English

Jurisprudentie

Aansprakelijkheid overheidswerkgever

CRvB 19.9.2002 VR 2002 nr. 211

Analiste in laboratorium ziekenhuis werkte jaren met onder andere methanol, waarvan bekend is dat dit oogzenuw kan beschadigen. Zij krijgt steeds sterker wordende oogklachten, bestaande uit aantasting oogzenuw, hetgeen sterk verminderd gezichtsvermogen tot gevolg heeft, en verzoekt overheid als werkgever schade te vergoeden. Onder verwijzing naar CRvB 22.6.2000 TAR 2000 nr. 112, waarin is bepaald dat art. 7:658 BW analoog dient te worden toegepast, oordeelt CRvB dat in onderhavige geval werkgever niet is tekortgeschoten in nakomen zorgverplichting. Causaal verband tussen uitoefening werkzaamheden en schade is (eerst) aanwezig indien voldoende mate van waarschijnlijkheid bestaat dat werkzaamheden en/of werkomstandigheden van betrokken ambtenaar ziekte daadwerkelijk hebben veroorzaakt. Vgl. CRvB 12.3.1998 TAR 1998 nr. 78. Gelet op verschillen in stel- en bewijsplicht van partijen in burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht kon werkneemster niet volstaan met stelling dat zij was blootgesteld aan methanol en dat werkgever dient te bewijzen dat hij voldoende veiligheidsmaatregelen had getroffen. Het is aan werkneemster om aannemelijk te maken dat zij schade heeft geleden in uitoefening werkzaamheden (waarin zij niet slaagt).

CRvB 9.12.2004 LJN AR7748

Politieagent is onderweg naar plaats van ongeval betrokken geraakt bij aanrijding tussen twee surveillancewagens. Politiekorps heeft aan zorgplicht voldaan. Vordering uit hoofde van goed werkgeverschap afgewezen. Deze norm als zodanig geeft ambtenaar geen aanspraak op vergoeding van schade als overheidswerkgever niet is tekortgeschoten in zorgplicht of als er geen sprake is van aan werkgever toe te rekenen optreden van ondergeschikte. Anders zou stelsel van risicoaansprakelijkheid ontstaan, waarvoor in rechtspositieregelingen geen basis is en ook in ongeschreven recht onvoldoende aanknopingspunten bestaan. Verkeersongevallenjurisprudentie van Hoge Raad maakt dit niet anders. Het is niet goed verenigbaar om hier op billijkheidsgronden plicht tot volledige schadevergoeding op te leggen, waar die plicht ontbreekt in vele gevallen waarin ambtenaren worden geconfronteerd met – vaak naar aard en omvang niet minder ernstige – voor hun rekening blijvende schade als gevolg van ongevallen in risicovolle functies.

CRvB 8.9.2005 LJN AU2896

Militaire arts verzoekt vergoeding van psychische schade als gevolg van onbehoorlijke bejegening door Koninklijke luchtmacht. Zorgplicht werkgever strekt zich mede uit tot voorkomen van werkomstandigheden die psychisch ziekmakend zijn. HR 11.3.2005 NJ 2010 nr. 309 met noot Hartlief geldt naar strekking ook voor ambtenarenrecht. Er moet oorzakelijk verband bestaan tussen werk(omstandigheden) en psychische schade. Van werkgever wordt niet verlangd op voorhand bescherming te bieden tegen alle denkbare wrijvingen en (samenwerkings)problemen die zich op werkvloer kunnen voordoen. Wanneer gestelde schade in sterkere mate psychisch is, zal in meerdere mate sprake moeten zijn van factoren die in verhouding tot werk – objectief bezien – buitensporig karakter dragen. Aannemelijk is dat arts onder spanningen op vliegbasis heeft geleden, maar niet is gebleken dat werksfeer van dien aard was dat ontstaan en/of (laten) voortbestaan ervan Koninklijke luchtmacht als schending van zorgplicht is toe te rekenen.

CRvB 9.4.2009 LJN BI2805

Militaire ambtenaar die rookte en tijdens werk in aanraking was gekomen met asbest overlijdt aan longkanker. Erven verzoeken Defensie om schadevergoeding. In beginsel dient schade te worden vergoed wanneer door onrechtmatig handelen, bestaande uit overtreding van op arbeidsomstandigheden betrekking hebbende veiligheidsnorm, risico op ontstaan van schade aanzienlijk is vergroot en dit risico zich vervolgens heeft verwezenlijkt. Voor eventuele vergoeding door bestuursorgaan gelden criteria uit HR 31.3.2006 NJ 2011 nr. 250 met noot Tjong Tjin Tai. Bestuursorgaan dient, tenzij kans zeer groot of zeer klein is geweest, door ambtenaar als gevolg van longkanker geleden schade geheel te vergoeden, met vermindering van vergoedingsplicht in evenredigheid met mate waarin aan ambtenaar toe te rekenen omstandigheden tot schade hebben bijgedragen. Dit brengt mee dat kans moet worden vastgesteld dat longkanker is veroorzaakt door blootstelling van betrokkene aan asbest. Dit dient te geschieden aan hand van gemotiveerde schatting. Schade moet dan worden vergoed naar aldus vastgestelde percentage. Kans dat longkanker door asbestblootstelling is veroorzaakt, is 12%. Dit is niet zeer kleine kans, zodat Defensie 12% van schade door longkanker moet vergoeden.

CRvB 21.7.2011 LJN BR3273

Opsporingsambtenaar loopt bij beroepsvaardigheidstraining letsel op. Ambtenaar heeft - voor zover dit niet al voortvloeit uit van toepassing zijnde rechtspositionele voorschriften - recht op vergoeding van schade die hij lijdt in uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij betrokken bestuursorgaan aantoont dat het verplichtingen is nagekomen werkzaamheden van ambtenaar op zodanige wijze in te richten alsmede voor verrichten van werkzaamheden zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat ambtenaar in uitoefening werkzaamheden schade lijdt, of aantoont dat schade in belangrijke mate gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van ambtenaar (CRvB 22.6.2000 LJN AB0072, niet opgenomen). Deze norm strekt er niet toe absolute waarborg te scheppen. Enkele feit dat ongeval zich heeft voorgedaan maakt niet dat bestuursorgaan reeds daarom zorgplicht heeft geschonden. Nu gebruik is gemaakt van diensten van gekwalificeerde instructeur en niet is gebleken dat deze fouten heeft gemaakt, is aan zorgplicht voldaan.
Zie ook CRvB 3.6.2010 VR 2011 nr. 105: bestuursorgaan is niet aansprakelijk voor uitglijden ambtenaar in plas koffie bij kopieerapparaat.

LJN BZ1164

CRvB 25.3.2013 LJN BZ1164

Minister van Defensie is aansprakelijk voor schade die militair van Dutchbat, die val van moslimenclave Srebrenica heeft meegemaakt, lijdt door posttraumatische stressstoornis. Bij feitelijke uitvoering van missie als zodanig is zorgplicht niet geschonden, maar wel bij bieden van voldoende nazorg. Aan militair is onmiddellijk na vertrek uit Srebrenica, noch binnen korte tijd daarna, enige actieve nazorg geboden. Zo is er geen psychologische debriefing verricht, terwijl ook anderszins geen adequate psychologische opvang heeft plaatsgevonden. Nu minister in strijd met zorgplicht heeft gehandeld en niet aannemelijk heeft gemaakt dat PTSS niet aan gebrek aan nazorg kan worden toegeschreven, is causaal verband gegeven.

LJN BZ2671

CRvB 28.2.2013 LJN BZ2671

Politieagent loopt bij touwtrekken tijdens teamdag letsel aan knie op. Ingevolge art. 54 Besluit algemene rechtspositie politie moet overheidswerkgever die ambtenaar werkzaamheden opdraagt en hem daarmee blootstelt aan – gelet op aard van werkzaamheden of omstandigheden waaronder zij moeten worden verricht – verhoogd risico, kosten van geneeskundige behandeling en verzorging vergoeden. Nu deelname aan afzonderlijke activiteiten op teamdag verplicht was en (fysieke) reden om daaraan niet deel te nemen ontbrak, moet touwtrekken worden gezien als opgedragen werkzaamheid. Touwtrekken is naar zijn aard geen activiteit waarbij deelnemers worden blootgesteld aan verhoogd risico op letsel. Ongeval kan daarom niet worden aangemerkt als dienstongeval in zin van art. 54 Barp.