English

Actualiteiten

Actualiteiten week 41, 2018

ECLI:NL:HR:2018:1776

HR 28.9.2018 ECLI:NL:HR:2018:1776

Eiseres, die bevriend is (geweest) met verweerder stelt hem geld ter beschikking dat bestemd is voor derde. Eiseres vordert voorgeschoten bedragen van verweerder terug, stellende dat hij geld zelf heeft gehouden. Tussen partijen is overeenkomst van opdracht ontstaan. Opdrachtnemer (verweerder) is in uitvoering van opdracht tekortgeschoten. Opdrachtgever (eiseres) lijdt schade ten belope van die geldbedragen, ongeacht bestemming die opdrachtgever uiteindelijk aan geldbedragen had toegedacht. Opdrachtnemer kan zich niet met succes erop beroepen dat causaal verband ontbreekt tussen zijn handelen en schade op grond dat opdrachtgever geldbedragen ook niet zou hebben teruggekregen bij correcte uitvoering van opdracht. Regel van art. 7:403 lid 2 BW brengt met zich dat opdrachtnemer dient te bewijzen dat hij over gelden heeft beschikt overeenkomstig het doel waarvoor ze aan hem zijn verschaft. Hof heeft ten onrechte geen causaal verband aangenomen en bewijslast op eiseres gelegd.

ECLI:NL:HR:2018:1841

HR 5.10.2018 ECLI:NL:HR:2018:1841

Zelfstandig elektromonteur vult bij aangaan van arbeidsongeschiktheidsverzekering gezondheidsverklaring onjuist en/of onvolledig in. Verzekeraar zegt verzekering op wegens verzwijging en vordert reeds uitgekeerde bedragen terug. Verzekerde vordert nakoming van verzekeringsovereenkomst door verzekeraar. Hoge Raad stelt precontractuele mededelingsplicht en HR 19.5.1978 ECLI:NL:HR:1978:AC6258, NJ 1978 nr. 607 (Hotel Wilhelmina) voorop. Beroep van verzekeraar op art. 7:930 lid 4 BW zal in beginsel alleen kunnen slagen indien verzekeraar aantoont dat redelijk handelend verzekeraar bij bekendheid met ware stand van zaken verzekering niet zou hebben afgesloten. Verzekeraar die acceptatiebeleid voert dat afwijkt van dat van redelijk handelend verzekeraar kan zich daarop alleen ten nadele van verzekeringnemer beroepen als hij aantoont dat verzekeringnemer bij aangaan van verzekering wist of behoorde te begrijpen welk acceptatiebeleid verzekeraar hanteerde. Niet geldt eis dat verzekeringnemer toen wist dat acceptatiebeleid afweek van dat van redelijk handelend verzekeraar. Voor oordeel dat redelijk handelend verzekeraar verzekering niet zou zijn aangegaan, is niet steeds nodig dat acceptatiebeleid van andere verzekeraars wordt onderzocht. Dit zal van verweer van verzekeringnemer afhangen. Dit alles is mede van toepassing indien verzekeraar overeenkomst opzegt op grond van art. 7:929 lid 1 BW en indien verzekeraar zich erop beroept dat hij verzekering bij kennis van ware stand van zaken weliswaar zou hebben gesloten, maar tegen hogere premie, voor lager bedrag of op andere voorwaarden (art. 7:930 lid 3 BW).