English

Jurisprudentie

Gevaarzetting

HR 5.11.1965 NJ 1966 nr. 136 met noot Scholten (Kelderluik)

Alleen in licht van omstandigheden van gegeven geval kan worden beoordeeld of en in hoeverre aan iemand die situatie in het leven roept die voor anderen bij niet-inachtneming van vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is, eis kan worden gesteld dat hij rekening houdt met mogelijkheid dat die oplettendheid en voorzichtigheid niet zullen worden betracht en met het oog daarop bepaalde veiligheidsmaatregelen treft. Daarbij dient te worden gelet op:
a) de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en   voorzichtigheid kan worden verwacht;
b) de kans dat ongevallen zullen ontstaan doordat die oplettendheid en voorzichtigheid niet in acht zullen worden genomen;
c) de mogelijke ernst van de gevolgen van die ongevallen;
d) de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.

HR 1.10.1993 NJ 1995 nr. 182 met noot Brunner, VR 1994 nr. 73 (lekkende kruik III)

Bij overtreding van uitdrukkelijk en stringent geformuleerd veiligheidsvoorschrift waardoor gevaar waartegen voorschrift beoogt te beschermen, zich heeft verwezenlijkt, is in beginsel aansprakelijkheid gegeven. Louter stellen en bewijzen dat voor niet in acht nemen van veiligheidsvoorschrift voldoende klemmende redenen bestonden, alsmede dat daarbij al die voorzorgsmaatregelen zijn genomen die waren vereist om te voorkomen dat dat ernstige gevaar zich zou verwezenlijken, kan aansprakelijkheid opheffen. Zie ook HR 2.2.1973 NJ 1973 nr. 315 met noot HB (lekkende kruik I) en HR 7.5.1976 NJ 1977 nr. 63 met noot Scholten (lekkende kruik II), beide uitspraken niet opgenomen.

HR 9.12.1994 NJ 1996 nr. 403 met noot Brunner (Zwiepende tak)

Tijdens boswandeling schopt jongen tegen tak die terugzwiept en oog van andere jongen raakt. Niet reeds enkele mogelijkheid van ongeval, als verwezenlijking van aan bepaald gedrag inherent gevaar, doet dat gedrag onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is eerst onrechtmatig, indien mate van waarschijnlijkheid van ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden.

HR 23.6.1995 NJ 1995 nr. 730 (tractor met over wegas uitstekende aanhangwagen tijdens duisternis en dichte mist)

In zijn algemeenheid is onjuist uitgangspunt dat gedraging jegens medeweggebruiker (bromfietser) reeds onrechtmatig is, indien door die gedraging gevaar voor verkeersongevallen in algemeen wordt vergroot en dit gevaar zich in vorm van ongeval verwezenlijkt.

HR 29.11.2002 NJ 2003 nr. 549 met noot Vranken (Westfriese flora)

Aansprakelijkheid whirlpoolhandelaar die op Westfriese flora whirlpool tentoonstelt maar deze onvoldoende schoon houdt, waardoor bezoekers worden besmet met legionellabacterie. Handelaar is tekortgeschoten in verplichting om veiligheidsmaatregelen te nemen ter voorkoming en bestrijding van gevaar van bacteriegroei in water whirlpool. Dat handelaar toen niet bekend was met specifieke gevaar van besmetting met legionellabacterie, doet aan zijn aansprakelijkheid niet af, nu hij heeft gehandeld in strijd met veiligheidsnorm.

HR 28.5.2004 NJ 2005 nr. 105 met noot Brunner, VR 2005 nr. 120, gevolgd door Gem. Hof Nederlandse Antillen en Aruba 18.3.2005 NJ 2005 nr. 302

Vrouw kijkt vanaf openbare weg vanachter afscheidingshek naar vertrek vliegtuig dat bij opstijgen zogenaamde jetblast veroorzaakt, waardoor vrouw met grote boog door lucht geblazen wordt en bij haar landing op rotsen letsel oploopt. Vrouw stelt vliegveld daarvoor aansprakelijk. Op afscheidingshek had vliegveld bord opgehangen met daarop tekening van opstijgend vliegtuig met daaronder tekst dat laagvliegende en opstijgende vliegtuigen letselschade kunnen veroorzaken. Tegen achtergrond Kelderluik-criteria overweegt Hoge Raad dat voor antwoord op vraag of waarschuwing kan worden beschouwd als afdoende maatregel met oog op bescherming tegen bepaald gevaar, van doorslaggevende betekenis is of te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot handelen of nalaten, waardoor dit gevaar wordt vermeden. Vliegveld kon verwachten dat publiek zich zou opstellen in directe omgeving afscheidingshek, dat zij in groten getale vanaf die plaats naar vliegtuigen kijken, dat uit tekst waarschuwingsborden niet duidelijk blijkt om welk concreet gevaar het gaat en dat diegene die zorg heeft voor terrein ook jegens diegene die zich niet op dit terrein bevinden maar in directe nabijheid daarvan op een plaats waartoe een op terrein voorkomend gevaar zich uitstrekt, gehouden is maatregelen te treffen. Vliegveld was in staat verdergaande maatregelen te treffen dan zij heeft gedaan en is derhalve aansprakelijk. Geen eigen schuld slachtoffer dat zich ondanks aanwezigheid waarschuwingsborden op terrein bevond, nu zulks niet kan worden beschouwd als een willens en wetens in wind slaan van waarschuwing.

HR 7.4.2006 NJ 2006 nr. 244

In bewaarloods opgeslagen zaaiuien blijken aangetast door schimmelziekte koprot. Dijkbeheerder had in buurt bewaarloods uien als voer voor schapen gestort en resten daarvan niet opgeruimd. Teler spreekt dijkbeheerder aan tot schadevergoeding. Hof heeft ten onrechte niet alle Kelderluik-criteria aangelegd en heeft miskend dat niet reeds enkele mogelijkheid van schade als verwezenlijking van aan bepaald gedrag inherent gevaar dat gedrag onrechtmatig doet zijn (vgl. HR 9.12.1994 NJ 1996 nr. 403 met noot Brunner). In maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid reikt niet zo ver dat op persoon, ook zonder dat deze risico van zijn handelen kende of behoorde te kennen, verantwoordelijkheid rust zich te laten voorlichten over mogelijke gevaren van zijn handelen (vgl. HR 22.4.1994 NJ 1994 nr. 624 met noot Brunner). Hof heeft daarom ook ten onrechte omkeringsregel toegepast.

HR 17.11.2006 RvdW 2006 nr. 1076, VR 2007 nr. 22

Vergelijkbare beslissing als HR 22.4.2005 NJ 2006 nr. 20, waarbij voorts wordt aangegeven welke feiten en omstandigheden rechter moet meewegen bij beoordeling geschil. Zie voor vervolg Gerechtshof Amsterdam 10.1.2008 NJF 2008 nr. 233, VR 2009 nr. 75.

HR 29.4.2011 NJ 2011 nr. 406 met noot Tjong Tjin Tai, JA 2011 nr. 108

Verlegging van risicoaansprakelijkheid van gebruiker van gevaarlijke stoffen naar bewaarder ex art. 6:175 lid 2 BW laat onverlet dat gebruiker onder omstandigheden wegens schending van zijn zorgplicht voor in bewaring gegeven stof op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk is als in art. 6:175 lid 1 BW genoemde gevaar zich verwezenlijkt. Of bewaargever onrechtmatig heeft gehandeld, hangt af van weging van alle relevante omstandigheden. Afweging dient te geschieden in licht van aard van zorgplicht die erop is gericht te voorkomen dat aan in bewaring gegeven stof inherente gevaar van ernstige aard voor personen of zaken zich verwezenlijkt. Daarbij moet acht worden geslagen op kans op schade, aard en ernst van eventuele schade, bezwaarlijkheid van te nemen maatregelen, maar ook bij bewaargever aanwezig te achten kennis. Oordeel Hof dat bewaargever onrechtmatig heeft gehandeld, is onvoldoende gemotiveerd.

HR 8.7.2011 NJ 2011 nr. 307

Aanrijding tussen twee automobilisten op kruising met verkeerslichten, waarbij niet vaststaat wie door rood licht is gereden. Toepassing van regel uit HR 17.11.2006 RvdW 2006 nr. 1076. Met deze regel wordt over toerekening van gevolgen aanrijding aan elk van partijen – eerst in kader van door eiser te bewijzen onrechtmatigheid en dan in kader van door gedaagde te bewijzen eigen schuld-verweer – beslist op basis van hypothetisch uitgangspunt dat direct voorvloeit uit verwezenlijking van bewijsrisico dat geen van partijen kan bewijzen dat wederpartij door rood licht is gereden. Voor beide partijen geldt daarom dat gevolgen van ongeval slechts voor hun rekening komen voor zover zij, bij (hypothetisch) uitgangspunt dat zij door groen licht zijn gereden, verkeersgedrag hebben vertoond dat die toerekening wettigt. Waardering Hof van wederzijds gemaakte fouten onttrekt zich grotendeels aan beoordeling in cassatie. Regel dat moet worden uitgegaan van schulddeling van 50/50 vindt geen steun in recht.

LJN BZ5354

HR 17.5.2013 LJN BZ5354, JA 2013 nr. 100, VR 2013 nr. 87

Vervolg van Gerechtshof Amsterdam 8.11.2011 NJF 2012 nr. 35. Leerling van opleiding Sport en Bewegen is tijdens door school georganiseerde klimcursus bij klimcentrum naar beneden gevallen en heeft ernstig letsel opgelopen. Hij heeft twistlockkarabiner waarmee zekeringstouw aan zijn klimgordel was bevestigd, geopend in plaats van karabiner waarmee touw aan klimwand vast zat. Klimcentrum heeft niet onrechtmatig gehandeld door bij inbinden gebruik te maken van twistlockkarabiners. Er zijn verschillende methoden voor inbinden die elk voor- en nadelen hebben. Toezicht was voldoende en kans op door leerling gemaakte fout was onvoldoende voorzienbaar voor klimcentrum. School is niet aansprakelijk voor ingeschakelde hulppersoon noch wegens eigen tekortschieten. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 lid 1 RO.

ECLI:NL:HR:2013:47

HR 28.6.2013 ECLI:NL:HR:2013:47, NJ 2013 nr. 366

Gedetineerde loopt dwarslaesie op als hij tijdens voetballen uitglijdt op betonnen vloer van binnenplaats van Curaçaose gevangenis. Gemeenschappelijk Hof acht Land Curaçao niet aansprakelijk voor gevolgen van ongeval. Bij vraag of in strijd is gehandeld met zorgplicht jegens gedetineerde zijn Kelderluik-criteria maatgevend. Er was sprake van gevaarlijke situatie die onder verantwoordelijkheid van Land is ontstaan, nu vloer glad was en gevangenisleiding gelegenheid tot voetballen heeft gegeven. Hof heeft onvoldoende in oordeel betrokken of en in hoeverre aan Land eis kon worden gesteld a) rekening te houden met mogelijkheid dat vereiste oplettendheid en voorzichtigheid niet zouden worden betracht en b) met oog daarop bepaalde veiligheidsmaatregelen te treffen. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2017:1271

HR 7.7.2017 ECLI:NL:HR:2017:1271

Benadeelde is bij winterse omstandigheden gevallen voor ingang van Ikea-filiaal. Zij stelt Ikea aansprakelijk wegens onvoldoende gladheidsbestrijding en onvoldoende toezicht van Ikea-medewerkers op veiligheid bij toegang tot filiaal. Hof oordeelt dat Ikea zorgplicht heeft om bij winters weer gladheid nabij ingang te bestrijden. Benadeelde dient te bewijzen dat gladheid voor ingang oorzaak van val is. Benadeelde levert dat bewijs middels (eigen) partijgetuigenverklaring en vier de auditu-getuigenverklaringen (verklaringen "van horen zeggen") en slaagt daarin. Ikea is aansprakelijk ex art. 6:162 jo. art. 6:170 BW. In cassatie wordt tevergeefs geklaagd over aan aanvullend bewijs en zorgplicht van Ikea gestelde eisen. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 lid 1 RO. A-G gaat onder meer in op bewijskracht van aanvullend bewijs (art. 164 lid 2 Rv).

lagere rechters

Gerechtshof Amsterdam 27.7.2006 NJF 2006 nr. 545, VR 2007 nr. 113

Driejarig meisje krijgt in filiaal Praxis badkamermeubel op zich en breekt been. Ziektekostenverzekeraar stelt regresvordering in. Tegen achtergrond Kelderluik-criteria oordeelt Hof dat Praxis niet aansprakelijk is. Van winkelend publiek mag worden verwacht dat zij in doe-het-zelfzaak extra waakzaam is, zeker als zij kleine kinderen meebrengt. Inrichting Praxis behoeft niet 'peuter-proof' te zijn.

Gerechtshof Amsterdam 2.11.2006 VR 2007 nr. 124

Zwemmer wordt op zee, overvaren door snelle motorboot. Van bestuurder boot mocht worden verwacht dat hij zijn snelheid zodanig zou kiezen dat hij zwemmers zo tijdig zou kunnen waarnemen dat hij adequaat maatregelen kon nemen. Bij gekozen vaart van 50 km per uur was dit niet mogelijk. Omstandigheden waaronder bestuurder boot zwemmer op zijn weg vond, waren niet zo uitzonderlijk. Bestuurder had zich derhalve van zijn (gevaarzettend) gedrag moeten onthouden en is aansprakelijk.

Rechtbank Amsterdam 27.12.2006 JA 2007 nr. 46

Tijdens installatiewerkzaamheden laat loodgieter kelderluik openstaan om directe toegang tot hoofdkraan te verkrijgen. Daar ook aanwezige tegelzetter valt in openstaand kelderluik en houdt loodgieter aansprakelijk voor zijn schade. Nu tegelzetter ermee bekend was dat water gedurende één uur afgesloten moest worden en dit doorgaans via hoofdkraan gebeurt, had tegelzetter erop bedacht moeten zijn dat luik naar kelder zou openstaan. Daarbij speelt ook rol dat tegelzetter met situatie ter plaatse bekend was. Voor loodgieter was waarschijnlijkheid ongeval als gevolg van open laten staan kelderluik niet dermate groot dat hij zich daarvan naar maatstaven van zorgvuldigheid had moeten onthouden of tegelzetter had moeten waarschuwen. Loodgieter niet aansprakelijk.

Gerechtshof 's-Gravenhage 28.12.2006 en 30.9.2008 NJF 2008 nr. 510, NJ 2009 nr. 102, JA 2009 nr. 4, VR 2009 nr. 45

Vrouw die zich voor kassa van supermarkt bevindt loopt slagaderlijke bloeding op door glasscherven van flesje Bacardi Breezer dat op stenen vloer kapot valt. Indien vrouw bewijst dat flesje van kassameubel is gevallen als gevolg van op elkaar lopen van boodschappen tegen goederengeleider en dat supermarkt dit specifieke risico kende/behoorde te kennen, is supermarkt, die ter voorkoming van dit gevaar geen adequate voorzorgsmaatregelen heeft getroffen, jegens vrouw aansprakelijk. Vrouw slaagt in dat bewijs.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20.2.2007 NJF 2007 nr. 182

Bij afsteken vuurpijl valt bierflesje waarin vuurpijl is opgesteld om. Daardoor ontstaat oogletsel bij omstander die op zeven meter afstand stond. Van degenen die vuurwerk afsteken kan worden verwacht dat zij maatregelen nemen teneinde risico's zoveel mogelijk te beperken. Geen aansprakelijkheid afsteker vuurwerk omdat niet is gebleken dat deze in omstandigheden voorzag of behoorde te voorzien dat mate van waarschijnlijk van schade als gevolg van afsteken vuurpijl zo groot was dat hij zich naar maatstaven van zorgvuldigheid daarvan had moeten onthouden. Omstander stond op vereiste afstand en destijds bestond nog niet instructie om verzwaarde fles te gebruiken.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22.5.2007 JA 2007 nr. 128

Leerling die les heeft in gymnastiekzaal waarvan bouw nog niet was voltooid, valt van galerij boven zaal omdat afrastering niet volledig was aangebracht. Gemeente erkent aansprakelijkheid ex art. 6:174 BW en wil schade verhalen op aannemer.

Gerechtshof Amsterdam 25.10.2007 NJF 2007 nr. 523, JA 2008 nr. 2

Collectieve actie van Consumentenbond tegen Staat, organisator en standhouders inzake legionellabesmetting. Standhouders hebben onrechtmatig gehandeld jegens personen die als gevolg van bezoek aan Westfriese Flora besmet zijn geraakt met legionellabacterie. Zij behoorden bekend te zijn met gevaar van legionella in whirlpools. Gezien (ongeschreven) veiligheidsnorm die strekt ter voorkoming van gevaar voor gezondheid, hadden standhouders veiligheidsmaatregelen moeten nemen, die bezwaarlijk noch kostbaar waren. Causaal verband met schade wordt, behoudens tegenbewijs, op grond van omkeringsregel jegens ene standhouder wel en jegens andere standhouder niet aangenomen.

Gerechtshof Amsterdam 10.1.2008 NJF 2008 nr. 233, VR 2009 nr. 75

Botsing tussen twee auto's op kruising met verkeerslichten, waarbij niet vaststaat wie door rood licht is gereden. Rechtdoorgaande automobilist vordert schadevergoeding van WAM-verzekeraar afslaande automobilist. Afslaande automobilist heeft ondanks groen licht gevaarzettend gehandeld doordat hij andere automobilist zag naderen en linksaf sloeg zonder zich ervan te vergewissen of deze automobilist wel vaart minderde. Onrechtmatigheid wordt aangenomen. Rechtdoorgaande automobilist heeft voor 50% eigen schuld vanwege niet matigen snelheid bij naderen kruising. Vervolg van HR 17.11.2006 RvdW 2006 nr. 1076.

Rechtbank 's-Hertogenbosch 30.1.2008 NJF 2008 nr. 118

Vrouw valt in winkel over doos in gangpand en stelt winkel aansprakelijk voor daarbij opgelopen letsel. Winkelier dient rekening te houden met onoplettendheid en onvoorzichtigheid van klanten bij lopen door winkel. Winkel heeft risico genomen door niet te werken volgens eigen instructies en getoetst aan Kelderluik-criteria is deze gevaarzetting onrechtmatig. Klant heeft 25% eigen schuld, omdat zij onvoldoende oplettend is geweest.

Rechtbank Amsterdam 30.1.2008 NJF 2009 nr. 47, Nieuwsbrief Personenschade maart 2008, VR 2008 nr. 123

Vrouw stoot in interieurwinkel op trap haar hoofd tegen wandmeubel en loopt hoofdwond op. Door gevaarlijke plaatsing, niet van muur te onderscheiden kleur en scherpe punt van meubel is gevaarzettende situatie in leven geroepen. Voor winkelier was redelijkerwijs voorzienbaar, dat iemand zou handelen zoals vrouw deed zodat hij adequate maatregelen had moeten treffen ter voorkoming of beperking van gevaar. Nu gevaar zich heeft verwezenlijkt, is winkel aansprakelijk. Klant heeft geen eigen schuld.

Rechtbank Zutphen 9.4.2008 JA 2008 nr. 132, VR 2008 nr. 139 en 152

Vrouw rijdt met scootmobiel op kunstbeurs tegen kostbaar beeld aan, dat daardoor beschadigd raakt. Verzekeraar van beeld spreekt verkoper van scootmobiel aan voor schade. Op basis van deskundigenbericht is kans dat incident als dit zich zou kunnen voordoen allerminst verwaarloosbaar. Botsing met geringe snelheid is voldoende om pied-de-stalle te doen kantelen en beeld te doen vallen. Verkoper doet terecht beroep op eigen schuld omdat opstelling van beeld onvoldoende robuust was. Helft van schade blijft voor rekening van verzekeraar.

Rechtbank 's-Hertogenbosch 18.6.2008 JA 2008 nr.111

Diefstal van koperen kabel die door eigenaar met 60 cm zand was bedekt, maar door werkzaamheden van aannemingsbedrijf weer in zicht is komen te liggen. Eigenaar kabel houdt aannemingsbedrijf aansprakelijk. Hoewel aannemingsbedrijf zich bewust was van groot diefstalrisico heeft het geen maatregelen genomen om diefstal te voorkomen, zoals inhuren van beveiliging. Evenmin heeft het eigenaar gewaarschuwd voor ontstane diefstalrisico. Aannemingsbedrijf heeft hiermee onrechtmatig gehandeld. Nu geschonden norm strekt ter voorkoming van diefstalschade en gevaar voor diefstal door normschending aanmerkelijk is vergroot, is causaal verband tussen onrechtmatige daad en diefstal voorshands bewezen. Aannemingsbedrijf mag tegenbewijs leveren.

Rechtbank Haarlem 9.7.2008 JA 2008 nr. 148

Na werkzaamheden ter afdichting van vuilstortplaats zijn explosies opgetreden in nabijheid van daar aanwezige windmolens. Degene die ingrijpende werkzaamheden aan zijn terrein gaat verrichten die gevaar van schade aan zaken van derden met zich brengen, heeft onderzoeksplicht dan wel dient maatregelen te nemen ter voorkoming van deze schade. Exploitant stortplaats heeft hieraan niet voldaan en daarmee onrechtmatig jegens eigenaar windmolens gehandeld.

Rechtbank Breda 12.11.2008 NJF 2008 nr. 512, JA 2009 nr. 24

Tijdens laden vrachtwagen bij tuincentrum raakt elektrische bekabeling tussen trekker en oplegger in brand. Chauffeur probeert kabels los te trekken en vrachtauto weg te rijden. Dit lukt niet en brand slaat over naar tuincentrum. Chauffeur heeft in gegeven omstandigheden niet in strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid gehandeld. Op hem rustte geen verplichting om aan blussen brand met in cabine aanwezige blusser of direct bellen van brandweer voorrang te geven boven door hem getroffen maatregelen. Ook transportbedrijf heeft niet onrechtmatig gehandeld, nu onvoldoende is onderbouwd of defect in bekabeling visueel waarneembaar was.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17.2.2009 JA 2009 nr. 81

Benadeelde struikelt tijdens verhuizing over door medewerkers verhuisbedrijf gebruikt hondje (plank op zwenkwieltjes) in hal en spreekt verhuisbedrijf aan voor daarbij opgelopen letsel. Hof toetst aan Kelderluik-criteria. Vanwege geringe kans dat iemand onbedoeld op hondje stapt, feit dat benadeelde op aanwezigheid van hondjes tijdens verhuizing bedacht moest zijn en haar gedrag daarop had moeten aanpassen alsmede dat het bezwaarlijk was hondjes na gebruik direct rechtop te zetten, wordt vordering afgewezen. Benadeelde is zelf onvoorzichtig geweest.

Gerechtshof Arnhem 26.5.2009 NJF 2009 nr. 357, JA 2009 nr. 120 met noot Klein Gunnewiek, RAV 2009 nr. 88

Vrouw stelt benzinestation aansprakelijk voor val over benzinepompslang(en). Op grond liggende slangen leveren gevaarlijke situatie op, maar ongeval zou niet zijn voorkomen door plaatsen van waarschuwingsbord. Ook is geen sprake van gebrekkige opstal, nu benzinestation naar aard en inrichting plaats is waar bezoeker dient op te letten omdat er obstakels aanwezig zijn waarover men kan struikelen.