English

Jurisprudentie

Algemeen

HR 21.2.1997 NJ 1999 nr. 145 met noot Brunner, VR 1998 nr. 182 (wrongful birth

Mislukte sterilisatie); aansprakelijkheid gynaecoloog voor mislukte sterilisatie. Kosten van opvoeden niet gewenst kind vormen vermogensschade in zin van art. 6:96 BW.

HR 8.9.2000 NJ 2000 nr. 734 met noot Bloembergen, VR 2000 nr. 168 (baby Joost)

Ouders van minderjarig slachtoffer van medische fout vorderen voor zichzelf materiële en immateriële schadevergoeding. Bij aangaan medische behandelingsovereenkomst hebben partijen zich er niet expliciet over uitgesproken of ouders voor zichzelf dan wel in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun kind, dan wel in beide hoedanigheden tegelijk optraden. Arts mocht ervan uitgaan dat ouders overeenkomst als wettelijke vertegenwoordigers van hun kind uitsluitend in naam van kind sloten. Beroep op schending van recht op family life als bedoeld in art. 8 EVRM niet gehonoreerd nu dit artikel niet strekt tot bescherming van door ouders gestelde en beweerdelijk geschonden belang. Vorderingen afgewezen.

HR 23.11.2001 NJ 2002 nr. 386 met noot Vranken onder nr. 387, VR 2002 nr. 176 (schending informatieplicht arts)

Bij operatie aan pols treedt complicatie op (zenuwbeschadiging) waarover patiënt niet geïnformeerd was. Vraag naar causaal verband tussen schending informatieplicht en schade. Op arts rustende verplichting om patiënt op duidelijke wijze in te lichten over risico's verbonden aan voorgestelde behandeling, strekt er niet toe patiënt te beschermen tegen risico's van dergelijke behandeling, maar om patiënt in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen of hij al dan niet toestemming voor voorgestelde behandeling zal geven. Optreden van schade doordat bedoelde risico's intreden, kan niet worden aangemerkt als verwezenlijking van risico dat door tekortschieten door arts in nakoming van zijn informatieplicht in het leven is geroepen. Omkeringsregel is derhalve niet van toepassing.

HR 23.11.2001 NJ 2002 nr. 387 met noot Vranken (schending informatieplicht arts)

Eenzelfde beslissing als HR 23.11.2001 NJ 2002 nr. 386.

HR 12.7.2002 NJ 2003 nr. 151 met noot Van Wijmen, VR 2002 nr. 197

Neurochirurg voert op verkeerd niveau herniaoperatie uit. Klacht bij Medisch Tuchtcollege afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat arts operatieve ingreep niet lege artis zou hebben uitgevoerd. Burgerlijke rechter dient, indien hij bij beoordeling van medisch handelen afwijkt van oordeel Tuchtcollege, zijn oordeel zodanig te motiveren dat dit ook in licht van beoordeling tuchtrechter voldoende begrijpelijk is. Burgerlijke rechter heeft juiste maatstaf aangelegd, namelijk of arts bij uitvoering van ingreep heeft gehandeld met zorgvuldigheid die van redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in gelijke omstandigheden mocht worden verwacht. Onvoldoende motivering oordeel dat – in afwijking van oordeel Tuchtcollege - arts is tekortgeschoten.

HR 18.3.2005 NJ 2006 nr. 606 met noot Vranken, VR 2005 nr. 47 (baby Kelly)

Verloskundige laat na genetisch onderzoek te doen, waarna kind met zwaar lichamelijk en geestelijk letsel geboren wordt. Ouders en kind vorderen van verloskundige en ziekenhuis materiële en immateriële schadevergoeding. Conditio sine qua non–verband staat vast; indien chromosomale afwijking aan licht zou zijn gekomen, zouden ouders tot afbreking zwangerschap hebben besloten. Ziekenhuis en verloskundige zijn op grond van art. 6:74 BW aansprakelijk jegens moeder. Bovendien levert beroepsfout verloskundige jegens moeder onrechtmatige daad op jegens vader. Als behandelaar tekortschiet in nakoming van zijn jegens zwangere vrouw bestaande zorgplicht vrucht nader te onderzoeken, handelt behandelaar tevens onrechtmatig jegens ongeboren vrucht, hoezeer op zichzelf juist is dat kind geen recht heeft op zijn eigen niet-bestaan dan wel op afbreking zwangerschap moeder.

HR 1.4.2005 NJ 2006 nr. 377 met noten Van Wijmen en Snijders, VR 2007 nr. 36

Tijdens operatie dient gynaecoloog patiënte die allergisch is voor penicilline overeenkomstig geldende protocol medicijn toe dat als contra-indicatie overgevoeligheid voor penicilline heeft. Patiënte krijgt heftige allergische reactie en loopt letsel op. Ziekenfonds stelt regresvordering tegen gynaecoloog en ziekenhuis in. Protocol voor medische behandeling geeft richtlijn die in beginsel in acht moet worden genomen, maar waarvan soms kan en in bepaalde omstandigheden ook moet worden afgeweken, waarbij als maatstaf heeft te gelden dat aan patiënt zorg behoort te worden verleend die in omstandigheden van geval van redelijk bekwaam arts mag worden verlangd. Deze maatstaf brengt enerzijds mee dat afwijking van protocol door arts moet kunnen worden beargumenteerd (HR 2.3.2001 NJ 2001 nr. 649 met noten Van Wijmen en Vranken), anderzijds dat volgen protocol niet zonder meer betekent dat arts juist heeft gehandeld. Voor inhoud protocol betekent dit dat opstellers ermee rekening moeten houden dat protocol wordt gehanteerd door redelijk bekwame artsen en dat derhalve (mede uit oogpunt van praktische hanteerbaarheid) niet alle gegevens behoeven te worden vermeld die aan betrokken artsen op grond van hun medische kennis en ervaring bekend behoren te zijn. Deskundigenbericht noodzakelijk voor beoordeling protocol.

HR 29.9.2006 JA 2006 nr. 146 met noot Kastelein, VR 2007 nr. 37

Patiënt met nekhernia wordt voorafgaande aan operatie onvoldoende geïnformeerd over risico's. Omdat uit deskundigenbericht blijkt dat klachten geen gevolg zijn van lege artis uitgevoerde operatie kan feit dat geen sprake was van informed consent niet tot aansprakelijkheid leiden.

HR 23.4.2010 RvdW 2010 nr. 573, JA 2010 nr. 97 met noot Hendrix, VR 2011 nr. 39

Patiënte vordert schadevergoeding van arts na geslaagde operatie aan linkerheup waardoor onvermijdelijk beenlengteverschil is ontstaan Dit is door revisieoperatie ongedaan gemaakt. Arts heeft patiënte niet over beenlengteverschil ingelicht; anders zou zij voor alternatief (operatie aan beide heupen) hebben gekozen. Hof heeft arts aansprakelijk geacht voor 'integriteitschade' van patiënte door aantasting van haar zelfbeschikkingsrecht. Hof had echter door arts in eerste aanleg gedane en verworpen beroep op verjaring opnieuw moeten behandelen. Ook is onvoldoende in oordeel betrokken verweer van arts dat alternatief niet in strijd was met uitgevoerde operatie en patiënte ook had kunnen kiezen voor operatie aan rechterheup in plaats van risicovolle revisieoperatie. Arrest Hof wordt vernietigd.

HR 9.12.2011 NJ 2011 nr. 599, JA 2012 nr. 35

Ouders spreken kinderarts aan voor ernstig hersenletsel van kind als gevolg van glucosetekort vlak na geboorte in 1996. Uit deskundigenrapporten blijkt dat destijds geen sprake was van één glucosebeleid bij pasgeborenen. Kinderarts heeft in gegeven omstandigheden, gelet op feit dat gemeten bloedsuikerwaarde toen niet in zodanige mate als marginaal werd beschouwd dat hij rekening had moeten houden met extreme daling van bloedsuikerspiegel, niet gehandeld in strijd met wat van redelijk bekwaam en redelijk handelend kinderarts mocht worden verwacht door bloedsuikerwaarde niet opnieuw te controleren. Vordering afgewezen.

ECLI:NL:HR:2013:978

HR 18.10.2013 ECLI:NL:HR:2013:978, RvdW 2103 nr. 1253

Patiënte ondergaat in ziekenhuis operatie waarbij natuurlijke hartklep wordt vervangen door mechanische hartklep. Bij controle blijkt hartklepprothese te lekken doordat deze niet goed sluit. Patiënte heeft geen cardiale klachten. Geïmplanteerde klep wordt vervangen, waarna opnieuw sprake is van lekkage zonder klachten. Patiënte vordert schadevergoeding van ziekenhuis, arts en importeur van hartklep. Geïmplanteerde hartkleppen zijn niet gebrekkig. Niet goed sluiten van hartklep doet niet af aan goede werking en veiligheid daarvan. Er is sprake van 'goedaardig fenomeen'. Het is onvoldoende aannemelijk dat patiënte gezondheidsschade heeft geleden. Arts is bij beide operaties niet tekortgeschoten in informatieplicht. Hartklepprothese was CE-gecertificeerd en arts had geen reden om te twijfelen aan veiligheid daarvan. Vorderingen van patiënte afgewezen. Cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO verworpen.

ECLI:NL:HR:2014:217

HR 31.1.2014 ECLI:NL:HR:2014:217, RvdW 2014 nr. 258

Patiënte en haar echtgenoot vorderen schadevergoeding van tandarts wegens tekortschieten bij uitvoeren van tandheelkundige behandeling. Na behandeling, die merendeel vanwege ernstige tandartsenangst onder narcose heeft plaatsgevonden, bleek beethoogte bij patiënte 5 mm te hoog te zijn. Oordeel Hof dat tandarts, gegeven concrete omstandigheden waaronder hij behandelingen moest uitvoeren, niet aansprakelijk is, is ontoereikend gemotiveerd. Hof had omstandigheid dat afwijking van beethoogte aanvankelijk aanzienlijk groter moet zijn geweest bij beoordeling van zorgvuldigheid van behandeling door tandarts in aanmerking moeten nemen.

lagere rechters

Rechtbank Alkmaar 11.2.2004 NJ 2004 nr. 205

Verbintenissen die voor arts voortvloeien uit geneeskundige behandelingsovereenkomst worden veelal aangemerkt als inspanningsverbintenissen. Dit laat onverlet dat in sommige gevallen sprake kan zijn van resultaatsverbintenis en wel indien partijen bij aangaan overeenkomst bedoeling hebben gehad dat hulpverlener voor bepaald en duidelijk omschreven resultaat diende in te staan, dan wel dit geacht moet worden te zijn overeengekomen.

Gerechtshof Arnhem 6.3.2007 NJF 2007 nr. 246

Tijdens bevalling wordt gynaecoloog te laat door arts-assistent gewaarschuwd. Vrouw vordert schadevergoeding wegens geestelijk letsel als gevolg van traumatische ervaring tijdens bevalling. Dat tuchtrechter aan gynaecoloog maatregel van waarschuwing heeft opgelegd, leidt niet zonder meer tot civiele aansprakelijkheid nu sprake is van verschillende normstelsels en toetsingskaders; medisch tuchtrecht vooral gericht op handhaving van kwaliteit professionele beroepsuitoefening in gezondheidszorg.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28.8.2007 JA 2007 nr. 163, RAV 2007 nr. 49

Ondanks handelingen van artsen om anticonceptiemiddel Implanon (staafje in arm) in te brengen, zijn vijftien vrouwen zwanger geraakt. Bij onderzoek is bij geen van hen staafje aangetroffen, waarvoor meerdere oorzaken mogelijk zijn. Vrouwen stellen producent van Implanon en artsen aansprakelijk voor hun schade. Zij stellen dat artsen op onzorgvuldige wijze medische handeling hebben uitgevoerd. Indien vrouwen bewijzen dat kans dat correct ingebracht staafje lichaam ongemerkt verlaat buitengewoon klein is (voor welke oorzaak producent aansprakelijk zou zijn geweest), zal ervan moeten worden uitgegaan dat afwezigheid van Implanonstaafje is veroorzaakt doordat artsen het niet of niet correct hebben ingebracht. In dat geval zijn artsen toerekenbaar tekortgeschoten en aansprakelijk.

Gerechtshof Leeuwarden 19.12.2007 NJF 2008 nr. 160, VR 2009 nr. 8

Man raakt verlamd door experimentele behandeling. Hij stelt daarover niet geïnformeerd te zijn door artsen. In zijn algemeenheid rust op arts verdergaande informatieverplichting bij behandeling met experimenteel karakter, maar deze dient hetzelfde doel als informatieverplichting bij normale behandeling, namelijk dat patiënt weloverwogen keuze kan maken. Geen reden om, waar omkeringsregel niet van toepassing is op causaal verband tussen schending informatieplicht en na normale behandeling ontstane schade, deze wel toe te passen in geval van experimentele behandeling.

Gerechtshof Amsterdam 24.1.2008 NJF 2008 nr. 223, JA 2008 nr. 69

Huisarts brengt anticonceptiemiddel (Implanon-staafje) in bij vrouw zonder kinderwens. Vrouw raakt toch zwanger en houdt arts aansprakelijk. Op vrouw rust bewijslast dat arts staafje niet (goed) heeft ingebracht. Dat vrouw zwanger is geraakt en bij onderzoek geen staafje in haar arm is aangetroffen, vormt daarvoor onvoldoende bewijs. Spontane expulsie is niet uit te sluiten. Dat arts onvoldoende heeft gecontroleerd of staafje aanwezig was, dient ook door vrouw te worden bewezen. Slaagt zij daarin, dan staat daarmee causaal verband tussen kunstfout en zwangerschap vooralsnog vast. Arts mag bewijzen dat staafje na inbrengen ongemerkt is verloren. Slaagt hij daarin niet, dan is hij voor 80% jegens vrouw aansprakelijk. Gezien haar jonge leeftijd is niet ondenkbaar dat zij op haar besluit geen kinderen te krijgen, zou zijn teruggekomen.

Rechtbank Amsterdam 7.1.2009 JA 2009 nr. 55

Patiënt verneemt na tweede operatie dat bij eerdere operatie zenuw- en spierletsel is ontstaan en houdt ziekenhuis aansprakelijk. Deskundige concludeert aan hand van reconstructie van toedracht, omdat operatieverslag en behandelend arts daarover onvoldoende informatie verschaften, dat arts verwijt treft. Rechtbank acht voorshands bewezen dat arts niet heeft gehandeld als bij osteotomie van redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mocht worden verlengd en laat ziekenhuis toe tot leveren van tegenbewijs. Slaagt ziekenhuis daarin niet, dan is het aansprakelijk en moet het zonder meer smartengeld vergoeden. Arts heeft patiënt onnodig leed berokkend door niet direct te melden dat letsel was ontstaan.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31.3.2009 JA 2009 nr. 84

Patiënt stelt dat arts niet lege artis heeft gehandeld. Deskundige bevestigt in kader van voorlopig deskundigenbericht standpunt van patiënt. In procedure benoemt rechter opnieuw deskundige, die tot ander oordeel komt. Feit dat medisch gezien kennelijk twee stromingen bestaan, betekent dat arts die de ene stroming aanhangt en toepast, niet enkel vanwege feit dat er ook andere stroming bestaat met andere werkwijze, handelt in strijd met hetgeen van redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mag worden verwacht.

Gerechtshof 's-Gravenhage 29.9.2009 NJF 2009 nr. 498

Na spoed-keizersnede steriliseert gynaecoloog ongewenst vrouw, die zelf niet aanspreekbaar was. Er is geen sprake geweest van informed consent nu vrouw en haar man, die voor haar toestemming gaf, niet in staat zijn gesteld om weloverwogen beslissing te nemen over sterilisatie. Zowel tegenover vrouw als man is sprake van aantasting in persoon als bedoeld in art 6:106 lid 1 sub b BW. Alleen vrouw heeft recht op smartengeld. Man kan vordering tot vergoeding immateriële schade niet ex art. 7:462 BW jegens ziekenhuis geldend maken, omdat met vrouw gesloten behandelingsovereenkomst door gynaecoloog niet is uitgebreid tot man. Man is als vertegenwoordiger van vrouw gevraagd om toestemming voor sterilisatie.