English

Jurisprudentie

Gebrekkige zaken

art. 6:173 BW


HR 22.11.1996 NJ 1998 nr. 567 met noot Brunner, VR 1998 nr. 84 (gebrekkige ladder)

Bruikleen van gebrekkige ladder. Art. 7A:1790 BW strekt ertoe uitlener die zaak om niet aan ander ten gebruike geeft, alleen aansprakelijk te houden voor schadelijke gevolgen van gebrek van zaak, indien hij dat gebrek kende maar gebruiker van bestaan ervan niet in kennis heeft gesteld.

HR 30.11.2001 NJ 2002 nr. 143 met noot Haak, S&S 2002 nr. 35 (Casuele/De Toekomst)

Brand op schip slaat over op aangrenzend schip. Vraag of eigenaar eerste schip aansprakelijk is voor schade aan tweede schip. Herziening begrip schuld van het schip als gedefinieerd in HR 5.1.1940 NJ 1940 nr. 340 (niet opgenomen). Hoewel volgens art. 8:1004 lid 1 BW geen wettelijk vermoeden van schuld bestaat en de in art. 6:173 lid 1 BW opgenomen risicoaansprakelijkheid van bezitter roerende zaak volgens het derde lid uitdrukkelijk niet op schepen van toepassing is, is rechtsregel van art. 6:173 BW indirect toch van toepassing op schepen. Derhalve is sprake van schuld van het schip indien schade het gevolg is van:

a) fout van persoon voor wie eigenaar schip aansprakelijk is volgens art. 6:169 tot art. 6:171 BW;

b) fout van persoon of van personen die ten behoeve van schip of lading arbeid verricht/verrichten of   heeft/hebben verricht, begaan in uitoefening van hun werkzaamheden;

c) verwezenlijking van bijzonder gevaar voor personen of zaken dat in het leven is geroepen doordat schip niet voldeed aan eisen die men in gegeven omstandigheden daaraan mocht stellen. 

lagere rechters

tot art. 6:171 BW

Gerechtshof Amsterdam 22.6.2000 VR 2001 nr. 44

Handvat van trapleuning van 13 jaar oude cateringwagen breekt af waardoor werknemer gewond raakt. Werkgever had op mogelijkheid van haarscheuren als oorzaak bedacht moeten zijn en is tekortgeschoten in zijn zorgplicht ex art. 7:658 BW. Werkgever is ook aansprakelijk ex art. 6:173 BW ondanks uitsluiting daarin voor gebrekkige motorrijtuigen. Uit oogpunt van slachtofferbescherming moet deze uitsluiting beperkt worden gelezen; zij ziet alleen op gevallen waarin slachtoffer bescherming geniet ex art. 185 WVW.

Gerechtshof 's-Gravenhage 15.7.2003 VR 2004 nr. 107

Studente komt tijdens onderdeel van door universiteit georganiseerde tienkamp ten val en lijdt schade. Universiteit is ex art. 6:173 juncto 6:181 BW aansprakelijk voor schade. Begrippen "gebruik" en "bedrijf" in zin van art. 6:181 BW dienen ruim te worden uitgelegd. Zogenaamde "trust-rope" leverde bijzonder gevaar op ex art. 6:173 BW omdat studente is gelanceerd, hetgeen niet bedoeling was van spelonderdeel en ook niet verwacht behoefde te worden. Dat touwen deugdelijk waren en constructie was opgezet door ervaren personen doet daaraan niet af. Voor vraag of "tenzij"-bepaling opgaat, is van belang of studente iets heeft gedaan of heeft nagelaten waardoor val is veroorzaakt terwijl dit (a) in strijd met feitelijk gegeven instructies was dan wel (b) anderszins onverantwoord was. Zulks is niet gebleken. Bekendheidsvereiste van art. 6:173 lid 1 BW houdt in dat men bekend dient te zijn met aan zaak verbonden gevaren in geval van gebrekkigheid en dat deze bekendheid dient te bestaan in kring van personen waartoe universiteit als bedrijfsmatige gebruiker van zaak behoort.

Rechtbank Roermond 13.8.2003 VR 2004 nr. 30

Bezoekster van zwembad in recreatiecentrum komt ten val met haar hoofd tegen stenen muurtje doordat poot van kuipstoeltje waarop zij zat, afbrak. Recreatiecentrum is aansprakelijk ex art. 6:173 BW. Recreatiecentrum kan zich niet vrijpleiten met beroep op regeling omtrent productenaansprakelijkheid. Slachtoffer heeft aannemelijk gemaakt dat gebrek nog niet bestond op tijdstip waarop product in het verkeer werd gebracht dan wel dat gebrek op een later tijdstip door gebruik dat recreatiecentrum daarvan maakte, moet zijn ontstaan als bedoeld in art. 6:173 lid 2 sub a BW. Zou dat wel het geval zijn, dan had slachtoffer zich tot producent moeten wenden.

Rechtbank Rotterdam 16.7.2008 JA 2008 nr. 160 met noot Paijmans

Bezoekster komt ten val op tijdelijke ijsbaan en stel exploitant ijsbaan aansprakelijk voor schade. IJsbaan is geen opstal, maar roerende zaak. Aansprakelijkheid van exploitant wordt beoordeeld aan hand van art. 6:173 BW. Voor "mobiele" ijsbaan gelden andere eisen dan voor ijsbaan als Thialf. Grote scheuren waarin schaats kan blijven haken, zijn niet acceptabel. Nu bezoekster met schaats in scheur is blijven haken, voldeed ijsbaan niet aan daaraan te stellen eisen. Exploitant ijsbaan is aansprakelijk. Partijen moeten zich nog uitlaten over vraag of exoneratie onredelijk bezwarend is. In Rechtbank Rotterdam 14.1.2009 VR 2009 nr. 111 wordt beroep op exoneratiebeding verworpen.