English

Jurisprudentie

Dieren

art. 6:179 BW


HR 24.2.1984 NJ 1984 nr. 415 met noot Van der Grinten

Eigenaar varken dat besmettelijke ziekte heeft, wordt aansprakelijk gesteld voor door ontsnapt varken veroorzaakte besmettingsschade. Art. 1404 BW oud (vergelijkbaar met art. 6:179 BW) bevat risicoaansprakelijkheid voor schadetoebrenging door dieren die door mens worden gehouden. Grondslag aansprakelijkheid ligt in gevaar dat schuilt in eigen energie dier en onberekenbare element dat in die energie ligt opgesloten. Overbrengen besmettelijke ziekte zonder dat dier tevens letsel heeft toegebracht, valt niet onder reikwijdte artikel. Aansprakelijkheid gaat niet zover dat zij ook bestaat in geval van gedragingen dier, voor gevolgen waarvan eigenaar, zelfs indien hij die gedragingen in zijn macht zou hebben gehad en aldus bewust zou hebben toegelaten, naar gewone regels met betrekking tot onrechtmatige daad niet aansprakelijk zou zijn geweest.

HR 28.4.1995 NJ 1995 nr. 513 (bijenspat I)

Houder van bijen niet aansprakelijk voor verontreiniging van kassen waardoor sprake is van lichtverlies en daarmee productieverlies. Gezien aard, ernst, duur en omvang verontreiniging geen onrechtmatigheid.

HR 27.4.2001 NJ 2002 nr. 54 met noot Brunner, VR 2001 nr. 136

Dierenarts wordt tijdens behandeling verwond door paard. Bezitter paard draagt daarvoor risico-aansprakelijkheid. Enkele feit dat bezitter paard behandelingsovereenkomst met dierenarts heeft gesloten, stelt regel van art. 6:179 BW niet terzijde. Partijen kunnen wel stilzwijgend art. 6:179 BW hebben uitgesloten.

HR 25.10.2002 NJ 2004 nr. 556 met noot Hijma, VR 2003 nr. 9

Tijdens buitenrit paardrijles valt ruiter van paard en raakt daardoor gewond. Enkele feit dat ruiter het paard uit vrije wil en met toestemming eigenaar berijdt, is onvoldoende om risicoaansprakelijkheid van eigenaar paard volledig te laten vervallen. Of en zo ja, in hoeverre om die reden sprake is van omstandigheid die in risicosfeer ruiter ligt en daarom aan hem moet worden toegerekend, hangt af van inhoud overeenkomst tussen ruiter en eigenaar paard en overige omstandigheden van geval. Daar doet feit niet aan af dat eigenaar het paard aan ruiter ter beschikking heeft gesteld in kader van onder verantwoordelijkheid van eigenaar gegeven paardrijlessen.

HR 1.4.2011 NJ 2011 nr. 405 met noot Tjong Tjin Tai, JA 2011 nr. 56 met noot Kolder

Meisje raakt ernstig gewond door trap van paard in gezicht. Ongeval vond plaats in manege waar eigenaar paard tegen betaling had ondergebracht ter belering. Door meisje aangesproken eigenaar is niet op voet van art. 6:179 BW aansprakelijk, maar manege ex art. 6:181 BW. Indien dier in uitoefening van bedrijf wordt gebruikt, rust risicoaansprakelijkheid van art. 6:179 BW ingevolge art. 6:181 BW niet op bezitter, maar op diegene die bedrijf uitoefent. Door art. 6:181 BW bewerkstelligde verlegging van aansprakelijkheid berust niet (mede) op wil of toestemming van degene die bedrijf uitoefent, maar op wet. Niet relevant is of diegene die bedrijf uitoefent bezitter of houder van dier is en ook niet of doel waartoe dier wordt gebruikt bijna is bereikt. Evenmin mag eis worden gesteld dat hij dier duurzaam en ten eigen nutte gebruikt. Zie voor zelfde beslissing in vrijwaringszaak HR 1.4.2011 RvdW 2011 nr. 470.

ECLI:NL:HR:2016:162

HR 29.1.2016 ECLI:NL:HR:2016:162

Vrouw exploiteert samen met man manege in vorm van vennootschap onder firma. Tijdens door haar gegeven paardrijles wordt zij door paard omver gelopen en loopt letsel op. Vrouw stelt man (en aansprakelijkheidsverzekeraar van vof) aansprakelijk op grond van art. 6:179 en 6:181 BW. Prejudiciële vraag of zogenoemde Hangmatjurisprudentie (HR 8.10.2010 ECLI:NL:HR:2010:BM6095, NJ 2011 nr. 465) ook van toepassing is tussen medebezitters van dieren. Bij dieren berust kwalitatieve aansprakelijkheid niet zozeer – zoals bij art. 6:174 BW in Hangmatarrest – op risicoverdeling ter bescherming van benadeelde, maar vooral op omstandigheid dat bezitter tegenover anderen risico in leven roept. Steeds is kenbaar dat dier beschikt over onberekenbare eigen energie waarmee het mogelijk schade kan toebrengen. Daarom kan van medebezitter van dier eerder dan van medebezitter van gebouw worden verwacht dat hij zich tegen risico van zodanige schade verzekert. Belangen van alle betrokkenen in aanmerking genomen, is niet redelijk of maatschappelijk wenselijk dat art. 6:179 BW ook aansprakelijkheid vestigt jegens personen die hoedanigheid van medebezitter van dier hebben. Aansprakelijkheid op grond van art. 6:181 BW jegens bedrijfsmatige medegebruiker van dier wordt eveneens afgewezen.

lagere rechters

Gerechtshof Arnhem 16.3.2004 L&S 2004 nr. 218

Tijdens paardrijles in manege steigert paard en valt achterover op leerling die daardoor dwarslaesie oploopt. Leerling vordert schadevergoeding van manege als bezitter paard. Algemeen bekend is dat aan paardrijden onlosmakelijk gevaren zijn verbonden vanwege onberekenbare element dat in eigen energie dier opgesloten ligt. Wil sprake zijn van fout aan zijde manege door betreffende paard in te zetten en/of leerling daarop te laten rijden, dan moet blijken dat daardoor bijzondere risico's werden opgeroepen. Hoewel daarvan niet is gebleken, is manege ex art. 6:179 BW in beginsel verplicht tot vergoeding schade. Enkele feit dat leerling wist dat paarden kunnen steigeren en dat ruiters daardoor letsel kunnen oplopen, ontheft manege niet van deze in beginsel bestaande vergoedingsplicht (HR 25.10.2002 NJ 2004 nr. 556 met noot Hijma). Leerling heeft tijdens steigeren, in strijd met haar tijdens eerdere lessen gegeven instructies, teugels niet losgelaten, waardoor zij paard heeft omgetrokken. Dat kan haar niet worden verweten, maar komt wel voor haar risico, aangezien dit oorzaak ongeval is. Ook feit dat zij heeft deelgenomen aan paardrijlessen, terwijl zij wist dat aan berijden paarden gevaren verbonden zijn, wordt aan leerling toegerekend. Causale verdeling 75-25 in nadeel leerling, maar vanwege ernst letsel eist billijkheid verdeling 50-50.

Gerechtshof Arnhem 20.6.2006 NJ 2006 nr. 451, VR 2007 nr. 112

Gezin huurt huifkar met paard. Vrouw begeleidt paard bij draaimanoeuvre en loopt als gevolg van eigen gedragingen paard dwarslaesie op. Eigenaar paard ex art. 6:179 BW aansprakelijk. Geen eigen schuld: niet opzij stappen in uiterst stressvolle situatie wijkt niet af van hetgeen redelijk handelend mens zou doen. Voor analoge toepassing van HR 25.10.2002 NJ 2004 nr. 556 met noot Hijma geen plaats, nu sprake is van wezenlijk andere risico's (huifkarrit tegenover berijden paard) en onberekenbaar gedrag paard voor onervaren vrouw onverwacht was, mede als gevolg van door eigenaar gewekte suggestie dat huifkarrit veilig was. Eigenaar paard moet volledige schade vergoeden.

Gerechtshof Arnhem 19.12.2006 NJF 2007 nr. 107, JA 2007 nr. 64

Schapen van appellant zijn besmet met zwoegerziekte door snuffelcontact met uitgebroken schapen van geïntimeerde. Uit HR 24.2.1984 NJ 1984 nr. 415 met noot Van der Grinten moet worden afgeleid dat (buiten geval van letsel) bezitter besmettende dier aansprakelijk is als hij wist of moest weten dat dier virus droeg en andere dieren kon besmetten. Niet is gebleken dat geïntimeerde wist dat zijn schapen met zwoegerziekte besmet waren, zodat vordering wordt afgewezen.

Gerechtshof Arnhem 10.3.2009 RAV 2009 nr. 57, NJF 2009 nr. 320

Verkeersongeval doordat trailer met daarin uitgeleend paard, gaat slingeren waardoor bestuurder macht over stuur verliest. Bestuurder slaagt aan hand van getuigenverklaringen in bewijs dat ongeval is veroorzaakt door zelfstandig gedrag van paard. Degene aan wie paard voor duur van te volgen opleiding is uitgeleend, houdt paard niet voor zichzelf en kan dus niet als bezitter daarvan worden aangemerkt. Eigenaar van paard is aansprakelijk. Geen eigen schuld van bestuurder.