English

Jurisprudentie

Protestplicht

art. 6:89/7:23 BW


HR 23.3.2007 NJ 2007 nr.176

Apotheker vordert schadevergoeding vanwege toerekenbare tekortkoming leverancier. Apotheker heeft niet geprotesteerd ex art. 6:89 BW. Art. 6:89 BW ziet echter slechts op gevallen van ondeugdelijke nakoming en niet (mede) op gevallen waarin in het geheel geen prestatie is verricht.

HR 29.6.2007 NJ 2008 nr. 605 met noot Hijma

Verkoop van mobiele beregeningsinstallatie die na levering gebrekkig blijkt. Gebreken worden door verkoper hersteld, maar herstel blijkt onvoldoende. Koper vordert ontbinding koopovereenkomst. Voor wat betreft na herstelwerkzaamheden resterende gebreken, heeft koper ex art. 7:23 lid 1 BW te laat geklaagd. Dit artikel behoedt verkoper voor late en moeilijk meer te betwisten klachten. Strekking is dat verkoper erop moet kunnen rekenen dat koper met bekwame spoed onderzoekt of sprake is van conformiteit en, indien dit niet zo is, zulks met spoed aan verkoper mededeelt. Gelet hierop bestrijkt art. 7:23 lid 1 ook geval dat verkoper zaak opnieuw aan koper aflevert nadat herstelwerkzaamheden zijn verricht. Ook dan verdient verkoper bescherming.

HR 29.6.2007 NJ 2008 nr. 606 met noot Hijma

Uitgebreid arrest over klachtplicht koper ex art. 7:23 BW. Particuliere koper, die heeft ontdekt dat gekocht huis gebreken heeft die mogelijk van dien aard zijn dat het niet aan overeenkomst beantwoordt, mag deskundige opdracht geven om die gebreken te onderzoeken. Koper moet hierbij handelen met voortvarendheid die, gelet op omstandigheden geval, in redelijkheid van hem kan worden verwacht. Vervolgens mag hij in beginsel uitslag van onderzoek afwachten voordat hij verkoper ervan in kennis stelt dat huis niet aan overeenkomst beantwoordt. Dit is anders wanneer verwacht mag worden dat met onderzoek langere tijd is gemoeid.

HR 23.11.2007 NJ 2008 nr. 552 met noot Snijders onder nr. 553

Koper van verontreinigde grond stelt verkoper aansprakelijk voor zijn schade. Hof heeft onterecht verweer verkoper dat koper niet (tijdig) aan klachtplicht heeft voldaan, verworpen. Artt. 7:23 en 6:89 BW gelden voor iedere vordering van koper die (en ieder verweer van koper dat) feitelijk gegrond is op niet-beantwoorden van afgeleverde zaak aan overeenkomst, ook indien daaraan onrechtmatige daad ten grondslag wordt gelegd. Artt. 6:89 en 7:23 lid 1 BW strekken er mede toe schuldenaar in zoverre te beschermen dat deze erop moet kunnen rekenen dat schuldeiser die meent dat verrichte prestatie niet aan overeenkomst beantwoordt, zulks met spoed aan schuldenaar meedeelt. Op koper rust verplichting te stellen, en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen, dat en op welke wijze hij tijdig en op voor verkoper kenbare wijze heeft geklaagd over tekortkoming. Zie voor vervolg Gerechtshof Arnhem 3.3.2009 NJF 2009 nr. 178, waarin verkoper aansprakelijk wordt bevonden. Koper heeft tijdig geklaagd.

HR 11.6.2010 NJ 2010 nr. 331

Klant spreekt bank aan tot schadevergoeding wegens onzorgvuldige advisering. Bank beroept zich er onder meer op dat klant te laat heeft geklaagd (art. 6:89 BW); uit aan – late - klachtbrief voorafgegane uitlatingen bleek niet van concrete, concludente klachten. Protest als bedoeld in art. 6:89 BW is vormvrij. Gezien ratio van art. 6:89 BW kan niet steeds worden volstaan met enkele mededeling dat door wederpartij verrichte prestatie achter blijft bij hetgeen verbintenis vergt; in beginsel dient schuldeiser zijn wederpartij, voor zover mogelijk, tevens te informeren over gestelde aard of omvang van tekortkoming. Oordeel Hof dat opzeggen van vertrouwen in beleggingsadviseur (waarna bank andere adviseur heeft toegewezen) onvoldoende is, is onbegrijpelijk gemotiveerd. Niet is vereist dat schuldeiser relatie met wederpartij verbreekt.
Zie voor vervolg Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21.5.2013 LJN CA0714, NJF 2013 nr. 275: klant heeft tijdig geprotesteerd.

HR 8.10.2010 NJ 2010 nr. 545

Aandeelhouders houden uitgevende vennootschap wegens verstrekken van onjuiste informatie bij aandelenemissie aansprakelijk voor schade door ongunstige waardeontwikkeling van aandelen. Vennootschap beroept zich op art. 6:89 BW. Voor antwoord op vraag of tijdig is geprotesteerd, moet acht worden geslagen op alle relevante omstandigheden, waaronder nadeel als gevolg van verstrijken van tijd totdat tegen afwijking is geprotesteerd, en in elk geval ook op waarneembaarheid van afwijking, deskundigheid van partijen, onderlinge verhouding van partijen, aanwezige juridische kennis en behoefte aan voorafgaand deskundig advies. Oordeel Hof dat te laat is geprotesteerd, is niet onbegrijpelijk en kan verder in cassatie niet op juistheid worden onderzocht.

HR 25.3.2011 NJ 2013 nr. 5 met noot Hijma

Vervolg op HR 23.11.2007 NJ 2008 nr. 552 met noot Snijders onder nr. 553 en Gerechtshof Arnhem 3.3.2009 NJF 2009 nr. 178. Hoge Raad vult in eerder arrest gegeven toetsingskader van art. 7:23 lid 1 BW aan. Onderzoeks- en klachtplicht van koper kunnen niet los worden gezien van aard van gekochte zaak en overige omstandigheden. Naarmate koper op grond van inhoud van koopovereenkomst en verdere omstandigheden van geval sterker erop mag vertrouwen dat zaak beantwoordt aan overeenkomst, zal van hem minder snel (voortvarend) onderzoek mogen worden verwacht. Gebrek aan (tijdige) medewerking van derden voor verkrijgen van informatie of verrichten van onderzoek komt niet altijd en zonder meer voor rekening van koper. In belangrijke mate is mede bepalend in hoeverre belangen van verkoper al dan niet zijn geschaad. Als die belangen niet zijn geschaad, zal er niet spoedig voldoende reden zijn koper gebrek aan voortvarendheid te verwijten. In dit verband kan ernst van tekortkoming meebrengen dat nalatigheid van koper hem niet kan worden tegengeworpen. Koper mocht eerst nadere inlichtingen inwinnen bij huurder tankstation om te kunnen beoordelen of nader onderzoek naar (verontreiniging) grond nodig was. Dat antwoord lang op zich liet wachten, kan koper niet worden tegengeworpen. Er is tijdig geklaagd.

HR 23.12.2011 RvdW 2012 nr. 39

Voor vraag of kennisgeving van art. 7:23 BW tijdig aan verkoper is gedaan acht Hof eventuele mededelingen van medewerkers van door verzekeraar van koper ingeschakelde expertisebureaus niet relevant, aangezien moet gaan om kennisgeving van koper of degene die in zijn rechten is getreden. Door expert gedane mededeling kan ook niet als kennisgeving van non-conformiteit worden aangemerkt. Er is niet tijdig geklaagd. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 RO. Volgens A-G Spier zou op zich klacht door derde namens koper mogen worden overgebracht; art. 7:23 BW staat daaraan zijns inziens niet in weg.

HR 6.4.2012 RvdW 2012 nr. 544

Kort na levering stelt koper verkoper aansprakelijk voor twee aan woning geconstateerde gebreken. Verkoper wijst aansprakelijkheid af. Bij onderzoek door bouwkundige negen maanden later komen andere gebreken aan licht. Koper dagvaardt nog geen twee maanden later verkoper voor die andere gebreken. Hof verwerpt verweer dat koper niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd: waar verkoper vanaf begin alle klachten en iedere aansprakelijkheid heeft afgewezen, dient uit zijn houding te worden afgeleid dat hij niet is benadeeld doordat aanvullende klachten over gevolgen van vochtoverlast eerst bij dagvaarding aan hem bekend zijn geworden. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 RO.

HR 27.4.2012 RvdW 2012 nr. 683

Opdrachtgever meent dat vennootschap onder firma verbouwing niet naar behoren heeft uitgevoerd en spreekt na ontbinding van v.o.f. vennoot aan tot schadevergoeding. Stelling van opdrachtgever dat na ontbinding geen klachtplicht ex art. 6:89 BW bestond jegens vennoot gaat uit van onjuiste rechtsopvatting dat vennoten van v.o.f. geen partij zijn bij op naam van vennootschap gesloten overeenkomsten. Oordeel Hof dat er niet tijdig is geprotesteerd doordat gebreken pas bij memorie van grieven aan vennoot zijn meegedeeld, is onbegrijpelijk. Bekendheid daarmee bleek al uit eerdere in geding gebrachte stukken.

LJN BY4600

HR 8.2.2013 LJN BY4600, RvdW 2013 nr. 253, RAV 2013 nr. 42, JA 2013 nr. 117

Particuliere beleggers verwijten bank dat zij bij beleggingsadviesrelatie is tekortgeschoten in op haar rustende zorgplicht. Hof heeft vorderingen afgewezen omdat er niet tijdig is geklaagd. Hoge Raad geeft beschouwingen over toepassing van art. 6:89 BW in dit soort situaties en gaat in op onderzoeks- en klachtplicht en beleggingsrelatie tussen bank en particuliere cliënt. Bank heeft bij beleggingsadviesrelaties te gelden als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener, terwijl bij cliënt doorgaans zodanige professionaliteit en deskundigheid ontbreken. Dit brengt mee dat niet naleven van zorgplicht niet tekortkoming van bank is die cliënt zonder meer behoort op te merken. Op cliënt rust dan ook pas onderzoeksplicht met betrekking tot naleving van zorgplicht door bank, indien hij van die zorgplicht op hoogte is en gerede aanleiding heeft te veronderstellen dat bank daarin kan zijn tekortgeschoten. Dat beleggingen waarop adviesrelatie betrekking heeft, tegenvallend rendement hebben of tot verliezen leiden, behoeft voor cliënt in beginsel niet reden voor onderzoek te zijn. Dat geldt des te meer indien bank als oorzaak hiervoor omstandigheden noemt die niet in haar risicosfeer liggen, zoals heersende marktomstandigheden, of indien zij geruststellende mededelingen doet. Nadat cliënt bekend is geworden met tekortschieten bank of daarmee redelijkerwijs bekend had moeten zijn, moet hem redelijke termijn voor beraad worden gegund. Voorts komt groot gewicht toe aan antwoord op vraag of bank nadeel lijdt door tijdsverloop tussen moment van ontdekking van tekortkoming en moment waarop is geprotesteerd. Toepassing van art. 6:89 BW vergt waardering van belangen door rechter. In die beoordeling speelt tijdsverloop tussen ontdekking en klacht weliswaar belangrijke, maar geen doorslaggevende rol. Enkele omstandigheid dat lang heeft geduurd voordat cliënt heeft geklaagd, zonder dat daarbij overige omstandigheden van geval worden betrokken, zoals aan- of afwezigheid van nadeel bij bank door tijdsverloop, is ontoereikend voor succesvol beroep op art. 6:89 BW. Omstandigheden in beleggingssituaties zullen gelet op hun specifieke aard vaak leiden tot ruime termijnen voor onderzoek en klagen. Hof heeft een en ander miskend.

LJN BX7846

HR 8.2.2013 LJN BX7846, RvdW 2013 nr. 249

Cliënt stelt bank die hem beleggingsadvies heeft gegeven, aansprakelijk voor verliezen op effectenportefeuille. Cliënt heeft zich meerdere malen bij bank beklaagd over haar dienstverlening en (tevergeefs) klacht ingediend bij Klachtencommissie DSI. Bank is tekortgeschoten in zorgplicht. Bank beroept zich op art. 6:89 en 3:310 BW, maar dit wordt door Hof verworpen. Bij beantwoording vraag of tijdig is geprotesteerd in zin van art. 6:89 BW moet acht worden geslagen op alle relevante omstandigheden. Hiertoe mag mede aard van dienstverlening (vermogens- en beleggingsadvies door bank aan particuliere belegger) worden gerekend en in aanmerking worden genomen dat het gaat om adviesrelatie met bank als bij uitstek deskundige partij, waarbij cliënt in beginsel mag afgaan op haar oordeel. Hof kon oordelen dat cliënt gelet op geruststellende mededelingen van bank niet behoefde te begrijpen dat sprake was van gebrekkig advies, noch reden had voor onderzoek terzake. Verjaring is tijdig gestuit door brief na klachtprocedure. Dat bij Klachtencommissie DSI bindend advies is gevraagd, en verjaring ex art. 3:316 leden 1 en 3 BW in beginsel wordt gestuit zolang op dat verzoek niet is beslist, laat onverlet dat verjaring van rechtsvordering tot nakoming van verbintenis ook kan worden gestuit door schriftelijke mededeling ex art. 3:317 lid 1 BW. Art. 3:316 lid 2 BW moet aldus worden uitgelegd dat niet (tijdig) instellen van nieuwe eis of niet (tijdig) opnieuw vragen van bindend advies niet intreden van verjaring meebrengt, maar slechts tot gevolg heeft dat stuitende werking van eerder ingestelde eis of eerder gedane verzoek komt te vervallen. Arrest Hof blijft in stand.

LJN BX7195

HR 8.2.2013 LJN BX7195, RvdW 2013 nr. 250

In opties en futures handelende cliënt spreekt bank aan voor schade door onzorgvuldige uitvoering van beleggingsrelatie. Gelet op verschil in deskundigheid heeft cliënt pas op grond van art. 6:89 BW onderzoeksplicht indien hij van zorgplicht bank op hoogte is en gerede aanleiding heeft te veronderstellen dat bank daarin kan zijn tekortgeschoten. Uit feit dat cliënt in 2007 door publicaties zich realiseerde dat op banken zorgplicht rust en hij toen heeft laten onderzoek of deze door zijn bank was geschonden, volgt niet dat hij bestaan van die zorgplicht al in 2002/2003 uit vergelijkbare publicaties had moeten afleiden en dat daaruit voor hem in toen al onderzoeksplicht voortvloeide. Hof kon evenmin oordelen dat cliënt zich reeds toen hij helft van zijn kapitaal had verloren, had behoren te realiseren dat bank hem te risicovol en onjuist beleggingsbeleid had geadviseerd. In HR 23.11.2007 NJ 2008 nr. 552 met noot Snijders onder nr. 553 bedoelde stelplicht en bewijslast komen pas aan orde indien schuldenaar verweer voert dat niet tijdig is geklaagd. Voert schuldenaar dit verweer niet, dan kunnen art. 6:89 en 7:23 BW niet worden toegepast. Voert schuldenaar dit verweer wel, dan dient schuldeiser gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd.

LJN BY4124

HR 22.2.2013 LJN BY4124, JA 2013 nr. 74

Passagier achterop motorfiets loopt letsel op bij verkeersongeval waarbij meerdere motorfietsen zijn betrokken. Slachtoffer sluit overeenkomst met schaderegelingsbureau, dat procedure tegen twee WAM-verzekeraars van motorfietsen start. Vorderingen zijn verjaard. Schaderegelingsbureau laat na motorrijders tijdig voor ongeval aansprakelijk te stellen. Slachtoffer verwijt bureau beroepsfout en werkzaamheden worden in 2003 beëindigd. In 2005 volgt aansprakelijkstelling. Beroep van schaderegelingsbureau op art. 6:89 BW wordt verworpen. Hoewel arrest Hof wordt vernietigd vanwege onterechte afwijzing van verzoek bureau om pleidooi, gaat Hoge Raad toch in op klachtplicht. Schaderegelingsbureau had klacht slachtoffer in 2003 niet alleen moeten betrekken op laten verjaren van vorderingen op verzekeraars maar ook op niet aansprakelijk stellen van motorrijders zelf en niet stuiten van verjaring van vorderingen jegens hen. Oordeel Hof dat slachtoffer voldoende heeft geklaagd, is juist.

ECLI:NL:HR:2014:148

HR 24.1.2014 ECLI:NL:HR:2014:148, RvdW 2014 nr. 198

Opdrachtgever spreekt onderaannemer aan voor scheurvorming in natuurstenen vloeren van appartement. Voor antwoord op vraag of ex art. 6:89 BW tijdig is geklaagd is ook van belang of schuldenaar nadeel lijdt door late tijdstip waarop schuldeiser heeft geklaagd. Hoewel Hof daar niet gedetailleerd op in is gegaan, heeft het door onderaannemer aangevoerd nadeel voldoende aannemelijk geacht. Opdrachtgever heeft na ontdekking van scheurvorming te lang gewacht met klagen. HR doet zaak af op art. 81 lid 1 RO. A-G haalt in conclusie rechtspraak over art. 6:89 BW en onrechtmatige daad van onderaannemer jegens opdrachtgever aan.

ECLI:NL:HR:2014:1077

HR 9.5.2014 ECLI:NL:HR:2014:1077

Bij asbestinventarisatie voorafgaand aan werkzaamheden wordt hechtgebonden asbest in kantoorgebouw gevonden. Tijdens uitvoering van werkzaamheden wordt ook niet hechtgebonden (spuit)asbest aangetroffen. Koper stelt daarna verkoper aansprakelijk voor schade als gevolg van in gebouw aanwezige asbest. Verkoper meent dat koper eerder, na eerste asbestinventarisatie, had moeten klagen. Uit art. 7:23 lid 1 BW en jurisprudentie kan niet worden afgeleid dat koper elk door hem ontdekt gebrek aan verkoper moet melden. Koper bepaalt of hij zich jegens verkoper op gebrek wil beroepen. Dit zal niet voor elk gebrek gelden, bijvoorbeeld als gebrek beoogde gebruik van gekochte niet belemmert. Dit laat onverlet dat indien koper later ontdekt dat gebrek groter of van andere aard is dan hij aanvankelijk dacht, of (volgens hem) ander gebrek constateert, aan beroep op dat gebrek in weg kan staan dat hij na eerdere ontdekking geen nader onderzoek heeft gedaan of laten doen, terwijl dat in omstandigheden van geval redelijkerwijs van hem kon worden verwacht. Het is aan verkoper zich daarop te beroepen. Uit eerste asbestinventarisatie viel niet op te maken dat zich in gebouw boven kelder losgebonden asbest zou bevinden. Koper heeft tijdig geklaagd.

ECLI:NL:HR:2014:3593

HR 12.12.2014 ECLI:NL:HR:2014:3593

Tot betaling aangesproken koper van partij petten beroept zich onder meer op wanprestatie van verkoper. Verkoper stelt dat niet tijdig is geklaagd. HR verwijst naar maatstaven uit HR 8.2.2013 ECLI:NL:HR:2013:BY4600. Wanneer schuldenaar (verkoper) verweer voert dat niet tijdig is geklaagd in zin van art. 6:89 en 7:23 BW, dient schuldeiser (koper) gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat en op welk moment is geklaagd (zie HR 8.2.2014 ECLI:NL:HR:2013:BX7195). Stelplicht en bewijslast van feiten die beroep op art. 6:89 en 7:23 BW kunnen dragen, rusten in beginsel op schuldenaar (verkoper). Door hem gevoerde verweer dat niet tijdig is geklaagd, is bevrijdend verweer. Op weg van schuldenaar (verkoper) ligt om te stellen en zo nodig te bewijzen wanneer schuldeiser (koper) gebreken in prestatie heeft ontdekt of bij onderzoek had behoren te ontdekken en dat tijdsverloop vanaf dat moment tot aan klagen zo lang is geweest dat niet meer kan worden gesproken van tijdige klacht. Voor bijzondere regel van bewijslastverdeling die voor schuldeiser (koper) geldt, is redengevend dat te zeer afbreuk zou worden gedaan aan strekking van klachtplicht om schuldenaar (verkoper) te beschermen, indien op hem ook bewijsrisico ter zake van klacht zelf en tijdstip daarvan zou rusten. Hof hoefde niet ambtshalve te onderzoeken of verkoper relevant nadeel heeft gehad van tijdsverloop totdat door koper is geklaagd. Koper had deze omstandigheid in zijn betwisting van op art. 7:23 lid 1 BW gebaseerde verweer van verkoper moeten betrekken. Vervolgens zou verkoper bewijsrisico van gestelde nadeel hebben gedragen. Beroep op klachtplicht slaagt.

ECLI:NL:HR:2018:1176

HR 13.7.2018 ECLI:NL:HR:2018:1176

NVM-makelaar vermeldt in strijd met voor hem verplichte 'Meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen volgens NEN 2580' in verkoopbrochure van woning bruto woonoppervlakte (80 m2) in plaats van netto woonoppervlakte (71 m2). Koper woning spreekt makelaar uit onrechtmatige daad aan. Hoge Raad stelt norm voor aansprakelijkheid van verkopend makelaar voorop (vgl. HR 17.2.2012 ECLI:NL:HR:2012:BV6162). Meetinstructie sterkt tot bescherming van belangen van aspirant-kopers. In beginsel mogen kopers ervan uitgaan dat vermelde oppervlakte is gemeten met inachtneming van meetinstructie en dus overeenkomt met netto woonoppervlak van woning. Dat kan anders zijn indien aspirant-koper uit verklaringen of gedragingen van verkopend makelaar heeft moeten begrijpen dat in verkoopinformatie vermelde oppervlakte van woning volgens andere methode dan die van meetinstructie is gemeten of indien koper anderszins had moeten twijfelen aan juistheid van opgegeven oppervlakte. Stelplicht en bewijslast hiervan rusten op NVM-makelaar. Standaardmededeling dat aan verkoopbrochure geen rechten kunnen worden ontleend is op zichzelf niet specifiek genoeg om afbreuk te kunnen doen aan vertrouwen van aspirant-verkoper. NVM-makelaar is aansprakelijk.
Klachtplicht van art. 6:89 BW geldt niet in verhouding tussen koper en makelaar. Klachtplicht ziet niet op vordering uit onrechtmatige daad, tenzij zo'n vordering is gericht tegen schuldenaar en is gegrond op feiten die tevens stelling zouden rechtvaardigen dat prestatie niet aan verbintenis beantwoordt. Daarvan is hier geen sprake.

ECLI:NL:HR:2018:1435

HR 7.9.2018 ECLI:NL:HR:2018:1435

Koper van administratiekantoor vordert terugbetaling van teveel betaalde bedragen. Verkoper beroept zich onder meer op klachtplicht en verjaring van art. 7:23 BW. Hof oordeelt dat verkoper jegens koper toerekenbaar is tekortgeschoten in nakoming van overnameovereenkomst. Hof acht bestaan van schade kennelijk aannemelijk, maar kan omvang hiervan niet nauwkeurig vaststellen en wijst vorderingen af. Bij die stand van zaken had Hof echter omvang van schade, al dan niet na nadere instructie, op voet van art. 6:97 BW moeten schatten, dan wel partijen naar schadestaatprocedure moeten verwijzen, ook zonder dat dit uitdrukkelijk was gevorderd (vgl. HR 9.12.2011 ECLI:NL:HR:2011:BR5211). Vorderingen van koper zijn uitsluitend erop gegrond dat koopprijs en managementvergoeding onjuist zijn berekend alsmede dat koper na overname omzet is misgelopen door onjuist handelen van verkoper in jaar na overname en dat afboekingen op grond van overnameovereenkomst voor rekening van verkoper komen. Van non-conformiteit als bedoeld in art. 7:23 BW is daarmee geen sprake. Beroep op klachtplicht en verjaring is terecht verworpen.

ECLI:NL:HR:2019:228

HR 15.2.2019 ECLI:NL:HR:2019:228

 Dressuurpaard blijkt na koop niet lekker te lopen en na ruim vijf maanden stelt dierenarts gebreken bij paard vast. Vervolgens door kopers aangesproken verkopers doen beroep op klachtplicht van art. 7:23 lid 1 BW. Naar oordeel Hof hadden kopers bij openbaren van eerste klachten verkopers daarvan in kennis moeten stellen en hebben zij niet binnen bekwame tijd geklaagd. Bij consumentenkoop – waarvan hier sprake is – gaat termijn als bedoeld in art. 7:23 lid 1 BW lopen op moment dat consument heeft ontdekt dat hetgeen is afgeleverd niet aan overeenkomst beantwoordt en niet al op moment waarop koper dit, vanwege bestaan van klachten, redelijkerwijs had behoren te ontdekken (zie art. 7:23 lid 1 slotzin BW). Kopers hebben gesteld dat zij non-conformiteit pas hebben ontdekt na onderzoek door dierenarts van bij aankoop gemaakte keuringsfoto’s. In licht hiervan kon Hof niet oordelen dat kopers klachten eerder hadden moeten melden. Volgt vernietiging.

lagere rechters

Rechtbank Arnhem 12.11.2008 NJF 2009 nr. 23

Koop van woonhuis, waarvan naderhand blijkt dat gebruik als burgerwoning in strijd is met bestemmingsplan. Beroep van koper op toerekenbare tekortkoming professionele verkoper en dwaling slaagt. Koper heeft pas bijna drie jaar na ontdekking van niet-toegestane gebruik voor bewoning bij verkoper geklaagd. In omstandigheden van geval is beroep verkoper op overschrijding redelijke termijn van art. 7:23 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar. Tijdsverloop brengt geen verandering in bestemming huis.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18.11.2008 NJF 2009 nr. 273

Art. 6:89 BW en art. 7:23 lid 1 BW gelden voor iedere rechtsvordering van koper die, en ieder verweer van koper dat, feitelijk gegrond is op niet-beantwoorden van afgeleverde zaak aan overeenkomst, ook indien door koper op deze grondslag rechtsvordering uit dwaling wordt gebaseerd. Op koper rust plicht te stellen en te bewijzen dat tijdig is geklaagd.

Gerechtshof 's-Gravenhage 30.12.2008 NJF 2009 nr. 161

In gebouw wordt losgebonden asbest aangetroffen. Ervan uitgaande dat losgebonden asbest eind oktober 2000 is ontdekt, is daar op 7 december 2000 tijdig over geklaagd bij verkoper, tenzij koper asbest eerder had moeten ontdekken. Hierover moet deskundige oordelen. Van koper kon destructief onderzoek worden gevergd dat verenigbaar was met planning van renovatie- en sloopactiviteiten. Zie HR 29.6.2007 RvdW 2007 nr. 636. Reeds (besmettings)gevaar dat van aanwezigheid losgebonden asbest uitgaat, maakt pand ongeschikt voor gebruik als kantoorpand. Verkoper wist, anders dan koper, wel van aanwezigheid hechtgebonden asbest. Onder deze omstandigheden komt aanwezigheid van losgebonden asbest, waarvan verkoper noch koper weet hadden, voor rekening van professionele verkoper.

Rechtbank Rotterdam 11.3.2009 NJF 2009 nr. 146

Opdrachtgever vordert schadevergoeding van aannemer en parketlegger wegens opbollen van parketvloer. Aannemer is tekortgeschoten door ventilatie tussen oude en nieuwe kruipruimte niet goed te regelen. Beroep van aannemer op art. 6:89 BW, waaruit voortvloeit dat schuldeiser, op straffe van verlies van rechten, geleverde prestatie voortvarend moet onderzoeken op gebreken, slaagt niet. Gebrek in ventilatiemogelijkheden is naar zijn aard niet direct waarneembaar en pas door problemen met vloer ontdekt. Parketlegger komt wel beroep toe op art. 6:89 BW. Nu opdrachtgever in periode tussen ontdekking van opbolling parketvloer en melding hiervan bij parketlegger geen onderzoek heeft laten uitvoeren, heeft hij niet tijdig geklaagd.

Gerechtshof Arnhem 31.3.2009 NJF 2009 nr. 271

Koper appartementen spreekt na 5,5 maand verkoper aan voor stormschade wegens ondeugdelijke dakconstructie. Vraag of koper verkoper binnen bekwame tijd van gebrek in kennis heeft gesteld (art. 7:23 lid 1 BW) is niet in algemene zin te beantwoorden. Er geldt geen vaste termijn (zie HR 29.6.2007 NJ 2008 nr. 606 met noot Hijma). Bij niet-consumentenkoop moeten betrokken belangen worden afgewogen, met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder vraag of verkoper nadeel lijdt door lengte van in acht genomen termijn. Verkoper ontving in casu al vóór officiële klacht van koper informatie waaruit van gebreken aan dak bleek. Onderzoek door verkoper is bovendien niet beperkt door latere klacht. Er is tijdig geklaagd.

LJN CA0714

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21.5.2013 LJN CA0714, NJF 2013 nr. 275

Vervolg op HR 11.6.2010 NJ 2010 nr. 331. Bank heeft bij aanvang van beleggingsadviesrelatie met klant niet aan zorgplicht voldaan door geen passend risicoprofiel op te stellen, waarover klant in december 2003 heeft geklaagd. Bank had dienen te verifiëren of door klant vanaf mei 2000 geuite zorgen louter te maken hadden met tegenvallende rendementen of verliezen dan wel of deze mogelijk in relatie stonden met gehanteerde risicoprofiel. Dat klant niet met zoveel woorden heeft geklaagd over door bank opgestelde risicoprofiel – dat basis vormt voor beleggingsadviezen van bank – kan hem niet worden tegengeworpen. Klant heeft tijdig in zin van art. 6:89 BW over tekortkoming van bank geprotesteerd.