English

Jurisprudentie

Exoneratiebeding/ grove schuld/ strijd met redelijkheid en billijkheid

HR 10.6.1988 NJ 1989 nr. 30 met noot Vranken (verboden cessie)

Nu cessie is geschied met kennelijke bedoeling om exoneratiebeding te omzeilen, is toch beroep op dat exoneratiebeding mogelijk.

HR 15.1.1999 NJ 1999 nr. 242 (Mastum Dakbedekkingen/Nationale Nederlanden)

Exoneratiebeding in algemene voorwaarden. Voor antwoord op vraag of toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is van belang of als onzorgvuldig aangemerkte handelingen zijn verricht door partij zelf - daaronder begrepen personen die met leiding van bedrijf zijn belast - dan wel ondergeschikten van die partij of van door die partij ingeschakelde onderaannemer (en in het eerste geval, om welke mate van onzorgvuldigheid het gaat).

HR 12.5.2000 NJ 2000 nr. 412, VR 2000 nr. 188

Opdrachtnemer beroept zich ter afwering van aansprakelijkheid voor brandschade op exoneratiebeding. Bij beantwoording van vraag of beroep op exoneratiebeding in strijd is met redelijkheid en billijkheid moeten alle relevante omstandigheden in aanmerking worden genomen, voorzover aangevoerd in processuele debat. In dit geval werd door tegenpartij ondermeer beroep gedaan op bestaan van aansprakelijkheidsverzekering aan zijde opdrachtnemer en op grote ernst van tekortschieten door uitvoerders van opdrachtnemer. Zie voor vervolg Gerechtshof Arnhem 22.10.2002 NJ 2003 nr. 366, waarin is beslist dat beroep op exoneratiebeding in strijd is met redelijkheid en billijkheid nu lassers aanmerkelijk achteloos zijn geweest en aansprakelijkheid is gedekt onder verzekering.

HR 18.6.2004 NJ 2004 nr. 585

Beroep op exoneratiebeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar indien sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid schuldenaar of van met leiding van zijn bedrijf belaste personen (vgl. HR 12.12.1997 NJ 1998 nr. 208, niet opgenomen). Rechter moet bij beoordeling rekening houden met alle omstandigheden waarop partij die beding buiten toepassing gelaten wil zien, zich heeft beroepen. In casu had in aanmerking moeten worden genomen hoe laakbaar verzuim dat tot aansprakelijkheid zou moeten leiden, is geweest, wat gevolgen van verzuim zijn en in hoeverre daardoor ontstane schade door verzekering is gedekt.

HR 25.11.2005 NJ 2007 nr. 141 met noot Brunner, VR 2007 nr. 51

Deelneemster aan beginnerscursus skeeleren valt achterover met haar hoofd op het asfalt en overlijdt dag later. Organisator cursus gehouden schade echtgenoot en minderjarige kinderen ex art. 6:108 BW te vergoeden. Beroep organisator op door slachtoffer ondertekend inschrijfformulier, waarin is vermeld dat deelname aan cursus voor eigen rekening en risico is, slaagt niet nu exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

HR 16.5.2008 NJ 2008 nr. 285, RAV 2008 nr. 76

Contractueel beding waarbij aansprakelijkheid wordt uitgesloten voor bepaalde schadefactoren of soorten schade betreft inhoud en omvang van in hoofdprocedure vastgestelde verplichting tot schadevergoeding. Daaraan ontleend verweer kan in schadestaatprocedure worden gevoerd, ook als dat niet in hoofdgeding is gebeurd. Dit geldt ook voor beding inzake matiging van schade. Verweren ontleend aan bedingen op grond waarvan grondslag vergoedingsplicht ter discussie kan worden gesteld, horen niet thuis in schadestaatprocedure.

HR 5.7.2008 NJ 2008 nr. 480

Gedrag van leverancier die tekortgeschoten is in levering van interconnectiecapaciteit is welbewust zodanig onzorgvuldig jegens afnemer dat beroep op exoneratieclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Handelen moet in enkele opzichten als bewust roekeloos worden beschouwd. Ondanks tot twijfel aanleiding gevende aanwijzingen heeft leverancier niet geverifieerd of KPN daadwerkelijk tijdig kon leveren en heeft hij betrekkelijk eenvoudige maatregelen ter voorkoming van aanzienlijke schade van afnemer achterwege gelaten.

HR 26.11.2010 NJ 2010 nr. 636, RAV 2011 nr. 23, JA 2011 nr. 11

Eigenaar (moedermaatschappij) verhuurt bedrijfshal aan dochtermaatschappij, die hal gebruikt voor opslag van goederen van derden. Als dak van hal instort, lijdt derde schade en spreekt eigenaar aan tot schadevergoeding ex art. 6:174 BW. Beroep van eigenaar op derdenwerking van tussen dochter en derde overeengekomen exoneratiebeding wordt verworpen. Uit bewoordingen exoneratie blijkt dat deze op opslagovereenkomst tussen dochter en derde ziet, tussen eigenaar en derde bestaat geen contractuele relatie en moeder en dochter zijn in relatie tot derde twee te onderscheiden rechtspersonen. Nauwe betrokkenheid tussen moeder en dochter is onvoldoende om zonder verdere aanwijzing aan te nemen dat exoneratie mede ten behoeve van moeder is bedongen. Eigenaar mocht daar niet op vertrouwen, nu voor vereenzelviging van rechtspersonen geen plaats is.

HR 10.6.2011 RvdW 2011 nr. 724

Deelnemer stelt wedstrijdleider en assistent-wedstrijdleider aansprakelijk voor schade geleden door ongeval tijdens kartrace. Zij beroepen zich op door deelnemer ondertekende vrijwaringsclausule. Volgens Hof was sprake van zodanige ernstige onachtzaamheid bij wedstrijdleider en assistent dat beroep op exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat zij vrijwilligers waren, doet daaraan niet af. Wedstrijdleiding heeft niet uiterste best gedaan om wedstrijd op verantwoorde wijze door te laten gaan en aan mate van verwijtbaarheid kan niet afdoen dat deelnemer als professionele karter zich bewust was van risico’s van karten. Hof heeft alle relevante door partijen gestelde omstandigheden bij zijn oordeel betrokken. Wedstrijdleider en assistent zijn hoofdelijk aansprakelijk.

HR 15.6.2012 RvdW 2012 nr. 852

Ondanks bij aannemen van aansprakelijkheid van bindend adviseurs in acht te nemen terughoudendheid zijn bindend adviseurs tekortgeschoten in nakoming van opdracht om waarde van aandelen vast te stellen. In overeenkomst van opdracht opgenomen exoneratieclausule strekt mede ertoe salarisvordering van bindend adviseurs te vrijwaren voor verweren ontleend aan eventuele fouten van hen. Verwerping door Hof van beroep hierop houdt geen stand. In algemene zin kan niet worden geoordeeld dat bij opdracht tot geven van bindend advies overeengekomen exoneratie geen betrekking kan hebben op verplichtingen bindend adviseurs tot onpartijdigheid en toepassing van hoor en wederhoor. Enkele omstandigheid dat bindend adviseur niet meer voor taakuitoefening noodzakelijke onpartijdigheid bezat en dat beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, staat niet per se aan beroep op exoneratie in weg. Vraag of beroep op exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, moet worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van geval.

ECLI:NL:HR:2016:1280

HR 24.6.2016 ECLI:NL:HR:2016:1280

Bij laden met nat zand ontstaat schade aan nieuw gebouwd schip, waarvoor scheepsbouwer wordt aangesproken. Scheepsbouwer vordert in vrijwaring vergoeding van opdrachtnemer die onjuiste sterkteberekeningen heeft gemaakt waardoor schip kon knikken. Opdrachtnemer beroept zich op exoneratiebeding in Metaalunievoorwaarden 2001. Met oog daarop onderzoekt Hof of schade redelijkerwijze verzekerd had behoren te zijn. Opdrachtnemer had beroepsaansprakelijkheidsverzekering kunnen afsluiten, waarbij bedingen van RVOI-voorwaarden 2001 verplicht zou zijn gesteld (met beperking aansprakelijkheid tot factuurbedrag). Opdrachtnemer heeft nagelaten zich in te spannen om tot verzekeringsdekking te komen, bij welke stand van zaken haar geen beroep op exoneratiebeding toekomt. Conclusie van Hof is onbegrijpelijk. Bij beoordeling is Hof kennelijk uit oog verloren dat mede betekenis toekomt aan exoneratiebeding in RVOI-voorwaarden. Volgt vernietiging.

lagere rechters

Gerechtshof Amsterdam 12.8.2004 NJF 2004 nr. 543, Nieuwsbrief Personenschade september 2004, S&S 2006 nr. 114

Jonge vrouw raakt invalide doordat zij onder vertrekkende trein is geraakt, nadat zij met haar handen klem kwam te zitten tussen sluitende deuren. NS erkent aansprakelijkheid ex art. 8:105 BW, maar stelt dat schadevergoeding ex art. 8:110 lid 1 BW gelimiteerd is. Limiteringsbepaling geldt ongeacht grondslag schadevergoedingsvordering (in casu art. 6:173 BW). NS kan zich evenwel niet op limitering beroepen, aangezien aan zijde NS sprake is van bewuste roekeloosheid ex art. 8:111 lid 1 BW. NS was ten tijde van ongeval reeds aantal jaren bekend met feit dat aanbrengen van inklembeveiliging veiligheid ten goede komt, zodat NS bewust situatie in stand heeft gehouden waarin zich inklemincidenten konden voordoen. Bovendien is beroep NS op limiteringsbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Weliswaar is limitering schadevergoeding in vervoersrecht gerechtvaardigd vanwege noodzaak om ondernemersrisico beheersbaar te houden en vanwege verzekerbaarheid ervan, maar in casu weegt algemeen belang bij handhaving limitering niet op tegen bescherming individuele rechten passagier.

Rechtbank 's-Gravenhage 17.1.2007 Nieuwsbrief Personenschade mei 2007

Bij in/uitstappen van tram overkomt benadeelde ongeval met als gevolg amputatie beide onderbenen. HTM keert uit hoofde vervoerders-aansprakelijkheid (art. 8:105 BW) wettelijke limiet ex art. 8:110 BW (EUR 137.000,00) uit.

Gerechtshof 's-Gravenhage 8.5.2008 NJF 2008 nr. 258

V&D en haar verzekeraar claimen ex art. 6:162 BW van Eneco schade als gevolg van lekkage door defecte pakking in waterleiding. Algemene voorwaarden Eneco zijn van toepassing. V&D komt ex art. 6:235 BW geen beroep toe op vernietigingsgronden van art. 6:233/234 BW. Redelijke uitleg van exoneratiebeding; dit ziet ook op buitencontractuele aansprakelijkheid en op schade zoals gevorderd (in en aan warenhuis). Beroep op exoneratie is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid: geen sprake van opzet of grove schuld van Eneco, V&D is grote rechtspersoon en verzekerd voor schade.

Gerechtshof Arnhem 9.9.2008 NJF 2009 nr. 119

Koper wil schilderij aan veilinghuis teruggeven omdat na verwijderen van vernislagen authenticiteit in geding is. Veilinghuis beroept zich op algemene voorwaarden: omdat koper wijzigingen aan schilderij heeft aangebracht, behoeft schilderij niet te worden teruggenomen. Beroep op deze bepaling is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, omdat koper zonder verwijderen van vernislaag en restauratie authenticiteit niet kan onderzoeken.

Rechtbank Zutphen 20.1.2010 NJF 2010 nr. 282

Makelaar heeft ook jegens derde (financieringsinstelling) zorgplicht in die zin dat hij binnen redelijke grenzen dient in te staan voor juistheid van taxatierapport, daarbij gehanteerde uitgangspunten en zorgvuldigheid van daaraan ten grondslag liggend onderzoek. In taxatierapport was bepaald dat makelaar geen verantwoordelijkheid aanvaardde jegens anderen dan opdrachtgever. Nu bank voor financiering gebruik maakte van dit rapport, is tussen makelaar en bank rechtsbetrekking ontstaan die meebrengt dat makelaar zich jegens bank op die exoneratie kan beroepen.