English

Jurisprudentie

Onvoldoende toezicht

HR 13.10.2006 NJ 2008 nr. 527 met noot Van Dam onder nr. 529

Faillissement levensverzekeraar Vie d'Or. Tussentijdse cassatie in collectieve actie Stichting van gedupeerde polishouders jegens Verzekeringskamer (NJ 2008 nr. 527), accountants (NJ 2008 nr. 528) en actuaris (NJ 2008 nr. 529). Zeer uitgebreide arresten waarin Hoge Raad toetsingsmaatstaven en gezichtspunten formuleert.

HR 23.2.2007 NJ 2008 nr. 492, VR 2007 nr. 122, S&S 2007 nr. 72, JA 2007 nr. 81

Tijdens zeilweekend studentenvereniging breekt brand uit aan boord van motorboot na ontploffing gasfles. Lid organiserend comité raakt daarbij gewond en spreekt vereniging aan tot schadevergoeding. Vordering wordt afgewezen omdat beweerdelijk geschonden norm (onvoldoende toezicht) niet strekt tot bescherming slachtoffer dat als organisator zelf ook onvoldoende toezicht heeft gehouden.

HR 17.9.2010 NJ 2010 nr 88

Curatoren van Antilliaanse offshore-bank verwijten centrale bank van Nederlandse Antillen onrechtmatig jegens gezamenlijke crediteuren van offshore-bank te hebben gehandeld in uitoefening van wettelijke toezichthoudende taak. Antilliaanse toezichtsregelgeving is niet van toepassing op deze bank, maar dat betekent niet dat centrale bank niet aansprakelijk kan zijn voor falend toezicht. Zij heeft met bank afgesproken dat deze zoveel mogelijk ingelegde gelden aan deposanten zou uitbetalen. Centrale bank was vrij om al of niet gebruik te maken van in Antilliaanse Wetboek van Koophandel neergelegde mogelijkheid procureur-generaal te verzoeken ontbinding van offshore-bank te vorderen. Voor aansprakelijkheid van centrale bank dient te worden onderzocht of zij in gegeven omstandigheden, gelet op haar mogelijkheden en bevoegdheden met oog op effectueren van gemaakte afspraken in redelijkheid heeft kunnen beslissen procureur-generaal niet in te schakelen. Handelwijze van centrale bank dient terughoudend te worden getoetst. Voor aansprakelijkheid voor schade van deposanten is vereist dat met voldoende mate van waarschijnlijkheid vaststaat dat schade niet zou zijn ingetreden als centrale bank procureur-generaal had verzocht ontbindingsprocedure te volgen. Hof heeft te snel aansprakelijkheid aangenomen.

HR 8.4.2011 NJ 2012 nr. 361 met noot Van Solinge

Particuliere beleggers hebben als stille vennoten vermogen in commanditaire vennootschappen ingebracht om dit door stichting als beherend vennoot te laten beleggen en beheren. Stichting gaat failliet en beleggers zien slechts deel van geld terug. Zij stellen banken waar stichting en commanditaire vennootschappen (effecten)rekeningen hadden en toezichthouder AFM aansprakelijk voor schade. Optreden van stichting en commanditaire vennootschappen valt niet onder financiële toezichtswetgeving. Bij commanditaire vennootschappen die beleggingsactiviteiten verrichten met eigen, door stille vennoten ingebrachte, vermogen is geen sprake van vermogensbeheer en effectenbemiddeling in zin van Wet toezicht effectenverkeer 1995. Bij gebreke van vergunningplicht kan niet met overtreding van art. 7 lid 1 Wte 1995 verband houdende bijzondere zorgplicht voor banken worden aangenomen. Vorderingen worden afgewezen.

ECLI:NL:HR:2014:3349

HR 21.11.2014 ECLI:NL:HR:2014:3349, RvdW 2014 nr. 1310

Consument sluit met bank deposito-overeenkomst met achterstelling, waarna bank failliet gaat en consument ter beschikking gestelde gelden niet volledig terug krijgt. Hij stelt AFM aansprakelijk wegens tekortschieten in toezichthoudende taak. Voor beantwoording van vraag of toezicht, zoals dat in desbetreffende periode door toezichthouder is uitgeoefend, voldoet aan eisen die aan behoorlijk en zorgvuldig toezicht moeten worden gesteld, komt het aan op alle omstandigheden van geval. HR zet van belang zijnde gezichtspunten uiteen. Toezichthouder komt aanzienlijke beleids- en beoordelingsvrijheid toe, die terughoudende toetsing door rechter meebrengt. Hof kon oordelen dat AFM in licht van haar beoordelingsvrijheid in verband met zich voordoende toezichthoudersdilemma niet onrechtmatig heeft gehandeld. Dit is ook niet geval indien AFM in relevante periode aandacht aan deposito's met achterstelling zou hebben geschonken, maar zij bank dan toch niet verplicht zou hebben concrete mededelingen te doen over haar situatie. Normen van art. 4:19 en 4:20 Wft, indien geschonden, kunnen rol spelen bij beantwoording van vraag of toezichthouder onrechtmatig handelt jegens consument of cliënt. Van onmiskenbare overtreding van art. 4:19 en 4:20 Wft die tot ingrijpen door AFM had moeten leiden, was geen sprake. Vordering afgewezen.

lagere rechters

Gerechtshof 's-Gravenhage 15.3.2001 VR 2003 nr. 117

13-jarige jongen gaat 's avonds om 22.30 uur plat op weg liggen. Bestuurder en inzittenden van aankomende en uitwijkende auto raken ernstig gewond. Ziektekostenverzekeraar (die ex art. 6:197 BW geen beroep op art. 6:169 BW toekomt) houdt zonder succes ouders van jongen aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad. Niet gezegd kan worden dat ouders onvoldoende toezicht hebben gehouden.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 22.5.2007 NJF 2008 nr. 16, VR 2008 nr. 32, JA 2007 nr. 186

In afwachting van verlate trainer gaat groep leerlingen van vereniging alvast gymzaal in. Leerling breekt bij sprong knieschijf. Ouders stellen bestuurder van vereniging persoonlijk aansprakelijk voor gevolgen van ongeval. Sleutelbeleid van vereniging was achteraf bezien onvoorzichtig, maar dat is onvoldoende voor persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder. Hij is evenmin aansprakelijk in hoedanigheid van trainer. Verantwoordelijkheid trainer is primair gespitst op situatie dat daadwerkelijk met training is aangevangen. Niet optimale planning vooraf is niet te kwalificeren als onzorgvuldig handelen of nalaten.

Gerechtshof Amsterdam 13.9.2007 NJ 2007 nr. 606, JA 2008 nr. 8 met noot Van Baalen

Effectenhandelaar die schade heeft geleden door waardedaling aandelen Ahold spreekt AFM aan tot schadevergoeding. AFM had informatie gekregen over fraude en consolidatieproblemen bij Ahold. Vraag of AFM is tekortgeschoten in uitoefening toezichthoudende taak door vervolgens geen actie tot publicatie koersgevoelige informatie te laten ondernemen. Bij toetsing handelen AFM zijn gezichtspunten uit HR 13.10.2006 NJ 2008 nr. 527 met noot Van Dam onder nr. 529 van belang. Toezicht op openbaarmaking koersgevoelige informatie lag bij Euronext; toezicht AFM was indirect. Niet is gebleken dat AFM na verkregen informatie heeft vastgesteld of had behoren vast te stellen dat Ahold zich niet hield aan publicatieverplichting, zodat zij geen actie behoefde te ondernemen.