English

Jurisprudentie

Causaal verband/ stelplicht en bewijslast

HR 10.12.1999 NJ 2000 nr. 211 met noot Stein, VR 2000 nr. 118

Verpleegster glijdt uit, mogelijk over injectienaald. Ziekenhuis is in beginsel aansprakelijk, ook als niet vaststaat wat oorzaak uitglijden is. Aansprakelijkheid ontbreekt als ziekenhuis aantoont dat het verplichtingen ex art. 7:658 BW is nagekomen, de nakoming het ongeval niet had kunnen voorkomen of als schade gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van werkneemster. Zie voor vervolg Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1.2.2001 NJ nr. 642; ziekenhuis niet geslaagd in bewijs dat verbandkar waar naald vanaf gevallen kan zijn, voldeed aan daaraan te stellen eisen.

HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 596 met noot Asser, VR 2001 nr. 78 (Unilever/Dikmans)

Wanneer werknemer bij zijn werk is blootgesteld aan voor gezondheid gevaarlijke stoffen moet het door werknemer te bewijzen oorzakelijk verband worden aangenomen indien werkgever heeft nagelaten (redelijkerwijs noodzakelijke) veiligheidsmaatregelen te treffen, zodat werkgever dient aan te geven of en zo ja, welke maatregelen zijn getroffen.

HR 15.12.2000 NJ 2001 nr. 252, VR 2001 nr. 79

Art. 7:658 BW houdt in zoverre herziening van voorheen krachtens art. 1638x (oud) BW geldende bewijslastverdeling in dat thans werkgever dient te bewijzen dat hij zijn zorgverplichting op gebied van veiligheid is nagekomen. Er bestaat dan ook geen grond meer voor handhaving van onder art. 1638x (oud) BW gestelde strenge eisen met betrekking tot stelplicht voor werkgever, inhoudende dat werkgever die ontkende in zijn zorgverplichting te zijn tekortgeschoten, diende te zorgen voor ongevalsrapportage. Enkele ontbreken ongevalsrapportage rechtvaardigt niet conclusie dat werkgever aansprakelijk is.

HR 26.1.2001 NJ 2001 nr. 597 met noot Asser onder nr. 596, VR 2001 nr. 80 (Weststrate/De Schelde)

Werknemer met mesothelioom spreekt werkgever aan ex art. 1638x (oud) BW, stellende dat fatale blootstelling aan asbeststof heeft plaatsgevonden tijdens zijn dienstverband bij werkgever. Ingevolge hoofdregel van art. 150 Rv dient werknemer feiten te bewijzen. Strekking van art. 7:658 BW brengt geen afwijking in stelplicht en bewijslast mee in zaken waar blootstelling aan asbest speelt.

HR 29.6.2001 NJ 2001 nr. 476, VR 2001 nr. 186

Vaststaat dat aan werknemer in uitoefening van zijn werkzaamheden een ongeval is overkomen, maar werkgever en werknemer verschillen van mening over toedracht. Op werkgever rust dan bewijslast van toedracht ongeval voorzover hij zich wil beperken tot bewijs dat hij zijn verplichting ex art. 7:658 lid 1 BW is nagekomen. In bijzondere omstandigheden kan van deze bijzondere regel van bewijslastverdeling worden afgeweken, zodat dan moet worden uitgegaan van hoofdregel van art. 150 Rv. Werkgever heeft zich echter niet op zodanige bijzondere omstandigheden beroepen. Werkgever beroept zich voor door hem gestelde toedracht op twee kort na ongeval opgestelde rapporten. Rechtbank heeft onvoldoende gemotiveerd waarom die twee rapporten niet voldoende bewijs voor door werkgever gestelde toedracht vormen.

HR 25.5.2007 NJ 2008 nr. 463 met noot Heerma van Voss onder nr. 465, JAR 2007 nr. 161, VR 2007 nr. 165

Verstandelijk gehandicapte werkneemster komt bij afstappen podium ten val en stelt werkgever aansprakelijk. Werkgever voert aan dat naast podium trapje aanwezig was, dat zijn medewerkers werkneemster hebben gewaarschuwd trapje te gebruiken en hij zodoende heeft voldaan aan zorgplicht. Volgens werkneemster was trapje onveilig. Gezien concrete stellingen werkgever en vaststaande feiten mocht van werkneemster worden verwacht dat zij ter betwisting van verweer werkgever haar stelling dat trapje onveilig was, nader zou toelichten en onderbouwen. Werkneemster heeft dit nagelaten, zodat bewijsaanbod niet aan orde komt. Verstandelijke handicap werkneemster levert in deze situatie ook geen extra inspanningsverplichting voor werkgever op; gelet op omstandigheden moet zij zich bewust zijn geweest van gevaar van hoogteverschil.

HR 9.1.2009 NJ 2011 nr. 252 met noot Tjong Tjin Tai, JA 2009 nr. 58 met noot Hoogeveen, RAV 2009 nr. 26, JAR 2009 nr. 38

Bekistingstimmerman stelt werkgever aansprakelijk voor arbeidsongeschiktheid wegens lage rugklachten. Voor toepassing van regel van bewijslastverdeling uit HR 17.11.2000 NJ 2000 nr. 596 met noot Asser (Unilever/Dikmans) moet werknemer niet alleen stellen en bewijzen dat hij werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor zijn gezondheid, maar ook stellen en aannemelijk maken dat hij gezondheidsklachten heeft die door deze omstandigheden kunnen zijn veroorzaakt zijn (vgl. HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354). Gelet op vaststelling van deskundigen hebben klachten timmerman geen werkgerelateerde oorzaak, zodat van aantoonbare schade geen sprake kan zijn. Aan toepassing van bewijslastregel wordt niet toegekomen. Hof was niet gehouden deskundigenbericht in te winnen.

HR 9.1.2009 RvdW 2009 nr. 173, JA 2009 nr. 59 met noot Hoogeveen, VR 2009 nr. 28, RAV 2009 nr. 25, JAR 2009 nr. 39

Medisch secretaresse die wegens verergerde astmaklachten volledig arbeidsongeschikt raakt, houdt werkgever aansprakelijk wegens passief meeroken op werkplek. Deskundige concludeert dat kans dat gezondheidsklachten door meeroken zijn verergerd even groot is als kans dat klachten door andere niet-werkgerelateerde oorzaken zijn toegenomen. Hierop gebaseerd oordeel van Hof dat, ondanks ontbreken van objectiveerbare medische gegevens over gezondheidsklachten van werkneemster, causaal verband tussen die klachten en blootstelling aan sigarettenrook kan worden aangenomen, is niet onbegrijpelijk. Werkgever is voor 50% aansprakelijk.

HR 10.6.2011 NJ 2011 nr. 273

Vrachtwagenchauffeur overkomt ongeval bij lossen van oplegger die door externe verlader was geladen. Werknemer spreekt werkgever aan uit art. 7:658 BW. Als vaststaat dat werknemer in uitoefening van werkzaamheden schade lijdt dient werkgever te stellen en te bewijzen dat hij zorgplicht is nagekomen. Voert werkgever hiertoe voldoende concrete feitelijke gegevens aan, dan mag van werknemer worden verlangd dat hij betwisting van dat verweer voldoende concreet motiveert. Werknemer hoeft echter niet te stellen welke norm werkgever heeft geschonden of welke maatregelen werkgever had moeten treffen; dan zou worden uitgegaan van stelplicht werknemer die niet past binnen stelsel van art. 7:658 BW. Dit geldt ook als werkgever zorg voor veiligheid van werknemers heeft overgelaten aan hulppersonen.
Zie na verwijzing Gerechtshof 's-Hertogenbosch 3.7.2012 LJN BX0429, JA 2012 nr. 173 met noot Simons: werkgever is aansprakelijk.

HR 24.6.2011 NJ 2011 nr. 281

Wanneer werkgever niet bewijst dat schade in belangrijke mate gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer brengt art. 7:658 lid 2 BW niet mee dat werkgever niet kan hebben voldaan aan plicht van art. 7:658 lid 1 BW om zodanige aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat werknemer schade lijdt. Ook in gevallen waarin het gaat om veiligheidsvoorzieningen (zoals veiligheidsgordels) die werknemer zelf moet toepassen, kan werkgever aan aansprakelijkheid ontkomen door aan te tonen dat hij veiligheidsmaatregelen heeft genomen en veiligheidsinstructies heeft gegeven die van hem gevergd konden worden.

HR 11.11.2011 NJ 2011 nr. 598 met noot Hartlief onder nr. 597, JA 2012 nr. 7 met noot Simons onder JA 2012 nr. 8

Socio-therapeut is tijdens werk in TBS-instelling door patiënt mishandeld en arbeidsongeschikt geraakt. Ongeval, met letselschade tot gevolg, vloeit voort uit gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met en inherent is aan uitvoering van werkzaamheden in TBS-instelling waaraan werknemer zich vanwege specifieke functie niet kan onttrekken. In zo'n geval worden zeer hoge eisen gesteld aan stelplicht van werkgever dat is voldaan aan vereiste hoge veiligheidsniveau van werkomstandigheden. Het gaat om 1) algemene maatregelen tot beveiliging van werknemers, voorlichting en toezicht op naleving van op gevaar van dagelijkse omgang met TBS-patiënten afgestemde instructies en 2) specifieke maatregelen en instructies gericht op omgang met betrokken patiënt. Werkgever is alleen ingegaan op concreet te verwachten gevaar dat patiënt agressief zou worden en in dat verband vereiste maatregelen, maar heeft niet gesteld dat hij redelijkerwijs te vergen algemene maatregelen heeft getroffen. Aan stelplicht en bewijslast is niet voldaan, zodat werkgever ex art. 7:658 BW aansprakelijk is. Bij 'structureel gevaarlijk werk' is geen ruimte voor aansprakelijkheid ex art. 7:611 BW als werkgever zorgplicht van art. 7:658 BW is nagekomen. Uit art. 7:611 BW kan evenmin verplichting van werkgever worden afgeleid om zorg te dragen voor behoorlijk verzekering ter dekking van risico van arbeidsongeval zoals werknemer is overkomen.

LJN BZ1717

HR 7.6.2013 LJN BZ1717, NJ 2014 nr. 98 met noot Hartlief onder nr. 99, JA 2013 nr. 128 met noot Simons

Werkneemster valt uit met RSI en stelt werkgever daarvoor aansprakelijk. Hof heeft schadevergoedingsvordering toegewezen. In HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 596 (Unilever/Dikmans), HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354 en HR 9.1.2009 NJ 2011 nr. 252 aangenomen regel van bewijslastverdeling drukt vermoeden uit dat gezondheidsschade van werknemer is veroorzaakt door omstandigheden waarin deze zijn werk heeft verricht. Voor dat vermoeden is geen plaats indien verband tussen gezondheidsschade en arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. Gelet op door werkgever aangevoerde omstandigheden – die ertoe strekken dat omtrent aard en oorzaken van RSI veel onduidelijkheden bestaan en dat onvoldoende aannemelijk is dat arbeidsomstandigheden RSI van werkneemster hebben veroorzaakt – kon Hof niet zonder nadere motivering voornoemde regel toepassen en causaal verband aannemen. Aansluiting bij oordeel van deskundige onder verwijzing naar diens kennis, ervaring en intuïtie volstaat daartoe niet. Enkele omstandigheid dat werkgever in strijd met art. 4 Besluit beeldschermwerk juncto art. 6 lid 1 Arbeidsomstandighedenwet 1994 werkneemster niet heeft geïnstrueerd om na ten hoogste twee achtereenvolgende uren beeldschermwerk ander werk te gaan doen of pauze te nemen brengt niet mee dat werkgever zorgplicht van art. 7:658 lid 1 BW heeft geschonden. Of dat geval is, hangt mede af van overige omstandigheden van geval. Hof kon oordelen dat werkgever zorgplicht niet heeft nageleefd. Takenpakket bood onvoldoende garantie voor in regelgeving beoogde afwisseling van werkzaamheden. Oordeel dat klachten werkneemster moeten worden toegeschreven aan arbeidsomstandigheden is van feitelijke aard. Voor proportionele aansprakelijkheid is geen plaats. Arrest Hof wordt vernietigd.

LJN BZ1721

HR 7.6.2013 LJN BZ1721, NJ 2014 nr. 99 met noot Hartlief, JA 2013 nr. 108 met noot Den Hoed en nr. 129 met noot Simons onder nr. 128

Erven van aan kanker overleden schilder stellen werkgever daarvoor aansprakelijk. Hof heeft schadevergoedingsvordering toegewezen. Hof heeft in cassatie onbestreden drie fasen in bewijslevering van causaal verband tussen blootstelling aan gevaarlijke stoffen en gezondheidsschade onderscheiden. Regel uit HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 596 (Unilever/Dikmans), HR 23.6.2006 NJ 2006 nr. 354 en HR 9.1.2009 NJ 2011 nr. 252 drukt vermoeden uit dat gezondheidsschade van werknemer is veroorzaakt door omstandigheden waarin deze zijn werk heeft verricht. Voor dat vermoeden is geen plaats indien verband tussen gezondheidsschade en arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. Hof heeft onjuiste uitleg gegeven aan regel door te oordelen dat voor antwoord op vraag of klachten werknemer kunnen zijn veroorzaakt door blootstelling aan gevaarlijke stoffen rechtens geen ondergrens bestaat, in die zin dat grootte van die kans daarvoor niet van belang is. Wanneer concrete voorschriften ontbreken, dient aan hand van concrete omstandigheden te worden beoordeeld of werkgever aan zorgplicht heeft voldaan. Oordeel Hof dat uit vakliteratuur en Publicatieblad P-139 volgt dat werkgever bekend behoorde te zijn met "gevaren verbonden aan blootstelling aan gevaarlijke stoffen" en hij op die grond maatregelen had moeten treffen, is te vaag en onvoldoende om schending van zorgplicht aan te nemen. Bij toepassing van regel van proportionele aansprakelijkheid wordt onder oorzaak die voor risico van benadeelde zelf komt hier verstaan buiten uitoefening van werk gelegen omstandigheid die aan werknemer moet worden toegerekend, zoals roken, genetische aanleg, veroudering of van buiten komende oorzaken. Laatste omstandigheden kunnen werknemer niet worden verweten, maar komen in verhouding tot werkgever voor zijn risico. Hof heeft dit miskend bij verwerping van beroep op vermindering van vergoedingsplicht werkgever. Arrest Hof wordt vernietigd.

lagere rechters

Gerechtshof Leeuwarden 11.1.2011 JA 2011 nr. 45

Sociotherapeut loopt letsel op als onrustige patiënt plots met hem gaat "stoeien" en stelt werkgever ex art. 7:658 en 7:611 BW aansprakelijk. Ook als er vanuit wordt gegaan dat werkgever zorgplicht heeft geschonden door werknemer niet gelegenheid te bieden geregeld herhalingscursussen "controle en fysieke beheersing" te volgen, is vordering ex art. 7:658 BW niet toewijsbaar vanwege ontbreken van causaal verband. Incident zou zich ook hebben voorgedaan als werknemer herhalingstraining had gehad. Werkgever kan ex art. 7:611 BW aansprakelijk zijn, maar daarvoor wil Hof inlichtingen over mogelijkheden werkgever om behoorlijke verzekering te sluiten voor schade van werknemers door confrontatie met agressie.

Gerechtshof Arnhem nzp Leeuwarden 27.3.2012 JA 2012 nr. 101 met noot Vegter

Erven van aan kanker overleden schilder stellen werkgever daarvoor aansprakelijk. Uit rechtspraak Hoge Raad volgt dat in bewijslevering van causaal verband tussen blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werkgever en gezondheidsschade van werknemer 3 fasen zijn te onderscheiden: (1) Werknemer dient te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij aan gevaarlijke stoffen is blootgesteld en dat gezondheidsklachten door blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. (2) Als werknemer in dat bewijs slaagt, dient werkgever te stellen en te bewijzen dat hij aan zorgplicht heeft voldaan, bij gebreke waarvan causaal verband in beginsel vaststaat. (3) Werkgever kan nog stellen en bewijzen dat geen sprake is van causaal verband tussen blootstelling en gezondheidsklachten. Voor bewijs in eerste fase geldt geen juridische ondergrens; grootte van kans is niet van belang. Werkgever behoorde vanaf 1976 bekend te zijn met gevaren verbonden aan werken met verven en oplosmiddelen, ook al was toen mogelijk risico van OPS en kanker nog niet bekend. In derde fase rust bewijsrisico op werkgever. Als komt vast te staan dat ziekte ook andere oorzaak kan hebben dan blootstelling, of zelfs dat kans dat ziekte andere oorzaak heeft veel groter is, is daarmee nog niet bewezen dat ziekte niet door blootstelling is veroorzaakt. Alleen aan werknemer toe te rekenen omstandigheden die aan schade hebben bijgedragen, kunnen in aanmerking worden genomen bij eventuele vermindering van vergoedingsplicht werkgever. Na doorlopen van dit schema neemt Hof causaal verband aan. Werkgever is aansprakelijk voor schade werknemer.