English

Jurisprudentie

Strijd met redelijkheid en billijkheid

HR 28.4.2000 NJ 2000 nrs. 430 (Van Hese/De Schelde) en 431 (Rouwhof/Eternit) met noot Bloembergen, VR 2000 nrs. 116 en 117

30-jarige verjaringstermijn ex art. 3:310 BW bij aansprakelijkheid werkgever voor asbest. In beginsel is die termijn een "hard and fast rule". Vgl. HR 3.11.1995 NJ 1998 nr. 380 met noot Brunner, niet opgenomen. Specifieke omstandigheden kunnen meebrengen dat daarvan vanwege billijkheid ex art. 6:2 BW wordt afgeweken:
a) gaat het om vermogensschade? Voor het slachtoffer of een nabestaande of derde?
b) bestaat aanspraak op uitkering uit anderen hoofde?
c) welke mate van verwijtbaarheid van aangesprokene?
d) had aangesprokene voor verstrijken van verjaringstermijn al met mogelijkheid van aansprakelijkheid rekening gehouden of behoren te houden?
e) heeft aangesprokene nog een redelijke mogelijkheid zich te verweren?
f) is aansprakelijkheid onder verzekering gedekt?
g) heeft aansprakelijkstelling binnen redelijke termijn na aan het licht komen van de schade plaatsgevonden?

HR 1.2.2002 NJ 2002 nr. 195, VR 2004 nr. 6

Patiënt stelt arts aansprakelijk waarna tussen aansprakelijkheidsverzekeraar arts en patiënt wordt onderhandeld.
Door die onderhandeling wordt verjaring van vordering op arts niet gestuit.
Onder omstandigheden kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid echter onaanvaardbaar zijn dat schuldenaar zich tegenover schuldeiser erop beroept dat tijdens onderhandelingen vordering is verjaard. In zo'n geval gaat nieuwe verjaringstermijn lopen vanaf ogenblik waarop onderhandelingen worden afgebroken. Zie voor vervolg Gerechtshof Arnhem 25.11.2003 NJ 2004 nr. 228.

HR 4.6.2004 NJ 2004 nr. 411

Redelijkheid en billijkheid kunnen onder omstandigheden aan beroep op verjaring in de weg staan en niet uitgesloten is dat daarbij in aanmerking te nemen omstandigheden zich hebben voorgedaan na tijdstip waarop verjaringstermijn is verstreken.

HR 26.11.2004 NJ 2006 nr. 228 met noot Snijders (kort geding)

Aan mesothelioom lijdende werknemer vordert van werkgever in kort geding voorschot op schadevergoeding. Werkgever beroept zich op absolute verjaringstermijn van 30 jaar. In feitelijke instanties is getoetst aan zeven gezichtspunten uit HR 28.4.2000 NJ 2004 nr. 430 met noot Bloembergen (Van Hese/De Schelde). Gezichtspunt (e) – of aangesprokene naar redelijkheid nog mogelijkheid heeft zich tegen vordering te verweren – moet aldus worden verstaan dat het vraag aan orde stelt of aangesprokene naar redelijkheid nog mogelijkheid heeft zich tegen vordering te verweren. Daarbij is niet van belang door welke oorzaken bewijsmateriaal verloren is gegaan en of dit aan aangesprokene valt toe te rekenen. Cassatieberoep tegen honoreren verjaringsverweer verworpen.

HR 25.11.2005 NJ 2009 nr. 103 met noot Giesen (kort geding)

Mesothelioomslachtoffer dat kleding heeft gewassen van broers die om huis met asbestplaten hebben gewerkt, stelt producent/leverancier asbestplaten aansprakelijk ex art. 6:162 BW. Beroep producent op objectieve verjaringstermijn kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (vgl. HR 28.4.2000 NJ 2000 nr. 430 met noot Bloembergen (Van Hese/De Schelde)). Producent heeft aangevoerd niet verzekerd te zijn tegen schade als onderhavige. Hof heeft ofwel dat gezichtspunt ten onrechte niet in beoordeling betrokken, ofwel niet voldoende gemotiveerd waarom niet-verzekerd zijn onvoldoende reden is om beroep op verjaring te honoreren. Zie voor vervolg Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 25.3.2008 NJ 2009 nr. 104, JA 2008 nr. 96. Beroep op ontbreken verzekeringsdekking verworpen, omdat producent geen polis kan overleggen. Niet deugdelijk bewaren van polissen komt voor zijn risico.

lagere rechters

LJN BY6205

Gerechtshof 's-Gravenhage 18.12.2012 LJN BY6205, NJ 2013 nr. 372, NJF 2013 nr. 66

Bij werknemer die tijdens werk op scheepswerf in jaren 1952-1964 is blootgesteld aan asbest wordt in 2008 mesothelioom vastgesteld. Werkgever heeft zorgplicht jegens werknemer geschonden, nu reeds voorafgaand aan en tijdens dienstverband werknemer er ernstige aanwijzingen waren voor gezondheidsschadelijke effecten van beroepsmatige blootstelling aan asbest en werkgever dat wist, althans had behoren te weten. Daaraan doet niet af dat eerst met proefschrift van Stumphius in 1969 mesothelioomrisico in Nederland doordrong. Op basis van gezichtspunten uit HR 28.4.2000 NJ 2000 nr. 430 wordt 30-jarige verjaringstermijn doorbroken. Dat scheepswerf verwijt treft van blootstelling personeel aan asbest en dat schade door verzekering is gedekt, weegt sterk mee. Aansprakelijkheidsverzekeraar scheepswerf kon bij acceptatie in 1968 weten van mogelijk toekomstige mesothelioomschade, want Asbestconferentie in New York was in 1964. Vordering van erven werknemer wordt toegewezen.
Zie voor soortgelijke beslissing Gerechtshof 's-Gravenhage 18.12.2012 LJN BY6208, NJF 2013 nr. 67

ECLI:NL:HR:2014:1492

HR 20.6.2014 ECLI:NL:HR:2014:1492, NJ 2014 nr. 335

Dochter verwijt vader dat hij als voogd aan haar toekomende vermogensbestanddelen heeft verzwegen. Vordering is ex art. 1:377 BW verjaard. Hof had echter op beroep op verlengingsgrond van art. 3:321 lid 1 sub f BW moeten beslissen. Toepassing van objectieve verjaringstermijn kan slechts in uitzonderlijke gevallen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Alle omstandigheden van het concrete geval dienen daarbij in acht te worden genomen. Enkele omstandigheid dat huidige stelsel van verjaring betrekkelijk kort geleden, na zorgvuldige en herhaalde afweging van voor- en nadelen daarvan tot stand is gekomen, is onvoldoende om betoog dat redelijkheid en billijkheid aan beroep op verjaring in weg staan, te verwerpen. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:494

HR 24.3.2017 ECLI:NL:HR:2017:494

Mesothelioomslachtoffer (later erfgename) stelt 40 jaar na dienstverband rechtsopvolger van oorspronkelijke werkgever (Maersk) aansprakelijk. Maersk beroept zich op verjaring, welk verweer door Hof wordt gehonoreerd. Hoge Raad besteedt ruim aandacht aan verjaring in asbestzaken. In HR 28.4.2000 ECLI:NL:HR:2000:AA5634, NJ 2000 nr. 430 (Van Hese/De Schelde) aanvaarde stelsel houdt beperking van recht op toegang tot rechter in, die verenigbaar is met art. 6 lid 1 EVRM. EHRM 11.3.2014 NJ 2016 nr. 88 (Howald Moor c.s./Zwitserland) verandert dat oordeel niet. Hoewel twee klachten over beoordeling van gezichtspunten door Hof gegrond zijn, leiden deze niet tot cassatie omdat deze niet tot andere beslissing zullen kunnen leiden. Er zijn geen aanwijzingen dat Maersk, die als rechtsopvolger in geding is betrokken, beschikking heeft over informatie waarmee zij zich tegen vordering kan verweren, noch dat haar daarvan verwijt kan worden gemaakt. Ook zijn er onvoldoende aanwijzingen dat Maersk ernstig verwijt van ontstaan van schade kan worden gemaakt. Onder deze omstandigheden komt aan gezichtspunten (c) en (e) in dit geval zoveel meer gewicht toe dan aan overige gezichtspunten, dat beroep op art. 6:2 lid 2 BW niet kan slagen. Vordering is verjaard.

ECLI:NL:HR:2018:111

HR 26.1.2018 ECLI:NL:HR:2018:111

Vanaf jaren 90 zijn gemeente en bedrijfseigenaar in gesprek over verplaatsing van bedrijf.
In juni 2002 sluiten partijen overeenkomst en in mei 2004 nadere overeenkomst. Bedrijf wordt in 2006 verplaatst en eigenaar stelt gemeente in juli 2008 aansprakelijk voor vertragingsschade. Gemeente doet beroep op verjaring.
Volgens Hof heeft nadere overeenkomst uit 2004 verjaring niet gestuit. Bij beoordeling of mededeling aan eisen van art. 3:317 lid 1 BW voldoet, dient niet alleen te worden gelet op formulering daarvan, maar ook op context waarin mededeling wordt gedaan en op overige omstandigheden van geval (zie HR 18.9.2009 ECLI:NL:HR:2009:BI8502, NJ 2009 nr. 439). Hof heeft onbegrijpelijke uitleg gegeven aan bepaling in overeenkomst (uit juni 2002), die ziet op door bedrijfseigenaar te starten arbitrageprocedure vòòr 1 mei 2002. Daarmee houdt daarop voortbouwende oordeel over nadere overeenkomst en stuiting geen stand.
In HR 1.2.2002 ECLI:NL:HR:2002:AD5811, NJ 2002 nr. 195 is geoordeeld dat niet is uitgesloten dat beroep op verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is bij onderhandelingen. Stellingen bedrijfseigenaar houden in dat hij en gemeente binnen vijf jaar na sluiten van overeenkomst in 2002 in onderhandeling zijn getreden en dat, toen dat op niets uitliep, hij gemeente heeft gedagvaard. Hof had niet zonder motivering voorbij mogen gaan aan standpunt van bedrijfseigenaar dat beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2018:2047

HR 23.11.2018 ECLI:NL:HR:2018:2047

Advocaat zegt in boek dat rechter in Chipshol-zaak uitvoerig met advocaten heeft gebeld. Rechter ontkent dit en start in 2004 procedure tegen advocaat. In hoger beroep komen in 2009, behoudens tegenbewijs, twee telefoongesprekken tussen rechter en Chipshol-advocaat vast te staan, waarna procedure op verzoek van rechter wordt geroyeerd. Advocaat vordert in 2010 schadevergoeding van rechter. Rechter heeft onrechtmatig gehandeld door op leugen gebaseerde procedure tegen advocaat te beginnen en is aansprakelijk voor zijn schade. Hoewel verjaring ten tijde van aanvang procedure in 2004 is gaan lopen, acht Hof beroep van rechter op verjaring hier naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Rechter heeft bewust in strijd met waarheid ontkend dat hij met advocaat telefoongesprek voerde, waarmee hij advocaat als leugenaar heeft weggezet. Advocaat is door rechter gedagvaard en vond ook gerechtsbestuur en Raad voor rechtspraak tegenover zich. In dit uitzonderlijke geval mocht van advocaat niet worden verwacht dat hij eerder vordering instelde of stuitte. Ondertussen is aannemelijk dat rechter rekening hield met aanspraak op schadevergoeding van advocaat. Beroep op verjaring wordt verworpen. Hoge Raad herhaalt aanvangsmoment van verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW. Beroep op verjaring, waaronder beroep op niet stuiten van verjaring, kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Hof heeft gewezen op uitzonderlijkheid van dit geval en juiste maatstaf aangelegd. Cassatieberoep wordt verworpen.

Gerechtshof Leeuwarden 29.3.2006 JA 2006 nr. 86

Ten gevolge van brand in 2000 vergoedt brandverzekeraar schade en neemt regres op energiebedrijf. Energiebedrijf beroept zich op verjaring. Uit deskundigenonderzoek blijkt dat meest aannemelijke oorzaak brand beschadiging kabel tijdens installatie is. Installatie vond plaats in 1972, zodat verjaringstermijn van 20 jaar ex art. 3:310 lid 1 BW is verstreken. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar (vgl. HR 28.4.2000 NJ 2000 nr. 430 met noot Bloembergen), nu het gaat om vermogensschade, er geen sprake is van ernstig verwijt, energiebedrijf vóór verstrijken verjaringstermijn geen rekening kon houden met mogelijkheid dat het zou worden aangesproken en energiebedrijf vanwege fusies werd beperkt in mogelijkheid zich tegen vordering te verweren.

Rechtbank 's-Hertogenbosch 26.4.2006 NJF 2006 nr. 423

WAM-verzekeraar wenst schade-uitkeringen te verhalen op verzekeraar van ziekenhuis alwaar slachtoffer aan heup geopereerd is, waarbij beroepsfout is gemaakt. Vordering WAM-verzekeraar is in beginsel verjaard. Aanvragen gezamenlijke medische expertise kan niet als bindend advies als bedoeld in art. 3:316 lid 3 BW worden aangemerkt en dus niet als stuiting. Redelijkheid en billijkheid verzetten zich echter tegen beroep op verjaring, gezien minnelijk overleg en afspraken die partijen met elkaar hebben gemaakt.

Rechtbank Amsterdam 1.11.2007 JA 2008 nr. 10 (kort geding)

Mesothelioomslachtoffer dat in verleden heeft geholpen bij verbouwingswerkzaamheden in ouderlijk huis waarbij asbesthoudende platen zijn bewerkt, spreekt producent asbestplaten 35 jaar later aan tot schadevergoeding. Verjaringstermijn van 30 jaar kan slechts met inachtneming van alle omstandigheden buiten toepassing blijven. Nu slachtoffer beroep kan doen op Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers dient zij zich eerst op deze Regeling te beroepen in plaats van beroep te doen op onaanvaardbaarheid van verjaring. Vordering is ook minder spoedeisend omdat zij in aanmerking kan komen voor uitkering op grond van Regeling.

Rechtbank Zutphen 19.12.2007 NJF 2008 nr. 97, JA 2008 nr. 48

Na fietsongeval erkent aansprakelijkheidsverzekeraar gedaagde aansprakelijkheid en vervolgens is langdurig en veelvuldig onderhandeld en gecorrespondeerd met eiser over claim. Als na kleine 10 jaar verzekeraar zich op standpunt stelt dat er geen schade is als gevolg van ongeval, dagvaardt eiser gedaagde. Gedaagde beroept zich op verjaring, omdat hij na ongeval nooit meer iets van zaak heeft vernomen. Beroep op verjaring is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Verzekeraar regelde namens gedaagde afwikkeling schade en hield hem daarbuiten. Deze praktijk is begrijpelijk en in voordeel van gedaagde. Van belang is ook dat verzekeraar schade zal dragen.

Gerechtshof Amsterdam 18.11.2008 NJF 2008 nr. 521

Meer dan 30 jaar na blootstelling aan asbest wordt bij werknemer van scheepswerf asbestose vastgesteld. Beroep van werkgever op verjaring ex art. 3:310 lid 2 BW gehonoreerd, na toetsing aan gezichtspunten uit HR 28.4.2000 NJ 2004 nr. 430 met noot Bloembergen. Doorslaggevend dat werknemer niet, conform gezichtspunt g, binnen redelijke termijn na openbaring schade werkgever aansprakelijk heeft gesteld; tussen openbaring en instellen van schadevergoedingsvordering is bijna 2,5 jaar verstreken. Dit gezichtspunt neemt bijzondere plaats in vanwege belang van rechtszekerheid.

In dezelfde zin Rechtbank Amsterdam 16.5.2007 JA 2007 nr. 114; Gerechtshof 's-Gravenhage 31.8.2007 NJF 2007 nr. 507; Rechtbank Almelo 5.11.2008 JA 2009 nr. 5; Rechtbank Almelo 24.12.2008 JA 2009 nr. 49 en Rechtbank Roermond 7.4.2010 JA 2010 nr. 80.

Rechtbank Almelo 28.4.2010 NJF 2010 nr. 273

Asbestschade als gevolg van erfverharding met door Eternit verstrekt asbestafval. Vordering met betrekking tot sanering van erf is verjaard; voor toepassing van gezichtspunten uit arrest Van Hese/De Schelde is geen plaats, nu het bij sanering niet gaat om immateriële schade. Vordering tot immateriële schadevergoeding is na afweging van gezichtspunten ook verjaard. Daarbij dienen punten a), b) en c) overwegend in voordeel van Eternit te worden uitgelegd en die wegen zwaarder dan overige gezichtspunten.

Rechtbank Utrecht 28.9.2011 JA 2011 nr. 199

In kader van verzoek om voorlopig getuigenverhoor over gesteld seksueel misbruik binnen Rooms-Katholieke Kerk in jaren zeventig vorige eeuw wordt beroep op verjaring beoordeeld. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat bodemrechter deze kwestie als uitzonderlijk geval kwalificeert en in te entameren bodemprocedure concludeert dat beroep op verjaring door Aartsbisdom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij weegt mee bijzondere maatschappelijke positie van Aartsbisdom en Kerk in samenleving en advies van Commissie Lindenbergh om bij toepassing van door haar voorgestelde regeling geen beroep te doen op verjaring. Verzoek toegewezen.