English

Jurisprudentie

Wegbeheerder

HR 14.9.2001 VR 2002 nr. 130

Weg versmalt van twee rijstroken naar één rijstrook en maakt tevens een flauwe bocht naar links. Motorrijder moet in bocht krachtig remmen en komt ten val. Oordeel Hof dat wegsituatie gevaarlijk was voor minder oplettende weggebruikers, dat gemeente voor 50% aansprakelijk is en dat motorrijder door zijn hoge snelheid zelf met 50% aan zijn schade heeft bijgedragen, is niet onjuist.

HR 11.1.2002 NJ 2002 nr. 82, VR 2002 nr. 177

Gemeente plaatst als wegbeheerder een actiebord met opschrift "mag 't wat minder" waardoor uitzicht op kruising van 200 à 300 meter wordt verminderd naar 100 meter. Gemeente is niet aansprakelijk voor ongeval op die kruising omdat bij dat ongeval betrokken automobilist verminderd zicht op die kruising zou hebben gehad. Niet iedere beperking van het zicht zonder daarvoor te waarschuwen, kan worden bestempeld als het in gevaar brengen van personen en zaken. Resterende zicht was voldoende om ander, de kruising naderend verkeer waar te nemen.

HR 3.5.2002 NJ 2002 nr. 465, VR 2003 nr. 6

Automobilist slipt op door ijzel spiegelglad geworden ZOAB-asfalt van autosnelweg en botst tegen vangrail. Staat is als wegbeheerder niet voor schade automobilist aansprakelijk. Aanwezigheid van ijzel op wegdek is geen gebrek in zin van art. 6:174 BW. Weliswaar kan wegdek bij ijzel eerder glad worden en gladheid is dan moeilijker te bestrijden, maar deze nadelen leveren geen gebrek op en leggen niet op Staat bijzondere zorgplicht met betrekking tot gladheidbestrijding of bijzondere waarschuwingsplicht.

ECLI:NL:HR:2014:831

HR 4.4.2014 ECLI:NL:HR:2014:831, RvdW 2014 nr. 553

Racefietser valt als hij door vrachtwagen wordt ingehaald en raakt zwaar gewond. Tussen weg en grasbetonklinkers zat spleet. Aansprakelijke WAM-verzekeraar van vrachtwagen stelt in vrijwaring gemeente als wegbeheerder ex art. 6:174 BW aansprakelijk. Aansprakelijkheid dient te worden beoordeeld aan hand van maatstaven uit HR 17.12.2010 NJ 2012 nr. 155 met noot Hartlief (Wilnis). Stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die ten grondslag worden gelegd aan art. 6:174 BW-vordering rusten in beginsel op eiser. Het ligt op weg van aangesproken overheidslichaam om zijn verweer dat financiële middelen te beperkt waren om vereiste maatregelen te treffen, voldoende te onderbouwen. Enkele stelling dat financiële middelen ontoereikend waren, zal niet volstaan. Indien overheidslichaam zijn verweer onvoldoende motiveert en eiser onvoldoende aanknopingspunten biedt voor meer specifieke onderbouwing van stelling, zal rechter voorshands moeten oordelen dat eiser op dat punt aan stelplicht heeft voldaan en gestelde voorshands als vaststaand moeten aannemen, of zelfs bewijslast op dat punt kunnen omkeren. Oordeel Hof dat gemeente beroep op beperktheid van financiële middelen voldoende heeft onderbouwd, is onbegrijpelijk. Gelet op stellingen van verzekeraar en diens verwijzing naar vermelde in CROW-Handboek kon Hof niet oordelen dat gemeente geen concrete norm heeft geschonden door aanwezigheid van spleet niet te voorkomen of op te heffen.

ECLI:NL:HR:2016:2283

HR 7.10.2016 ECLI:NL:HR:2016:2283

Vrouw valt op stoep over stroomkabels die van elektriciteitskast naar marktkramen lopen. Zij houdt gemeente aansprakelijk op grond van art. 6:174 dan wel 6:162 BW. Op wegbeheerder rust plicht ervoor te zorgen dat toestand van weg veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt. Risicoaansprakelijkheid van art. 6:174 lid 1 en 2 BW dient te worden beoordeeld aan hand van maatstaven die zijn ontwikkeld in HR 17.12.2010 ECLI:NL:HR:2010:BN6236 (Wilnis). Aansprakelijkheid van wegbeheerder is beperkt tot gebreken die samenhangen met verkeersfunctie van openbare weg. Aanwezigheid daarop van voorwerp dat niet behoort tot weg in zin van art. 6:174 BW en dat gevaar schept voor personen of zaken is niet gebrek van weg als bedoeld in art. 6:174 lid 1 BW. Wegbeheerder kan wel aansprakelijk zijn voor aanwezigheid van - niet van weg, weglichaam of weguitrusting deel uitmakende - voorwerpen op weg ex art. 6:162 BW, als hem kan worden verweten dat hij in nakoming van algemene zorgplicht ten aanzien van veiligheid van weggebruikers is tekortgeschoten. Indien wegbeheerder bekend is met aanwezigheid van voorwerp op weg, zoals gemeente met aanwezigheid van elektriciteitskabels, zijn voor beoordeling van aansprakelijkheid 'kelderluikcriteria' van belang. Daarbij kunnen ook herkomst, aard en functie van dergelijk voorwerp rol spelen, alsmede ligging, functie, fysieke toestand en te verwachten gebruik van weg. Hof heeft juiste toets aangelegd en kunnen oordelen dat gemeente noch ex art. 6:174 BW noch ex art. 6:162 BW aansprakelijk is. Kabels behoorden niet tot weg. Kans op struikelen en (ernstige) ongevallen is niet groot en onvoldoende is gebleken dat gemeente veiligheidsmaatregelen had kunnen treffen.

lagere rechters

Rechtbank 's-Gravenhage 16.8.2001 VR 2003 nr. 24

Wegbeheerder aansprakelijk voor gevolgen van val voetganger die over uitstekende stoeptegel struikelt. Aansprakelijkheid is gebaseerd op art. 6:162 BW en niet op art. 6:174 BW. Geen eigen schuld voetganger wegens onoplettendheid aangezien wegbeheerder rekening moet houden met gegeven dat niet alle verkeersdeelnemers steeds nodige voorzichtigheid en oplettendheid betrachten.

Gerechtshof Arnhem 18.4.2002 NJ 2003 nr. 55

Ruiter rijdt over zandweg langs duiker en stapt of glijdt met paard achterwaarts in daarachter gelegen droge sloot. Ruiter komt onder paard terecht en breekt enkele ruggenwervels. Paard dient later te worden afgemaakt. Ruiter spreekt gemeente als wegbeheerder ex art. 6:174 dan wel art. 6:162 BW aan. Art. 6:174 BW is echter niet van toepassing op onverharde wegen. Gat begon direct naast zandweg en was door begroeiing slecht te zien. Gemeente had daarvoor moeten waarschuwen, nu zij van die toestand op hoogte was en zij had moeten beseffen dat direct naast weg gesitueerde duikersloot voor diverse typen weggebruikers op zich reeds gevaar oplevert. Gemeente volledig aansprakelijk voor schade ruiter die geen eigen schuld heeft, nu geen sprake was van sport- of spelsituatie of eigen onberekenbare energie paard.

Rechtbank Middelburg 20.8.2003 NJ 2003 nr. 734

Vrouw blijft met wiel van invalidenwagen steken in lager gelegen straatkolk ter hoogte van spoorwegovergang en komt ten val. Weg was gevaarscheppend in zin van art. 6:174 BW en wegbeheerder is dan ook aansprakelijk voor schade vrouw.

Rechtbank Arnhem 21.1.2004 NJF 2004 nr. 280

Werkneemster bedrijf raakt door gladheid op weg in slip, botst tegen boom en raakt arbeidsongeschikt. Bedrijf verhaalt schade ex art. 6:107a BW juncto 6:162 BW op wegbeheerder weg waarop ongeval heeft plaatsgevonden. Van wegbeheerder mag worden verwacht dat zij adequaat reageert op meldingen publiek en dat zij tijdig strooiactie laat uitvoeren. Door 107 minuten na melding gladheid pas te gaan strooien, heeft wegbeheerder te lang getalmd.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21.12.2004 VR 2005 nr. 151

Bestuurster Mitsubishi raakt met rechterwielen van weg in berm, stuurt auto terug op weg, komt in botsing met tegenligger en overlijdt. Tegenligger raakt zwaar gewond. WAM-verzekeraar Mitsubishi vergoedt schade tegenligger en neemt regres op gemeente als wegbeheerder. Weg gebrekkig ex art. 6:174 BW, aangezien deze niet voldoet aan CROW-norm inzake toelaatbaar hellingspercentage. Door te hoge wegverkanting wordt kans op overbesturing en uitbreken achterzijde aanzienlijk vergroot. Eigen schuld bestuurster Mitsubishi 75%, aangezien zij van weg is geraakt.

Gerechtshof Amsterdam 3.1.2008 NJ 2008 nr. 303, VR 2008 nr. 141, NJF 2008 nr. 267

Zware vrachtwagencombinatie rijdt met grind verharde smalle weg op, zakt weg, kantelt en belandt in naastgelegen sloot. Bij inrijden weg had voor bestuurder vanwege breedte en bedekking weg en duidelijke karakter weg als verbindingslandweggetje duidelijk moeten zijn dat weg ongeschikt was voor gebruik. Waterschap behoefde als wegbeheerder geen rekening te houden met mogelijkheid dat bestuurder vrachtwagencombinatie gebruik zou maken van weg en dat bestuurder niet bedacht zou kunnen zijn op ongeschiktheid en onveiligheid van weg voor dat gebruik. Op waterschap rustte geen verplichting om te waarschuwen. Vervolg van HR 26.9.2003 NJ 2003 nr. 660, niet opgenomen.

Gerechtshof Amsterdam 22.5.2008 VR 2008 nr. 154

Bestelbus rijdt in donker in scherpe bocht naar links op niet-doorgaande weg rechtdoor sloot in. Aan begin weg was door bord aangegeven dat sprake was van niet-doorgaande weg. Het is algemeen bekend dat (scherpe) bochten in wegen voorkomen, waarmee weggebruiker rekening moet houden bij rijden in donker op onverlichte niet-doorgaande weg. Onaangekondigde bocht is in gegeven omstandigheden niet aan te merken als obstakel of oneffenheid waar wegbeheerder specifiek voor had moeten waarschuwen.

Rechtbank Assen 17.12.2008 JA 2009 nr. 93

Racefietser die vlak achter andere fietsers rijdt, botst tegen paaltje in midden van fietspad aan. Gemeente is niet ex art. 6:174 BW aansprakelijk. Paaltje was bedoeld om gemotoriseerd verkeer van fietspad te weren. Paaltje is in waarschuwende kleuren uitgevoerd en zo geplaatst dat het tijdig waarneembaar is. Feit dat gemeente achteraf nog reliëfmarkering heeft aangebracht, maakt niet dat gemeente zorgplicht heeft geschonden. Zorgplicht van wegbeheerder strekt niet zo ver dat hij rekening moet houden met weggebruikers die niet in algemeen te vergen voorzichtigheid in acht nemen, zoals dicht achter elkaar met relatief hoge snelheid fietsen zonder elkaar tijdig te waarschuwen voor (mogelijke) gevaren.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13.1.2009 JA 2009 nr. 110

Naar aanleiding van eenzijdig verkeersongeval dat zou zijn veroorzaakt door hoogteverschil tussen wegdek en berm, vordert verzekeraar door hem vergoede schade van gemeente als wegbeheerder. Precieze oorzaak van ongeval staat niet vast. Voor toepassing van omkeringsregel is geen ruimte. Verzekeraar heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat gevaar waartegen norm dat hoogteverschil niet te groot mag zijn, beschermt, zich hier heeft verwezenlijkt. Gemeente heeft niet onzorgvuldig gehandeld door langs weg geen waarschuwingsborden te plaatsen, nu weg breed genoeg was, hoogteverschil waarneembaar was en in berm raken per definitie risicovol is. Gemeente is niet aansprakelijk.

Gerechtshof Amsterdam 27.1.2009 RAV 2009 nr. 48

Gemeente is niet tekortgeschoten in beheer en onderhoud van berm waarvan begroeiing zicht van automobilist belemmerde. Automobilist heeft op smalle bochtige secundaire weg in buitengebied vlak voor bocht fietsers ingehaald. Voor hem moet duidelijk zijn geweest dat hij gelet op begroeiing van berm geen zicht had op eventueel hem tegemoetkomend verkeer. Gemeente behoefde geen rekening te houden met dergelijke ernstige en bij aangepast rijgedrag te vermijden verkeersfout van automobilist.