English

Actualiteiten

Actualiteiten week 15, 2018

ECLI:NL:HR:2018:536

HR 6.4.2018 ECLI:NL:HR:2018:536

Bij werknemer die jarenlang als badmeester heeft gewerkt in dienst van gemeente, wordt mesothelioom geconstateerd. Hij is verspreid over periode van 17 jaar op zes werkdagen in buurt geweest van werkzaamheden aan asbesthoudende materialen in zwembad. Bij eerdere werkgever vonden bij uitstek asbest gerelateerde werkzaamheden plaats. Weduwe van werknemer spreekt gemeente aan tot schadevergoeding. Op grond van art. 7:658 lid 2 BW moet werknemer stellen en bewijzen dat hij schade waarvan hij vergoeding vordert, heeft geleden in uitoefening van zijn werkzaamheden. Oorzakelijk verband tussen werkzaamheden en schade moet in beginsel worden aangenomen indien werkgever heeft nagelaten maatregelen te treffen ter voorkoming van dergelijke schade. Voor vermoeden dat gezondheidsschade is veroorzaakt door arbeidsomstandigheden, is geen plaats indien verband tussen gezondheidsschade en arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is (zie HR 7.6.2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721). Arbeidsrechtelijke omkeringsregel geldt ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Hof kon oordelen dat duur en intensiteit van blootstelling van werknemer aan asbest tijdens werkzaamheden voor gemeente zo gering zijn geweest in verhouding tot totale blootstelling aan asbest, dat reeds daarom verband tussen mesothelioom en werkzaamheden bij gemeente te onzeker is. Vorderingen van weduwe worden afgewezen.

ECLI:NL:HR:2018:471

HR 30.3.2018 ECLI:NL:HR:2018:471

Na vernietiging van faillissement biedt schuldenaar, althans derdengeldrekening van zijn met afwikkeling van crediteurenbestand belaste advocaat, geen verhaal voor door rechter toegewezen vordering van schuldeiser. Schuldeiser vordert schadevergoeding van curator, omdat curator geen gelden voor zijn vordering heeft gereserveerd of laten reserveren. Hof acht curator persoonlijk aansprakelijk met 80% eigen schuld van schuldeiser. Indien schuldenaar rechtsmiddel tegen faillietverklaring aanwendt, heeft curator taak om rechter te informeren over toestand van boedel en dient hij onder meer inlichtingen te geven die van belang zijn voor beoordeling of schuldenaar al dan niet in toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Curator heeft die inlichtingen ook gegeven. Anders dan Hof oordeelt, is het niet taak van curator om belangen van schuldeisers te behartigen door te verzekeren dat schuldenaar zijn mededeling aan rechter, dat hij zijn schuldeisers zal voldoen, ook uitvoert. Wel kan het zo zijn dat curator toezeggingen heeft gedaan of verwachtingen heeft gewekt op grond waarvan hij jegens schuldeisers aansprakelijk is. Daarop berust oordeel Hof niet. Volgt vernietiging.

ECLI:NL:HR:2018:470

HR 30.3.2018 ECLI:NL:HR:2018:470

Vervolg op HR 17.12.2010 ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011 nr. 8. Hoge Raad zet maatstaf voor externe bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW uiteen. Voor aannemen van aansprakelijkheid van bestuurder naast vennootschap gelden hogere eisen dan in algemeen geval is. Dit geldt ook als trustmaatschappij als bestuurder optreedt (HR 8.7.2011 ECLI:NL:HR:2011:BP8686). Behoudens bij toepassing van art. 2:11 BW, moet voor aannemen van aansprakelijkheid voor iedere bestuurder afzonderlijk worden vastgesteld dat hij in zijn hoedanigheid onrechtmatig heeft gehandeld en dat dit handelen (waaronder is begrepen nalaten) aan hem kan worden toegerekend. Schending door vennootschap van wettelijke voorschriften ter bescherming van beleggend publiek brengt niet mee dat aansprakelijkheid van bestuurder ex art. 6:162 BW kan worden aangenomen zonder dat sprake is van persoonlijk ernstig verwijt of dat die aansprakelijkheid wordt aangenomen op grond van vermoeden van persoonlijk ernstig verwijt. Ook houden van onvoldoende toezicht op uitoefening van taak door medebestuurder kan onder omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder meebrengen. Hof heeft dit niet miskend.