English

Jurisprudentie

Onderhandelingen

art. 10 WAM


HR 4.4.1986 NJ 1986 nr. 606

Eindarrest na beantwoording prejudiciële vragen door Benelux Gerechtshof 5.7.1985 NJ 1986 nr. 2. Een "onderhandeling" als bedoeld in art. 10 WAM waardoor verjaring wordt gestuit is iedere reactie van zijde WAM-verzekeraar waaruit benadeelde kan afleiden dat WAM-verzekeraar niet op voorhand het doen van uitkering uitsluit. In casu heeft briefwisseling tussen partijen te gelden als zodanige onderhandeling.

HR 1.2.2002 NJ 2002 nr. 195, VR 2004 nr. 6

Patiënt stelt arts aansprakelijk waarna tussen aansprakelijkheidsverzekeraar arts en patiënt wordt onderhandeld.
Door die onderhandeling wordt verjaring van vordering op arts niet gestuit.
Onder omstandigheden kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid echter onaanvaardbaar zijn dat schuldenaar zich tegenover schuldeiser erop beroept dat tijdens onderhandelingen vordering is verjaard. In zo'n geval gaat nieuwe verjaringstermijn lopen vanaf ogenblik waarop onderhandelingen worden afgebroken. Zie voor vervolg Gerechtshof Arnhem 25.11.2003 NJ 2004 nr. 228.

HR 18.1.2008 NJ 2008 nr. 58, VR 2008 nr. 104

Staat, UWV en ABP hebben aan ambtenaar uitkeringen gedaan wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van verkeersongeval. Staat dient vordering in bij aansprakelijke WAM-verzekeraar en maakt daarbij namens ABP voorbehoud van recht. Wanneer UWV en ABP verzekeraar aanspreken, doet deze beroep op verjaring. Voor geldige duurstuiting ex art. 10 lid 5 WAM is niet vereist dat (toekomstige) benadeelde bij aanvang van onderhandeling zelf ten minste daadwerkelijk enige op WAM-verzekeraar verhaalbare schade als gevolg van ongeval heeft geleden. Duurstuiting bij voorbaat is dus mogelijk. Er is sprake geweest van onderhandeling. Gelet op voorbehoud moet voor verzekeraar duidelijk zijn geweest dat ABP deelnam aan onderhandeling en reactie verzekeraar sloot regeling over mogelijk door ABP te betalen uitkeringen niet uit.

HR 27.6.2008 JA 2008 nr. 118, VR 2009 nr. 56

Strekking van art. 10 lid 4 WAM brengt mee dat stuiting van verjaring jegens WAM-verzekeraar tevens jegens verzekerde geldt, ook voor deel van vordering van benadeelde op verzekerde dat uitgaat boven verzekerde som. Aan art. 10 lid 4 WAM dient ruime uitleg te worden gegeven, mede gelet op ruime bescherming die WAM biedt aan verkeersslachtoffers.

HR 18.9.2009 NJ 2009 nr. 439

Indiening van verzoekschrift tot bevelen van voorlopig deskundigenbericht/getuigenverhoor is niet te beschouwen als instellen van eis of andere daad van rechtsvervolging die ex art. 3:316 BW verjaring stuit. Verzoekschrift kan wel als mededeling in zin van art. 3:317 lid 1 BW worden opgevat. Of dat zo is, moet worden beoordeeld aan hand van tekst, context waarin mededeling wordt gedaan en overige omstandigheden van geval. Indiening van verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht is niet gelijk te stellen met het in onderhandeling treden met verzekeraar in zin van art. 10 lid 5 WAM; het heeft geen stuitende werking in zin van art. 10 lid 4 WAM.

lagere rechters

Rechtbank Arnhem 25.2.2004 NJF 2004 nr. 335

Art. 10 WAM geeft bijzondere regeling voor verjaring directe vordering ex art. 6 WAM jegens verzekeraar. Algemene regel van art. 3:310 BW blijft buiten toepassing. Door verjaring onderliggende aansprakelijkheid wordt directe vordering jegens verzekeraar niet aangetast (vgl. Benelux Gerechtshof 21.12.1990 NJ 1991 nr. 319, niet opgenomen). Doordat onderhandelingen niet bij exploot zijn afgebroken, is vordering niet verjaard.

Rechtbank Amsterdam 21.9.2005 NJF 2006 nr. 19

WAM-verzekeraar breekt ex art. 10 lid 4 WAM onderhandelingen met slachtoffer af bij aangetekende brief. Daarna heeft slachtoffer nog wel stuitingsbrief gestuurd als bedoeld in art. 3:317 BW, maar er hebben geen onderhandelingen meer plaatsgevonden. Bijzondere verjaringsregels laten algemene onverlet. Derhalve is ook stuitingsbrief ex art. 3:317 BW voldoende om verjaring rechtstreeks vorderingsrecht op WAM-verzekeraar te stuiten.