English

Actualiteiten

Actualiteiten week 12, 2019

ECLI:NL:HR:2019:376

HR 15.3.2019 ECLI:NL:HR:2019:376

 Gedetineerde heef ten onrechte 350 dagen in te strenge detentieregime van Extra Beveiligde Inrichting van Penitentiaire Inrichting Vught gezeten, waarvoor hij – naast reeds ontvangen tegemoetkoming op voet van Penitentiaire Beginselenwet – schadevergoeding van Staat vordert. Staat heeft onrechtmatig gehandeld. Gedetineerde heeft geen geestelijk letsel opgelopen. Hoge Raad formuleert aan hand van wettekst en jurisprudentie uitgangspunten voor vergoeding van immateriĆ«le schade op grond van art. 6:106 lid 1 aanhef en onder b BW. Aard en ernst van normschending en van gevolgen daarvan voor benadeelde kunnen meebrengen dat van aantasting in persoon op andere wijze (dan oplopen van geestelijk letsel) sprake is. In beginsel zal degene die zich hierop beroept aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. In voorkomend geval kunnen aard en ernst van normschending meebrengen dat in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor benadeelde zo voor hand liggen dat aantasting in persoon kan worden aangenomen. Van dergelijke aantasting is niet reeds sprake bij enkele schending van fundamenteel recht. Hof kon oordelen dat over persoonlijke gevolgen voor gedetineerde van normschending niets is komen vast te staan. Vordering is terecht afgewezen.

ECLI:NL:HR:2019:353

HR 15.3.2019 ECLI:NL:HR:2019:353

 Na vernietiging door Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State van besluit van gemeente om bouwvergunning te weigeren wordt vergunning van rechtswege verleend omdat gemeente te laat op aanvraag heeft beslist. Bouwproject gaat niet door, voor welke schade eiseressen vergoeding van gemeente vorderen. Volgens Hof bestond zeer kleine kans dat bouwplannen zouden zijn gerealiseerd en is deze te gering om schadevergoeding te kunnen toewijzen.
Vernietigd besluit is onrechtmatig vanaf tijdstip dat het is genomen. Daarvoor kan ook aansprakelijkheid bestaan op volgende gronden. Voor aansprakelijkheid van bestuursorgaan in verband met te laat beslissen op aanvraag zijn bijkomende omstandigheden vereist (zie onder meer HR 22.10.2010 ECLI:NL:HR:2010:BM7040 en HR 11.1.2013 ECLI:NL:HR:2013:BX7579). Bijkomende omstandigheden zijn niet aangevoerd, zodat gemeente niet schadeplichtig is wegens overschrijding van wettelijke beslistermijn (van art. 46 lid 1 Woningwet (oud)). Bestuursorgaan kan ook onrechtmatig handelen door aanvrager of in art. 58 Woningwet (oud) genoemde personen er niet van in kennis te stellen dat aangevraagde vergunning van rechtswege is verleend. Daarvoor is beslissend of bestuursorgaan daarmee, gezien omstandigheden van geval, in strijd heeft gehandeld met in maatschappelijk verkeer jegens belanghebbende in acht te nemen zorgvuldigheid. Deze grondslag is hier niet aan orde. Klachten tegen oordeel Hof falen. Cassatieberoep wordt verworpen.

ECLI:NL:HR:2019:354

HR 15.3.2019 ECLI:NL:HR:2019:354

 Provincie geeft aan aannemer aanwijzing, waardoor niet langer volgens verleende ontgrondingsvergunning zand mag worden gewonnen. Deze aanwijzing is onrechtmatig en aannemer vordert schadevergoeding van Provincie. Provincie betwist causaal verband tussen aanwijzing en schade. Hof neemt bij beoordeling van causaal verband tot uitgangspunt dat het erom gaat of nieuwe besluit hetzelfde rechtsgevolg heeft als onrechtmatige besluit. Provincie zou nieuw rechtmatig besluit met hetzelfde rechtsgevolg hebben genomen, namelijk dat aannemer minder steile taludhelling zou moeten hanteren. Condicio sine qua non-verband ontbreekt, zodat vordering wordt afgewezen. Hoge Raad citeert uit HR 6.1.2017 ECLI:NL:HR:2017:18. Condicio sine qua non-verband moet ook in gevallen waarin schade is ontstaan door onrechtmatig besluit, worden vastgesteld door situatie zoals zij zich in werkelijkheid heeft voorgedaan te vergelijken met hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven. Hof heeft dit niet miskend en cassatieberoep wordt verworpen.