English

Jurisprudentie

Onrechtmatige publicaties

HR 15.5.2009 NJ 2009 nr. 372 met noot Dommering, RAV 2009 nr. 67

Vereniging noemt arts in top twintig van kwakzalvers en houdt in bundel eigen definitie van kwakzalverij aan. Lijst wordt overgenomen in andere publicaties zonder vermelding van die, meer neutrale, definitie. Het is vereniging niet als onrechtmatig handelen aan te rekenen dat latere publicaties niet verwezen naar definitie van vereniging, waardoor gemiddelde lezer aan begrip kwakzalver negatieve betekenis zal toekennen. Vereniging mag in kader van art. 10 EVRM publiek waarschuwen en zij heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over definitie kwakzalverij.

HR 1.10.2010 NJ 2010 nr. 529

Bekende opiniepeiler beschuldigt in media 'klusjesman' en partner van moord en verschaffen van vals alibi in Deventer moordzaak. Hof acht uitlatingen onrechtmatig. Wijze waarop Hof bij te maken belangenafweging aandacht heeft besteed aan aard en ernst van verdachtmakingen, gevolgen daarvan voor beschuldigden, publieke bekendheid van opiniepeiler, wijze waarop beschuldigingen zijn ingekleed en – ook ten dele door opiniepeiler benutte – mogelijkheden om verdenkingen en daarmee vermeende misstand op andere wijze (bij bevoegde autoriteiten) aan orde te stellen zonder daarbij in publiciteit te treden en voorzienbare schade toe te brengen, is begrijpelijk. Oordeel Hof kan vanwege feitelijk karakter in cassatie niet verder op juistheid worden onderzocht.

HR 8.4.2011 NJ 2011 nr. 449 met noot Dommering, JA 2011 nr. 97

Tros heeft in consumentenprogramma op kritische wijze aandacht besteed aan telefonische verkoopmethoden van telecomaanbieder en met verborgen camera gemaakte opnamen getoond. Voor antwoord op vraag of gebruik door journalist van verborgen camera in kader van onderzoek naar maatschappelijke misstand en publiceren van daarmee verkregen beeldmateriaal onrechtmatig is, dienen daarbij betrokken belangen en omstandigheden te worden afgewogen. Journalistieke maatstaven inzake gebruik van verborgen camera is bij door rechter te maken afweging omstandigheid die gewicht in schaal legt, maar hoeft niet doorslaggevend te zijn. Tros heeft niet onrechtmatig gehandeld.

HR 11.11.2011 RvdW 2011 nr. 1390

Fractievoorzitter van oppositiepartij in gemeenteraad beschuldigt wethouder van corruptie. Bij publicaties en andere uitlatingen van oppositielid over optreden van openbaar bestuurder is grootst mogelijke terughoudendheid geboden om uitlatingen als onrechtmatig te kwalificeren. Openbaar bestuurder mag heftiger worden bekritiseerd dan burger, maar vrijheid van meningsuiting is ook in politieke debat niet absoluut. Beoordelingsmarge voor beperking van uitingsvrijheid binnen politieke forum is binnen toepassingsbereik van art. 6:162 BW (zeer) smal. Uitlatingen van politicus buiten vertegenwoordigende forum genieten zelfde of vergelijkbare bescherming als welke die in openbare vergaderingen van gemeenteraad zijn gedaan. Bewuste uitlatingen zijn niet onrechtmatig jegens wethouder.

HR 11.5.2012 RvdW 2012 nr. 724

Particulier handelt onrechtmatig jegens raadslid door deze kort voor gemeenteraadsverkiezingen te beschuldigen van in privésfeer begane strafbare feiten. Bij beoordeling van botsing recht op vrijheid van meningsuiting en recht op eer en goede naam dienen in HR 24.6.1983 NJ 1984 nr. 801 (niet opgenomen) geformuleerde omstandigheden tot uitgangspunt te worden genomen. Oordeel Hof dat uitlatingen die strafbare feiten of andere laakbare gedragingen betreffen alleen in openbaar mogen worden geuit als zij kunnen worden onderbouwd met feitelijke gedragingen van beschuldigde die inderdaad als strafbaar of laakbaar kunnen worden gekwalificeerd, houdt stand in cassatie.

LJN BW9230

HR 5.10.2012 LJN BW9230, NJ 2012 nr. 571

Bekende misdaadjournalist laat heimelijk opnamen maken van veroordeelde man in TBS-kliniek en wil deze voor zijn televisieprogramma gebruiken. Man vordert verbod op openbaarmaking van beelden. Bij botsing tussen recht op vrijheid van meningsuiting en recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer en vraag welk recht prevaleert, moeten alle terzake dienende omstandigheden van geval worden afgewogen. Motiveringsplicht van feitenrechter is afhankelijk van wat procespartijen hebben aangevoerd. Indien rechter na afweging oordeelt dat recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer zwaarder weegt, hoeft hij niet ambtshalve onderzoek te verrichten naar mogelijk minder vergaande beperkingen van recht op vrije meningsuiting die nog voldoende tegemoet komen aan rechten en belangen van eisende partij. Verbod toegewezen.

LJN BY7845

HR 1.3.2013 LJN BY7845, RvdW 2013 nr. 333

Gemeenteraadslid vordert van dagblad en twee journalisten vergoeding van immateriële schade wegens negatief beeld dat zij van hem hebben geschetst. Tijdens getuigenverhoor in hoger beroep belet raadsheer-commissaris op grond van art. 179 lid 2 Rv getuige vraag te beantwoorden omdat anders identiteit van bron van journalisten bekend zou worden. Deze beslissing is gestoeld op afweging van botsende fundamentele rechten: enerzijds recht van dagblad op vrijheid van meningsuiting, waaronder recht op bronbescherming, en anderzijds recht van gemeenteraadslid op eerlijk proces en bescherming van persoonlijke levenssfeer. Oordeel r-c dat onvoldoende noodzaak bestond voor inbreuk op vrijheid van meningsuiting past binnen reikwijdte van uit art. 10 EVRM voortvloeiende recht op journalistieke bronbescherming.

ECLI:NL:HR:2015:3627

HR 18.12.2015 ECLI:NL:HR:2015:3627

Man is verdachte in justitieel onderzoek naar faillissementsfraude bij concern waar hij werkzaam was en wordt in aantal publicaties met zijn volledige naam genoemd. Hij stelt journalist en uitgever aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen. Botsing tussen recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds en recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer anderzijds. Welke van deze twee rechten zwaarder weegt, hangt af van alle ter zake dienende omstandigheden van geval. Gevorderde schadevergoeding vormt geen te vergaande inperking van recht op vrije meningsuiting, omdat man geen publiek figuur is, beperkte rol heeft gespeeld in door publicatie onthulde misstand, geen publieke functie uitoefent, ten tijde van publicatie slechts status van verdachte had en hij op geen enkele wijze publiciteit heeft gezocht. Journalist en uitgever hebben gehandeld in strijd met art. 6:162 BW (wettelijke beperking in zin van art. 10 lid 2 EVRM) en mitsdien onrechtmatig. Hof heeft art. 10 EVRM juist toegepast en rechtsopvatting en criteria van EHRM daaromtrent niet miskend.

ECLI:NL:HR:2017:569

HR 31.3.2017 ECLI:NL:HR:2017:569

In door stichting uitgegeven kritisch boek worden namen van (oud-)medewerkers van Rabobank genoemd. Rabobank acht dat onrechtmatig en vordert verbod op verspreiding van boek. Zij komt als werkgever op voor haar (oud-)werknemers, die volgens haar worden geschaad door publicatie waarin zij rol spelen in verband met werkzaamheden die zij als werknemer voor hun werkgever verrichtten. Met betrekking tot dergelijke publicatie kan werkgever vordering instellen ter bescherming van werknemers uit hoofde van zowel zijn eigen belang bij bescherming van zijn werknemers, als ter bescherming van die werknemers op grond van goed werkgeverschap. Vermelding van namen van (oud-)medewerkers in boek vormt inbreuk op recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM) en publicatie van boek valt onder recht op vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Gelet op omstandigheden dat bepaalde verteltechniek is gebruikt, boek bijdrage levert aan publiek debat en geen ernstige gevolgen voor (oud-)medewerkers waren te verwachten, is oordeel Hof dat inbreuk op persoonlijke levenssfeer gerechtvaardigd is, onvoldoende gemotiveerd. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2018:2160

HR 23.11.2018 ECLI:NL:HR:2018:2160

Rechter voert procedure tegen advocaat in Chipshol-zaak, die in boek heeft gezegd dat rechter uitvoerig met advocaten heeft gebeld. Voorzitter van Raad voor rechtspraak schrijft in brief aan Tweede Kamer-lid dat handelen van advocaat niet door beugel kan en schadelijk is voor functioneren van rechtspraak. Advocaat vordert schadevergoeding en rectificatie van Staat wegens onrechtmatig handelen. Naar oordeel Hof is advocaat in zijn eer en goede naam aangetast. Gegeven ontstane onzekerheid over juistheid van standpunt van rechter, had Raad zich moeten onthouden van eigen, nodeloos negatieve kwalificatie van handelen advocaat. Beschuldiging was ten tijde van schrijven van brief onvoldoende gefundeerd en is later ook onjuist gebleken. Deze passage uit brief is onrechtmatig en Staat wordt veroordeeld tot rectificatie. Oordeel Hof houdt stand in cassatie.

lagere rechters

Rechtbank Arnhem 18.7.2008 RAV 2008 nr. 94, NJ 2008 nr. 544 (kort geding)

Universiteit vindt lek in beveiliging van chip in OV-chipkaart en is voornemens onderzoeksresultaten te publiceren. Producent chip vordert in kort geding verbod tot publicatie. Ook wetenschappelijke publicatie kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn jegens derden. Afweging belangen producent en belang van vrijheid van meningsuiting leidt tot oordeel dat publicatie niet onrechtmatig is. Veiligheidsrisico's als gevolg van artikel staan (voorlopig) niet aan publiceren in weg.

Gerechtshof ’s Gravenhage 21.10.2008 NJF 2009 nr. 179

In publicatie van Consumentenbond krijgt ooglaserkliniek oordeel "slecht", waarover ook persbericht is uitgegeven. Weergave van wat is onderzocht, criteria waaraan is getoetst en resultaten van die toetsing zijn onduidelijk en onvolledig. Er wordt geen inzicht gegeven in resultaten en hun betekenis. Weergave van beoordeling ooglaserkliniek is onvoldoende zorgvuldig geweest en Consumentenbond heeft met publicatie onrechtmatig gehandeld.