English

Jurisprudentie

Algemeen

HR 17.10.1997 NJ 1998 nr. 508 met noot Vranken, VR 1998 nr. 5

Aansprakelijkheid van vier opvolgende advocaten voor niet-aanzeggen van wettelijke rente onder oud recht (art. 1286 (oud) BW). Advocaat diende rekening te houden met alle redelijkerwijs in aanmerking komende mogelijkheden die rechter voor begroting van schade zou kunnen kiezen. Bij begroting in vorm van gekapitaliseerde toekomstige inkomensschade had hij terstond voor rente over hele bedrag moeten aanmanen; bij vaststelling in vorm van concrete periodieke bedragen diende hij tenminste na afloop van ieder jaar waarin schade werd geleden rente aan te zeggen.

HR 28.3.2003 NJ 2003 nr. 389

Advocaat verzuimt cliënt te wijzen op verbeuren van dwangsom bij schending van rechterlijk gebod om bedrijfsactiviteiten te staken. Verweer van advocaat dat cliënt wegens decemberdrukte activiteiten toch niet zou hebben gestaakt, is door Hof ten onrechte verworpen. Omvang schade moet worden vastgesteld door vergelijking te maken tussen feitelijke situatie na uitblijven waarschuwing inzake verbeuren van dwangsommen en hypothetische situatie bij wegdenken van die tekortkoming.

HR 2.2.2007 NJ 2007 nr. 92

Geëxecuteerd vonnis wordt in hoger beroep (deels) vernietigd. Oorspronkelijk gedaagde vordert schadevergoeding van tenuitvoerleggende partij die op zijn beurt eigen advocaat daarvoor aansprakelijk houdt, stellende dat advocaat hem niet heeft gewezen op risico's executie. Advocaat betwist causaal verband, stellende dat cliënt sowieso tot executie had willen overgaan. Bewijs causaal verband rust op cliënt. Omkeringsregel is niet van toepassing omdat op advocaat rustende informatieplicht er niet toe strekt cliënt te beschermen tegen risico's, maar cliënt in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen.

HR 8.1.2010 NJ 2010 nr. 43

Nederlandse advocaat schakelt buitenlandse advocaten in om voor cliënt beslag te leggen op zich in buitenland bevindend schip. Hof acht advocaat jegens cliënt ex art. 6:76 BW aansprakelijk voor door buitenlandse advocaten ten onrechte toegepaste verrekening van hun declaraties met bedrag dat is vrijgevallen uit ter opheffing van beslag gestelde bankgarantie. Buitenlandse advocaten kunnen als hulppersonen van Nederlandse advocaat worden aangemerkt. Hof heeft echter ten onrechte aanbod advocaat om te bewijzen dat hij geen opdrachtnemer van cliënt is geworden, gepasseerd. Ook is verweer van advocaat dat toepassing van art. 6:76 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, onvoldoende weerlegd. Volgt terugverwijzing.

HR 18.3.2011 RvdW 2011 nr. 399

Cliënt spreekt advocatenkantoor aan tot schadevergoeding vanwege onjuiste advisering, verzuim om bezwaar te maken en onnodig voeren van diverse procedures. Vordering wordt afgewezen. Dat procedures niet tot gewenste resultaat hebben geleid, betekent niet zonder meer dat deze onnodig waren. Slechts als vast zou komen te staan dat voeren van procedures zo weinig kans van slagen had dat redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat daarvan in gegeven omstandigheden had moeten afzien, zou geoordeeld kunnen worden dat advocaat is tekortgeschoten. Andere factoren dan kans van slagen van juridische argumenten kunnen voeren van procedure rechtvaardigen. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.

HR 18.3.2011 RvdW 2011 nr. 400

Advocaat die nietige dagvaarding laat uitbrengen (omdat daarin gronden voor eis onduidelijk zijn omschreven) en die in hoger beroep niet ingaat op door Hof gegrond verklaarde verweren van wederpartij, handelt in strijd met hetgeen van redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.

HR 10.6.2011 RvdW 2011 nr. 728

Belangenbehartiger staat werkneemster bij in arbeidsconflict dat wordt beslecht door ontbinding van arbeidsovereenkomst waarbij werkgever vergoeding betaalt. Werkneemster verwijt belangenbehartiger geen vordering in kort geding tot wedertewerkstelling te hebben ingesteld. Nu zozeer aannemelijk is dat werkgever ontbindingsverzoek zou hebben ingediend, is begrijpelijk oordeel Hof dat arbeidsovereenkomst niet zou hebben voortgeduurd indien belangenbehartiger voormelde vordering zou hebben ingesteld. Om aan te nemen dat werkgever ontbindingsverzoek zou hebben ingediend, is niet vereist dat kans op indiening van dit verzoek 100% was. Belangenbehartiger is niet aansprakelijk.

LJN BY7840

HR 15.3.2013 LJN BY7840, NJ 2013 nr. 290 met noot Van Schilfgaarde

Cliënt vordert diverse bedragen van leden van advocatenmaatschap voor door een van hen gemaakte beroepsfouten. Uit feit dat met maatschap is gecontracteerd, volgt niet dat maatschap in rechte moet worden betrokken. Cliënt kan ervoor kiezen (mede) individuele maten te dagvaarden en eventueel tevens om individuele maten (niet alleen als maat persoonlijk aan te spreken, maar ook) aan te spreken wegens persoonlijke aansprakelijkheid uit anderen hoofde dan hun lidmaatschap van maatschap. Degene die maat is op tijdstip dat in art. 7:407 lid 2 BW bedoelde opdracht is aanvaard, is in beginsel op grond van die bepaling voor geheel aansprakelijk ter zake van tekortkoming in nakoming daarvan. Degene die maat is op tijdstip dat betrokken schuld van maatschap ontstaat, is daarvoor voor gelijk deel aansprakelijk ex art. 7A:1679-1681 BW. Voor persoonlijke aansprakelijkheid van maten worden geen nadere eisen gesteld. Omstandigheid dat advocaat zijn beroep uitoefent door middel van praktijkvennootschap en het die vennootschap is die maat is van maatschap, sluit niet uit dat opdracht met oog op persoon van advocaat is verleend, noch dat advocaat op grond daarvan persoonlijk aansprakelijk is voor tekortkomingen in uitvoering van opdracht.

ECLI:NL:HR:2014:216

HR 31.1.2014 ECLI:NL:HR:2014:216

Cliënt stelt voormalig advocaat aansprakelijk voor voeren van onvoldoende verweer, met name onvoldoende onderbouwen van stelling dat cliënt met betrekking tot ontvangst van betaling te goeder trouw was. Deelverwijten leveren volgens Hof geen (duidelijke) tekortkoming op; vorderingen cliënt afgewezen. A-G zet stelsel van beroepsaansprakelijkheid uiteen aan hand van HR 21.12.2012 NJ 2013 nr. 237 met noot Lindenbergh. Bij suboptimaal optreden in procedure is minder snel sprake van beroepsfout dan bij harde fouten als laten verstrijken van termijnen. Cliënt is bij beroepsfout kans op gunstig resultaat ontnomen. Bij onzeker causaal verband kunnen kansschadeleer en in mindere mate proportionele aansprakelijkheid hulp bieden. HR doet zaak af op art. 81 lid 1 RO.

ECLI:NL:HR:2015:1406

HR 29.5.2015 ECLI:NL:HR:2015:1406

Indirect bestuurders zijn aansprakelijk voor op advies van advocaat verrichten van betalingen aan enkele crediteuren in periode nadat besloten is tot doen van eigen aangifte tot faillietverklaring en voordat vennootschap failliet is verklaard. Bestuurders spreken advocaat voor schade aan. Wanneer advocaat cliënt adviseert in kader van door cliënt te nemen beslissing over bepaalde kwestie, brengt zorgvuldigheidsplicht mee dat advocaat cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen (vgl. HR 2.2.2007 NJ 2007 nr. 92). Of en in welke mate advocaat cliënt daarbij behoort te informeren over en te waarschuwen voor bepaald risico, is afhankelijk van omstandigheden van geval. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan ernst en omvang van desbetreffende risico, mate van waarschijnlijkheid dat dit zich zal realiseren en mate waarin cliënt ervan blijk heeft gegeven zich reeds van dat risico bewust te zijn. Nu in rechtspraak en literatuur ten tijde van advisering uiteenlopend werd gedacht over rechtmatigheid van doen van selectieve betalingen (aan andere schuldeisers dan groepsmaatschappijen) in zicht van eigen faillissement, had advocaat naar oordeel Hof bestuurders moeten wijzen op mogelijkheid dat curator hen aansprakelijk zou houden. Hof kon oordelen dat advocaat door dit na te laten niet zorgvuldigheid heeft betracht die van redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht.

ECLI:NL:HR:2015:2745

HR 18.9.2015 ECLI:NL:HR:2015:2745, NJ 2016 nr. 66 met noot Van Schilfgaarde

 Cliënt verstrekt aan advocatenmaatschap opdracht tot advisering, die wordt uitgevoerd door maat en advocaat in dienstbetrekking. Cliënt houdt maat (die via praktijkvennootschap aan maatschap deelneemt) en advocaat aansprakelijk voor gebrek in advisering over waarde van grond die als zekerheid diende voor terugbetaling van lening. Zorgvuldigheidsplicht van advocaat brengt mee dat advocaat die cliënt adviseert in kader van te nemen beslissing over bepaalde kwestie, cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen (vgl. HR 29.5.2015 ECLI:NL:HR:2015:1406). Als cliënt advocaat aanspreekt die opdracht feitelijk heeft uitgevoerd, maar die niet zijn contractuele wederpartij is, kan aansprakelijkheid slechts worden aangenomen met inachtneming van daarvoor in art. 6:162 BW gestelde eisen. Niet is vereist dat aan advocaat persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor vordering gericht tegen maat. Indien advocaat door cliënt wegens beroepsfout uit onrechtmatige daad wordt aangesproken, betreft dit zijn aansprakelijkheid als beroepsbeoefenaar en niet zijn aansprakelijkheid als bestuurder van vennootschap.

ECLI:NL:HR:2015:3637

HR 18.12.2015 ECLI:NL:HR:2015:3637

Weduwe schakelt advocatenmaatschap in voor verlijden notariële akte door Franse notaris. Verlijden van akte blijft uit en weduwe verbeurt dwangsommen, van welk bedrag zij betaling van haar advocaten vordert. Advocaat die zaak van weduwe heeft behandeld is ten tijde van dagvaarden reeds uitgetreden uit maatschap. Advocaten zijn tekortgeschoten in nakoming van overeenkomst van opdracht en worden in eerste aanleg hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. Advocatenmaatschap gaat in hoger beroep, gewezen maat niet. Maatschap wordt vanwege eigen schuld van weduwe tot lager bedrag veroordeeld. Door geen hoger beroep in te stellen is in eerste aanleg uitgesproken veroordeling ten opzichte van gewezen maat onherroepelijk geworden. Dit ontneemt aan andere hoofdelijk veroordeelde schuldenaren (maatschap) niet bevoegdheid of belang om omvang van hoofdelijke verbintenis in hun eigen relatie tot schuldeiser (weduwe) in hoger beroep te betwisten. Door Hof uitgesproken vernietiging van veroordeling in eerste aanleg omvat mede gelet op daaraan ten grondslag liggende overwegingen niet relatie tussen weduwe en gewezen maat. Hof is buiten grenzen van rechtsstrijd getreden door eigen schuld van weduwe aan te nemen, zodat vernietiging volgt.

ECLI:NL:HR:2016:2992

HR 23.12.2016 ECLI:NL:HR:2016:2992

Advocaat staat slachtoffer bij in letselschadezaak. Nadat behandeling van zaak door andere advocaat is overgenomen, vordert eerste advocaat van voormalige cliënt betaling van buitengerechtelijke kosten voor zover deze niet door aansprakelijke WAM-verzekeraar zijn vergoed. Cliënt betoogt dat hij niet meer verschuldigd zou zijn dan eigen bijdrage als advocaat toevoeging zou hebben aangevraagd. Deze stelling is onvoldoende onderbouwd en cliënt moet resterende bedrag betalen. Rechtsverhouding tussen advocaat en cliënt brengt mee dat advocaat verplicht is met cliënt te overleggen of er termen zijn te trachten toevoeging te verkrijgen, tenzij advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat cliënt niet voor door overheid gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt (HR 1.11.1991 ECLI:NL:HR:1991:ZC0397 en HR 14.5.1993:ZC0962). Hof heeft deze verplichting van advocaat niet miskend.

ECLI:NL:HR:2017:404

HR 10.3.2017 ECLI:NL:HR:2017:404

In hoger beroep van procedure tegen werkgever overlegt werkneemster productie waaruit blootstelling aan gevaarlijke stof blijkt, maar in memorie van grieven wordt niet naar relevante passage in productie verwezen. Hof wijst vordering af en werkneemster stelt cassatie in. In cassatiemiddel wordt niet naar passage in memorie van grieven noch naar passage in productie verwezen en Hoge Raad verwerpt cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO. Werkneemster vordert schadevergoeding van cassatieadvocaat. Cassatieadvocaat kan niet als beroepsfout worden aangerekend dat hij in door hem opgesteld cassatiemiddel niet naar passage in productie heeft verwezen. Hof behoefde met die passage geen rekening te houden.

ECLI:NL:HR:2017:2444

HR 22.9.2017 ECLI:NL:HR:2017:2444

Commanditaire vennootschap (CV) wordt opgericht om appartementencomplex te bouwen. Gemeente herroept bouwvergunning, waarna beherend vennoot van CV advocaat om advies vraagt. Advocaat signaleert dat prospectus onjuiste informatie bevatte en adviseert om discussie met participanten als commanditaire vennoten te focussen op ander punt. Enige participanten vorderen schadevergoeding van advocaat wegens ondeugdelijke advisering. Belang van CV is gezamenlijk belang van alle vennoten (zowel beherend als commanditair). Redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat die CV adviseert, dient zich te richten op dit gezamenlijke belang. Indien voor advocaat kenbaar is dat bij (onderwerp van) zijn advies tegenstrijdige belangen van vennoten betrokken zijn, dient hij bij zijn advisering met deze tegenstrijdigheid rekening te houden. Dit brengt hier mee dat hij op tegenstrijdigheid van belangen wijst en adviseert hoe daarmee om te gaan. Onder omstandigheden kan dit ertoe leiden dat hij zijn werkzaamheden voor vennootschap dient te beëindigen. Omdat belangen van commanditaire vennoten nauw waren betrokken bij (belang van) CV, diende advocaat mede op hun belangen acht te slaan en levert tekortkoming in nakoming van zijn verplichtingen uit overeenkomst jegens CV in beginsel tevens onrechtmatige daad op jegens commanditaire vennoten.

ECLI:NL:HR:2017:3051

HR 1.12.2017 ECLI:NL:HR:2017:3051

Advocaat adviseert cliënt bij overname en doorstart van kappersbedrijf. In huurovereenkomst worden vennootschap en cliënt in privé als huurders aangemerkt. Vennootschap wordt failliet verklaard en verhuurder spreekt cliënt in privé aan tot betaling van achterstallige huur. Cliënt roept advocaat in vrijwaring op en stelt dat deze hem onjuist heeft geadviseerd. Hof oordeelt dat advocaat als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot cliënt erop had moeten wijzen dat tenaamstelling niet strookte met eerder gegeven adviezen over oprichten van vennootschap en tenaamstelling van huurovereenkomst. Door deze beroepsfout is cliënt kans op voor hem gunstiger uitkomst ontnomen. Hof schat kans dat deze gunstiger uitkomst zou zijn bereikt op 50%. Advocaat moet 50% van door cliënt gevorderde schadeposten vergoeden. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 lid 1 RO. A-G maakt instructieve opmerkingen over causaliteits- en schadekwesties in beroepsaansprakelijkheidszaken. Leerstuk van kansschade is tussenoplossing die risico's van onzekerheid over partijen verdeelt.

ECLI:NL:HR:2017:3260

HR 22.12.2017 ECLI:NL:HR:2017:3260

Cliënt vraagt advocaat advies over verkrijgen van terrein, waarvan bodem is gesaneerd. Cliënt koopt terrein en dan blijkt nog sprake te zijn van bodemverontreiniging. Cliënt vordert schadevergoeding van kantoor waar advocaat werkzaam was op grond van wanprestatie, omdat advocaat hem niet heeft gewaarschuwd dat in opdracht van Staat slechts beperkte sanering had plaatsgevonden. Hof neemt onderzoeks- en waarschuwingsplicht van advocaat aan en wijst vordering toe. Hof is echter ten onrechte voorbijgegaan aan stelling dat cliënt voor eigendomsverkrijging beschikte over rapport van ingenieursbureau. Bij dit uitgangspunt valt niet in te zien dat advocaat nog onderzoek had moeten instellen naar omvang van verontreiniging die na sanering resteerde (vgl. HR 29.5.2015 ECLI:NL:HR:2015:1406). In licht van vaststaande feiten kon Hof niet oordelen dat advocaat onvoldoende indringend heeft gewezen op risico van restverontreiniging. Volgt vernietiging en verwijzing.

ECLI:NL:HR:2018:1098

HR 6.7.2018 ECLI:NL:HR:2018:1098

Adviseur benadert advocaat die zaken van enkele slachtoffers van legionellabesmetting behandelt, waarna hij in opdracht van advocaat ten behoeve van diens cliënten op basis van no cure no pay werkzaamheden verricht. Wanneer cliënt(en) vergoeding zou(den) ontvangen, zou advocaat kosten van adviseur bij verzekeraar trachten te verhalen. Advocaat staakt behandeling van legionellazaken en draagt deze over aan andere advocaat, maar zonder opgave van kosten adviseur. Vordering van cliënt wordt toegewezen. Adviseur vordert schadevergoeding van eerste advocaat wegens misgelopen honorarium. Hof wijst vordering toe, want cliënt moest proberen vergoeding te incasseren en advocaat stond hiervoor in. Hof kon er echter niet van uitgaan dat cliënt aan no cure no pay-afspraak met adviseur is gebonden. Advocaat is zelf wederpartij van adviseur en dit is ook door adviseur aan vordering ten grondslag gelegd. Na verwijzing moet opnieuw worden beslist over causaliteitsverweer van advocaat.

lagere rechters

Gerechtshof 's-Gravenhage 25.10.2006 VR 2008 nr. 30

Opvolgende advocaat adviseert cliënt eerst dat zijn vordering niet is verjaard en later om door wederpartij aangeboden schikking te aanvaarden, omdat risico dat beroep op verjaring slaagt niet kan worden uitgesloten. Advocaat is niet tekortgeschoten in plicht cliënt volledig te adviseren. Beide adviezen waren deugdelijk. Complicerend bij beoordeling van proceskansen was dat tijdens lopende verjaring nieuw recht met andere (verjarings)regels van toepassing werd. Dat advocaat cliënt niet heeft gewezen op mogelijkheid om zijn voormalig belangenbehartigers aansprakelijk te stellen, kan evenmin als tekortkoming van advocaat worden aangemerkt. Onder oud recht lag die mogelijkheid niet voor de hand.

Gerechtshof Leeuwarden 7.5.2008 NJF 2008 nr. 312, Nieuwsbrief Personenschade juni 2008, RAV 2008 nr. 83, VR 2008 nr. 149

Niet verlangen van belastinggarantie bij arbeidsvermogenschade zelfstandige is beroepsfout van letselschadeadvocaat. Jurisprudentie omtrent belastbaarheid van arbeidsvermogenschade is niet geheel eenduidig en binnen beroepsgroep wordt vorderen van belastinggarantie wenselijk geacht.

Rechtbank Amsterdam 27.8.2008 JA 2009 nr. 7 met noot Wijers

Advocaat dient namens 460 beleggers gelijk aantal vorderingen in. Hij laat na individuele schadeposities beleggers te onderbouwen, waarna Rechtbank vorderingen afwijst. Aantal beleggers treffen in hoger beroep schikking en stellen vervolgens advocaat aansprakelijk. Advocaat heeft beroepsfout gemaakt door niet per eiser te onderbouwen op welke wijze verweten gedragingen bij iedere eiser afzonderlijk tot schade hebben geleid. Vorderingen niettemin afgewezen want niet aannemelijk dat eisers mogelijk schade hebben geleden. Honorarium en proceskostenveroordeling kunnen niet als zodanig worden aangemerkt.

Rechtbank Utrecht 10.12.2008 NJF 2009 nr. 125

Advocaat roept zonder voorafgaande ingebrekestelling ontbinding van overeenkomst in. Ontbinding houdt in arbitrage geen stand. In licht van norm dat redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat cliënten niet blootstelt aan onnodige risico's, had advocaat naast wet er ook rekening mee moeten houden of beroep op uitzonderingen op vereiste van ingebrekestelling bij toetsing door arbiters in stand zou blijven. Beroep van advocaat op klachtplicht ex art. 6:89 BW verworpen.

Rechtbank Utrecht 28.1.2009 NJF 2009 nr. 198

Advocaat maakt beroepsfout door na nietigverklaring van door hem opgestelde dagvaarding, in plaats van hersteldagvaarding uit te brengen hoger beroep aan te tekenen zonder daarbij in te gaan op verweren van wederpartij zoals die in eerste aanleg zijn gevoerd. Advocaat heeft cliënt aan onnodig risico blootgesteld, waardoor hem behandeling in twee feitelijk instanties is ontnomen.

Rechtbank Amsterdam 15.7.2009 JA 2009 nr. 151, RAV 2009 nr. 111

Van redelijk vakbekwaam en redelijk handelend letselschadeadvocaat mag worden verlangd dat hij bekend is met polisvoorwaarden van rechtsbijstandverzekering van zijn cliënt, door welke verzekering hij ook zelf is ingeschakeld. Indien voor schadeberekening of anderszins, externe deskundigen moeten worden ingeschakeld, moet hij over bekostiging daarvan tijdig in overleg treden met rechtsbijstandverzekeraar overeenkomstig daarvoor geldende voorwaarden. Nu advocaat dat niet heeft gedaan, is hij toerekenbaar tekortgeschoten. Kosten deskundige zijn echter volledig vergoed met van andere verzekeraar ontvangen vergoeding, zodat geen sprake is van schade en vordering wordt afgewezen.