English

Jurisprudentie

Rechtspersonen

HR 9.6.1995 NJ 1996 nr. 213

Derdenbeslag onder ene vennootschap terzake van vordering beslagdebiteur op andere vennootschap. Beide vennootschappen hebben dezelfde bestuurder en verrichten schijnhandelingen om beslaglegging te frustreren. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan sprake zijn van vereenzelviging van twee rechtspersonen die misbruik maken van identiteitsverschil tussen die rechtspersonen, op grond waarvan beide rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor daaruit voortvloeiende schade. Daarvan is in onderhavige geval sprake.

HR 13.10.2000 NJ 2000 nr. 698 met noot Maeijer

Door diegene die zeggenschap heeft over twee rechtspersonen kan misbruik worden gemaakt van identiteitsverschil tussen die rechtspersonen. Maken van zodanig misbruik zal in regel moeten worden aangemerkt als onrechtmatige daad die verplicht tot vergoeding van schade die door misbruik aan derden wordt toegebracht. Die verplichting rust niet alleen op persoon die misbruik maakt, maar ook op rechtspersonen zelf, omdat ongeoorloofde oogmerk van diegene die hem beheerst, rechtens dient te worden aangemerkt als oogmerk ook van rechtspersonen zelf.

HR 27.2.2009 NJ 2009 nr. 318 met noot Van Schilfgaarde, JA 2009 nr. 78 met noot Mussche

Misbruik maken van identiteitsverschil tussen rechtspersonen en natuurlijke persoon is in regel onrechtmatig en verplicht tot schadevergoeding (zie HR 13.10.2000 NJ 2000 nr. 698). In casu sprake van misbruik. Natuurlijk persoon heeft woonhuis met gebruikmaking van identiteitsverschil buiten zijn vermogen gebracht zonder daarmee zelfstandig belang van betrokken stichtingen te dienen, maar enkel met doel woonhuis aan verhaal van crediteuren te onttrekken.

HR 13.7.2012 NJ 2012 nr. 447

Afwikkeling van door bank beëindigde aan moeder- en dochtermaatschappij gezamenlijk verstrekte lening en krediet. Als binnen concern of tussen daartoe behorende vennootschappen geen afspraken zijn gemaakt over toerekening van leningen en kredieten die zijn verstrekt aan twee of meer tot concern behorende vennootschappen gezamenlijk, wordt onderlinge draagplicht bepaald door antwoord op vraag wie schuld aangaat. Hierbij moet er op worden gelet wie lening of krediet heeft gebruikt of te wier beschikking deze is gekomen, alsmede op alle overige relevante omstandigheden van geval. Dat geldt zowel bij hoofdelijke aansprakelijkheid als wanneer art. 6:6 lid 1 BW van toepassing is terwijl geen afspraak is gemaakt over onderlinge draagplicht.