English

Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor hulppersonen

art. 6:76 BW


HR 14.6.2002 NJ 2002 nr. 495 met noot Haak

Door winkelbedrijf aan geldtransportbedrijf toevertrouwd geld wordt bij overval op depot van geldtransportbedrijf gestolen. Bij overval is werknemer geldtransportbedrijf betrokken. Omdat werknemer niet bij uitvoering van onderhavige transport was ingeschakeld, is hij niet te beschouwen als hulppersoon. Derhalve is geldtransportbedrijf niet ex art. 6:76 BW aansprakelijk tegenover winkelbedrijf. Kring van personen die als hulppersoon in zin van dit artikel aangemerkt moeten worden, mag niet ruim worden getrokken.

HR 8.1.2010 NJ 2010 nr. 43

Nederlandse advocaat schakelt buitenlandse advocaten in om voor cliënt beslag te leggen op zich in buitenland bevindend schip. Hof acht advocaat jegens cliënt ex art. 6:76 BW aansprakelijk voor door buitenlandse advocaten ten onrechte toegepaste verrekening van hun declaraties met bedrag dat is vrijgevallen uit ter opheffing van beslag gestelde bankgarantie. Buitenlandse advocaten kunnen als hulppersonen van Nederlandse advocaat worden aangemerkt. Hof heeft echter ten onrechte aanbod advocaat om te bewijzen dat hij geen opdrachtnemer van cliënt is geworden, gepasseerd. Ook is verweer van advocaat dat toepassing van art. 6:76 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, onvoldoende weerlegd. Volgt terugverwijzing.

lagere rechters

Kantonrechter Amsterdam 31.1.2007 NJF 2007 nr. 146

Cliënt sluit door bemiddeling tussenpersoon aandelenlease-overeenkomst en overeenkomst terzake beleggingsrekening met bank. Cliënt vordert verklaring voor recht dat overeenkomsten nietig dan wel vernietigbaar zijn wegens dwaling en misbruik omstandigheden. Gevolgen van gedragingen van tussenpersoon moeten met analogische toepassing van art. 6:76 BW aan bank worden toegerekend, nu tussenpersoon louter ten gunste van bank heeft gewerkt. Bank is derhalve aansprakelijk voor gedragingen tussenpersoon.

Rechtbank Zutphen 10.10.2007 NJF 2008 nr. 11

Via tussenpersoon afgesloten levensverzekering met beleggingscomponent levert vanwege slecht beursklimaat minder rendement op dan verwacht. Verzekeringnemer spreekt verzekeraar aan tot schadevergoeding. Assurantietussenpersoon is geen hulppersoon van verzekeraar ex art. 6:76 BW (zie HR 10.10.2003 NJ 2005 nr. 89, niet opgenomen). Kring van personen waarop dit artikel betrekking heeft, is beperkt. Er bestaat alleen aansprakelijkheid voor personen wier hulp wordt gebruikt bij uitvoering van verbintenis ten aanzien waarvan aansprakelijkheid in geding is. Verzekeraar heeft niet hulp van tussenpersoon ingeschakeld; tussenpersoon is door verzekeringnemer benaderd.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14.10.2008 NJF 2009 nr. 65

Cliënt die via tussenpersoon aandelenlease-overeenkomsten met Dexia heeft gesloten, heeft restschuld. Wet op het consumentenkrediet is niet van toepassing op overeenkomsten. Dexia is niet ex art. 6:76 BW aansprakelijk voor gedragingen van tussenpersoon, nu zij bij uitvoering van verbintenissen uit tussen Dexia en cliënt gesloten overeenkomsten geen gebruik heeft gemaakt van hulp tussenpersoon. Deze is slechts in fase voorafgaande aan en bij totstandkoming van overeenkomsten betrokken geweest. Tekortschietende voorlichting door tussenpersoon is eigen tekortschieten van Dexia in informatieplicht. Schending van zorgplicht in precontractuele fase is onrechtmatig. Dexia moet schade als gevolg van schending zorgplicht vergoeden. Vergoedingsplicht ex art. 6:101 BW verminderd; Dexia moet 75% van restschuld dragen.