English

Jurisprudentie

Bedrijfsuitoefening

art. 6:181 BW


HR 26.11.2010 NJ 2010 nr. 636, RAV 2011 nr. 23, JA 2011 nr. 11

Eigenaar verhuurt bedrijfshal aan dochtermaatschappij, die hal gebruikt voor opslag van goederen van derden. Als dak van hal instort, lijdt derde schade en spreekt eigenaar aan tot schadevergoeding ex art. 6:174 BW. Beroep van eigenaar op art. 6:181 BW faalt. Voor ontbreken van aansprakelijkheid van degene die in opstal bedrijf uitoefent is nodig en toereikend dat tussen ontstaan van gebrek en bedrijfsuitoefening geen verband bestaat. Feit dat beschadigde goederen in kader van opslagovereenkomst in hal waren opgeslagen brengt niet mee dat reeds op grond daarvan ontstaan van schade in zin van art. 6:181 lid 1 BW in verband staat met bedrijfsuitoefening van dochtermaatschappij. Schade is gevolg van gebrek in dakconstructie, zodat dochtermaatschappij niet ex art. 6:181 BW aansprakelijk is.

HR 1.4.2011 NJ 2011 nr. 405 met noot Tjong Tjin Tai, JA 2011 nr. 56 met noot Kolder

Meisje raakt ernstig gewond door trap van paard in gezicht. Ongeval vond plaats in manege waar eigenaar paard tegen betaling had ondergebracht ter belering. Door meisje aangesproken eigenaar is niet op voet van art. 6:179 BW aansprakelijk, maar manege ex art. 6:181 BW. Indien dier in uitoefening van bedrijf wordt gebruikt, rust risicoaansprakelijkheid van art. 6:179 BW ingevolge art. 6:181 BW niet op bezitter, maar op diegene die bedrijf uitoefent. Door art. 6:181 BW bewerkstelligde verlegging van aansprakelijkheid berust niet (mede) op wil of toestemming van degene die bedrijf uitoefent, maar op wet. Niet relevant is of diegene die bedrijf uitoefent bezitter of houder van dier is en ook niet of doel waartoe dier wordt gebruikt bijna is bereikt. Evenmin mag eis worden gesteld dat hij dier duurzaam en ten eigen nutte gebruikt. Zie voor zelfde beslissing in vrijwaringszaak HR 1.4.2011 RvdW 2011 nr. 470.

ECLI:NL:HR:2016:162

HR 29.1.2016 ECLI:NL:HR:2016:162

Vrouw exploiteert samen met man manege in vorm van vennootschap onder firma. Tijdens door haar gegeven paardrijles wordt zij door paard omver gelopen en loopt letsel op. Vrouw stelt man (en aansprakelijkheidsverzekeraar van vof) aansprakelijk op grond van art. 6:179 en 6:181 BW. Prejudiciële vraag of zogenoemde Hangmatjurisprudentie (HR 8.10.2010 ECLI:NL:HR:2010:BM6095, NJ 2011 nr. 465) ook van toepassing is tussen medebezitters van dieren. Bij dieren berust kwalitatieve aansprakelijkheid niet zozeer – zoals bij art. 6:174 BW in Hangmatarrest – op risicoverdeling ter bescherming van benadeelde, maar vooral op omstandigheid dat bezitter tegenover anderen risico in leven roept. Steeds is kenbaar dat dier beschikt over onberekenbare eigen energie waarmee het mogelijk schade kan toebrengen. Daarom kan van medebezitter van dier eerder dan van medebezitter van gebouw worden verwacht dat hij zich tegen risico van zodanige schade verzekert. Belangen van alle betrokkenen in aanmerking genomen, is niet redelijk of maatschappelijk wenselijk dat art. 6:179 BW ook aansprakelijkheid vestigt jegens personen die hoedanigheid van medebezitter van dier hebben. Aansprakelijkheid op grond van art. 6:181 BW jegens bedrijfsmatige medegebruiker van dier wordt eveneens afgewezen.

ECLI:NL:HR:2017:3016

HR 24.11.2017 ECLI:NL:HR:2017:3016

Brand breekt uit in aan verschillende partijen verhuurd bedrijfsgebouw. Huurders van verbrande units stellen gebruiker en huurder van andere unit aansprakelijk voor schade. Aansprakelijkheid voor gebrekkige opstal op grond van art. 6:174 BW rust krachtens art. 6:181 BW op degene die opstal gebruikt in uitoefening van bedrijf, tenzij ontstaan van schade niet met uitoefening van bedrijf in verband staat. In HR 26.11.2010 ECLI:NL:HR:2010:BM9757 is overwogen dat voor ontbreken van aansprakelijkheid van degene die in opstal bedrijf uitoefent nodig en toereikend is dat tussen ontstaan van gebrek en bedrijfsuitoefening geen verband bestaat. Hoge Raad preciseert dit nu: daarvoor is nodig en toereikend dat tussen bestaan of ontstaan van gebrek en bedrijfsuitoefening geen verband bestaat. Hof had niet moeten beoordelen of verband bestaat tussen brand en bedrijfsuitoefening, maar tussen verwezenlijking van gevaar van ontbreken brandvoorzieningen en bedrijfsuitoefening.

lagere rechters

Rechtbank Amsterdam 16.5.2007 JA 2007 nr. 107 met noot Kolder

Schilder stelt tijdens werkzaamheden in kader van renovatie ziekenhuis letsel te hebben opgelopen doordat valraam geheel is opengevallen en op hem terecht is gekomen. Als schilder slaagt in bewijs van zijn stelling, is zowel ziekenhuis ex art. 6:174 BW als producent valraam aansprakelijk. Verweer ziekenhuis dat derde die bouwterrein in bedrijfsuitoefening gebruikte ex art. 6:181 BW aansprakelijk is, wordt verworpen. Artt. 6:174 en 6:181 BW schrijven niet voor of brengen niet onvermijdelijk mee dat benadeelde niet vrij is te kiezen jegens welke aansprakelijke partij(en) hij vordering wenst in te stellen. Schilder kan dus naast ziekenhuis als bezitter van opstal ook gebruiker van bouwterrein aanspreken.

Rechtbank Utrecht 17.9.2008 NJF 2008 nr. 476, JA 2008 nr. 161

Door ontsporing van drie onbeladen ertswagons ontstaat schade aan spoort. Spoorbeheerder Prorail stelt goederenvervoerder Railion aansprakelijk ex art. 6:173 juncto 6:181 BW. Voor beoordeling is van belang te weten op grond van welke rechtsverhouding Railion wagons onder zich had. Als Railion wagons slechts vervoerde, is zij niet aan te merken als bedrijfsmatige gebruiker en geldt aansprakelijkheid ex art. 6:173 BW niet. Mocht Railion wagons onder zich hebben om te gebruiken voor vervoer van zaken, dan is zij aan te merken als bedrijfsmatig gebruiker en aansprakelijk ex art. 6:173 juncto 6:181 BW. Rechtbank draagt Railion op duidelijkheid te verschaffen over rechtsverhouding.