English

Jurisprudentie

Toerekening van gedraging aan dader (art. 6:164 en 165 BW)

artt. 6:164 en 165 BW


HR 15.1.1993 NJ 1993 nr. 568 met noot Brunner onder nr. 566

Botsing tussen fietser en bestelauto, bestuurd door niet-eigenaar. Vordering ex art. 1401 (oud) BW. Derhalve is het aan fietser om te bewijzen dat automobilist rechtens enig verwijt treft. Als fietser slaagt in bewijs dan is automobilist voor ten minste 50% aansprakelijk.

HR 29.1.1999 NJ 1999 nr. 245

Aanrijding op bouwplaats. Art. 31 (oud)/185 WVW niet van toepassing. Derhalve moet slachtoffer bewijzen dat automobilist rechtens enig verwijt kan worden gemaakt.

ECLI:NL:HR:2016:147

HR 29.1.2016 ECLI:NL:HR:2016:147

Vrouw is onder psychiatrische/psychologische en medische behandeling geweest voor incident waarbij man met tractor op haar is ingereden. Echtscheiding wordt op basis van bindend advies geregeld, waarvan vrouw uitvoering frustreert. Man vordert vergoeding van daardoor ontstane schade (extra kosten en verminderde opbrengst van woning). Vrouw stelt tevergeefs dat haar handelen vanwege psychische gesteldheid niet toerekenbaar is. Hof heeft "stelselmatig niet mee willen werken" van vrouw aan totstandkoming en uitvoering van bindend advies mogen aanmerken als "een als een doen te beschouwen gedraging" in zin van art. 6:165 lid 1 BW. Mede gelet op strekking van bepaling om ook aansprakelijkheid te aanvaarden voor gedragingen onder invloed van geestelijke of lichamelijke tekortkoming moet deze term ruim worden opgevat en is deze niet beperkt tot actieve handelingen.
Op kosten van juridische bijstand voor procedures die man tegen vrouw heeft moeten voeren zijn regels betreffende proceskosten (art. 237-240 Rv) van toepassing, nu man aan vordering niet ten grondslag heeft gelegd dat (ook) procederen zelf onrechtmatige daad van vrouw is. Hof heeft voor deze kosten ten onrechte vergoeding op grond van art. 6:96 lid 2 BW toegekend.