English

Jurisprudentie

Onredelijk bezwarend beding

lagere rechters

HvJ EG 27.6.2000 NJ 2000 nr. 730 (Océano)

Ingevolge Richtlijn inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten mag nationale rechter bij beoordeling van ontvankelijkheid van vordering ambtshalve toetsen of sprake is van oneerlijk beding in hem voorgelegde overeenkomst.

LJN BW6135

HR 21.9.2012 LJN BW6135, RvdW 2012 nr. 1132

In algemene voorwaarden opgenomen arbitragebeding wordt niet ex art. 6:236 BW zonder meer als onredelijk bezwarend aangemerkt, noch ex art. 6:237 BW vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Dat sluit niet uit dat rechter dergelijk beding toch onredelijk bezwarend en op grond van art. 6:233 BW vernietigbaar acht, maar zodanig oordeel moet dan wel steunen op specifieke motivering waarin zijn betrokken aard en overige inhoud van overeenkomst, wijze waarop voorwaarden tot stand zijn gekomen, wederzijds kenbare belangen van partijen en overige omstandigheden van geval, terwijl stelplicht en bewijslast terzake in beginsel op consument rusten. Ook uit Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten volgt niet dat arbitragebedingen steeds als oneerlijk moeten worden aangemerkt.

ECLI:NL:HR:2017:773

HR 21.4.2017 ECLI:NL:HR:2017:773

Bank beëindigt effectenleaseovereenkomsten voortijdig wegens wanbetaling en vordert op grond van artikel 6 juncto 15 van toepasselijke Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease nog verschuldigde resterende maandelijkse rentetermijnen minus opbrengst verkochte effecten. Prejudiciële vraag of artikel 6, dat afwijkt van wettelijke regeling van ontbinding, juncto artikel 15 oneerlijk beding in consumentenovereenkomsten is als bedoeld in Richtlijn 93/13/EEG, in bijzonder of dit beding onevenredig hoge schadevergoeding oplegt aan consument die zijn verbintenissen niet nakomt. Op basis van jurisprudentie HvJEU moet worden nagegaan of artikel 6 aanzienlijke verstoring van evenwicht tussen uit overeenkomst van partijen voortvloeiende rechten en verplichtingen veroorzaakt ten nadele van consument. Na regeling in Bijzondere Voorwaarden te hebben afgezet tegen regeling van ontbinding in art. 6:265 BW en schadebegroting in art. 6:271 en 277 BW beantwoordt Hoge Raad prejudiciële vraag bevestigend. Dat artikel 6 oneerlijk is, betekent dat rechter ingevolge art. 6:233 BW gehouden is beding te vernietigen voor zover dit betrekking heeft op ten tijde van beëindiging toekomstige rentetermijnen.

Gerechtshof Amsterdam 26.1.2006 NJF 2006 nr. 269

Verhuurder auto vordert met beroep op algemene voorwaarden schadevergoeding van huurder voor aan auto ontstane schade. Schade ook gedekt onder all-risk verzekering. Beding algemene voorwaarden onredelijk bezwarend nu daarin aan huurder verdergaande verplichting dan betaling schade die niet valt onder all-risk verzekering wordt opgelegd.

Kantonrechter Heerlen 15.10.2008 NJF 2009 nr. 50

Algemene voorwaarden in consumentenovereenkomst bevatten mogelijk onredelijk bezwarend beding, dat aan consument onevenredig hoge schadevergoeding oplegt. Gelet op HvJ EG 26.10.2006 NJ 2007 nr. 201, niet opgenomen, zou rechter dit beding ex art. 6:233 sub a BW buiten toepassing moeten laten. Partijen moeten zich uitlaten over beding in algemene voorwaarden.

Kantonrechter Arnhem 27.4.2009 NJF 2009 nr. 337

Consument voldoet facturen van mobiele telefonie niet tijdig. Telecomaanbieder blokkeert aansluiting, ontbindt overeenkomst en brengt overeenkomstig algemene voorwaarden vaste abonnementskosten voor restant van contractsduur in rekening. Kantonrechter toetst betreffende beding in algemene voorwaarden aan art. 6:231 e.v. BW, ook al heeft consument daar niet uitdrukkelijk beroep op gedaan en betrekt in beoordeling EG Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Beding heeft tot gevolg dat consument die verbintenissen niet nakomt onevenredig hoge schadevergoeding wordt opgelegd en wordt voorshands onredelijk bezwarend geacht.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2.6.2009 RAV 2009 nr. 91, JAR 2009 nr. 285

Exoneratie in algemene voorwaarden van uitzendbureau voor door werknemer bij uitoefening van werk toegebrachte schade, is gezien ontbreken van invloed op arbeidsomstandigheden bij inlener, gerechtvaardigd en in overeenstemming met art. 6:170 BW. Exoneratiebeding is niet onredelijk bezwarend. Beroep op vernietigbaarheid en redelijkheid en billijkheid wordt verworpen.