English

Jurisprudentie

Algemeen

HR 8.1.1982 NJ 1982 nr. 614 met noot Brunner (natronloog)

Strijd met zorgvuldigheid om emmertje met onbekende vloeistof in doos in vuilniszak voor vuilnisophaaldienst neer te zetten, tenzij men weet dat vloeistof geen gevaar oplevert of tenzij de vuilniszak persoonlijk wordt afgegeven met waarschuwing. Doordat sprake is van zorgvuldigheidsnorm doet het er in beginsel niet toe, of wijze waarop letsel door aanraking met stof in gegeven geval precies is veroorzaakt, voorzienbaar was voor partij die voorzorgsmaatregelen niet in acht heeft genomen. Vgl. HR 22.4.1994 NJ 1994 nr. 624 met noot Brunner (giftige taxus).

HR 27.5.1988 NJ 1989 nr. 29 met noot Van der Grinten (veenbroei)

Degene die zorg voor terrein heeft, handelt onrechtmatig wanneer hij, terwijl hij moet verwachten dat publiek dit terrein zal betreden en weet dat zich op dit terrein een voor publiek niet steeds waarneembaar gevaar voordoet dat aan publiek niet bekend is, niettemin nalaat maatregelen te nemen.

HR 22.4.1994 NJ 1994 nr. 624 met noot Brunner (giftige taxus)

Zorgvuldigheid reikt niet zó ver dat degene die plant of struik waarvan hij giftigheid niet kent of behoeft te kennen, onder zich heeft, verplicht zou zijn om deze plant of struik op zodanige wijze onder zijn controle te houden dat zij geen gevaar kan opleveren, tenzij hem na onderzoek is gebleken dat plant of struik ongevaarlijk is.

HR 31.1.1997 NJ 1998 nr. 704 met noot Brunner

Werknemer (ambtenaar) geeft zich ten onrechte uit als bevoegd om provincie te binden bij boeken reis. "Het onbevoegdelijk handelen in naam van een ander kan slechts als onrechtmatig worden aangemerkt indien het geschiedt op een wijze of gepaard gaat met omstandigheden, waaruit voortvloeit dat het optreden van de onbevoegde vertegenwoordiger in strijd is met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt." Slechts als daarvan sprake is, kan ook provincie krachtens art. 1403 lid 3 (oud) BW als werkgever aansprakelijk zijn.

HR 16.6.2000 NJ 2000 nr. 584 met noot Brunner, VR 2000 nr. 189 (Sint Willibrord)

Psychiatrische inrichting aansprakelijk voor door patiënt elders gestichte brand. Verpleegkundigen hebben dronken patiënt nacht voor zijn ontslag laten gaan na te hebben vastgesteld dat hij hotelkamer had geboekt. Schending zorgvuldigheidsnorm, waardoor risico terzake van schade is ontstaan. Causaal verband is gegeven. Aangesproken partij moet stellen en bewijzen dat schade ook zonder zijn gedraging zou zijn ontstaan. Inrichting slaagt er niet in te bewijzen dat dienstdoende psychiater, indien deze zou zijn geraadpleegd, toestemming zou hebben gegeven om patiënt te laten vertrekken.

HR 7.11.2003 NJ 2004 nr. 292 met noot Brunner

Bij brand in opstal komen asbestcementdeeltjes vrij die omgeving verontreinigen. Eigenaar opstal treft geen verwijt ten aanzien van brand noch ten aanzien van verontreiniging. Geen aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW. Evenmin heeft eigenaar onrechtmatig gehandeld door na te laten asbestcementdeeltjes te (laten) verwijderen.

HR 24.9.2004 NJ 2008 nr. 587 met noot Du Perron

Slagerij als onder-onderhuurder wordt er niet van op hoogte gesteld dat huurder supermarkt elders gaat exploiteren. Wegens dalende omzetten sluit slagerij deuren en spreekt huurder aan tot schadevergoeding. Wanneer contractverhouding waarbij iemand partij is in rechtsverkeer schakel vormt waarmee belangen van derden kunnen worden verbonden, staat het hem niet onder alle omstandigheden vrij belangen te verwaarlozen die derden bij behoorlijke nakoming van contract kunnen hebben (vgl. HR 3.5.1946 NJ 1946 nr. 323, niet opgenomen). Indien belangen derden zo nauw zijn betrokken bij behoorlijke uitvoering overeenkomst dat zij schade of ander nadeel kunnen lijden als contractant in uitvoering tekortschiet, kunnen normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in maatschappelijk verkeer betaamt, meebrengen dat contractant belangen dient te ontzien door gedrag mede hierdoor te laten bepalen. Hoge Raad geeft opsomming van omstandigheden die daarbij rol kunnen spelen.

HR 12.8.2005 NJ 2005 nr. 467

Tijdens onderhandelingen omtrent levering perceel verzoekt potentiële koper aan projectontwikkelaar om duidelijkheid over opleveringstermijn. Bij uitblijven adequate reactie breekt koper onderhandelingen af. Projectontwikkelaar vordert schadevergoeding terzake van feit dat tussen partijen geen overeenkomst is totstandgekomen ("positief contractsbelang"). Maatstaf hierbij is dat ieder der onderhandelende partijen - die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen - vrij is onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van gerechtvaardigd vertrouwen wederpartij in totstandkomen overeenkomst of in verband met andere omstandigheden van geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met mate waarin en wijze waarop partij die onderhandelingen afbreekt tot ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in loop onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, ingeval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent op moment van afbreken onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen achtergrond van geheel verloop onderhandelingen (vgl. HR 23.10.1987 NJ 1988 nr. 1017 met noot Brunner, HR 4.10.1996 NJ 1997 nr. 65 en HR 14.6.1996 NJ 1997 nr. 481 met noot Snijders, alle niet opgenomen).

HR 23.12.2005 NJ 2006 nr. 33

Moeder verkoopt aan zoon perceel dat zij eerder met andere percelen aan dochter heeft verkocht. Dochter spreekt zoon aan uit onrechtmatige daad. Handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dit handelen een door hem met derden gesloten overeenkomst schendt, is op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig. Of dergelijk als profiteren of gebruik maken van wanprestatie aangeduid handelen jegens derde onrechtmatig is, hangt af van omstandigheden.

HR 2.3.2007 NJ 2007 nr. 240 met noot Maeijer, JAR 2007 nr. 90

Werknemers en bestuurder van eisende vennootschap hebben andere vennootschap opgericht die inkomsten verkreeg door met leveranciers van eisende vennootschap afspraken te maken over te betalen commissies. Artt. 2:9 en 7:661 BW staan niet in weg aan toewijzing van op onrechtmatige daad gebaseerde vordering van vennootschap tegen bestuurder dan wel van werkgever tegen werknemer. Beide bepalingen impliceren beperking van aansprakelijkheid van bestuurder dan wel werknemer voor binnen uitoefening van werkzaamheden toegebrachte schade en zijn van toepassing indien, onafhankelijk van tekortkoming in contractuele relatie, sprake is van onrechtmatige daad begaan bij taakvervulling van bestuurder dan wel bij uitvoering van arbeidsovereenkomst door werknemer. Hetzelfde moet worden aangenomen in daarvan te onderscheiden geval dat aan bestuurder of werknemer verweten onrechtmatige daad in zodanig verband met werkzaamheden staat dat strekking van desbetreffende bepaling (art. 2:9 dan wel art. 7:661 BW) zich tegen verdergaande aansprakelijkheid verzet.

HR 4.12.2009 RvdW 2009 nr. 1428, RAV 2010 nr. 21

In kader van ruilovereenkomst met sloopbedrijf is Staat gehouden om woningen te slopen. Eigendom woningen wordt overgedragen aan derde, die sloop niet toestaat. Sloopbedrijf pleegt wanprestatie jegens Staat door deze sloop van woningen te ontzeggen. Oordeel Hof dat geen sprake is van bijkomende omstandigheden die profiteren door derde van wanprestatie van sloopbedrijf onrechtmatig maken, is onbegrijpelijk. Betrokkenheid van indirect bestuurder van zowel sloopbedrijf als derde bij ruilovereenkomst had daarbij moeten worden meegewogen.

HR 20.1.2012 NJ 2012 nr. 59, JA 2012 nr. 99

Opdrachtgever spreekt onderaannemer aan uit onrechtmatige daad voor gebreken aan dak. Tekortschieten van contractant kan onder omstandigheden op basis van hetgeen volgens ongeschreven recht in maatschappelijk verkeer betaamt onrechtmatig zijn jegens derde wiens belangen zo nauw betrokken zijn bij behoorlijke uitvoering van overeenkomst dat deze schade kan lijden als contractant daarin tekortschiet. Bij beoordeling zal rechter terzake dienende omstandigheden dienen te betrekken (vgl. HR 24.9.2004 NJ 2008 nr. 587 met noot Du Perron). Onderaannemer zal in algemeen binnen bepaalde grenzen rekening moeten houden met belangen van opdrachtgever en opdrachtgever zal erop mogen vertrouwen dat onderaannemer dat doet. Wanprestatie van onderaannemer jegens hoofdaannemer levert op zichzelf echter nog geen onrechtmatige daad jegens opdrachtgever op. Stellingen van opdrachtgever kunnen echter in dit geval oordeel wettigen dat onderaannemer zo onzorgvuldig heeft gewerkt dat dit onrechtmatig is jegens opdrachtgever.

LJN BX7575

HR 12.10.2012 LJN BX7575, RvdW 2012 nr. 1283

Op tuinfeest vraagt degene die drie warmhouders met branders eronder heeft uitgeleend aan 14-jarige gast om brander met brandgel uit jerrycan bij te vullen. Opeens wordt knal gehoord en spat brandgel vlammend rond. Twee gasten lopen ernstige brandwonden op. Toedracht ongeval blijft onverklaard. Uitlener heeft niet onzorgvuldig gehandeld door 14-jarige te vragen brander te vullen en geen toezicht op uitvoering daarvan te houden. Er is geen aanleiding voor omkering van bewijslast op voet van redelijkheid of toepassing van omkeringsregel. Hoge Raad doet zaak af op art. 81 lid 1 RO.

LJN BY0485

HR 21.12.2012 LJN BY0485, NJ 2013 nr. 46

Nederlandse exporteur verkoopt partij pootaardappelen aan Angolese koper. Angolese koper geeft opdracht aan lokaal inspectiebureau tot inspectie van partij. Frans hoofdkantoor van inspectiebureau stuurt aanvraagformulier aan exporteur. Exporteur zendt ingevuld formulier per fax aan lokale agent in Nederland. Inspectie vindt niet tijdig in Nederland plaats, maar uiteindelijk in Angola. Exporteur vordert vergoeding van hierdoor geleden schade. Nu tussen exporteur en Nederlands bureau geen contractuele band bestond, is enkele omstandigheid dat bureau fax heeft ontvangen maar daarvan geen kennis heeft genomen omdat deze in ongerede is geraakt, onvoldoende om aan te nemen dat inspectiebureau onrechtmatig jegens exporteur heeft gehandeld. Aangezien bureau niet op hoogte is geraakte van verzoek om inspectie, kan ook niet worden gezegd dat het gehouden was haar gedrag mede door belangen van exporteur te laten bepalen als bedoeld in HR 24.9.2004 NJ 2008 nr. 587. Vordering afgewezen.

ECLI:NL:HR:CA1736

HR 27.9.2013 ECLI:NL:HR:CA1736, NJ 2013 nr. 465, RAV 2014 nr. 1

Indien onder werking van (vroegere) Coördinatiewet Sociale Verzekering onderaannemer in bouw bewust profijt trok van door hoofdaannemer jegens Bedrijfsvereniging gepleegde wanprestatie door mee te werken aan handelingen waardoor inbreuk werd gemaakt op pandrecht van Bedrijfsvereniging op saldo van g-rekening van hoofdaannemer, pleegde hij onrechtmatige daad jegens Bedrijfsvereniging. Bij afwezigheid van nadere regels over mate waarin aannemers en onderaannemers in bouw van hun g-rekening betalingen mogen doen of ontvangen, was onderaannemer die op zijn g-rekening betalingen ontving afkomstig van g-rekening van hoofdaannemer, slechts tot weigering of terugstorting van betalingen gehouden indien en voor zover voor hem redelijkerwijs geen twijfel mogelijk was dat door die betalingen inbreuk werd gemaakt op pandrecht van Bedrijfsvereniging.
HR scherpt in dit arrest kennisvereiste aan, waardoor lat voor onrechtmatig handelen door onderaannemer hoger wordt gelegd.

ECLI:NL:HR:2014:740

HR 28.3.2014 ECLI:NL:HR:2014:740, NJ 2014 nr. 194

Ondanks voorkeursrecht van huurder verkoopt eigenaar pand aan koper, die het doorverkoopt aan derde. Nadat huurder beroep op voorkeursrecht heeft gedaan, wordt pand vervroegd geleverd om te voorkomen dat eigenaar wanprestatie zou plegen jegens koper wegens mogelijke beslaglegging door huurder. Koper was ten tijde van koopovereenkomst niet bekend met voorkeursrecht. Daarom stond koper vrij, ook nadat hij alsnog van recht op hoogte raakte, om nakoming van overeenkomst na te streven, ook door vervroeging van levering. Zodanige handelwijze kan onder bijzondere omstandigheden onrechtmatig zijn jegens degene wiens voorkeursrecht daardoor wordt gefrustreerd. Daarbij valt te denken aan onevenredigheid tussen belang bij nakoming van koopovereenkomst en belang dat bestaat bij kunnen uitoefenen van voorkeursrecht. Aan dergelijke omstandigheden heeft Hof geen aandacht besteed.

ECLI:NL:HR:2014:1627

HR 11.7.2014 ECLI:NL:HR:2014:1627, RvdW 2014 nr. 944

Voormalig sponsor van wielerronde vraagt zelfstandig licentie aan voor organiseren van evenement nadat relatie van sponsoring is beëindigd. Antwoord op vraag of dit onrechtmatig is jegens voormalige wederpartij, organisator van evenement, is afhankelijk van omstandigheden van geval. Enkele feit van voormalige sponsorschap is daartoe onvoldoende. Dat verschillende tussen diverse bij evenement betrokken partijen bestaande rechtsverhoudingen op zodanige wijze samenhangen dat dit van belang is voor antwoord op vraag wat voormalig sponsor al dan niet vrijstond, is onvoldoende gemotiveerd. Uitgangspunt is dat overeenkomsten alleen partijen binden. Daarom dient oordeel dat contractueel beding doorwerkt in daarmee samenhangende rechtsverhouding specifiek te zijn gemotiveerd.

ECLI:NL:HR:2017:1355

HR 14.7.2017 ECLI:NL:HR:2017:1355

Tussen woningbouwvereniging en projectontwikkelaar en tussen projectontwikkelaar en derde zijn met elkaar samenhangende overeenkomsten gesloten. Met beëindiging van overeenkomst tussen woningbouwvereniging en projectontwikkelaar wordt ook overeenkomst tussen projectontwikkelaar en derde ontbonden. Derde spreekt woningbouwvereniging aan uit onrechtmatige daad. Wanneer iemand zich contractueel heeft gebonden, waardoor contractsverhouding waarbij hij partij is in rechtsverkeer schakel is gaan vormen waarmee belangen van derden kunnen worden verbonden, staat het hem niet onder alle omstandigheden vrij belangen te verwaarlozen die derden bij behoorlijke nakoming van contract kunnen hebben. Indien belangen van derde zo nauw zijn betrokken bij behoorlijke uitvoering van overeenkomst dat hij schade of ander nadeel kan lijden als contractant in die uitvoering tekortschiet, kan maatschappelijke betamelijkheid meebrengen dat contractant zijn gedrag mede door die belangen dient te laten bepalen (HR 24.9.2004 ECLI:NL:HR:2004:AO9069, NJ 2008 nr. 587 en HR 20.1.2012 ECLI:NL:HR:2012:BT7496, NJ 2012 nr. 59). In dit beoordelingskader is niet mede vereist dat aangesproken partij is tekortgeschoten in nakoming van overeenkomst waarbij zij partij is en waarmee belangen van derde zijn verbonden.

ECLI:NL:HR:2018:1843

HR 5.10.2018 ECLI:NL:HR:2018:1843

Eiser verstrekt geldleningen aan initiatiefnemer in verband met ontwikkeling van vakantiedorp in Duitsland. Project wordt voortgezet door nieuw opgerichte Duitse vennootschap en door vennootschap van initiatiefnemer gesloten koopovereenkomsten met grondeigenaren worden ongedaan gemaakt. Vennootschap van initiatiefnemer gaat failliet. Eiser vordert schadevergoeding van Duitse vennootschap op grond van onrechtmatig handelen. Volgens Hof heeft eiser niet gesteld dat Duitse vennootschap project dankzij wanprestatie van initiatiefnemer en zijn vennootschap heeft kunnen overnemen. Zijn stellingen kunnen echter niet anders worden begrepen dan dat eiser heeft gesteld dat Duitse vennootschap grond van project heeft verkregen doordat initiatiefnemer en zijn zoon afspraak dat eiser bij niet-terugbetaling van leningen 50% van grond zou kunnen kopen, niet zijn nagekomen. Oordeel van Hof is onbegrijpelijk. Volgt vernietiging.

lagere rechters

Gerechtshof Arnhem 25.3.2003 NJ 2003 nr. 577

Aanbieder van snoeiafval waaronder taxus legt dit in overleg met gemeente in berm tegen prikkeldraadafrastering van weiland. Runderen in dat weiland eten van taxus en overlijden. Benadeelde houdt gemeente aansprakelijk op grond van art. 6:175 BW (gevaarlijke stoffen) en art. 6:162 BW. Vordering ex art. 6:175 BW moet worden afgewezen. Voor aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen is vereist dat men de stof op tijdstip dat schade werd veroorzaakt, feitelijk onder zich had. Indien taxus gevaarlijke stof in zin van dit artikel is, dan had gemeente die pas onder zich nadat deze op vrachtauto was geladen. Op dat moment had schade reeds plaatsgevonden. Gemeente is evenmin aansprakelijk uit onrechtmatige daad. Dit zou anders zijn indien betrokken gemeenteambtenaar wist dat tussen snoeiafval taxus zat, dat taxus giftig is voor runderen, dat in wei naast berm runderen liepen en dat afval alleen zodanig kon worden geplaatst dat runderen daarvan konden eten. Een en ander is niet gesteld.

Gerechtshof 's-Gravenhage 11.9.2003 NJF 2004 nr. 76

Het is onverenigbaar met gesloten stelsel van rechtsmiddelen om via weg van een op onrechtmatige daad gebaseerde vordering tegen Staat de juistheid van beslissing van kinderrechter tot onderwerp van nieuw geding te maken en door burgerlijke rechter te doen toetsen. Dit is slechts anders, indien bij voorbereiding van beslissing zo fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken en tegen die beslissing geen rechtsmiddelen hebben open gestaan.

Rechtbank Roermond 18.10.2006 JA 2007 nr. 8

Reparatie van computer waarbij op harde schijf opgeslagen programma verloren gaat. Reparateur aansprakelijk voor schade ex art. 6:162 BW omdat hij onvoldoende informatie aan klant heeft verstrekt over reparatiemethode en niet heeft gewaarschuwd voor risico's reparatie. Klant is daardoor onvoldoende in gelegenheid gesteld voorzorgsmaatregelen te nemen. Reparateur heeft ten onrechte nagelaten zelf voorzorgsmaatregelen te treffen.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 13.2.2007 NJ 2007 nr. 402, JA 2007 nr. 66

Probleemgokker houdt Holland Casino aansprakelijk voor geleden verlies, stellende dat hem op bepaald moment toegang had moeten worden geweigerd. Holland Casino heeft eerder, ook uit eigen beweging, entreeverboden en bezoekbeperkingen opgelegd en die ook gehandhaafd. Voorts zijn meerdere gesprekken met gokker en echtgenote gevoerd. Uit getoond bankafschrift bleek niet van geldproblemen. Bij deze gang van zaken is geen sprake van onzorgvuldigheid van Holland Casino.

Rechtbank Maastricht 26.9.2007 JA 2007 nr. 178

Bij herstelwerkzaamheden die Essent op basis van door haar ingewonnen advies van Kema door aannemer laat verrichten aan beschadigde hoogspanningsmast, valt deze om en doorboort pijpleiding van Staat. Oorzaak omvallen mast is onjuiste door Essent aan Kema verstrekte gegevens omtrent stabiliteit mast. Essent heeft onrechtmatig jegens Staat gehandeld door ondanks voorzienbare gevaar dat door omvallen van mast voor derden in leven kon worden geroepen aan Kema, in reactie op door haar geuite zorgen, met stelligheid onjuiste mededeling te doen dat stabiliteit van mast was gewaarborgd en door advies Kema vervolgens onvolledig op te nemen in opdracht aan aannemer. Essent is jegens Staat aansprakelijk voor schade geleden door omvallen van mast.

Gerechtshof Amsterdam 7.7.2009 JA 2009 nr. 144

17-jarige jongen die weet van voorgenomen bankroof, maar in plaats van bank of politie te waarschuwen dit voor zich houdt en deel van buit in bewaring neemt, handelt toerekenbaar in strijd met hetgeen hem volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer tegenover bank betaamt. Hij is samen met bankrovers jegens bank hoofdelijk aansprakelijk.