English

Jurisprudentie

Accountant

HR 13.10.2006 NJ 2008 nr. 528 met noot Van Dam onder nr. 529

Faillissement levensverzekeraar Vie d'Or. Tussentijdse cassatie in collectieve actie van Stichting gedupeerde polishouders jegens Verzekeringskamer (NJ 2008 nr. 527), accountants (NJ 2008 nr. 528) en actuaris (NJ 2008 nr. 529). Zeer uitgebreide arresten waarin Hoge Raad toetsingsmaatstaven en gezichtspunten formuleert.

HR 9.7.2010 NJ 2012 nr. 194 met noot Du Perron onder HR 3.12.2010 NJ 2012 nr. 196, RAV 2010 nr. 90

Nadat bestuurders gefailleerde vennootschap in door curator gestarte procedure ex art. 2:248 BW aansprakelijk zijn geacht voor tekort in faillissement, spreken zij accountant aan die adviseerde over dividendbesluit en, als deze vordering is verjaard, hun advocaat. Accountant is aansprakelijk, maar vordering is verjaard. Aanvang van verjaringstermijn is afhankelijk van alle ter zake dienende omstandigheden. Bestuurders waren op moment dat zij door curator in rechte werden betrokken reeds daadwerkelijk bekend met feiten waaruit schade voor hen voortvloeit, ook al was toen nog onzeker of rechter vordering van curator zou toewijzen en of daardoor schade voor hen zou ontstaan. Voor aanvang van verjaringstermijn is niet vereist dat benadeelde bekend is met juridische beoordeling van feiten en omstandigheden waaruit schade voortvloeit (HR 26.11.2004 NJ 2006 nr. 115 met noot Du Perron). Toen hadden bestuurders ook voldoende zekerheid dat als zij jegens curator zouden worden veroordeeld tot schadevergoeding, accountant wegens foutieve advisering of onvoldoende voorlichting jegens hen aansprakelijk was.

HR 25.5.2012 RvdW 2012 nr. 780

Accountant stelt in opdracht van vader en zoon nieuw maatschapscontract op met oog op toekomstige bedrijfsovername door zoon. Bij overname ontstaat onenigheid over uitleg van contract, waardoor zoon heeft moeten instemmen met te hoge overnamesom. Hij verwijt accountant dat in akte uitsluitend is opgenomen dat landerijen in verpachte staat zouden worden gewaardeerd, terwijl dat ook diende te gelden voor overige onroerende zaken. Accountant stelt dat voor laatstgenoemde zaken geen afspraak is gemaakt. Hof heeft kunnen oordelen dat zoon niet heeft bewezen dat ook voor overige onroerende zaken waardering in verpachte staat was overeengekomen. Accountant is niet tekortgeschoten.

ECLI:NL:HR:2017:2452

HR 22.9.2017 ECLI:NL:HR:2017:2452

Accountant heeft ten onrechte geen vraagtekens geplaatst bij handelwijze van persoon die diverse potentiële financiers voor onderneming van cliënt aandroeg die later dubieus bleken te zijn. Accountantskamer heeft accountant waarschuwing opgelegd. Hof oordeelt dat dit niet meebrengt dat door cliënt geleden schade aan accountant kan worden toegerekend. Uitgangspunt is dat aan oordeel tuchtrechter dat is gehandeld in strijd met beroepsnormen niet zonder meer gevolgtrekking kan worden verbonden dat betrokkene civielrechtelijk aansprakelijk is wegens schending van zorgvuldigheidsnorm. Indien rechter afwijkt van oordeel tuchtrechter, dient hij oordeel zodanig te motiveren dat het, ook in licht van beoordeling door tuchtrechter, voldoende begrijpelijk is. Of schade (deels) aan accountant is toe te rekenen hangt in bijzonder ervan af of van accountant in concrete omstandigheden van dit geval had mogen worden verwacht dat hij cliënt voor (mogelijk) onrechtmatig handelen van adviseur waarschuwde en wat gevolgen van de waarschuwing (vermoedelijk) zouden zijn geweest. Hof heeft daarover niets vastgesteld. Zijn oordeel is ontoereikend gemotiveerd: niet is inzichtelijk hoe overwegingen Hof zich verhouden tot uitspraak van Accountantskamer. Volgt vernietiging.

lagere rechters

Rechtbank Leeuwarden 27.2.2002 NJ 2002 nr. 308

Ondanks afspraak dat winkelpand in privé wordt gehouden, activeert accountant het pand op balans vennootschap, waardoor waardestijging bij verkoop alsnog aan vennootschapsbelasting onderhevig is. Accountant niet aansprakelijk tegenover cliënt. Van ondernemer mag worden verwacht dat deze de door zijn accountant opgestelde stukken met enige aandacht leest. Het nalaten daarvan komt voor zijn risico. Bij lezen jaarrekening zou ondernemer activering winkelpand zijn opgevallen.

Rechtbank Utrecht 4.3.2009 NJF 2009 nr. 135

Samenwerkingsovereenkomst tussen twee bedrijven die voor 50% zullen deelnemen in op te richten vennootschap. Voor aandelentransactie bij oprichting geeft accountant van bedrijf 1 verklaring ex art. 2:204c BW af. Na deskundigenonderzoek blijkt aandelenwaarde van beide bedrijven aanzienlijk te verschillen. Nu accountant geen eigen onderzoek naar waarde van aandelen bedrijf 1 heeft verricht, is hij ernstig tekortgeschoten en heeft hij onrechtmatig jegens bedrijf 2 gehandeld.