, faalt. Van bescherming die art. 28 leden 3 en 4 NR 1999 hem biedt, kan cliënt weliswaar geen afstand doen – effecteninstelling zal verplichting van die bepalingen moeten naleven zelfs indien dat tegen wens van cliënt ingaat - maar hij kan wel afstand doen van vorderingen die voor hem voortvloeien uit feit dat die voorschriften in verleden jegens hem niet zijn nageleefd. Afstand die vrijwaringsverklaring bevat voor claims die betrekking hebben op verleden, is dan ook niet in strijd met genoemde bepaling.

LJN BY8651

HR 12.4.2013 LJN BY8651, NJ 2013 nr. 390 met noot Tjong Tjin Tai

Echtpaar heeft aan bank drie hypotheekrechten op woning verleend en man heeft zich jegens bank borg gesteld voor door hem bestuurde vennootschappen. Als deze failliet gaan en zekerheden door bank worden uitgewonnen, resteert privéschuld van echtpaar. Aangesproken tot betaling voert echtpaar verweer dat bank (jegens vrouw) is tekortgeschoten in zorgplicht bij totstandkoming van borgtocht en derde hypotheek. Hof verwerpt dit. Zorgplicht van schuldeiser jegens borg strekt zich in beginsel niet uit tot echtgenoot die ex art. 1:88 BW toestemming dient te geven voor borgtocht. Echtpaar voert aan (i) dat vrouw (privé) vaste klant was en tussen haar en bank contractuele relatie bestond waaruit voor bank zorgplicht jegens haar voortvloeide, ook met betrekking tot borgtocht, (ii) dat bank wist dat vrouw privévermogen had, (iii) wist en overzag dat door borgstelling en hypotheek dit privévermogen mogelijk zou (moeten) worden aangesproken voor gemeenschappelijke schulden van echtpaar en (iv) dat vrouw dit voor haar ernstige gevolg niet heeft voorzien. Hof is ten onrechte aan deze stellingen voorbij gegaan. Indien juist, kunnen deze meebrengen dat bank bij aangaan van borgstelling en derde hypotheek vrouw diende te waarschuwen voor risico dat haar privévermogen daardoor liep. Tekortschieten in waarschuwingsplicht kan meebrengen dat bank door werking van art. 6:248 lid 2 BW wordt beperkt in mogelijkheid tot verhaal op vermogen van vrouw voor gemeenschappelijke schulden.

ECLI:NL:HR:2013:1131

HR 8.11.2013 ECLI:NL:HR:2013:1131, RvdW 2013 nr. 1338

Cliënt vordert van bank schadevergoeding ter zake van geleden verliezen met beleggen in bepaalde aandelen. Overeenkomst tussen partijen heeft kenmerken van adviesrelatie. Cliënt stelt dat is afgesproken dat bank aandelen zelfstandig zonder tussenkomst van cliënt diende te verkopen bij koersverschil van meer dan EUR 0,50. Volgens Hof is deze afspraak niet komen vast te staan. Evenmin kan worden geconcludeerd dat bank in advisering en zorgplicht is tekortgeschoten. Cliënt is zelf verantwoordelijk voor gevolgen van beslissing om in die bepaalde aandelen te beleggen. In cassatie wordt betoogd dat stelplicht en bewijslast ten aanzien van bestaan verkoopafspraak niet op cliënt rust maar op bank omdat bank gemaakte afspraken en beleggingsdoel, risicoprofiel en beleggingshorizon niet schriftelijk heeft vastgelegd. Betoog faalt; cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO verworpen.

ECLI:NL:HR:2015:2191

HR 14.8.2015 ECLI:NL:HR:2015:2191, RvdW 2015 nr. 938, JA 2015 nr. 126 met noot Van Dorsser

Particuliere belegger vordert schadevergoeding van bank vanwege niet tijdig uitvoeren van 'stop loss order' waardoor belegger aandelen later tegen veel lagere koers heeft verkocht.
Volgens vaste rechtspraak rust op bank als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener bijzondere zorgplicht bij beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers (HR 8.2.2013 NJ 2014 nr. 497). Omvang van zorgplicht is afhankelijk van omstandigheden van geval (HR 9.1.1998 NJ 1999 nr. 285). Bank had zich belangen van belegger in beginsel in die zin moeten blijven aantrekken dat zij hem, nadat belegger ermee had ingestemd dat bank order niet had uitgevoerd, uitdrukkelijk risico's moest voorhouden die waren verbonden aan aanhouden van aandelen en bij hem moest informeren of hij nieuwe opdracht wilde geven. Hof heeft ten onrechte volstaan met overweging dat op grond van adviesrelatie belegger verantwoordelijk was voor aan- en verkoopbeslissingen en dat gevolgen van niet-verkopen van aandelen daarmee voor zijn eigen rekening dienden te blijven. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2016:543

HR 1.4.2016 ECLI:NL:HR:2016:543

Zakenman sluit met bank als schuldeiser overeenkomst van borgtocht, waarin hij zich borg stelt voor bevriende schuldenaar die (in eerste aanleg) al failliet is verklaard. Als hoger beroep in faillissementszaak wordt geroyeerd, roept zakenman vernietiging van borgtocht in wegens dwaling. Dwaling bestaat erin dat hij zich te positieve voorstelling van zaken maakte over financiële positie van schuldenaar. Gemeenschappelijk Hof van Justitie laat dwaling ten onrechte dan wel onvoldoende gemotiveerd voor rekening van borg blijven. Professionele kredietverstrekker heeft bijzondere zorgplicht jegens particuliere borg, die ertoe strekt te verzekeren dat laatstgenoemde zich bewust is van risico's die hij aangaat door zich borg te stellen voor schuld van derde. Invulling van zorgplicht hangt af van omstandigheden van geval. Daartoe behoort aard van relatie tussen beoogde borg en schuldenaar (HR 1.6.1990 NJ 1991 nr. 759). Particuliere borg behoeft bescherming tegen eigen ondoordachtheid bij aangaan van overeenkomst van borgtocht. Bekendheid met faillietverklaring van schuldenaar en vermelding daarvan in akte van borgtocht maakt niet dat borg in voldoende mate was gewaarschuwd voor risico's van borgtocht. Overeenkomst van borgtocht kan wegens dwaling vernietigbaar zijn.

ECLI:NL:HR:2017:632

HR 7.4.2017 ECLI:NL:HR:2017:632

Curaçaos advocatenkantoor heeft cheque ontvangen en biedt deze aan aan bank met verzoek dit bedrag op derdengeldenrekening bij te schrijven. Op relatie tussen advocatenkantoor en bank zijn algemene voorwaarden van toepassing, op grond waarvan bijschrijving plaatsvindt onder voorbehoud dat bank bedrag van cheque daadwerkelijk zal ontvangen. Cheque blijkt echter vals, waarna bank bijgeschreven bedrag terugvordert. Advocatenkantoor stelt dat bank zorgplicht heeft geschonden en dat beroep op algemene voorwaarde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Omvang zorgplicht bank is afhankelijk van omstandigheden van geval. Nu cheque normale veiligheidskenmerk vertoonde en advocatenkantoor zich op commerciële praktijk richt waarvan verwacht mag worden dat het bedacht is op oplichting en fraude, en bank niet hoefde te twijfelen aan kennis en oordeel van commerciële advocaat omtrent risico's overboeking, is oordeel Hof dat bank aan zorgplicht heeft voldaan juist. Wel is Hof ten onrechte niet ingegaan op essentiële stelling en bewijsaanbod van advocatenkantoor. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:1107

HR 16.6.2017 ECLI:NL:HR:2017:1107

Stichting stelt namens gedupeerde consumenten SNS Bank aansprakelijk voor schade door overkreditering. In periode waarin hypothecaire geldleningen werden verstrekt (1999-2003) bestond nog geen specifieke regelgeving ter voorkoming van overkreditering. Bijzondere zorgplicht van bank bracht echter, ook toen, mee dat zij voorafgaand aan sluiten van overeenkomst tot hypothecair krediet met consument inlichtingen diende in te winnen over diens inkomens- en vermogenspositie. Bank diende consument over resultaten van haar onderzoek te informeren en indien kredietverstrekking mogelijk niet verantwoord was, consument daarop te wijzen en hem voor daaraan verbonden risico te waarschuwen. Zorgplicht in bewuste periode strekte echter in beginsel niet zover dat bank verstrekken van hypothecair krediet behoorde te weigeren, als consument na adequaat te zijn voorgelicht of gewaarschuwd, ervoor koos hypothecaire lening toch aan te gaan. Oordeel Hof dat SNS Bank niet heeft voldaan aan zorgplicht, inhoudende om op voldoende inzichtelijke wijze te toetsen of geoffreerde hypothecaire geldleningen verantwoord waren, houdt stand. Hof had beoordeling van overkreditering naar destijds geldende normen echter niet naar schadestaatprocedure mogen verwijzen. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:3055

HR 1.12.2017 ECLI:NL:HR:2017:3055

Bank sluit voor twee vennootschappen en natuurlijk persoon, die deel uitmaken van groep die zich bezighoudt met ontwikkeling en exploitatie van onroerend goed renteswaps af. Zorgplichten van bank worden mede ingekleurd door verplichtingen die uit Wft en aanverwante regelgeving voortvloeien. Hof concludeert dat niet kan worden gezegd dat renteswaps ongeschikt product vormden tegen (eventueel) stijgende variabele rente en dat geen sprake is van schending zorgplicht (gelet op onder meer door afnemers gestelde overhedge en mismatch). Bank heeft cliënt via controller van haar groep voldoende geïnformeerd. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 lid 1 RO. A-G gaat in op discussie of bijzondere zorgplicht van bank beperkt is tot particuliere cliënten. Volgens A-G is die discussie deels kwestie van etikettering. Gaat om inhoud van zorgplicht en vraag waartoe financiële dienstverlener in omstandigheden van geval gehouden is.

lagere rechters

Gerechtshof Amsterdam 29.3.2007 NJF 2007 nr. 347

Rekeninghoudster stopt na pintransactie bankpas in niet afgesloten broekzak, merkt drie dagen later dat zij pas kwijt is, dat intussen door derde(n) ruim EUR 13.000,00 van haar rekening is opgenomen en stelt bank aansprakelijk. Contractueel overeengekomen geheimhoudingsplicht terzake pincode levert voor pashouder inspanningsverplichting op. Enkele feit dat derde die zich bij pinnen in nabijheid pashouder bevindt, erin slaagt pincode te ontfutselen, levert geen schending van die verplichting op. Daarvoor is vereist dat pashouder gelegenheid heeft geboden mee te kijken, waarvan niet is gebleken. Dat rekeninghoudster pas in niet afgesloten broekzak heeft gestopt en er daarna drie dagen niet naar heeft omgekeken, is wel grof nalatig en levert schending zorgvuldigheidsverplichting op. Pashouder heeft zich ten onrechte niet op redelijkerwijs kortst mogelijke termijn van bezit pinpas vergewist en deze op veiliger plaats opgeborgen. Bank aansprakelijk voor schade door opnamen binnen termijn waarop houdster ontvreemding had moeten ontdekken.

Gerechtshof Amsterdam 24.5.2007 NJ 2009 nr. 87

Belegger houdt Dexia aansprakelijk vanwege niet-opmaken cliëntenprofiel en achterwege laten van waarschuwing voor aan zijn beleggingen verbonden risico's. Vordering afgewezen vanwege ontbreken causaal verband. Gelet op ervaring en opleidingsniveau van belegger en omstandigheid dat sprake was van advies-relatie, is onaannemelijk dat hij op andere wijze zou hebben belegd dan feitelijk is geschied. Volgens afspraak hield belegger voorts verantwoordelijkheid voor beleggingen. Cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO verworpen in HR 31.10.2008 RvdW 2009 nr. 700.

Rechtbank Amsterdam 26.3.2008 JA 2008 nr. 159

Klant heeft met bank beleggings-adviesrelatie én execution-only relatie. Bij laatste geldt beperktere zorgplicht dan bij eerste. In beide gevallen moet cliëntenprofiel worden opgemaakt. Uitgangspunt adviesrelatie is dat belegger op eigen risico advies opvolgt. Advies moet aansluiten bij profiel en belegger moet gewaarschuwd worden als transacties afwijken van profiel. Bij execution-only relatie moet worden getoetst of geplaatste orders aan profiel voldoen. Zo niet, dan moet belegger worden gewaarschuwd. In casu is bank tekortgeschoten, maar niet voor gehele schade aansprakelijk.

Gerechtshof Amsterdam 7.8.2008 JA 2009 nr. 25

Belegger houdt bank als financieel adviseur aansprakelijk voor lagere einduitkering van levensverzekering dan verwacht. Vordering afgewezen want geen schending van bijzondere zorgplicht door bank. Belegger moest begrijpen dat aan sluiten en voortduren van verzekering evenals aan beheer van beleggingskas kosten verbonden waren die ten laste van bruto einduitkering kwamen. Niet is gesteld dat in rekening gebrachte kosten te hoog waren. Er is verschil tussen gemiddelde jaarlijkse beleggingsopbrengst en gewogen gemiddelde jaarlijkse beleggingsopbrengst, die lager is.

Gerechtshof Amsterdam 4.11.2008 JA 2009 nr. 2

Bank kan onder omstandigheden op grond van overeenkomst tot vermogensbeheer ook verplichting tot advisering hebben ten aanzien van buiten vermogensbeheer gehouden aandelenpakket. Daarvan was hier sprake.