English

Jurisprudentie

Overmacht

HR 23.5.1986 NJ 1987 nr. 482 met noot Brunner, VR 1987 nr. 36 (Frank van Holsteijn)

Voor geslaagd beroep op overmacht in zin van art. 31 (oud)/185 WVW is vereist dat bestuurder van zijn wijze van rijden rechtens geen enkel verwijt valt te maken. In casu alleen dan sprake van overmacht wanneer bestuurder er bij zijn rijgedrag rekening mee heeft gehouden dat het kind plotseling zal oversteken en hij zijn verkeersgedrag daaraan heeft aangepast.

HR 31.5.1991 NJ 1991 nr. 721 met noot Brunner, VR 1991 nr. 119 (Marbeth van Uitregt)

Beroep op overmacht ex art. 31 (oud)/185 WVW ten opzichte van kinderen beneden 14 jaar niet meer mogelijk, tenzij sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid.

HR 16.2.1996 NJ 1996 nr. 393, VR 1996 nr. 195 (fietser door rood licht)

Bestuurder van bus dient ook rekening te houden met verkeersdeelnemers die in strijd handelen met verkeersregels. In casu toch overmacht omdat gedrag fietser zo onwaarschijnlijk was, dat buschauffeur daarmee geen rekening behoefde te houden (volwassen fietser wil busbaan oversteken, rijdt door rood licht, terwijl hij slecht zicht heeft in verband met laaghangende zon).

HR 17.11.2000 NJ 2001 nr. 260 met noot Brunner, VR 2001 nr. 61 (onbekende oorzaak)

Aanrijding tussen vrachtwagen en fietsend kind. Regresvordering van ziektekostenverzekeraar. Bestuurder dient bij passeren van fietser mede rekening te houden met mogelijke onverwachte gedragingen, waaronder reacties op passeren van auto zelf. Beroep op overmacht slaagt niet, nu oorzaak van ongeval niet kan worden vastgesteld en daarmee niet vaststaat dat aan bestuurder rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt.

lagere rechters

Rechtbank Zwolle 18.11.1998 VR 1999 nr. 153

Botsing tussen auto en paard waardoor berijdster schade lijdt. Art. 185 WVW van toepassing. Geen overmacht, omdat automobilist had dienen te beseffen dat paarden in het algemeen spoedig een schrikreactie kunnen vertonen door naderen van gemotoriseerd verkeer. Reflexwerking van art. 6:179 BW (aansprakelijkheid voor dieren).

Rechtbank Leeuwarden 6.2.2002 VR 2002 nr. 135

Bejaarde wielrijdster steekt vanaf fietsstrook weg over en wordt aangereden door in dezelfde richting rijdende automobilist. Automobilist kan rechtens geen enkel verwijt worden gemaakt en hem komt derhalve beroep op overmacht toe.

Rechtbank Breda 23.6.2004 NJF 2004 nr. 487

Aanrijding tussen motorfietser en vierjarig kind dat plotseling weg oversteekt. Motorrijder vordert van ouders kind vergoeding van schade aan zijn motorfiets. Indien schuld niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer vaststaat en bestuurder motorrijtuig beroep op overmacht toekomt, dient bestuurder aanspraak te kunnen maken op volledige vergoeding van zijn schade. Dit heeft ook te gelden indien "schuldige" niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer kind is dat leeftijd van 14 jaar nog niet heeft bereikt, ongeacht of sprake is van gedragingen kind die opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid terzake van aanrijding opleveren. Aan zijde kind behoeft geen sprake te zijn van schuld, maar van als doen te beschouwen gedraging, welke als onrechtmatige daad aan kind zou kunnen worden toegerekend als zijn leeftijd daaraan niet in weg zou staan. Motorfietser komt beroep op overmacht toe, zodat ouders kind schade volledig moeten vergoeden.

Gerechtshof Amsterdam 24.5.2007 JA 2007 nr. 118

Fietser die doof en onder invloed van alcohol is, botst in het weekend 's nachts tegen achterdeur van hem met matige snelheid passerende bus. Dat fietser bus niet zou waarnemen en linksaf zou slaan busstrook op terwijl bus hem passeerde, was voor buschauffeur zo onwaarschijnlijk dat hij daar in redelijkheid niet op bedacht behoefde te zijn. Beroep op overmacht slaagt.