English

Jurisprudentie

Overig

HR 13.10.2006 NJ 2008 nr. 529 met noot Van Dam

Faillissement levensverzekeraar Vie d'Or. Tussentijdse cassatie in collectieve actie Stichting van gedupeerde polishouders jegens Verzekeringskamer (NJ 2008 nr. 527), accountants (NJ 2008 nr. 528) en actuaris (NJ 2008 nr. 529). Zeer uitgebreide arresten waarin Hoge Raad toetsingsmaatstaven en gezichtspunten formuleert.

HR 3.2.2012 NJ 2012 nr. 94

(medewerker van) rechtsbijstandverzekeraar maakt beroepsfout door cliënt voor sluiting van dossier niet te wijzen op korte verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW. Anders dan Hof oordeelde kan uit feit dat verzekeraar niet meer van cliënt vernam, niet worden geconcludeerd dat rechtsbijstandverzekeraar niet aansprakelijk is. Hof had moeten vaststellen of cliënt zonder beroepsfout vordering evenmin tijdig zou hebben gestuit of dat verzekeraar ervan mocht uitgaan dat cliënt van stuiting wilde afzien.

HR 15.6.2012 RvdW 2012 nr. 852

Deskundigen brengen in opdracht van aandeelhouders bindend advies uit over waarde van door hen gehouden aandelenbelang in vennootschap met oog op mogelijke verwerving door ene aandeelhouder van door ander gehouden aandelen. Bindend adviseurs maken daarbij fouten. Bindend adviseurs moeten bij werkzaamheden zorg van goed opdrachtnemer in acht nemen. Aard van opdracht brengt mee dat zij zich onafhankelijk jegens opdrachtgevers moeten opstellen en behoudens andersluidende afspraken hoor en wederhoor moeten toepassen. Hen dient ook nodige beoordelingsruimte toe te komen. Bij aannemen van aansprakelijkheid van bindend adviseurs voor tekortkomingen in uitvoering van opdracht is terughoudendheid geboden. Hun fouten kunnen eerst tot aansprakelijkheid jegens (een der) opdrachtgevers leiden of gegrond verweer opleveren tegen vordering tot betaling van overeengekomen vergoeding als het in verhouding tot opdrachtgevers in gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn aan die fouten geen gevolgen ten nadele van bindend adviseurs te verbinden. Hof heeft kunnen oordelen dat bindend adviseurs zijn tekortgeschoten door niet te voldoen aan verplichting tot onpartijdigheid en geen hoor en wederhoor toe te passen. Verwerping van beroep door bindend adviseurs op exoneratieclausule uit overeenkomst van opdracht houdt in cassatie echter geen stand.

ECLI:NL:HR:2015:178

HR 30.1.2015 ECLI:NL:HR:2015:178, RvdW 2015 nr. 223

Stichting vordert verklaringen voor recht dat bepaalde reclame-uitingen van Staatsloterij misleidend waren en vergoeding van kosten. Naar oordeel Hof was voor gemiddelde consument in periode 2000-2007 niet (voldoende) kenbaar dat winnende loten werden getrokken uit ‘universum’ dat aanzienlijk groter was dan aantal daadwerkelijk verkochte loten. Voor misleiding in zin van art. 6:194 (oud) BW is noodzakelijk dat onjuiste of onvolledige informatie maatman misleidt of kan misleiden en door haar misleidende karakter zijn economische gedrag kan beïnvloeden. In perceptie van maatman ging het bij winkans om gemiddeld twintig grote prijzen per drie miljoen loten, terwijl in werkelijkheid sprake was van toekenning van (slechts) vier grote prijzen. Volgens Hof waren mededelingen van Staatsloterij van voldoende materieel belang om consument te kunnen misleiden, ondanks minuscuul kleine kansen in beide gevallen. Oordelen Hof zijn niet onbegrijpelijk.

ECLI:NL:HR:2015:588

HR 13.3.2015 ECLI:NL:HR:2015:588

Pensioenfonds vordert betaling van beherend vennoot van commanditaire vennootschap persoonlijk voor aan vennootschap opgelegde aanslagen, die deels zien op periode voordat vennoot tot vennootschap was toegetreden. In art. 19 lid 1 en 18 Wetboek van Koophandel valt geen beperking te lezen tot verbintenissen van vennootschap die zijn ontstaan nadat vennoot is toegetreden. Voorts brengt strekking van die bepalingen mee dat hoofdelijke verbondenheid van vennoten alle schulden betreft die ten tijde van toetreding tot vennootschap bestaan, of nadien ontstaan. Deze wetsuitleg dient rechtszekerheid. In HR 15.3.2013 ECLI:NL:HR:2013:BY7840 voor maatschap geformuleerde regels zijn hier niet bepalend. Beherend vennoot is dus persoonlijk aansprakelijk voor schuld aan pensioenfonds, ook voor zover deze is ontstaan in periode voordat hij beherend vennoot werd.

ECLI:NL:HR:2015:1413

HR 29.5.2015 ECLI:NL:HR:2015:1413

Stille vennoten overtreden beheersverbod van art. 20 lid 2 Wetboek van Koophandel door door commanditaire vennootschap gesloten huur- en huurbeëindigingsovereenkomst mede te ondertekenen. Op grond van art. 21 WvK wordt commanditaire vennoot jegens alle schuldeisers van vennootschap volledig aansprakelijk voor alle verbintenissen van vennootschap, ook die welke zijn ontstaan voordat verbod werd overtreden. Bij antwoord op vraag of en in hoeverre plaats is voor deze sanctie kan mede van belang zijn of derden van vennootschappelijke hoedanigheid van commanditaire vennoot op hoogte waren of behoorden te zijn. Steeds is van belang of commanditaire vennoot tegen wie art. 21 WvK wordt ingeroepen, ter zake van zijn handelen verwijt valt te maken. Hof heeft aansprakelijkheid aangenomen, maar ten onrechte geen rekening gehouden met omstandigheid dat wederpartij van commanditaire vennootschap wist dat vennoten geen beherende, maar commanditaire vennoten waren. Volgt vernietiging in belang der wet.

ECLI:NL:HR:2016:2215

HR 30.9.2016 ECLI:NL:HR:2016:2215

Rechtbank heeft arbitraal vonnis vernietigd omdat het niet door alle drie arbiters was ondertekend. Voor aansprakelijkheid van arbiter geldt maatstaf van HR 4.9.2009 NJ 2011 nr. 131 (Greenworld). Arbiters kunnen slechts persoonlijk aansprakelijk zijn indien zij met betrekking tot vernietigde beslissing opzettelijk of bewust roekeloos hebben gehandeld dan wel met kennelijke grove miskenning van hetgeen behoorlijke taakvervulling meebrengt. Maatstaf geldt voor alle fouten bij uitoefening van rechterlijke taak door arbiters, dus ook voor processuele fouten (zoals hier aan orde zijnde totstandkomingsgebrek). Bij grof plichtsverzuim wordt uitgegaan van lichtere graad van verwijtbaarheid dan bij opzet of bewuste roekeloosheid, maar niettemin ligt nadruk erop dat betrokken arbiter ernstig persoonlijk verwijt van zijn handelen of nalaten kan worden gemaakt, zij het dat verwijtbaarheid in zekere mate is geobjectiveerd. Of arbiter dit (geobjectiveerde) verwijt kan worden gemaakt, hangt af van omstandigheden van geval. Oordeel Hof dat ontbreken van twee handtekeningen niet tot aansprakelijkheid van arbiter leidt, onvoldoende gemotiveerd. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:1186

HR 30.6.2017 ECLI:NL:HR:2017:1186

Eiser krijgt van oom aanhangwagen in bruikleen, die wordt gestolen. Eiser vordert van zijn aansprakelijkheidsverzekeraar bedrag van aan oom betaalde schadeloosstelling. Verzekeraar acht eiser niet aansprakelijk. Uit samenstel van wettelijke bepalingen inzake bruikleen volgt dat bruiklener zaak dient terug te geven in staat waarin hij deze heeft ontvangen. Is bruiklener daartoe niet in staat, maar heeft hij wel zorg van goed huisvader in acht genomen, dan is van niet-toerekenbare tekortkoming sprake. Wat zorgplicht van 'goed huisvader' inhoudt, hangt af van concrete omstandigheden van geval, zoals inhoud van overeenkomst, waaronder bij overeenkomst beoogde gebruik van zaak, aard van geleende en eventueel naast bruikleen tussen partijen bestaande (rechts)betrekkingen, alsmede van redelijkheid en billijkheid. Eiser heeft niet onverantwoord groot risico genomen en ook kan niet worden gezegd dat hij onzorgvuldig, nalatig of roekeloos heeft gehandeld. Eiser is niet aansprakelijk en vordering wordt afgewezen.

ECLI:NL:HR:2018:1776

HR 28.9.2018 ECLI:NL:HR:2018:1776

Eiseres, die bevriend is (geweest) met verweerder stelt hem geld ter beschikking dat bestemd is voor derde. Eiseres vordert voorgeschoten bedragen van verweerder terug, stellende dat hij geld zelf heeft gehouden. Tussen partijen is overeenkomst van opdracht ontstaan. Opdrachtnemer (verweerder) is in uitvoering van opdracht tekortgeschoten. Opdrachtgever (eiseres) lijdt schade ten belope van die geldbedragen, ongeacht bestemming die opdrachtgever uiteindelijk aan geldbedragen had toegedacht. Opdrachtnemer kan zich niet met succes erop beroepen dat causaal verband ontbreekt tussen zijn handelen en schade op grond dat opdrachtgever geldbedragen ook niet zou hebben teruggekregen bij correcte uitvoering van opdracht. Regel van art. 7:403 lid 2 BW brengt met zich dat opdrachtnemer dient te bewijzen dat hij over gelden heeft beschikt overeenkomstig het doel waarvoor ze aan hem zijn verschaft. Hof heeft ten onrechte geen causaal verband aangenomen en bewijslast op eiseres gelegd.

lagere rechters

Rechtbank Assen 16.7.2003 NJ 2003 nr. 585 (moord op Tjirk van Wijk)

Patiënt (voormalig gevangene) vertelt aan psychotherapeut dat hij bepaalde persoon gaat vermoorden. Betrokkene brengt daarna iemand anders om het leven. Nabestaanden slachtoffer vorderen schadevergoeding van psychotherapeut. Deze kan zich ter afwering van aansprakelijkheid niet beroepen op zijn geheimhoudingsplicht. Voor vraag of redelijk handelend en redelijk bekwaam psychotherapeut zijn geheimhoudingsplicht mag doorbreken, is bepalend Beroepscode voor Psychotherapeuten. Psychotherapeut had Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) moeten inlichten omtrent hetgeen hem was verteld. Nalaten daarvan was onrechtmatig.

Rechtbank Rotterdam 11.6.2008 JA 2009 nr. 10

Rechtsbijstandverlener die zowel juridisch onjuist advies geeft als zonder fiat van cliënt met vaststellingsovereenkomst instemt, pleegt wanprestatie. In casu is voldoende aannemelijk dat beter resultaat was bereikt als was dooronderhandeld en belangenbehartiger zich als redelijk bekwaam en redelijk zorgvuldig rechtsbijstandverlener had gedragen. Dit is noodzakelijk en voldoende voor toewijzing van vordering cliënt.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2.6.2009 RAV 2009 nr. 91, JAR 2009 nr. 285

Uitzendbureau kan jegens inlener tekortschieten in verplichtingen uit uitzendovereenkomst door onzorgvuldig te selecteren en ongeschikte werknemer voor inlener te kiezen. Dat werknemer bij uitvoering van werk fouten maakt, bewijst dat echter niet. Uitzendovereenkomst verplicht uitzendbureau niet ervoor te zorgen dat werknemer arbeid deugdelijk verricht.