English

Jurisprudentie

Asbest

HR 2.10.1998 NJ 1999 nr. 682 met noot Vranken, VR 1999 nr. 15 (De Schelde/Wijkhuisen)

Ook aansprakelijkheid als nalatigheid van werkgever heeft geleid tot een toen niet bekend gevaar. Verjaringstermijn van art. 3:310 lid 2 BW (30 jaar) ook van toepassing op vorderingen ex art. 1638x (oud) BW. Voor toepassing van art. 3:310 lid 2 BW is aard van stof in beginsel beslissend, zodat het niet gaat om concrete omstandigheden waarin dit gevaar zich ook werkelijk blijkt te verwezenlijken.

HR 2.10.1998 NJ 1999 nr. 683 met noot Vranken, VR 1999 nr. 114 (Cijsouw/De Schelde II)

Ook al was werken met asbest gebruikelijk en maatschappelijk aanvaard, waren in andere vergelijkbare bedrijven ook geen veiligheidsmaatregelen getroffen en was gebruik van asbest voorgeschreven, toch is werkgever tekortgeschoten.

HR 17.2.2006 NJ 2007 nr. 285 met noot Brunner, JAR 2006 nr. 67, VR 2007 nr. 71

Erven van aan mesothelioom overleden werknemer spreken werkgever aan, stellende dat blootstelling aan fatale asbeststof heeft plaatsgevonden tijdens dienstverband bij werkgever van 1965-1967. Verhoogde zorgvuldigheidsnorm geldt vanaf moment waarop binnen maatschappelijke kring werkgever gezondheidsgevaren bekend (behoren te) zijn, maar het is afhankelijk van omstandigheden van geval en toentertijd bestaande kennis en inzichten welke veiligheidsmaatregelen van werkgever konden worden verwacht (zie ook HR 17.12.2004 NJ 2007 nr. 147 met noot Brunner). Daarbij is duur en intensiteit blootstelling mede van belang. Aan door werkgever te leveren bewijs mogen geen hoge eisen worden gesteld, nu het gaat om situatie van 40 jaar geleden. Voldoende is dat werkgever aannemelijk maakt dat hij destijds ervan mocht uitgaan dat concrete blootstelling van zijn werknemers aan asbeststof gelet op geringe duur en intensiteit van die blootstelling, geen risico voor asbestose opleverde. Zie voor vervolg Gerechtshof 's-Gravenhage 18.8.2009 RAV 2009 nr. 98. Erven slagen niet in bewijs dat werknemer in uitoefening van werkzaamheden is blootgesteld aan asbest. Vordering afgewezen.

HR 31.3.2006 NJ 2011 nr. 250 met noot Tjong Tjin Tai, JAR 2006 nr. 100

Werknemer die vele jaren in asbestverwerkend bedrijf heeft gewerkt, overlijdt aan longkanker (zonder daaraan voorafgegane asbestose). Werknemer heeft ook jarenlang gerookt. Deskundigenbericht met betrekking tot (o.a.) feitelijke gang van zaken indertijd bij werkgever én vraag wat kans was dat longkanker veroorzaakt was door asbestblootstelling. Werkgever is tekortgeschoten in zijn veiligheidsverplichtingen ex art. 7:658 BW. Longkanker kan ook door roken dan wel door omstandigheden waar niemand voor verantwoordelijk is, zijn ontstaan. Indien – door deskundige begrote - kans dat gezondheidsschade is veroorzaakt door toerekenbare tekortkoming werkgever zeer klein is, ligt in het algemeen voor de hand dat rechter vordering afwijst. Is die kans zeer groot, ligt voor de hand dat rechter vordering toewijst. Ten aanzien van daartussen gelegen gevallen is het in het algemeen, mede gelet op strekking onderhavige norm en aard normschending, uit overwegingen van redelijkheid en billlijkheid onaanvaardbaar onzekerheid over oorzaak van schade werknemer in zijn geheel op werknemer dan wel op werkgever af te wentelen. Mede gelet op aan art. 6:99 en 6:101 BW ten grondslag liggende uitgangspunten moet worden aangenomen dat, indien er zowel kans bestaat dat schade door toerekenbare tekortkoming werkgever is veroorzaakt als door aan werknemer toe te rekenen omstandigheid, de rechter werkgever tot vergoeding van gehele schade mag veroordelen, met vermindering van die vergoedingsplicht in evenredigheid met mate waarin aan werknemer toe te rekenen omstandigheden tot schade hebben bijgedragen.

HR 31.3.2006 RvdW 2006 nr. 336, JAR 2006 nr. 101

Eenzelfde soort beslissing over kansberekening als HR 31.3.2006 NJ 2011 nr. 250 met noot Tjong Tjin Tai, zij het dat in dit geval werknemer niet had gerookt. Werkgever desalniettemin niet volledig aansprakelijk omdat ook andere factoren - niet aan werkgever toe te rekenen omstandigheden - tot ontstaan longkanker kunnen hebben bijgedragen.

lagere rechters

LJN BY6205

Gerechtshof 's-Gravenhage 18.12.2012 LJN BY6205, NJ 2013 nr. 372, NJF 2013 nr. 66

Bij werknemer die tijdens werk op scheepswerf in jaren 1952-1964 is blootgesteld aan asbest wordt in 2008 mesothelioom vastgesteld. Werkgever heeft zorgplicht jegens werknemer geschonden, nu reeds voorafgaand aan en tijdens dienstverband werknemer er ernstige aanwijzingen waren voor gezondheidsschadelijke effecten van beroepsmatige blootstelling aan asbest en werkgever dat wist, althans had behoren te weten. Daaraan doet niet af dat eerst met proefschrift van Stumphius in 1969 mesothelioomrisico in Nederland doordrong. Op basis van gezichtspunten uit HR 28.4.2000 NJ 2000 nr. 430 wordt 30-jarige verjaringstermijn doorbroken. Dat scheepswerf verwijt treft van blootstelling personeel aan asbest en dat schade door verzekering is gedekt, weegt sterk mee. Aansprakelijkheidsverzekeraar scheepswerf kon bij acceptatie in 1968 weten van mogelijk toekomstige mesothelioomschade, want Asbestconferentie in New York was in 1964. Vordering van erven werknemer wordt toegewezen.
Zie voor soortgelijke beslissing Gerechtshof 's-Gravenhage 18.12.2012 LJN BY6208, NJF 2013 nr. 67

ECLI:NL:HR:2018:536

HR 6.4.2018 ECLI:NL:HR:2018:536

Bij werknemer die jarenlang als badmeester heeft gewerkt in dienst van gemeente, wordt mesothelioom geconstateerd. Hij is verspreid over periode van 17 jaar op zes werkdagen in buurt geweest van werkzaamheden aan asbesthoudende materialen in zwembad. Bij eerdere werkgever vonden bij uitstek asbest gerelateerde werkzaamheden plaats. Weduwe van werknemer spreekt gemeente aan tot schadevergoeding. Op grond van art. 7:658 lid 2 BW moet werknemer stellen en bewijzen dat hij schade waarvan hij vergoeding vordert, heeft geleden in uitoefening van zijn werkzaamheden. Oorzakelijk verband tussen werkzaamheden en schade moet in beginsel worden aangenomen indien werkgever heeft nagelaten maatregelen te treffen ter voorkoming van dergelijke schade. Voor vermoeden dat gezondheidsschade is veroorzaakt door arbeidsomstandigheden, is geen plaats indien verband tussen gezondheidsschade en arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is (zie HR 7.6.2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721). Arbeidsrechtelijke omkeringsregel geldt ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Hof kon oordelen dat duur en intensiteit van blootstelling van werknemer aan asbest tijdens werkzaamheden voor gemeente zo gering zijn geweest in verhouding tot totale blootstelling aan asbest, dat reeds daarom verband tussen mesothelioom en werkzaamheden bij gemeente te onzeker is. Vorderingen van weduwe worden afgewezen.

Rechtbank 's-Gravenhage 2.10.2002 NJ Kort 2002 nr. 78

In periode dat aan mesothelioom overleden werknemer bij werkgever in dienst was, werd in wetenschap onderscheid gemaakt tussen werken met witte, niet riskant geachte asbest en met andere soorten asbest. Nu vaststaat dat bij werkgever alleen met witte asbest werd gewerkt, heeft werkgever niet in strijd met destijds geldende objectieve norm gehandeld dat voor blauwe asbest wel, maar voor werken met witte asbest geen maatregelen moesten worden genomen. Dat werkgever niet van onderscheid tussen witte en blauwe asbest afwist, doet daar niet aan af.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6.5.2008 JAR 2008 nr. 223, JA 2008 nr. 126

Werknemer komt onbeschermd in aanraking met asbest, waarna hij angstklachten ontwikkelt en arbeidsongeschikt raakt. Materieel werkgever heeft niet onderkend dat met asbest werd gewerkt en is aansprakelijk voor blootstelling daaraan. Causaal verband tussen blootstelling en angstklachten wordt op grond van deskundigenbericht aangenomen. Mogelijke predispositie werknemer doorbreekt dit niet, maar speelt bij omvang schade wel rol.