English

Jurisprudentie

Relativiteit

art. 6:163 BW


HR 7.5.2004 NJ 2006 nr. 281 met noot Hijma, S&S 2004 nr. 129

Ongeval door ondeugdelijkheid vaartuig met door Staat afgegeven certificaat van onderzoek, waardoor derde vermogensschade lijdt. Deze spreekt Staat en expert aan. Bij beantwoording vraag of is voldaan aan relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW dat geschonden norm strekt tot bescherming tegen schade zoals benadeelde die heeft geleden, komt het aan op doel en strekking van geschonden norm, aan hand waarvan moet worden onderzocht tot welke personen en tot welke schade, alsmede welke wijze van ontstaan schade de daarmee beoogde bescherming zich uitstrekt. Certificaat van onderzoek beoogt veiligheid in algemene zin van scheepvaartverkeer te bevorderen. Verplichting Staat om bij afgifte certificaat van onderzoek zorgvuldig te werk te gaan, heeft niet de strekking een in beginsel onbeperkte groep van derden te beschermen tegen vermogensschade die op vooraf veelal niet te voorziene wijze kan ontstaan doordat ondeugdelijkheid en onveiligheid schip bij onderzoek ten onrechte niet aan licht is gekomen. Derden kunnen aan omstandigheid dat keuring onvoldoende zorgvuldig heeft plaatsgevonden geen aanspraak tot vergoeding van vermogensschade jegens Staat ontlenen.

HR 13.10.2006 NJ 2008 nr. 527 met noot Van Dam onder nr. 529

Verzekeringskamer wordt aangesproken voor schade die polishouders door faillissement levensverzekeraar Vie d'Or lijden. Bij beantwoording vraag of aan in art. 6:163 BW neergelegd relativiteitsvereiste is voldaan, komt het aan op doel en strekking van geschonden norm. Het strookt met wettelijk stelsel, doel van toezicht en bedoeling wetgever dat in Wet toezicht verzekeringsbedrijf voorziene toezicht mede beoogt individuele vermogensbelangen van polishouders te beschermen. Daaruit volgt dat tekortschieten van Verzekeringskamer in uitoefening toezichthoudende taak onrechtmatig is jegens die polishouders.

HR 10.11.2006 NJ 2008 nr. 491 met noot Vranken

Zorgverzekeraar kent huisartsen vergoeding toe als zij generiek (goedkoper) medicijn in plaats van (duurder) merkmedicijn voorschrijven. Fabrikanten merkmedicijnen achten dit in strijd met op geneesmiddelen toepasselijke wetgeving en zorgvuldigheid en houden zorgverzekeraar aansprakelijk. Doeleinden van regelgeving strekken niet tot bescherming van belangen farmaceutische industrie. Toepassing van correctie-Langemeijer zet relativiteitsvereiste niet opzij: correctie bestaat daarin dat, hoewel geschonden norm niet strekt tot bescherming schade zoals benadeelde die lijdt, nochtans daarvoor aansprakelijkheid bestaat omdat onder omstandigheden geval die schending bijdraagt tot oordeel dat zorgvuldigheids-norm is geschonden die wel bescherming biedt tegen die schade.

HR 23.2.2007 NJ 2008 nr. 492, VR 2007 nr. 122, S&S 2007 nr. 72, JA 2007 nr. 81

Tijdens zeilweekend studentenvereniging breekt brand uit aan boord van motorboot na ontploffing gasfles. Lid organiserend comité raakt daarbij gewond en spreekt vereniging aan tot schadevergoeding. Vordering wordt afgewezen omdat beweerdelijk geschonden norm (onvoldoende toezicht) niet strekt tot bescherming slachtoffer dat als organisator zelf ook onvoldoende toezicht heeft gehouden.

HR 13.4.2007 NJ 2008 nr. 576 met noot Vranken

Aan vluchtelinge wordt in eerste instantie ten onrechte geen vluchtelingenstatus gegeven. Vluchtelinge spreekt Staat aan wegens verlies verdienvermogen en pensioenschade. Toelating vluchteling tot Nederland stelt hem in staat hier nieuw bestaan op te bouwen, maar strekt er niet toe inkomen te verwerven. Toelating vindt plaats om humanitaire redenen teneinde vluchteling te beschermen tegen vervolging in land van herkomst en strekt niet tot bescherming van enig vermogens-rechtelijk belang van vluchteling, zodat vordering wordt afgewezen.

ECLI:NL:HR:2014:767

HR 28.3.2014 ECLI:NL:HR:2014:767, RvdW 2014 nr. 521

Eigenaar van panden vordert schadevergoeding van gemeente vanwege weigering vergunningen voor exploitatie van raambordelen te verlenen aan huurder waardoor hij huurinkomsten derft. Bestuursrechter vernietigt weigeringsbesluit wegens strijd met art. 7:12 lid 1 Awb: het berustte niet op deugdelijke motivering. Hoewel deze motiveringsplicht mede kwaliteitsbevordering en –bewaking tot doel heeft, strekt zij niet tot bescherming van vermogensbelangen van personen die niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbende bij besluit in zin van Awb. Ervan uitgaande dat eigenaar geen belanghebbende is, is vernietiging van besluit niet onrechtmatig jegens eigenaar. Aan relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW is niet voldaan.

ECLI:NL:HR:2017:3231

HR 22.12.2017 ECLI:NL:HR:2017:3231

UWV weigert toestemming voor opzeggen van arbeidsverhoudingen, waarna werkgever UWV voor civiele rechter dagvaardt. Hof acht UWV aansprakelijk. UWV heeft ten onrechte aannames (concentratie bedrijfsactiviteiten na sluiting diverse vestigingen) niet feitelijk onderzocht, bijvoorbeeld door toetsing of navraag bij bedrijf en kon deze niet uit door hem ingediende verzoeken afleiden. Afwijzing van verzochte ontslagvergunningen is onrechtmatig. Aan relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW) is voldaan: geschonden norm strekt ook ter bescherming van vermogensbelang werkgever. Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (oud; thans art. 7:671a BW) strekt ter bescherming van sociaaleconomische verhoudingen in Nederland. Weliswaar valt dit grotendeels samen met belang werknemer bij voorkomen sociaal ongerechtvaardigd ontslag, maar ook belang werkgever speelt bepaalde rol. Werkgever is direct belanghebbende bij vergunningverlening of -weigering, zodat hij ook aanspraak kan maken op schadevergoeding als rechtstreeks gevolg van ten onrechte geweigerde vergunning.
Hoge Raad doet zaak af op art. 81 lid 1 RO.
A-G gaat in op civielrechtelijke aansprakelijkheid van overheidslichamen voor onjuiste besluiten en behandelt in dat kader uitgebreid relativiteitsvereiste.

ECLI:NL:HR:2018:1973

HR 19.10.2018 ECLI:NL:HR:2018:1973

Bedrijven uit energiebesparingsbranche stellen Staat aansprakelijk voor te laat of onjuist implementeren van Europese richtlijnen betreffende energieprestatie van gebouwen (EPB-richtlijnen). Zowel Unierecht als Nederlandse recht stelt eis dat komt vast te staan dat niet-tijdig of onjuist omgezette EU-richtlijn mede strekt tot bescherming van individuele vermogensbelangen van gedupeerden, althans dat laatstgenoemde belangen zodanig nauw samenhangen met door richtlijn nagestreefde doelstellingen dat schade die is ontstaan door niet niet-tijdige of onjuiste omzetting, valt onder beschermingsbereik van richtlijn. Met EPB-richtlijnen is beoogd te komen tot positieve milieueffecten als gevolg van verbeterde energieprestaties van gebouwen. Dat voor verwezenlijking van die doelstelling betrokkenheid van met opstellen van energiecertificaten belaste deskundigen vereist is, betekent niet dat economische en financiële belangen van deze deskundigen worden beschermd door EPB-richtlijnen, en evenmin dat die belangen zodanig nauw samenhangen met door die richtlijnen nagestreefde doelstellingen dat zij op die grond onder beschermingsbereik van die richtlijnen vallen (vgl. HvJEU 14.3.2013 ECLI:EU:C:2013:166). Aan Unierechtelijk relativiteitsvereiste noch relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW is voldaan, zodat vorderingen worden afgewezen.

lagere rechters

Rechtbank Alkmaar 24.6.2009 NJF 2009 nr. 373

Eiser vordert van gemeente schadevergoeding wegens onrechtmatige weigering van bouwvergunning, waardoor bouw van trainingshal voor paarden is vertraagd. Aan relativiteitsvereiste is voldaan. Gemeente heeft art. 44 Woningwet geschonden dat voorschrijft dat vergunning alleen mag worden geweigerd als bouwwerk waar aanvraag betrekking op heeft niet voldoet aan criteria genoemd in dit artikel. Artikel strekt ook ter bescherming van aanvrager, aan wie zekerheid wordt geboden dat aanvraag alleen in eerdergenoemde situatie mag worden geweigerd. Gemeente is aansprakelijk.