English

Jurisprudentie

Overige beroepsziekten

HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 596 met noot Asser, VR 2001 nr. 78 (Unilever/Dikmans)

Wanneer werknemer bij zijn werk is blootgesteld aan voor gezondheid gevaarlijke stoffen, moet het door werknemer te bewijzen oorzakelijk verband worden aangenomen, indien werkgever heeft nagelaten (redelijkerwijs noodzakelijke) veiligheidsmaatregelen te treffen, zodat werkgever dient aan te geven of en zo ja, welke maatregelen zijn getroffen.

HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354, JAR 2006 nr. 174, VR 2007 nr. 104

Werknemer stelt OPS te hebben opgelopen, waarvoor hij werkgever aansprakelijk acht. Werknemer dient op grond van art. 7:658 lid 2 BW te stellen en bewijzen dat hij schade heeft geleden in uitoefening werkzaamheden. Dat oorzakelijk verband kan slechts worden aangenomen – in navolging van HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 596 met noot Asser (Unilever/Dikmans) – indien werknemer stelt en zonodig aannemelijk maakt dat hij lijdt aan ziekte of gezondheidsklachten welke door werkzaamheden (blootstelling aan gevaarlijke stoffen) kunnen zijn veroorzaakt. Enkele omstandigheid dat werknemer bij werkzaamheden is blootgesteld aan voor gezondheid gevaarlijke stoffen rechtvaardigt niet toepassing regel van bewijslastverdeling uit Unilever/Dikmans. Werknemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn klachten kunnen zijn veroorzaakt door zijn werkzaamheden.

HR 6.2.2009 RvdW 2009 nr. 279, JAR 2009 nr. 75

Werknemer houdt werkgever aansprakelijk voor gezondheidsschade bestaande uit OPS, longemfyseem en burn-out. Nu bij werknemer diagnose OPS is gesteld, er geen grond is aan die diagnose te twijfelen en werknemer voorts aannemelijk heeft gemaakt dat hij jarenlang in relevante mate is blootgesteld aan neurotoxische stoffen die OPS kunnen veroorzaken, is verband tussen ziekte en werk aangetoond (vgl. HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354). Niet aangetoond dat longemfyseem en burn-out veroorzaakt zijn door werk, aldus Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29.5.2007 JAR 2007 nr. 247. Cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO verworpen.

HR 8.7.2011 NJ 2011 nr. 311

Werkneemster stelt ziek te zijn geworden doordat zij bij haar werk is blootgesteld aan onaanvaardbare hoeveelheden ‘stof’. Afzuiginstallatie in laboratorium werkte niet goed. Op werkneemster rust stelplicht en bewijslast van (door werkgever betwist) causaal verband tussen blootstelling en gezondheidsklachten. Hof heeft door overneming van conclusies van door Hof benoemde deskundigen vastgesteld dat klachten van werkneemster zijn veroorzaakt door chronische effecten van blootstelling in laboratoria van werkgever aan concentraties organisch stof en zeer hoge concentraties endotoxinen. Oordelen Hof waarin door werkgever tegen deskundigenrapport aangevoerde bezwaren ongegrond zijn bevonden, zijn begrijpelijk en kunnen in cassatie slechts beperkt worden getoetst. Werkgever is aansprakelijk.

LJN BX7591

HR 19.10.2012 LJN BX7591, RvdW 2012 nr. 1320

Met onder meer beeldschermwerk belaste werkneemster raakt arbeidsongeschikt door klachten aan nek, schouders en armen. Zij stelt werkgever hiervoor ex art. 7:658 BW aansprakelijk. Op basis van uitgebrachte deskundigenrapporten neemt Hof aan dat RSI(-achtige) klachten van werkneemster zijn ontstaan in uitoefening van werkzaamheden. Uit rapportage van deskundigen blijkt echter ook dat niet-nakomen door werkgever van verplichtingen met betrekking tot inrichting van werkplek (hoogte bureau, temperatuur, lichtinval) klachten niet heeft veroorzaakt en daaraan ook niet wezenlijk heeft bijgedragen. Nu ook overigens geen sprake is van relevante normschending door werkgever, worden vorderingen van werkneemster afgewezen. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 lid 1 RO.

LJN BZ1717

HR 7.6.2013 LJN BZ1717, NJ 2014 nr. 98 met noot Hartlief onder nr. 99, JA 2013 nr. 128 met noot Simons

Werkneemster valt uit met RSI en stelt werkgever daarvoor aansprakelijk. Hof heeft schadevergoedingsvordering toegewezen. In HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 596 (Unilever/Dikmans), HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354 en HR 9.1.2009 NJ 2011 nr. 252 aangenomen regel van bewijslastverdeling drukt vermoeden uit dat gezondheidsschade van werknemer is veroorzaakt door omstandigheden waarin deze zijn werk heeft verricht. Voor dat vermoeden is geen plaats indien verband tussen gezondheidsschade en arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. Gelet op door werkgever aangevoerde omstandigheden – die ertoe strekken dat omtrent aard en oorzaken van RSI veel onduidelijkheden bestaan en dat onvoldoende aannemelijk is dat arbeidsomstandigheden RSI van werkneemster hebben veroorzaakt – kon Hof niet zonder nadere motivering voornoemde regel toepassen en causaal verband aannemen. Aansluiting bij oordeel van deskundige onder verwijzing naar diens kennis, ervaring en intuïtie volstaat daartoe niet. Enkele omstandigheid dat werkgever in strijd met art. 4 Besluit beeldschermwerk juncto art. 6 lid 1 Arbeidsomstandighedenwet 1994 werkneemster niet heeft geïnstrueerd om na ten hoogste twee achtereenvolgende uren beeldschermwerk ander werk te gaan doen of pauze te nemen brengt niet mee dat werkgever zorgplicht van art. 7:658 lid 1 BW heeft geschonden. Of dat geval is, hangt mede af van overige omstandigheden van geval. Hof kon oordelen dat werkgever zorgplicht niet heeft nageleefd. Takenpakket bood onvoldoende garantie voor in regelgeving beoogde afwisseling van werkzaamheden. Oordeel dat klachten werkneemster moeten worden toegeschreven aan arbeidsomstandigheden is van feitelijke aard. Voor proportionele aansprakelijkheid is geen plaats. Arrest Hof wordt vernietigd.

LJN BZ1721

HR 7.6.2013 LJN BZ1721, NJ 2014 nr. 99 met noot Hartlief, JA 2013 nr. 108 met noot Den Hoed en nr. 129 met noot Simons onder nr. 128

Erven van aan kanker overleden schilder stellen werkgever daarvoor aansprakelijk. Hof heeft schadevergoedingsvordering toegewezen. Hof heeft in cassatie onbestreden drie fasen in bewijslevering van causaal verband tussen blootstelling aan gevaarlijke stoffen en gezondheidsschade onderscheiden. Regel uit HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 596 (Unilever/Dikmans), HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354 en HR 9.1.2009 NJ 2011 nr. 252 drukt vermoeden uit dat gezondheidsschade van werknemer is veroorzaakt door omstandigheden waarin deze zijn werk heeft verricht. Voor dat vermoeden is geen plaats indien verband tussen gezondheidsschade en arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. Hof heeft onjuiste uitleg gegeven aan regel door te oordelen dat voor antwoord op vraag of klachten werknemer kunnen zijn veroorzaakt door blootstelling aan gevaarlijke stoffen rechtens geen ondergrens bestaat, in die zin dat grootte van die kans daarvoor niet van belang is. Wanneer concrete voorschriften ontbreken, dient aan hand van concrete omstandigheden te worden beoordeeld of werkgever aan zorgplicht heeft voldaan. Oordeel Hof dat uit vakliteratuur en Publicatieblad P-139 volgt dat werkgever bekend behoorde te zijn met "gevaren verbonden aan blootstelling aan gevaarlijke stoffen" en hij op die grond maatregelen had moeten treffen, is te vaag en onvoldoende om schending van zorgplicht aan te nemen. Bij toepassing van regel van proportionele aansprakelijkheid wordt onder oorzaak die voor risico van benadeelde zelf komt hier verstaan buiten uitoefening van werk gelegen omstandigheid die aan werknemer moet worden toegerekend, zoals roken, genetische aanleg, veroudering of van buiten komende oorzaken. Laatste omstandigheden kunnen werknemer niet worden verweten, maar komen in verhouding tot werkgever voor zijn risico. Hof heeft dit miskend bij verwerping van beroep op vermindering van vergoedingsplicht werkgever. Arrest Hof wordt vernietigd.

lagere rechters

Kantonrechter Assen 7.3.2007 NJF 2007 nr. 260

Aansprakelijkheid werkgever voor OPS. Conform HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354 rust op werknemer bewijslast dat hij schade heeft opgelopen in uitoefening werkzaamheden, waaronder bewijs dat hij OPS heeft. Enkele blootstelling aan toxische stoffen doet bewijslast niet naar werkgever verschuiven. Rapport Solvent-team uitsluitend gebaseerd op verklaringen werknemer en daarmee niet maatgevend. Volgt deskundigenbericht door (blootstellings)deskundige.

Gerechtshof Amsterdam 3.5.2007 JAR 2007 nr. 156

Werkneemster met RSI stelt werkgever daarvoor aansprakelijk. Causaal verband met werkzaamheden wordt voorshands aangenomen. Werkneemster verrichtte veel beeldschermwerk, werkplek was niet ergonomisch aan haar individuele kenmerken aangepast en er was regelmatig sprake van aanzienlijke werkdruk. Als tegenbewijs niet slaagt, zal werkgever aansprakelijk zijn vanwege niet tijdig voeren RSI-beleid.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 8.1.2008 JAR 2008 nr. 70, JA 2008 nr. 43

Inpakster ontwikkelt tot arbeidsongeschiktheid leidende RSI-klachten bij werk aan lopende band, waarvoor zij werkgever aansprakelijk stelt. Werkgever is niet tekortgeschoten in naleving zorgplicht. Hij heeft werkneemster aangepast werk aangeboden en zich voldoende ingezet voor haar reïntegratie. Werkzaamheden werkneemster kenden blijkens RI&E geen knelpunten. Werkdruk was wel aanwezig, maar niet te hoog. Bij werk aan lopende band behoefde werkgever redelijkerwijs geen andere maatregelen te treffen dan geven van voldoende pauzes en afwisseling van werk.

Gerechtshof 's-Gravenhage 25.1.2008 JA 2008 nr. 124

Werknemer is tijdens werk als operator in fabriekshal waar aluminiumstrips werden geverfd, blootgesteld aan oplosmiddelen. Op basis van rapporten van Solvent-team, feitelijke gegevens omtrent blootstelling tijdens werkzaamheden, verbetering klachten na beëindiging werkzaamheden en onvoldoende betwisting door werkgever van diagnose OPS, is causaal verband tussen blootstelling en gezondheidsklachten aannemelijk. Werkgever heeft nagelaten noodzakelijke veiligheidsmaatregelen te treffen. Van hem mochten niet alleen technische maatregelen (afzuiging, paintmaskers) worden verwacht, maar ook organisatorische, zoals voorlichting over risico's, zindelijke werkwijze en gebruik beschermingsmiddelen. Werkgever is aansprakelijk.