English

Jurisprudentie

Stelplicht en bewijslast

HR 8.6.2001 NJ 2001 nr. 433, VR 2001 nr. 168 (Zwolsche Algemeene/De Greef)

Aan bewijs van oorzakelijk verband tussen ongeval en gezondheidsklachten (post whiplash syndroom) mogen geen al te hoge eisen worden gesteld. Ontbreken van specifiek medisch aantoonbare verklaring voor klachten komt voor risico van veroorzaker van ongeval en staat niet in weg aan oordeel dat bewijs van oorzakelijk verband is geleverd.

HR 2.5.2003 NJ 2003 nr. 468

Uit hoofdregel dat partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten, de bewijslast van die feiten draagt, kan niet worden afgeleid dat tegenpartij feiten moet bewijzen die hij stelt ter betwisting van eerdergenoemde feiten. Voor opdragen tegenbewijs aan die partij is slechts reden:

HR 9.7.2004 NJ 2005 nr. 78, Nieuwsbrief Personenschade september 2004

Door ernstig zuurstoftekort tijdens bevalling loopt baby blijvend letsel op. Ziekenhuis heeft te traag op tekenen van foetale nood gereageerd en is daarmee tekortgeschoten in nakoming van met moeder bestaande behandelingsovereenkomst. Causaal verband handelen ziekenhuis en schade wordt op basis van omkeringsregel aangenomen. Hof had ziekenhuis moeten toelaten tot leveren tegenbewijs. Nu het om tegenbewijs gaat, behoeft aanbod niet gespecificeerd te worden (HR 9.1.1999 NJ 1999 nr. 413 met noot Snijders, niet opgenomen), terwijl ziekenhuis terzake voldoende heeft gesteld. Hof had zich niet mogen begeven in prognose omtrent resultaat bewijslevering.

HR 27.11.2009 NJ 2009 nr. 598

Schadestaatprocedure. Het ligt op weg van eiser voldoende concrete feiten te stellen waaruit vaststelling van door hem geleden schade kan worden afgeleid. Hof mocht echter niet zonder meer van eiser verlangen dat hij met betrekking tot inkomen dat hij zou hebben verdiend, bewijsstukken zou overleggen. Eiser had gesteld dat hij daarover niet kon beschikken voor periode dat hij daadwerkelijk in dienst was en geen stukken kon overleggen over periode waarin hij niet meer voor werkgever werkte. Dat in schadestaat niet beloop van immateriële schade is opgegeven, maakt niet dat deze vordering niet toewijsbaar is, nu deze strekt tot vergoeding naar billijkheid.

HR 22.12.2009 RvdW 2010 nr. 62

Aanrijding tussen twee bromfietsers. Eiser spreekt verweerder (en zijn verzekeraar) aan voor zijn gehele schade. Verweerder voert verweer dat eiser te snel heeft gereden. Deze betwist dat en biedt daarvan bewijs aan. Hof passeert dit bewijsaanbod ten onrechte. Aanbod strekte tot leveren van tegenbewijs, waartoe Hof eiser ex art. 151 lid 2 Rv zonder meer had moeten toelaten. Dit tegenbewijs behoefde niet te worden gespecificeerd.

HR 27.5.2011 NJ 2011 nr. 512 met noot Krans

Werknemer dient te bewijzen dat hij tijdens dienstverband discriminerend is behandeld. In hoger beroep biedt werknemer aanvullend bewijs aan door collega’s als getuige te doen horen, maar Hof passeert dit. Eis dat bewijsaanbod voldoende specifiek moet zijn kan meebrengen dat indien al schriftelijke verklaringen van getuigen zijn overgelegd, nader wordt aangegeven in hoeverre getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan. Hof heeft te hoge eisen gesteld aan bewijsaanbod. Nu verklaringen afkomstig zijn van collega’s voor wie vanwege loyaliteitsconflict niet steeds eenvoudig zal zijn uitvoerig schriftelijk te verklaren, hoefde niet te worden vermeld in hoeverre zij nog meer konden verklaren.

LJN BX0737

HR 9.11.2012 LJN BX0737, RvdW 2012 nr. 1403, JA 2013 nr. 1 met noot Delhaas

Vennoot die vennootschap onder firma heeft opgezegd vordert van overige vennoten uitkering van waarde van zijn aandeel in v.o.f. (eerste procedure). Advocaat van overige vennoten laat na verweer te voeren dat één van vennoten ten tijde van opzegging geen vennoot meer was. Deze vennoot vordert van advocaat vergoeding van schade door diens beroepsfout (tweede procedure). Vennoot dient aannemelijk te maken dat verweer in eerste procedure zou zijn gehonoreerd. Hof heeft daaraan onterecht gevolgtrekking verbonden dat vennoot moet bewijzen dat hij v.o.f. niet heeft voortgezet. Zodanig toegespitste bewijsopdracht met daaraan verbonden bewijsrisico brengt vennoot in lastiger bewijspositie dan gerechtvaardigd is, nu die eraan voorbijgaat dat opzeggende vennoot, als beroepsfout niet was gemaakt, in eerste procedure zou hebben moeten bewijzen dat vennoot v.o.f. had voortgezet en dus op dat punt bewijsrisico zou hebben gedragen. Verder dienen aan bewijslevering in tweede procedure andere eisen te worden gesteld dan eisen die daarvoor zouden hebben gegolden in eerste procedure. Hoge Raad doet zaak zelf af en geeft passende bewijsopdracht.

LJN BZ5356

HR 14.6.2013 LJN BZ5356, NJ 2013 nr. 343

Gekochte woonruimte blijkt wegens vochtoverlast ongeschikt voor bewoning. Kopers vorderen schadevergoeding van makelaar. Makelaar stelt dat hij na bezichtiging kopers heeft geadviseerd om niet mee te werken aan overdracht totdat alle opleverpunten zouden zijn verholpen en, na inschakeling van bouwkundig adviesbureau, duidelijkheid zou zijn ontstaan over oorzaak en aard van geconstateerde vochtproblematiek. Deze stelling is geen bevrijdend verweer, maar onderdeel van betwisting door makelaar van stelling kopers dat makelaar jegens hen in zorgplicht is tekortgeschoten. Het is in beginsel aan kopers om aannemelijk te maken dat die betwisting ongegrond is.

ECLI:NL:HR:2015:760

HR 27.3.2015 ECLI:NL:HR:2015:760, RvdW 2015 nr. 450

Slachtoffer van aanrijding die volgde op confrontatie met andere automobilist vordert verklaring voor recht dat WAM-verzekeraar van andere bestuurder aansprakelijk is. In strafzaak tegen aanrijdende bestuurder is poging tot doodslag bewezen verklaard, maar beroep op noodweer aanvaard. Indien verklaring voor recht wordt gevorderd dat aansprakelijkheid bestaat voor schade, dient rechter ervan uit te gaan dat eiser daarbij belang heeft als mogelijkheid van schade aannemelijk is. Dat geldt ook als niet tevens veroordeling tot schadevergoeding of tot verwijzing naar schadestaatprocedure wordt gevorderd. Slachtoffer, waarvan vaststaat dat deze bij aanrijding letsel heeft opgelopen, heeft voldoende belang bij gevorderde verklaring voor recht. Oordeel van strafrechter dat beroep op noodweer slaagt, wordt niet door art. 161 Rv bestreken en levert geen dwingend bewijs op. Dat oordeel maakt geen deel uit van bewezenverklaring, maar heeft betrekking op strafbaarheid van verdachte. Aanvaarding van beroep op noodweer door strafrechter laat vrijheid in bewijswaardering van burgerlijke rechter (art. 152 lid 2 Rv) dan ook onverlet. Hof kon oordelen dat aanrijdende bestuurder geen beroep op overmacht of noodweer kon doen en aansprakelijk is.