English

Jurisprudentie

Algemeen

HR 25.2.2000 NJ 2000 nr. 331

Als niet meer door motorrijtuig vervoerde personen dienen te worden aangemerkt personen die motorrijtuig hebben verlaten. Beperkte uitleg van dit begrip strookt met strekking van art. 31 (oud)/185 WVW, namelijk kwetsbare verkeersdeelnemers te beschermen.

HR 14.7.2000 NJ 2001 nr. 417 met noot Hijma, VR 2000 nr. 167 met noot Van Wassenaer

Botsing tussen tram en wielrijder. Op trambestuurder rust zware zorgvuldigheidsplicht ten opzichte van kwetsbare verkeersdeelnemers zoals wielrijders en voetgangers. Trambestuurder moet daarom rekening houden met fouten van die weggebruikers, tenzij die fouten zo onwaarschijnlijk zijn dat hij daarmee in redelijkheid geen rekening behoeft te houden. Als trambestuurder verwijt kan worden gemaakt, rijst vervolgens de vraag of schade op grond van art. 6:101 BW mede aan wielrijder/voetganger moet worden toegerekend. Vanwege billijkheid zal dan ten minste 50% van schade moeten worden vergoed conform HR 28.2.1992 NJ 1993 nr. 566 (IZA/Vrerink), hoewel tram geen motorvoertuig is en art. 31 (oud)/185 WVW derhalve niet van toepassing is.

HR 4.5.2001 NJ 2002 nr. 214 met noot Brunner, VR 2001 nr. 167 (Chan-a-Hung/Maalsté)

Bevat een overzicht van alle relevante arresten van de Hoge Raad met betrekking tot art. 31 (oud)/185 WVW.

HR 3.6.2005 NJ 2005 nr. 286

Door tram aangereden voetgangster vordert schadevergoeding van trambestuurder en gemeente als diens werkgever. Ingevolge HR 14.7.2000 NJ 2001 nr. 417 met noot Hijma is bij aanrijding tussen tram en volwassen fietser of voetganger 50%-regel uitgangspunt. Betriebsgefahr is al volledig verdisconteerd in deze 50%-regel, zodat Hof bij toepassen billijkheidscorrectie ten onrechte nogmaals Betriebsgefahr mede in aanmerking heeft genomen.

lagere rechters

Rechtbank Arnhem 28.5.2003 VR 2004 nr. 27

Geparkeerde auto raakt in brand, komt daardoor in beweging en rijdt tegen naastgelegen pand aan, dat eveneens in brand raakt. Opstalverzekeraar pand spreekt – onder andere – WAM-verzekeraar van auto aan. Art. 185 WVW is van toepassing omdat sprake is van een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden. Niet van belang is dat auto reed zonder bestuurder of inzittenden en zonder dat motor draaide. Vergoedingsplicht ex art. 185 lid 3 WVW beperkt tot waarde motorrijtuig.

Gerechtshof Arnhem 7.6.2005 NJF 2005 nr. 311, VR 2006 nr. 7

Auto raakt door onbekende oorzaak in brand en brengt schade toe aan wegdek. Staat wil die schade ex art. 185 WVW verhalen op WAM-verzekeraar, maar spontaan in brand raken van auto is geen 'verkeersongeval' als bedoeld in art. 185 WVW. Schade aan wegdek komt ook niet op grond van verkeersopvattingen voor rekening eigenaar/bestuurder auto.

Gerechtshof 's-Gravenhage 19.1.2007 VR 2008 nr. 108

Vrachtwagenchauffeur die op bedrijfsterrein lading ter keuring wil aanbieden, krijgt bij loskoppelen aanhangwagen hulp van assistent-keurmeester. Terwijl chauffeur heen en weer rijdt probeert assistent-keurmeester pen uit dissel te trekken. Dissel schiet hard naar boven en veroorzaakt blijvend letsel bij assistent-keurmeester. Werkgever vrachtwagenchauffeur is ex art. 185 WVW aansprakelijk. Bedrijfsterrein stond feitelijk voor openbaar rij- of ander verkeer open en is dus een weg. Rijden met vrachtwagencombinatie op dit terrein, ook al is het maar over afstanden van enige decimeters, is tevens verkeersdeelneming in zin van WAM.

Rechtbank Rotterdam 25.2.2009 NJF 2009 nr. 133, JA 2009 nr. 111 met noot Nuijens

Aanrijding tussen sneltram en vrachtwagen. Vervoerbedrijf vordert schadevergoeding van WAM-verzekeraar vrachtwagen. Ondanks feit dat sneltram geen voertuig als bedoeld in art. 1 lid 1 sub c WVW is, is art. 185 WVW van toepassing. Dit artikel bevordert dat schade veroorzaakt door gebruik van motorrijtuigen zoveel mogelijk door WAM-verzekeringnemers wordt gedragen. Beroep op overmacht vrachtwagenchauffeur en eigen schuld trambestuurder slaagt niet.